film

Een koude wereld

The Shock Doctrine

De Engelse veelfilmer Michael Winterbottom werkt in genres zo divers dat ze op het oog niets met elkaar gemeen hebben, van de western The Claim (2000) en de sciencefictionfilm Code 46 (2003) tot de hardpornofilm Nine Songs (2004) en de documentaire The Road tot Guantanamo (2006). Allemaal magistrale werken. Maar voor zijn nieuwste, The Shock Doctrine, naar het boek van Naomi Klein, moest Winterbottom een heel nieuw genre uitvinden. Noem het de ‘itemfilm’ of 'Journaal-itemfilm’. Een riskante keuze. Maar opnieuw mag het resultaat er zijn.

De kritiek op de documentaire, ook door Naomi Klein, is dat het een soort Shock Doctrine for Dummies is, een samenvatting van Kleins boek uit 2007 waarin zij het fenomeen van het 'rampenkapitalisme’ onderzoekt. Dat wil zeggen: het bewust manipuleren van natuurlijke en door de mens gemaakte rampen zodat de neoconservatieve ideologie van de vrije markt wortel kan schieten en grote bedrijven en multinationals ongestoord hun gang kunnen gaan.
Er zit iets in, in die kritiek op Winterbottoms films. The Shock Doctrine opent met archiefbeelden en een dertien-in-een-dozijnvertelstem die kinderlijk praat, alsof hij een item in Het Journaal voorleest. Deze stijl wordt tachtig minuten lang vastgehouden. Maar juist hierdoor krijgt de film een bepaald ritme, een cadans die zo dwingend is dat de overbekende archiefbeelden nieuwe betekenis krijgen, zeker in combinatie met tekst uit het boek en scènes van de altijd schitterend in het openbaar sprekende Klein. En die nieuwe betekenis is: de echte wereld, de werkelijkheid van de objectieve Journaal-beelden, is slechts de halve waarheid; onder de oppervlakte is er een ander, geheim verhaal, een master narrative van onze tijd, in de woorden van de boekenrecensent van The San Francisco Chronicle. Juist dit verhaal wordt onthuld in The Shock Doctrine.
Het boek, maar vooral ook de film, heeft raakpunten met de rampenfilm, waardoor de connectie met de rest van Winterbottoms oeuvre duidelijk wordt: zijn werk gaat over het falen van persoonlijke en politieke of ideologische grenzen en het gevolg hiervan voor de mens en zijn wereld. Dit thema vormt de tijdgeest. Klein noemt het prachtig 'een staat van shock waarin we ons verhaal zijn kwijtgeraakt’. Voorbeeld: 11 september, een event dat een totaal verlies van het collectieve narratieve representeert. Klein: 'We wonen niet in de wereld waarin we dachten dat we woonden.’
Menselijke shocktherapie is de centrale metafoor in het rampenkapitalisme. Toegegeven, dit is tamelijk gezocht. In de film vertelt een vrouw van middelbare leeftijd hoe ze in de jaren vijftig het slachtoffer werd van geheime experimenten van de cia. Zonder blikken of blozen leggen Klein en Winterbottom vervolgens de link met Milton Friedman en zijn Chicago-school van het vrijemarktkapitalisme, en het introduceren hiervan in Chili en Argentinië en uiteindelijk Irak.
Shock en marteling in de echte wereld belichamen soortgelijke processen in de symbolische wereld van politiek en economie - dat is het grote verhaal van Naomi Klein, eigenlijk ook al met No Logo (2000) en dat laat zij wederom in The Shock Doctrine zien. Omdat deze boodschap zo sterk is doordat de echte wereld het onderwerp is, hoeft Winterbottom weinig nieuws te laten zien. Zijn enige artistieke ingreep, naast montage, is de magistrale muziek van Carter Burwell uit de film Fargo van de Coens, met hetzelfde effect als in die laatste film: extreme vervreemding in een koude wereld zonder bewustzijn, zonder verhaal. Ik verheug me daarom nu al op de volgende film van Winterbottom, een werk met een thema dat naadloos aansluit bij dat van The Shock Doctrine; het is de verfilming van het grote meesterwerk van misdaadauteur Jim Thompson, een extreem gewelddadig seriemoordenaarsverhaal met de simpele, maar perfect passende titel: The Killer Inside Me.

Te zien vanaf 22 april