Een krabbenmand in rotterdam

Het toneelgezelschap van Rotterdam heet het RO Theater en daar werken sinds anderhalf jaar twee artistiek leiders, Peter de Baan (50) en Koos Terpstra (41). De Baan maakt al zo'n dertig jaar theater, hij werkte onder meer bij de politieke toneelgroep Sater, bij het Amsterdamse Theater de Balie, en als freelance regisseur maakte hij produkties bij diverse gezelschappen en voor de televisie. Hij is sinds 1991 artistiek leider van het RO Theater. Koos Terpstra werkte na zijn studie theaterwetenschappen tien jaar als freelance regisseur en toneelschrijver bij onder meer Fact, de Toneelschuur Haarlem, de Nes-Theaters in Amsterdam en Theater van het Oosten, voor hij in 1995 toetrad tot de artistieke leiding van het Rotterdamse RO Theater. Volgens afspraak gebeurde dat op basis van gelijkwaardigheid, dus anders dan bij Het Nationale Toneel in Den Haag, waar Ger Thijs (een leeftijdgenoot van Peter de Baan) de baas is, en Johan Doesburg (een generatiegenoot van Koos Terpstra) tweede man.

Afgelopen week heeft het bestuur van het RO Theater besloten Peter de Baan en Koos Terpstra te verzoeken hun functies neer te leggen. Ze blijken het artistiek niet eens te kunnen worden. De kersverse zakelijk leider van het RO Theater, Martin Berendse (voormalig directeur van Theater Netwerk Nederland, een organisatie die ‘margetheater’ programmeert), heeft nu de dagelijkse (ook artistieke) leiding. Het bestuur zoekt met Berendse naar een nieuwe artistieke man of vrouw. Peter de Baan heeft ondertussen laten weten zich niet bij het bestuursbesluit neer te leggen. Koos Terpstra hult zich vooralsnog in stilzwijgen.
Toneelmakend Rotterdam heeft een reputatie als slangenkuil en krabbenmand op te houden. Daarvan kunnen de oude maestro Ton Lutz (de jaren zestig) en de iets jongere magister Franz Marijnen (de jaren tachtig) als getuigen worden aangeroepen. Men verslijt in Rotjeknor artistieke toneeldirecteuren met het gemak waarmee een normaal mens van ondergoed wisselt. Ook de bijbehorende praatjes zijn nogal nonchalant. Zo verkondigde de voorzitter van het RO-bestuur, in het dagelijks leven burgemeester van Hellevoetsluis, vorige week dat het artistieke verschil van mening tussen De Baan en Terpstra erin is gelegen dat De Baan vanuit een idee aan repertoire wil werken, terwijl Terpstra samen met acteurs naar een voorstelling wil groeien. De Volkskrant maakte daar (in een als 'analyse’ aangekondigde bijdrage van toneelredacteur Hein Janssen) van, dat Terpstra 'in dialoog met een vast clubje acteurs’ wil werken, terwijl De Baan vooral zoekt naar 'acteurs van naam’. De Baan zou, aldus deze 'analyse’, twee jaar geleden met Terpstra zijn 'opgescheept’, terwijl laatstgenoemde 'nog lang niet klaar was om een zo groot gezelschap (mede) te leiden’.
De feiten liggen iets anders. Peter de Baan bleek in 1994 niet de alles en iedereen inspirerende artistiek leider waarvoor men hem in Rotterdam had aangezien. Met zijn volledige instemming werd Koos Terpstra in de dagelijkse leiding gehaald, als artistieke impuls. Op het 'toneelbedrijf’ RO Theater werkte die stap op termijn behoorlijk verfrissend. In 1995 besloten De Baan en Terpstra gezamenlijk om toe te werken naar een vaste kern van vijftien acteurs, deels bestaand uit mensen die hun sporen bij het RO Theater al hadden verdiend (zoals Stefan de Walle en Joop Keesmaat), deels jonge acteurs die vooral met Koos Terpstra hadden gewerkt (zoals Veerle van Overloop, Harriët Stroet en Cees Geel). Daarnaast bleef er ruimte voor al dan niet 'vaste’ gasten (zoals Joost Prinsen). Het sleutelwoord was: ensemblevorming. In de aanloop naar het Kunstenplan 1997-2000 werd dat principe in een beleidsplan vastgelegd. De Raad voor Cultuur bleek enthousiast en besloot tot continuering van de subsidie (zoals terug te vinden in haar advies Een cultuur van verandering, pagina 70-71). So far so good.
Het zijn Peter de Baan (en in zijn kielzog zakelijk directeur Martin Berendse) die nu, twee maanden nadat het nieuwe Kunstenplan is ingegaan, op dit concept van 'ensemblevorming’ zonder opgaaf van redenen terugkomen. Het zijn de acteurs van het RO (die op basis van dit plan zijn gecontracteerd) die nu in de kou staan. Het is een veelbelovende samenwerking tussen twee artistiek leiders van totaal verschillende 'bouwjaren’ die nu wordt getorpedeerd. En het is opnieuw een zwatelend bestuur van ongetwijfeld goedwillende amateurs dat aan het langste eind trekt. Op deze manier wordt het nooit meer wat met het toneel in Rotterdam.