De Koerdische pers

Een krant van vier pagina’s

Sinds 2009 zijn duizenden Koerdische activisten en journalisten opgepakt wegens ‘lidmaatschap van een verboden organisatie’. Ook Yakut Yilmaz wordt lastiggevallen, bezorger van Özgür Gündem, de krant die wegens verschijningsverboden en boetes al veertien namen heeft gehad.

Er wordt naar hem gekeken als hij, steun zoekend op zijn handkar met zonnebloempitten, de straat in draait. Verband om zijn hoofd, zijn tred onvast. Hij hoest. De mensen in de straat lachen. Verdomd, daar heb je hem tóch weer!

Diyarbakir, hoofdstad der Koerden, Zuidoost-Turkije. Vraag niet welk jaar het is. Het kan 1993 zijn, 1996. Maar net zo goed 2001. Voor krantenjongen, of eigenlijk krantenman Yakut Yilmaz, zijn de jaren volstrekt inwisselbaar. De keren dat hij die handkar weer pakt en zijn echte waar verbergt onder een berg zonnebloem­pitten, ontelbaar. Soms gaat hij op pad met hoofd­letsel, soms met kapotte benen of armen, jaren ook met een half gebit. Voor hem telt maar één ding: de krant bezorgen bij wie hem lezen wil.

Dinsdag 20 december 2011

‘Ha, u bent er. Kom, ik doe de deur open, dan kunnen we het onderzoek beginnen.’ Dagelijkse kost is het niet dat er een legertje politie­agenten voor de redactie van Özgür Gündem (Vrije Agenda) in Ankara staat. Toch kijkt hoofd­redacteur Hüseyin Aykol er geen seconde van op: zijn krant heeft al sinds de oprichting in mei 1992, negentien jaar geleden, geen rustig moment gekend. Rechtszaken, boetes, journalisten en bezorgers die worden opgepakt, moorden, bommen zelfs. Dus een huiszoeking op de redactieburelen – wat kan hij eraan doen?

De agenten hadden duidelijk anders verwacht dan een meewerkende hoofdredacteur. Nadat de politiecommissaris Aykols identiteit heeft gecontroleerd krijgt de hoofdredacteur de sleutels van het nieuwe slot overhandigd. Het oude werd geforceerd om de anonieme stalen deur open te krijgen. Achter die stalen deur op de eerste verdieping zetelt rechts in de hoek de hoofdstedelijke redactie van Özgür Gündem. Hoofdredacteur Aykol werkt er in z’n eentje, de centrale redactie zit in Istanbul. Links van de hal een groter vertrek: de burelen van Dicle Haber Ajans, kortweg Diha, een Koerdisch persbureau genoemd naar de Dicle, oftewel de Tigris. Ook hun ruimte wordt doorzocht, ook hun boeken, papieren en computers worden meegenomen.

Ondertussen rinkelt de telefoon. Izmir belt, Diyarbakir, Istanbul, Urfa. Aykol hoort dat er verspreid over het land in alle vroegte journalisten van Koerdische media van hun bed zijn gelicht en kantoren en huizen zijn doorzocht. Terwijl Aykol de spullen waarmee hij de krant van morgen moet maken onder zijn handen ziet verdwijnen richting politiebureau hoort hij dat ook een deel van zijn schrijfploeg niet meer beschikbaar is: negen van z’n journalisten zijn ingerekend. Ze werken voor de dagelijkse krant en voor tijdschriften van dezelfde uitgeverij.

In totaal worden er die dag 44 journalisten in hechtenis genomen. De meesten werken voor Diha, Özgür Gündem en de enige Koerdischtalige krant in Turkije, Azadiya Welat (Vrij Land), anderen voor kleinere Koerdische media. Onder de gearresteerden zijn ook een paar mensen van het verspreidingsbureau dat Koerdische media gebruiken. Ze zijn ingerekend in het kader van de zogeheten ‘kck-operatie’. kck is de Unie van Gemeenschappen in Koerdistan, een koepel van Koerdische organisaties in Turkije, Irak, Iran en Syrië. pkk-leider Öcalan, die een levenslange straf uitzit op het gevangeniseiland Imrali, staat aan het hoofd, Murat Karayilan, pkk-bevelhebber in de bergen op de grens van Irak en Turkije, zit in het bestuur. Sinds 2009 zijn er duizenden politiek actieve Koerden opgepakt wegens ‘lidmaatschap van een verboden organisatie’. Onder hen burgemeesters en ambtenaren van gemeenten waar de bdp in het bestuur zit, studenten, academici en mensenrechtenactivisten. De journalisten zouden de ‘persgroep’ van de kck vormen.

Er is geen enkel bewijsmateriaal tegen de duizenden kck-verdachten. Tenlasteleggingen staan vol illegaal afgetapte telefoongesprekken, waarin bijvoorbeeld wordt gesproken over de tijd waarop een vergadering begint en wie de agenda samenstelt en dat er ook iemand iets te eten mee moet nemen. Allemaal codetaal, volgens de aanklager, waarin met ‘tomaten’ eigenlijk ‘explosieven’ wordt bedoeld. Daarnaast worden bijvoorbeeld boeken die de verdachten thuis of op kantoor hadden, ingezet als bewijs.

Legale activiteiten worden aangevoerd als bewijs van ‘lidmaatschap van de kck’, zo blijkt uit de verslagen van verhoren. Waarom bezocht u gewonde demonstranten in het ziekenhuis? Waarom was u bij die persconferentie? Waarom riep u die slogan? Door zowel betrokkenen als onafhankelijke internationale en Turkse mensenrechtenorganisaties worden de kck-processen beschouwd als een van de grootste show­processen uit de Turkse geschiedenis.

Zaterdag 3 december 1994

Het vuur is bijna uit. Deze keer, denkt Aykol als hij de Istanbulse redactie van Özgür Ülke te voet nadert en de rookpluimen uit het gebouw ziet komen, is het ze gelukt. Ons werk stopt. Arrestaties, moorden, verschijningsverboden en boetes heeft de krant overleefd, maar bommen, precies gelijktijdig op de redacties in Ankara en Istanbul, dat gaat de veerkracht van de krant te boven. Verdwaasd loopt hij rond tussen de nieuwsgierigen die zich in het park tegenover het gebouw hebben verzameld om de vlammen te zien. Hij kent niemand. Aykol wordt, net als iedereen, door de politie op afstand gehouden.

Het tijdschrift Hedef (Doel), van dezelfde uitgeverij als Özgür Ülke, wordt diezelfde dag gedrukt. Als hij snel is, denkt hij ineens, kan het nieuws over de bomaanslag op Özgür Ülke nog mee. Als hij dat voor elkaar heeft, weet hij het even niet. Waar z’n collega’s zijn, hij heeft geen idee. Een paar uur later vindt collega Gültan Kisanak hém. Ze geeft Aykol telefonisch een adres: ‘Kom daar naartoe, we zijn de krant aan het maken.’ De middag gaat in een waas voorbij. Zonder na te denken bijna. Ze werken keihard.

En de volgende dag ligt er een krant. Een krant van vier pagina’s. De opening: ‘Aan dit vuur zullen ook jullie je branden!’ Het bericht: ‘Onze krant, waarvoor door de meest autoritaire organen van de staat een recept werd gezocht om hem te sluiten, was een van de belangrijke onderwerpen op de agenda van de Nationale Veiligheidsraad die woensdag bijeenkwam. Wat er tijdens de vergadering, waar de beslissing werd genomen ons te sluiten, werd gezegd, haalde het nieuws zonder dat de naam van onze krant werd genoemd. De beslissing van de nvr over wat er met onze krant moest gebeuren, is drie dagen later duidelijk geworden: Özgür Ülke werd gebombardeerd.’

Zaterdag 3 december 2011

Yakut Yilmaz laat zich op de rood betegelde stoep zakken, pal voor het distributiekantoor van Özgür Ülke in Diyarbakir. Zijn benen weigeren hem ineens nog langer te dragen. Het is ijzig koud deze vroege decemberochtend maar hij voelt het niet. Hij huilt. De krant. De krant is gebombardeerd. Eén vraag spookt in paniek door zijn hoofd: hoe moeten de mensen nu de waarheid te weten komen?

De waarheid, dat is voor hem Özgür Gündem. De krant die wegens verschijningsverboden en boetes door de jaren heen veertien verschillende namen heeft gehad en nu weer onder de oorspronkelijke naam wordt uitgegeven, bericht in 1992 als eerste over de Koerdische kwestie. Koerden bestaan in Turkije officieel niet, hun taal is verboden, net als elke uiting van Koerdische cultuur. In Turkse media viert het Turkse nationalisme hoogtij, problemen in het voornamelijk door Koerden (‘Bergturken’) bevolkte zuidoosten van het land krijgen geen aandacht.

Het ontstaan van kranten als Özgür Gündem, en diverse week- en maandbladen uit dezelfde stal hangt direct samen met de oprichting van de pkk in 1978 en de eerste aanslag van de groep in 1984. De pkk streeft (in die dagen) separatisme na, op marxistische grondslag. Een Koerdische staat is het ultieme doel. Dat moet worden afgedwongen met geweld, maar ook met groeiend Koerdisch bewustzijn. De laatste Koerdische opstand in Turkije was in 1938 in de provincie Dersim en werd keihard neergeslagen, de assimilatie van het Koerdische volk is in volle gang, veel Koerden zijn zich nauwelijks bewust van hun Koerdische identiteit, laat staan van hun marginale positie als bevolkingsgroep. De pkk verandert dat. De organisatie houdt zich niet schuil in haar trainings- en basiskampen in Syrië en Libanon, maar stuurt afgevaardigden naar de Koerdische regio’s om steun te winnen en nieuwe strijders te rekruteren. Zo dringt ze door tot in de haar­vaten van de Koerdische samenleving. En krijgt het daar feitelijk voor het zeggen. Wie zijn herwonnen Koerdisch bewustzijn wil omzetten in politieke of journalistieke actie kan dat alleen met impliciete toestemming van de pkk. Verdeeldheid onder Koerden is verboden. Met verdeeldheid win je de oorlog niet.

En de oorlog is in volle gang. De staat benadert het geweld van de pkk puur als terrorismeprobleem; een Koerdische kwestie bestaat immers niet. Het gaat hard tegen hard. Niet alleen tussen de pkk en het Turkse leger. Het leger brandt honderden Koerdische dorpen, bossen en landbouwgrond plat om de pkk van haar bevoorradingspunten en schuilplaatsen te beroven. De bewoners kunnen kiezen: vertrekken of ‘dorpswacht’ worden, dat betekent bewapend door de staat meevechten tegen de pkk.

Een vluchtelingenstroom naar de steden – Diyarbakir, Istanbul, Adana, Izmir – komt op gang. De familie Yakut vlucht uit het gehucht Kulboga naar Baglar, een wijk in hartje Diyarbakir. Baglar raakt in een paar jaar zwaar overbevolkt, de armoede en werkloosheid zijn enorm.

Wie in die jaren politiek actief is, de pkk steunt of daarvan zelfs maar wordt verdacht, komt onherroepelijk in de problemen. De mit, de geheime doodseskaders van het leger, voeren honderden buitenrechtelijke executies uit en dumpen de lijken in putten, rivieren en valleien. Duizenden Koerden worden opgesloten – de gevangenis van Diyarbakir, waar ernstig gemarteld wordt tot vaak de dood erop volgt, is een van de beruchtste ter wereld. De pkk moordt mee: ze bestookt niet alleen militaire doelen, maar ook burgers, en ruimt tegenstanders binnen eigen gelederen uit de weg.

Özgür Gündem bericht erover. Vanuit ­Koerdisch perspectief. De pkk bemoeit zich niet direct met de inhoud van de krant, maar vindt er wel altijd gehoor voor haar boodschap. Ook heel direct: heeft de pkk de wereld iets te melden, dan leveren ze hun statements via-via af bij de krant en verwante tijdschriften. Die plaatsen ze vervolgens, vaak integraal.

Dat Koerdische media door de Turkse overheid vaak worden omschreven als de ‘spreekbuis voor de pkk’ is dus ergens op gebaseerd. Tegelijkertijd reduceert de term de kranten tot niet meer dan dat. Onterecht: Özgür Gündem bedrijft wel degelijk journalistiek, brengt nieuws en achtergronden die nergens anders te lezen zijn, stelt misstanden aan de kaak, bekritiseert de regering en geeft de Koerden de stem die ze in Turkije nooit hebben gehad.

Voor Yilmaz is Özgür Gündem de waarheid. Maar het is niet alleen daarom dat hij doorgaat met bezorgen. Ze kunnen hem honderden keren oppakken en afranselen, denkt hij vaak ­verbeten, hem stoppen ze niet. En als hij pijn heeft, als zijn epilepsie, verergerd door de martelingen, opspeelt en hij gewoon omvalt op straat, als het hem niet lukt de politie te slim af te zijn in de kleine wirwar van straatjes in zijn stad en hij wéér geslagen wordt, denkt hij aan de strijders in de bergen. Hij leest over ze in de krant. Díe hebben het zwaar. Hij niet.

Was hij maar gezond geweest. Dan had de pkk hem niet weggestuurd toen hij zich meldde om te vechten. Een pkk-strijder met epilepsie, hij begrijpt dat het weinig kans van slagen heeft, maar toch. Ze drukten hem op het hart in de stad zijn bijdrage te blijven leveren aan de Koerdische strijd. Die taak neemt hij serieus; hij kan onder geen enkele omstandigheid verzaken. Een van de pkk-strijders aan wie hij vaak denkt, is zijn broer en collega kranten­bezorger Nihat. Hij verruilde zijn taak in de stad al snel voor een leven bij de guerrillastrijders in de bergen, net als negen andere jonge mannen uit de familie Yakut. Zij wel.

Mevlude had soms woorden met haar zoons. Nihat, haar oudste, bracht kranten rond en sleepte zijn broertje Yilmaz mee. Yilmaz had toch een baan bij een leerverwerkingsbedrijf? Waarom moest hij, nota bene epilepsiepatiënt, dan óók kranten rondbrengen? Ze kwamen vaker wel dan niet gehavend thuis, áls ze al thuiskwamen en de nacht niet in een politiecel doorbrachten. En wat moesten die stapels kranten in haar huis? Wat deden ze toch dat de politie blijkbaar zo dwars zat dat ze het huis er soms om binnenvielen en haar zoons tot bloedens toe met hun hoofd tegen de muur sloegen?

Nihat heeft haar verteld over wat er in de krant staat. Zelf kan ze niet lezen, en al helemaal geen Turks, ze kent alleen Koerdisch. De achtergronden, de geschiedenis, de opstand, de politiek, ze snapt het allemaal niet precies. Maar Nihat heeft haar ervan overtuigd dat hij zich inzet voor de vrijheid van hun volk. Dat hij dat zal blijven doen en door niemand, zelfs niet door zijn moeder, op andere gedachten kan worden gebracht. Dus nu steunt Mevlude haar zoons. Als ze ’s ochtends de deur uit gaan om de krant rond te brengen, gooit ze een kan water achter ze aan. Het beschermt ze tegen onheil.

Yilmaz leeft nog. Het was een paar keer op het randje. De politie heeft al zo vaak gedreigd hem te vermoorden als hij niet zou ophouden met kranten bezorgen, maar het lukte ze telkens nét niet. Ook in maart 2006 overleeft Yilmaz. Dagenlang zijn er clashes tussen de politie en bewoners van de wijk Baglar. Het is een van Yilmaz’ krantenwijken, en clashes of niet, hij doet zijn ronde. Hij wordt opgepakt en zijn familie ziet hem pas vier dagen later terug, als hij voor de rechter staat. Of eigenlijk, zich staande probeert te houden voor de rechter. Zijn kaak is gebroken en ontwricht, zijn hoofd bloedt, er komt bloed uit zijn oor. Zijn kleren zijn rood doordrenkt.

Yilmaz mag gaan. Mevlude en haar zoons brengen hem naar het ziekenhuis. Als hij wat is opgelapt, komt hij naar huis. Ze voert hem yoghurt met fijngestampte koekjes.

Nihat is dood. Ze hoorden het pas tien maanden nadat hij in november 1998 bij gevechten met het leger het leven had gelaten. Zijn dode lichaam is in de bergen gebleven, een graf heeft hij niet. Ook acht andere pkk-strijders die de familie Yakut leverde, hebben het niet overleefd, van hen hebben alleen Hikmet en Ihsan een officiële laatste rustplaats. De tiende Yakut die zich aansloot bij de pkk, Beyazit, werd opgepakt en zit een lange gevangenisstraf uit.

Maandag 10 september 2012

Negen maanden na de massa-arrestaties gaat het kck-proces tegen 44 Koerdische journalisten van start. Het grootste proces tegen de persvrijheid in de geschiedenis van de Turkse republiek. Voor Hüseyin Aykol zijn december 1994 en december 2011 onlosmakelijk met elkaar verbonden: zowel de bommen van toen als het proces van nu zijn bedoeld om de Koerdische pers het zwijgen op te leggen. Bij de bom kwam één collega om, in de loop der jaren werden 76 mensen vermoord die verbonden waren aan de krant, zij het als bezorger en verkoper, zij het als journalist. De krant heeft vele verschijningsverboden opgelegd gekregen, de laatste nog in maart dit jaar. Ook de miljoenen lira’s boetes dwongen de krant soms tijdelijk te stoppen.

Degenen die Aykol en zijn collega’s de mond proberen te snoeren, zijn nog altijd dezelfde. Eind november 1994 was het premier Tansu Ciller die een handtekening zette onder het document van de Nationale Veiligheidsraad om Özgür Ülke te ‘elimineren’, in de woorden van het uiteindelijk boven tafel gekomen geheime document. En nu, in 2012, was het premier Erdogan die in de week voor het proces openlijk toegaf een deal te hebben gemaakt met het juridisch apparaat om af te rekenen met politiek en journalistiek actieve Koerden: ‘Rekenen jullie juridisch met ze af, dan pakken wij ze aan in het parlement.’

Maar het lukt ze niet. Ook op 12 december 2011, de dag nadat negen _Özgür Gündem-_journalisten werden opgepakt en computers en andere spullen in beslag werden genomen, lag er een krant bij de kiosk. Net als op 4 december 1994, de ochtend na de bom. Bevriende onafhankelijke kranten stelden hun spullen beschikbaar en in recordtempo maakten ze een krant. Een krant van, net als toen, vier pagina’s.

‘Hé, Yilmaz, bén je er weer?’ roepen Yilmaz’ collega’s als hij bij zijn werk aankomt. ‘Je hoeft niet te komen, dat weet je toch?’ Ze halen een stoel voor hem, hij staat zo wankel op zijn benen dat ze het nauwelijks kunnen aanzien. Yilmaz lacht, en zegt: ‘Het is mijn werk. Dat neem ik serieus, dat weet je.’ Zijn kunstgebit en zijn slecht herstelde kaak maken hem tegenwoordig slecht verstaanbaar. Hij drinkt de thee die zijn collega’s hem aanreiken.

Als hij zijn thee op heeft, komt hij overeind. Hij loopt naar het depot van de plantsoenendienst van de gemeente Diyarbakir, pakt een gieter, vult hem met water en besproeit het groen. Kranten rondbrengen ging niet meer. O het was zoet ze openlijk te kunnen bezorgen sinds de opheffing van de noodtoestand in het hele zuidoosten van Turkije in 2002, waarna de verspreiding van Koerdische kranten niet meer verboden was. Maar zijn epileptische aanvallen zijn zo ernstig geworden dat het niet meer verantwoord is. Wat als hij een aanval krijgt buiten de wijk waar hij woont, waar mensen hem misschien niet kennen? Zijn collega’s bij de plantsoenendienst houden een oogje in het zeil.

Yilmaz’ baan bestaat eigenlijk alleen op papier. De gemeente Diyarbakir, bestuurlijk al jaren stevig in handen van de pro-Koerdische bdp, heeft een programma speciaal voor mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt door hun bijdrage aan de Koerdische strijd. Yilmaz kwam in aanmerking. De plantsoenendienst wilde hem graag hebben. Hij hoeft niet werkelijk te verschijnen, zijn ziekte en zijn handicaps laten dat ook nauwelijks toe. Maar Yilmaz komt op de dagen dat hij zich goed genoeg voelt. Hij watert de bloemen en wiedt het onkruid. Hij is het aan zijn volk verplicht. Zo voelt hij dat.