Film

Een kus in het donker

FILM 1408

Is het lezen van een roman als een lange, genotvolle affaire, het lezen van een kort verhaal voelt als een snelle kus van een vreemde in het donker. Dat schrijft Stephen King in de inleiding van zijn verhalenbundel Skeleton Crew uit 1985. Zo’n kus is natuurlijk niet hetzelfde als een lange relatie of een huwelijk, vervolgt King, maar juist de ‘beknoptheid’ ervan bepaalt de aantrekkingskracht. Misschien geldt dat ook voor film, en in het bijzonder voor de nieuwste verfilming van zijn werk, getiteld 1408, naar het gelijknamige korte verhaal opgenomen in de bundel Everything’s Eventual uit 2002.

De film, geregisseerd door de Zweed Mikael Hafström, is verrassend goed. Het is een psychologisch horrorverhaal, met een intrigerend uitgangspunt: een jonge, ietwat uitgebluste auteur van occulte pulpverhalen, Mike Enslin (John Cusack), reist het land af op zoek naar authentieke spookverhalen, vaak in hotelkamers waar zich de een of andere tragedie heeft voorgedaan. Dat gaat altijd goed; Enslin loopt geen echte geesten tegen het lijf. Maar dan krijgt hij een vreemde uitnodiging in de post: kom naar Hotel Dolphin te New York en neem je intrek in kamer 1408.

Een schrijver aan het eind van z’n Latijn – een thema dat zich inmiddels in het hart van het oeuvre van Stephen King heeft genesteld, van romans als The Shining en het recente, briljante Lisey’s Story, tot de minder bekende korte verhalen, bijvoorbeeld 1408. Het proces van het schrijven is bij King eigenlijk net zo belangrijk als het eindproduct. Zoals in Skeleton Crew beschrijft King wel vaker in een voorwoord op prachtige wijze wat er tijdens het scheppingsproces met hem als schrijver gebeurt. Zijn vermogen de lezer bij dat proces te betrekken, en het auto-ongeluk dat in 1999 bijna zijn leven eiste, leidden tot On Writing, waarin King zijn relatie tot fictie en het schrijven combineert met praktische tips voor auteurs.

Net als King kampt ook Mike Enslin in 1408 met het stigma ‘pulpschrijver’. In de film zegt iemand tegen hem: ‘Je lezers verwachten het groteske, ze willen goedkoop vermaak, je boeken liggen in de grabbelton.’ De suggestie in de film is dat Enslin dat ook heimelijk gelooft. Gevolg: wanhoop. Zijn zucht naar echte inspiratie is de reden waarom hij de uitnodiging van kamer 1408 accepteert. Jammer genoeg werkt regisseur Hafström juist deze verhaallijn niet verder uit en zoekt hij de karakterontwikkeling van Enslin meer in de persoonlijke sfeer (relatieproblemen, kind) dan in het creatieve proces.

Dat laatste zou meer in de stijl van Stephen King zijn geweest. Hoe dan ook, Hafström toont zich volledig meester van de grafische horror in z’n film; de scènes van Enslin in de hotelkamer zijn prachtig vormgegeven, met innovatieve special effects en fijnzinnige montage die de spanningslijn doorgaans op peil houdt.

In deze bondigheid ligt het plezier van de film. 1408 heeft vooral aan het begin qua sfeer veel weg van Stanley Kubricks The Shining, met suggestieve cameravoering, zachte belichting en een constante ondertoon van gevaar, zeker als Enslin in de Dolphin de vreemde hotelbaas, gespeeld door Samuel L. Jackson, ontmoet. Op de ietwat drakerige afloop na slaagt de regisseur erin de kijker bij de horror te betrekken, juist doordat verhaalelementen minimalistisch blijven, net als bij het lezen van een kort verhaal. Zo lijkt Kings korte fictie veel meer geschikt voor de bioscoop dan zijn romans, waarvan slechts Kubrick er één fatsoenlijk kon verfilmen. Film en het korte verhaal – de perfecte kus van een vreemde in het donker.

Te zien vanaf 23 augustus