Een kwartier lang gesmeek

Dave Brubeck Trio & Gerry Mulligan
Live at the Berlin Philharmonic (November, 1970);
Columbia, 481415, 2 cd

Naar een film kijken hoort in een zaal. Een boek lezen gaat het best alleen. Luisteren naar jazz moet weer met elkaar; een cd is surrogaat. Die werkt alleen als er publiek bij gedacht wordt. Niet alleen de luisteraar is in een zaal op zijn best, ook de muzikanten worden zo opgestookt. Pianist Dave Brubeck komt bijvoorbeeld dan pas goed op gang. In een studio blijft hij vlak, plichtmatig, bijna academisch zijn loopjes en citaten uit de wereldmuziek bijeen vegend. Maar met een zaal groeit zijn durf en komt het wezen van de jazz bloot te liggen: improviseren op een thema, nu eens linksom, dan weer over rechts, een enkele keer de mist in, maar meestal verrassend terugkerend uit onmogelijke omwegen. Die effecten kunnen nog sterker worden bij een treffen met collega’s. Gaat het echter om even grote sterren, dan wordt het vaak niks. Beiden staan te dringen op de voorgrond en weigeren hun specialismen op te geven. Sterren passen zich niet aan – en daarmee sneuvelt het samenspel. Het is daarom heel bijzonder als zo’n gelegenheidsontmoeting wél lukt. Tot de onbetwiste hoogtepunten van de moderne jazz behoort het treffen in Berlijn van Dave Brubeck met Gerry Mulligan in november 1970, vastgelegd op twee cd’s. Twee topmuzikanten zijn elkaar permanent aan het uitdagen, zonder elkaar af te troeven. Dat brengt beiden voortdurend buiten hun bekende zelf. Misschien hadden ze niets te verliezen. Witte jazz deed toen niet echt mee. Beide musici waren verdacht vanwege hun populariteit op witte campussen en tennisfeesten. Jazz was zwart, hoorde in nachtclubs en draaide rond Miles Davis, Monk en Mingus. Bovendien bestond er twijfel over een piano met een baritonsax. Speelde Mulligan in zijn combo’s niet voortdurend zonder piano?

Maar toen in Berlijn bleken dat allemaal vooroordelen. Zelden is er spannender jazz gemaakt. De twee zwepen elkaar op en treden vervolgens graag in elkaars dienst. Het publiek is verbijsterd, houdt de adem in, barst ineens los en geeft zijn enthousiasme de vrije teugel. Het meeste daarvan is weggesneden op de cd’s. Maar Brubeck zelf heeft later verteld dat ze liefst drie keer moesten terugkomen voor een toegift. De laatste keer hield het gesmeek een kwartier aan. De musici waren uitgeput maar de directeur smeekte om nog een kort nummer, anders kon hij hun veiligheid niet garanderen.

Alles wat jazz kan, komt hier aan de orde. Jazz is muziek aan een elastiekje. Een thema laat zich mijlenver uitrekken, maar heeft ten slotte toch het laatste woord. Misschien is dat nooit beter gedemonstreerd dan die avond in Berlijn. Bij herhaling. En wat herhaling verdraagt, heeft waarde.