Yann Marte, Life of Pi

Een kwestie van geloven

Yann Martel

Life of Pi

Uitg. Canongate, 319 blz., € 19,95

Wanneer de beslissing van de jury van de Man Booker Prize ook is gevallen, al voordat het omineuze persbericht voortijdig in de publiciteit kwam, gold Yann Martel als favoriet. Zijn roman Life of Pi vertelt het surrealistische verhaal van de zestienjarige Indiase Pi, voluit Piscine Molitor Patel, naar een Parijs zwembad. Hij groeit op in de dierentuin van zijn vader, te midden van alles wat de evolutie voortbracht. Als halverwege de jaren zeventig de recessie intreedt, besluit de vader met zijn gezin naar Canada te emigreren. De familie Patel vertrekt op een Japans schip naar het nieuwe vaderland, met aan boord de meest uiteenlopende diersoorten die zijn verkocht aan Amerikaanse dierentuinen. De reis loopt anders dan gepland. De Ark van Noach blijkt niet zeewaardig en zinkt onder geheimzinnige omstandigheden. Pi belandt in een reddingsboot, in het gezelschap van een zebra met een gebroken poot, een orang-oetan, een hyena en een volwassen Bengaalse tijger, genaamd Richard Parker.

Het vormt het startpunt voor een lange strijd op leven en dood, waarbij alleen Pi en Richard Parker niet ten onder gaan. Geen van de andere passagiers overleeft de eerste week. Omringd door haaien en duizenden vierkante kilometers water realiseert Pi zich dat hij niet aan de tijger kan ontkomen. Zijn enige over levingskans is het beest te temmen en in leven te houden met ander voedsel dan zijn eigen vege lijf. Wat volgt is een odyssee van 227 dagen, die eindigt op het vasteland van Mexico. Richard Parker verdwijnt in de jungle, Pi wordt opgevangen door de inheemse bevolking.

Ondanks de volstrekte onwaarschijnlijkheid van de gebeurtenissen — waaronder ook een ontmoeting op volle zee met een andere schipbreukeling en een kortstondig verblijf op een vleesetend eiland — weet Martel van kaft tot kaft te overtuigen. De angst en wanhoop waarin Pi ruim zeven maanden verkeert, maakt hij volledig invoelbaar. Maar Life of Pi is niet alleen een spannende avonturenroman, origineel, goed geschreven, meeslepend en geestig. Het boek biedt ook interessante, wijsgerige en zelfs religieuze aanknopingspunten, zonder ook maar een moment zwaar op de hand of pretentieus te worden. Zo staat Pi uitvoerig stil bij de mogelijkheid om werkelijk vrij te zijn. Dieren die in het wild leven, beweert hij, zijn niet vrijer dan de gevangen exemplaren in dierentuin of circus. Hun overlevingsdrang, de noodzaak om zich te voeden en voort te planten, ontneemt ze elke vorm van vrijheid. In een kooi hebben ze weliswaar minder bewegingsruimte, maar alles wat ze nodig hebben is er voorhanden. Gewend aan het leven in een kooi voegt Richard Parker zich gemakkelijk in zijn nieuwe omgeving in de niet veel kleinere reddingsboot. En gehoorzamend aan zijn onderdanige natuur is hij bereid zich te onderwerpen aan de fysiek veel minder sterke Pi. Die overigens wel voortdurend zijn superieure plaats moet blijven bevechten.

Life of Pi kan ook opgevat worden als een roman over geloven. «This is a story that makes you believe in God», schrijft Martel aan het begin van het boek. Pi is praktiserend hindoe, chris ten én moslim, een combinatie die hij voor zichzelf verantwoordt met Ghandi’s «All religions are true». In elk van de drie religies vindt hij iets van zijn gading: de onbetwiste goddelijkheid van de hindoestaanse goden, de menselijkheid en de liefde van de christelijke god en de manier waarop moslims goddelijkheid in de hele schepping ontdekken. Tegelijkertijd voelt hij zich aangetrokken tot het atheïsme van zijn biologieleraar. Voor de werkelijkheid maakt het niks uit of je wel of niet in God gelooft; de feiten blijven hetzelfde.

Een soortgelijke indifferentie geldt voor de avonturen van Pi. Wanneer aan het eind van het boek twee Japanners met Pi komen praten om namens de cargomaatschappij te onderzoeken waarom zeven maanden eerder het Japanse schip is gezonken, geloven ze Pi’s verhaal niet. Op hun verzoek geeft Pi ze ook een versie zonder dieren. Maar welk verhaal de Japanners ook voor waar houden, het verklaart niet waarom het schip is gezonken. Wat er uiteindelijk is gebeurd op de reddingsboot, of er nu wel of geen tijger heeft meegereisd, het blijft uiteindelijk allemaal een kwestie van geloven. Zoals al het weten.