Een kwestie van quoteren

Een gerenommeerd Brits opleidingsinstituut maakte onlangs een fout bij de selectieprocedure voor een postdoctorale opleiding. Per abuis stuurde het bevestigingsbrieven aan de afvallers en afwijzende berichten aan de geselecteerden. Omdat het instituut de fout niet durfde toe te geven, liet men de aldus ‘geselecteerde’ kandidaten gewoon komen. Na een jaar bleken zij even goede prestaties te leveren als vorige jaargangen.

Met dit voorbeeld illustreerde De Financial Times de betrekkelijkheid van selectieprocedures. Moraal: wie zijn nieuwe werknemers het voordeel van de twijfel gunt, komt zelden bedrogen uit. Desgevraagd gaven de meeste personeelsfunctionarissen toe dat het hen naast kennis en vaardigheden vooral gaat om een gevoelsmatig oordeel over de motivatie van de sollicitant.
De afgelopen week bleek de rijksoverheid te overwegen of zij zichzelf niet van de wettelijke verplichting kon ontheffen om in 1995 tenminste vijf procent gehandicapten in dienst te hebben. Die verplichting vloeit voort uit de Wet Arbeid Gehandicapte Werknemers. Via deze wet zouden werknemers met een handicap meer kansen op de arbeidsmarkt moeten krijgen. De wet kwam tot stand om de verlaging, in 1987, van de WAO-uitkeringen van tachtig naar zeventig procent van het laatstverdiende loon acceptabeler te maken.
Tot overmaat van ramp bleek dezelfde week dat de rijksoverheid evenmin zit te springen om JWG'ers, jongeren die een tijdelijke additionele arbeidsplaats nodig hebben als opstap naar een ‘echte’ baan. En om het rijtje aan te vullen: in oktober vorig jaar bleek diezelfde rijksoverheid niet in staat voor 1 januari 1995 vijf procent werknemers van buitenlandse herkomst in dienst te nemen. Het afgelopen jaar daalde de instroom van allochtone werknemers er zelfs.
De redenen die in alle gevallen worden aangevoerd, zijn: de overheid krimpt als gevolg van de efficiency-operaties en privatisering van vooral uitvoerende diensten. Het laatste heeft tot gevolg dat vooral laaggeschoolde arbeid verdwijnt. Het eerste heeft tot gevolg dat de werkdruk oploopt, hetgeen leidt tot risicomijdend gedrag bij het aannemen van nieuw personeel en tot het zo hoog mogelijk opschroeven van de eisen. Bovendien is er, alsdus de geplaagde personeelschefs, 'geen aanbod’.
Onderzoek toonde echter aan dat men niets heeft aan een centraal geformuleerde beleidsdoelstelling als daar niet meteen een goed georganiseerde uitvoeringspraktijk aan wordt gekoppeld. Met andere woorden: het ontbreekt aan een creatief personeelsbeleid. De onderzoekers adviseerden om meer samen te werken met organisaties van bijvoorbeeld minderheden. Ook stelden ze voor om door middel van baangaranties te voorkomen dat mensen die op tijdelijke banen binnenkomen, er bij reorganisaties direct weer uitvliegen.
Overigens helpt deze manier van quoteren het werkelijke probleem niet uit de wereld: het structurele tekort aan werk. Om daar iets aan te doen, moeten niet de banen van de zogeheten 'doelgroepen’ worden gequoteerd, maar die van iedereen. De blanke, gezonde en goed opgeleide Nederlanders incluis.