Performancekunst: 512 uur Marina Abramovic

Een kwestie van volhouden

The Artist is Present had al niet veel om het lijf, de nieuwste performance van Marina Abramovic in Londen nog minder. Niets zelfs, zo is de bedoeling.

Medium marina abramovic 4

De rij is twee uur voor de opening van het museum al lang, een opgewonden samenkomst van hipsters en toeristen. Een groep Italiaanse meisjes imiteert de danspasjes waarmee de kunstenaar furore maakte in de videoclip van Jay-Z’s nummer Picasso Baby. Vanuit de Kensington Gardens komt een oude vrouw aanrennen, gekleed in panterprintlegging en blouse met zonnebloemmotief. Hijgend laat ze zich achter aan de rij op de grond vallen, telt de mensen voor zich en roept dan: ‘Yes.’ Sommige mensen komen hier iedere dag.

Velen zullen de hit-documentaire The Artist is Present hebben gezien, een registratie van de gelijknamige performance die Marina Abramovic in 2010 in het atrium van het Museum of Modern Art uitvoerde. Het concept was eenvoudig, drie maanden lang roerloos op een stoel zitten en staren naar de persoon tegenover je, maar fysiek en mentaal bleek ‘zitten als een berg’, zoals Abramovic dat noemde, een martelgang. Het museum trok er 850.000 bezoekers mee.

De ijzeren discipline van Marina Abramovic (Belgrado, 1946) zou voortkomen uit de strikte opvoeding door haar militaire ouders. Het verhaal wil dat ze op veertienjarige leeftijd Russische roulette speelde met een vriendje. Zij laadde de revolver als eerste met een patroon, gaf de cilinder een slinger, zette de loop tegen haar slaap en haalde de trekker over. Er gebeurde niets. Het vriendje volgde, weer niets. Dan richt Abramovic de revolver op de boekenkast: een kogel doorboort de kaft van Dostojevski’s De idioot.

De adrenaline van dat spel was genoeg voor een leven lang radicale optredens onder de noemer performancekunst. Samen met The Artist is Present organiseerde het MoMA een retrospectief van haar werk, een overzicht van veertig jaar experimenten waarin feminisme en activisme met een extreem uithoudingsvermogen bevochten werden en Abramovic de relatie tussen kunstenaar en publiek akelig invoelbaar wist te maken. In Rhythm 0 (1974) mocht een menigte galeriebezoekers haar lichaam zes uur lang bewerken met een voorwerp naar keuze. Onder andere een roos, een fles parfum en een tros druiven, maar ook een pistool en een kogel lagen uitgestald op een tafel. Na wat onwennig geknoei met etenswaren en spelletjes met kettingen werd de sfeer grimmiger. Het publiek scheurde de kleren van haar lijf, kuste haar lippen en sneed met een mes in haar nek. Een bezoeker laadde toen het pistool, klemde het in Abramovics hand en drukte haar vinger tegen de trekker, op zoek naar weerstand van de kunstenaar, die niet kwam.

Na de uitputtingsslag in het MoMA kostte het vier jaar om tot een nieuw werk te komen. Om 10.00 uur opent Abramovic zelf de deuren van de Serpentine Gallery en schudt de eerste honderd mensen uit de rij een hand. Abramovic draagt een zwarte, hooggesloten overhemd op een zwarte, wijde broek met zakken aan de zij en zwarte gympen aan haar voeten. Haar lange zwarte haar hangt in een staart op haar rug, haar gezicht is als altijd bleek opgemaakt, wit bijna. Met 512 Hours wil ze met nog minder middelen dan de twee stoelen en de tafel uit het MoMA nog meer bezit nemen van haar publiek: ze wil een kunstwerk maken met niets, niets dan zichzelf en de vreemden die haar komen bezoeken. Persoonlijke bezittingen, inclusief telefoons en horloges, moeten in kluisjes worden achtergelaten – ook de tijd wordt buiten de deur gehouden.

De lichte galerie bestaat uit drie ruimtes waar een tiental assistenten de stilgevallen bezoekers opwacht. Een donkere vrouw met een blote buik en een wollen muts met ‘Fresh’ op haar hoofd wordt naar een platform in het midden van de zaal geleid, anderen volgen. De aangrenzende ruimte is ingericht als een slaapzaal, naar klassiek model van een kazerne, weeshuis of inrichting. De twee rijen bedden zijn nog voor 10.30 uur gevuld met bezoekers. ‘Laat me jullie naar bed brengen’, fluistert Abramovic tegen een bejaard echtpaar.

Een vrouw pakt dan mijn hand vast. ‘Zullen we gaan?’ Hand in hand lopen we naar de derde, nog lege zaal. ‘Loop nu zo langzaam als je kunt, met je ogen gesloten. Alsof we in de ruimte zijn.’ De wandeling duurt lang, de hakken onder mijn voeten wankelend onder de druk om ‘goed’ te lopen, en leidt naar de muur aan het einde van de zaal, waar we nog even blijven staan. Dan is er een stoel naast het inmiddels volle platform vrij, waar ik een geluidswerende koptelefoon krijg opgezet en mijn ogen weer moet sluiten. Soms klinkt er een voetstap of een kuchje: het moet de stilte uit de galerie zelf zijn die door de koptelefoon wordt uitgezonden.

Dan is het een kwestie van volhouden. Performance is een state of mind, is Abramovics overtuiging. In het Marina Abramovic Institute, dat dit jaar zal openen in New York, geeft ze de ‘Abramovic Methode’ door aan kunstenaars die zich willen toeleggen op immateriële kunstwerken met een minimale duur van zes uur. De website van het instituut, met het prachtige adres immaterial.org, geeft een overzicht van oefeningen in staren, ademhalen en marathonlezen. Een beproefde methode is het tellen en turven van rijstkorrels, zolang als je kunt.

Dat transcendentale streven van het lichaam als poort naar een hoger plan, maakt kunst weer tot iets verhevens

Concentratie blijkt niet gemakkelijk in dit decor waar de brainstormsessie vanaf spat. Niets, wat hebben we daarvoor nodig? In de ruimte is niets, met mediteren zoek je naar het niets en als je slaapt verkeert je geest tijdelijk in een soort niets. Al die ambities om niets samen leiden in de Serpentine Gallery juist tot van alles. Rekwisieten als het podium, de stoelen, koptelefoons en bedden maken de meditatief bedoelde performance tot een hersenkraker. De waarschuwing dat bezoekers bij het betreden van de ruimte automatisch afstand doen van hun portretrecht wekt bovendien hoe langer hoe meer irritatie op: wij zonder camera’s vormen het materiaal waar Abramovic weer jaren mee vooruit kan. In een documentaire als The Artist is Present bijvoorbeeld, die met stiltes en pianomuziek de voortkabbelende performance in een lawaaierig museum als een weergaloos emotioneel kunstwerk de wereld instuurde. En waar de 716 uur en 30 minuten in het MoMA tenminste nog op natuurlijke wijze verstreken, wordt het concept van tijd in 512 Hours veel te opzichtig gecultiveerd. Ook zonder blik op de klok slaat bij deze bezoeker na een uur de verveling toe.

Medium marina abramovic press page 1

Wanneer geef je op, en wat geef je dan op? ‘Het kostte me 25 jaar om de moed, de concentratie en de kennis te vergaren om hier te komen, bij het idee dat er kunst bestaat zonder object, met slechts performer en publiek. Ik had al deze voorbereiding nodig, ik had al de werken nodig die hiervoor kwamen: ze leidden naar dit punt’, staat op de muur bij de kluisjes geschreven. Uithoudingsvermogen is de kracht van Abramovics oeuvre, meestal als fysieke aftasting van een ruimte en vaak gekoppeld aan een politieke overtuiging. Zoals in Rhythm 5, toen ze in een brandende, communistische ster op de grond ging liggen en stilletjes bijna stikte door zuurstofgebrek.

Maar performancekunst als spel op leven en dood lijkt met 512 Hours definitief vervangen door een spirituele duurtest, die minstens zo afmattend zou moeten zijn. Eenmaal de pijn te boven, zo vertelt Abramovic in de documentaire, belandt ze in een andere gemoedstoestand, ‘een gevoel van schoonheid en onvoorwaardelijke liefde waarbij de grenzen tussen jou en je omgeving wegvallen. Er ontstaat een sensatie van lichtheid, van volmaakte harmonie met jezelf. Het voelt bijna als iets heiligs, ik kan het niet uitleggen.’ Dat transcendentale streven van het lichaam als poort naar een hoger plan, maakt kunst na lange tijd weer tot iets verhevens, met het museum als haar tempel en de kunstenaar als heilige.

Wijlen kunstcriticus Arthur Danto schreef in de catalogus van The Artist is Present: ‘Kunstenaars zijn geen heiligen, maar er heerst zeker een gevoel dat hun aanwezigheid in een performance op zijn minst overeenkomsten vertoont met de metafysica van kunst. (…) Als vuistregel geldt dat kunstenaars niet aanwezig zijn in de werken die ze maken. Maar in het geval van de performer is het medium zijn of haar lichaam.’

Betekenis zoeken in het niets past in een tijd van bikram yoga en mindfulness, maar ook in het straatje van spektakelkunst en in zichzelf gekeerde vrijblijvendheid. Abramovics aanwezigheid vormde de kern van The Artist is Present. Met haar bleke gezicht en de nauwsluitende gewaden om haar zwetende, huilende en lijdende lichaam poseerde ze in het MoMA als martelaar voor de kunst. In 512 Hours is de kunstenaar minder prominent aanwezig, maar leunt de performance nog sterker op haar aanwezigheid. Wie staat er anders uren in de rij om zich om 10.00 uur naar bed te laten brengen, om daar een hele dag te blijven liggen? Na een leven vol experiment voegt Abramovic zich in de rol van medium en idool. Ze lijkt klaar om een instituut te worden.

Aan het eind van iedere performance-dag verschijnt onder de titel ‘8 hours in the life of Marina’ een videoboodschap op de website van de Serpentine Gallery. Abramovic kijkt tevreden terug op de voorbije dag. De energie op het platform was goed en ze had besloten om veel te slow walken. ‘Maar verder gebeurde er vandaag niets noemenswaardigs’, sluit ze het verslag af. Dat telt waarschijnlijk als een goede dag.


512 Hours, t/m 25 augustus, Serpentine Gallery, Londen, serpentinegalleries.org. The Artist is Present is te bekijken op uitzenddinggemist.nl

Beeld: Uit de documentaire The Artist is Present (EUA / Marco Anelli, 2004); Marina Abramovic, 512 Hours