Robert Smithson, Broken Circle/Spiral Hill, 1971 © Holt/Smithson Foundation, Licensed by VAGA at ARS, New York

De leden van de Amerikaanse band Sonic Youth reden op 24 november 1983 met een tourbusje door Emmen. Ze waren van Tilburg onderweg naar Groningen, waar ze die avond moesten spelen, maar een van de bandleden, Lee Ranaldo, drong erop aan een omweg te maken. In Emmen moest ergens een kunstwerk van hun landgenoot Robert Smithson zijn. Een groot kunstwerk, een van de drie nog bestaande landschapskunstwerken die Smithson maakte, de enige op het westelijk halfrond. ‘Niemand in Emmen leek te weten waar we het over hadden’, aldus Ranaldo.

Het was al donker toen ze eindelijk beet hadden: ze moesten bij de zandafgraving van de familie De Boer zijn. Ranaldo noteerde in zijn dagboek: ‘A break in the fence, a dirt path’, door het donker konden ze het maar nauwelijks zien, maar het was beslist Broken Circle/Spiral Hill. De halve cirkel lag onder water, de heuvel met het spiraalpad was overgroeid, het kunstwerk was vervallen. Ranaldo was opgetogen, vertelt hij in de audiotour die ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het kunstwerk is gemaakt. ‘Ik werd ernaartoe getrokken als in een sciencefictionfilm. Ik voelde de kracht van het werk. In mijn dagboek schreef ik: We came and saw, or rather felt the deteriorating beauty.’

Van die vergane glorie is op dit moment weinig meer te zien. Ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum is het hele werk opgeknapt. Vanaf een smalle weg ten noordoosten van Emmen, tussen de weilanden, leidt een oprit naar een parkeerterrein in een weiland. Te voet gaat het verder over een onverwachts steil pad naar beneden: een on-Nederlands vergezicht strekt zich uit, met een groenblauw meertje, een zandbank in het midden en schapen op het heuvelige grasland richting de donkere bomen hoog rondom. Een vulkaankrater noemde criticus Sandra Smallenburg het in haar boek Expeditie land art uit 2015.

Wel een krater met een bijzonder kunstwerk. Want rechts aan de oever van het meer steekt nauwelijks zichtbaar van een afstand een landtong naar voren, in een halve cirkel krommend naar rechts, daarboven steekt een groene kunstmatige heuvel op uit het gras. Dát is Broken Circle/Spiral Hill, twee delen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Beide delen kun je betreden. Uitlopen van de cirkel tot het eind voelt als een verplichting, ook al verwacht je er weinig nieuws te zien, zo ver is het niet. Het is een verwijzing naar die spiraal die Smithson een jaar eerder, in 1970 in een zoutmeer in Utah, liet aanleggen, de Spiral Jetty. Daar kwam zijn idee voort uit zijn ervaring van een ronddraaiend landschap rondom hem.

In Emmen is geen zoutwoestijn, geen levenloos water. Er groeien bloemen, in het water zwemmen kleine vissen, het water is verrassend helder. Vogelgekwetter klinkt uit de bomen rondom. Staand op de punt zie je de oever beter. Pontificaal ligt daar een enorme kei. Een zwerfkei uit de voorlaatste ijstijd van 23 ton die kort voor Smithsons komst was opgegraven en naar beneden was gerold. Smithson wilde hem eerst niet, er moest geen middelpunt zijn, je moest kunnen verdwalen.

Om de cirkel goed te kunnen zien heb je hoogte nodig. Hoogte die de puntige heuvel ernaast biedt. Het pad slingert in een spiraal, hier wel, richting de top, het werkt desoriënterend. Het pad loopt tussen lage struikjes door, dwergmispels schijnen ze te heten. Maar het gaat hier om het uitzicht, in de eerste plaats naar de cirkel beneden. Nu pas is duidelijk dat de gekromde dijk precies dezelfde vorm heeft als de inham die aan de oeverkant is. Uitzicht ook naar het meer, nog vrediger dan van beneden. In de verte, tussen de bomen, gloort een flat. Emmen.

Hoe het werk van Smithson hier is geland, heeft te maken met zijn eigen voorkeuren, en in de eerste plaats met het festival Sonsbeek in 1971: Sonsbeek buiten de perken. Smithson deed daar aan mee op uitnodiging van Wim Beeren, op dat moment directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam en daarnaast in 1971 ook conservator van de Sonsbeek-manifestatie. Dat was tot dan toe een vrij conservatieve beeldententoonstelling geweest in park Sonsbeek in Arnhem.

Beeren brak daarmee. Hij koos radicaal voor de meest hedendaagse kunst: tekstwerken, land art en conceptuele kunst, internationaal bovendien. Vrijwel alle kunstenaars wezen het negentiende-eeuwse landschapspark in Arnhem af als locatie omdat het technisch gezien al een aangelegd park wás, een kunstwerk dus. Het hele land moest en kon betrokken worden. In een dorpje achter de dijk in Noord-Groningen was bijvoorbeeld één grote foto te zien van een werk dat Richard Long op Schiermonnikoog in het duinzand had gemaakt.

Met een informatie- en communicatienetwerk met telefoons en telexen in provinciehoofdsteden had iedere geïnteresseerde toegang kunnen krijgen tot de kunstwerken, maar die opzet bleek niet alle doelgroepen te bereiken. Het NOS Journaal sprak van ‘een molshoopachtige tentoonstelling’. Volkskrant-criticus Lambert Tegenbosch omschreef het dertig jaar later als een conceptloze manifestatie. Een opgeblazen versie van ‘wat al enige jaren in de musea en de tijdschriften te zien was geweest. Hele hete soep, maar van oude kluiven’.

Smithson interesseerde zich voor entropie, onvoorspelbaarheid en onzekerheid

Een groot deel van de kunstenaars was immers al in 1969 te zien geweest bij de tentoonstelling Op losse schroeven in het Amsterdamse Stedelijk, een expositie die, zo meldt de catalogus, uitging van ‘verstoorde relaties’. Robert Smithson was een van de 34 deelnemers. Hij toonde foto’s van een installatie van spiegels met gele aarde, uitgevoerd in datzelfde jaar in de omgeving van Heerlen.

hetzelfde werk in 2021 © Land Art Contemporary / Holt/Smithson Foundation, Licensed by VAGA at ARS, New York

Robert Smithson was geboren in 1938 en groeide op in Rutherford, New Jersey, op nog geen twintig minuten van New York City. Al jong was hij geïnteresseerd in de natuur en in kunst, zijn vader bouwde een speciale ruimte in de kelder voor zijn reptielen, slangen en fossielen. Op zijn zestiende kreeg hij een beurs voor de Art Students League in New York, een prestigieuze kunstacademie. Na het leger (waar hij de posters en muurschilderingen maakte) en zijn huwelijk met kunstenaar Nancy Holt in 1963 begon hij rond 1966 met het maken van excursies over verlaten industriële terreinen en verlaten steengroeves.

Met museumkunst had hij weinig. ‘Visiting a museum is a matter of going from void to void. Hallways lead the viewer to things once called “pictures” and statutes’, zo klaagde hij in Some Void Thoughts on Museums, een tekst die hij in 1967 publiceerde. In datzelfde jaar verscheen A Tour of the Monuments of Passaic, New Jersey in Artforum. Een monumentale tekst vol fictiecitaten waarin Smithson de lezer meeneemt op een reis per bus en te voet langs de oever van de rivier de Passaic, in de buurt van zijn geboortegrond. Voordat hij in de bus stapt, koopt hij het boek Earthworks, een dystopische roman uit 1965 waarvan hij de titel leende voor zijn kunst. In de krant ziet hij een ‘blurry reproduction’ van een allegorisch landschap van Samuel F.B. Morse, en vanaf dat moment gaat zijn verhaal vooral over reproducties en verval. Smithson beschrijft hoe hij uitstapt bij het eerste monument: de brug over de rivier. Hij pakt zijn Instamatic-camera en probeert ondanks het felle licht een goede foto te maken. Over de brug lopen voelt alsof hij over een enorme foto loopt, de rivier stroomt onder hem als een film met enkel wit beeld.

Langs de rivier ziet hij meerdere monumenten, de foto’s bij het artikel laten zien wat hij daarmee bedoelt: er is het Great Pipes Monument, met een lange rioleringsbuis dwars over het beeld, er is een Fountain Monument: Side View en Bird’s Eye View, (een rij van zes buizen die direct op de rivier lozen) en het magistrale Sand-Box Monument (Also Called The Desert). Dat laatste deed hem denken aan het verdwijnen van hele continenten, oceanen die zouden opdrogen. Verval is onomkeerbaar, in de ogen van Smithson, entropie, onvoorspelbaarheid en onzekerheid vond hij enkele van de interessantste verschijnselen. Door die te fotograferen of filmen zouden we de illusie hebben dat ze nog wat langer zouden bestaan, maar uiteindelijk zou ook de (fotografische) film tot stof vervallen.

Oorspronkelijk wilde Smithson voor Sonsbeek 1971 een modderstroom laten lopen vanaf de Pietersberg of in de Biesbosch. In Rome had hij in 1969 een gitzwart asfalt uitgestort in een steengroeve. Dat zag er spectaculair uit, maar zoiets was Beeren te duur. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar toen Smithson in 1970 voor het eerst de zandafgraving bij Emmen zag, was het een ruige plek, vol graafmachines en buizen. Dat vond hij goed, het moest vooral niet te pittoresk zijn of aangeharkt. ‘Holland is so much an earthwork in itself’, vond hij. Er moest nog wat te kneden zijn.

In twee weken groeven en schoven de familieleden De Boer van het zandbedrijf het Earthwork in elkaar. Foto’s maken duidelijk dat het in de loop van de tijd aanzienlijk is veranderd. Waar de randen van de cirkel in 1971 nog strak bepaald werden door piketpaaltjes, zijn het nu wat schuine, haast organische randen – begin jaren tachtig, toen Sonic Youth langskwam, was het waterniveau in de afgraving zo gestegen dat de landtongen onder water kwamen te staan. Het zand is toen opgehoogd. De kei bleef liggen, en lijkt daardoor nu dus minder groot.

Fotografie en film was voor de vaak praktisch onbereikbare landschapskunstwerken essentieel. Smithson wilde samen met Holt een film maken over en rond het werk in Emmen. Het script van het commentaar is bewaard gebleven. Zo begint het met een tekst die ‘in English with Dutch accent’ moet worden uitgesproken, waarin het gaat over de ijstijd, een cyclus die in water en aarde verdwijnt, ‘turning treads, turning wheels, turning reels’. Bij het veertigjarig jubileum, tien jaar geleden, werd de film eindelijk voltooid, hij is nu te zien in een schuur bij de ingang van het terrein. Ook in muziek werd het werk vereeuwigd. Al in 1980 trad Fischer-Z op bij Broken Circle/Spiral Hill, de band Skik nam er in 1997 de clip op voor het nummer Op fietse, en Lee Ranaldo maakte meerdere nummers over het werk van Smithson.

Zelf zou de kunstenaar dat niet meer meemaken. Robert Smithson overleed in 1973 bij een helikopterongeluk bij zijn derde earthwork, de Amarillo Ramp in Texas. Het werk is een rondlopende dijk waarmee je zo’n drie meter boven het maaiveld uitkijkt. Smithson had nog wat foto’s willen maken van bovenaf.

Vanwege het vijftigjarige jubileum is Broken Circle/Spiral Hill in 2021 een aantal weekenden te bezoeken. Voor informatie: brokencircle.nl