De wet krijgt in het confuciaanse China steeds meer betekenis

Een lange adem voorwaarts

China wordt traditioneel geregeerd volgens de confuciaanse leer, waarin de overheid als vanzelfsprekend boven de wet staat. Toch kunnen vooral de provinciale en lokale machthebbers steeds moeilijker om de wet heen.

PEKING – Het staat bij geen enkel reisbureau op het programma, maar voor de bezoeker die razendsnel wil begrijpen hoe China traditioneel wordt geregeerd, is een omweggetje door de stinkende stegen bij Pekings Zuidstation heel verhelderend. Daar wachten voor de roestige hekken van het hoogste justitiële petitiekantoor het hele jaar door honderden haveloze paupers op het hoogste besluit over hun juridische misère.

Shangfang heet dat: een benevolent geachte hoge autoriteit smeken om confuciaanse genade. Bij lagere overheidsinstellingen en rechtbanken kregen ze nul op het rekest, dus reizen ze naar de hoofdstad in de hoop op een Salomonsoordeel. Ze wonen in kartonnen dozen, koken hun eten in conservenblikjes en zijn allemaal gewapend met vuistdikke dossiers. Sommigen zitten er al maanden. Anderen jaren. Veelal vergeefs. Zo gaat dat al duizenden jaren.

Voor een nog diepere duik in het klassieke China is een onderhoud met de directeur van dit petitiekantoor een aanrader. Want hij is de keizerlijke mandarijn in een modern jasje. Hij is dan wel uitgerust met de onvermijdelijke hedendaagse communistische parafernalia van de macht – pak sigaretten binnen handbereik, zwart geverfd haar en de sinistere zwarte geblindeerde Audi beneden op de parkeerplaats – maar verder is hij net als zijn illustere voorgangers rotsvast verankerd in de tijdloze Chinese culturele en politieke constellatie die de eeuwen moeiteloos aaneenrijgt. Een vanzelfsprekende heerser over de Honderd-Oude-Namen, zoals het gewone volk hier wordt genoemd.

Buitenlanders hoeven in tegenstelling tot gewone Chinezen weinig moeite te doen om die machtige functionaris te spreken te krijgen. Wat foto’s maken en een praatje aanknopen met de ellendige paupers voor de poort bleek inderdaad meer dan voldoende om ons efficiënt en gezwind aan de magistraat voorgeleid te krijgen. Daarop volgde die onvermijdelijke toespraak die iedereen met kennis van China tot vervelens toe heeft moeten aanhoren: «Dit land is veel te groot om efficiënt bestuurd te kunnen worden en er is nu eenmaal een oneindig aantal boeren van het allerlaagste culturele niveau», doceert meneer Zhao in stentor overdrive, zoals de Chinese elite dat in dit soort gevallen schijnt te moeten doen. «Dat is altijd zo geweest. Dat weet iedereen. Die massa’s moeten met vaste hand worden bestuurd anders breekt er onvermijdelijk chaos uit. Hebt u soms buiten pamfletten aangepakt? Foto’s gemaakt? Dat mag absoluut niet. Papierwerk gaarne nu overhandigen en laat u maar even zien wat uw fotograaf gefotografeerd heeft.»

Maar kijk over zijn schouder en het feodale keizerrijk stopt bij de ramen van zijn kantoor. Buiten verrijzen, als overal in de stad, nieuwe wolkenkrabbers. Auto’s staan rond de klok in de file, kinderen eten zich Amerikaans kogelrond in de honderd McDonald’s in deze metropool: de symbolen van het nieuwe China zoals de wereld die graag ziet. Het land van de 21ste eeuw en de toekomst. Volgens de laatste statistieken is de economie nu al de op drie na grootste ter wereld en zal ooit zelfs Amerika worden ingehaald.

Rechtenprofessor He Weifang van de Peking Universiteit is niet bang om die spagaat recht voor z’n raap te benoemen: «China is inderdaad nog steeds dat feodale rijk, maar het heeft nu een moderne interface», zegt hij. «De economie raast door terwijl de juridische en politieke cultuur blijft steken in de oudheid.» Volgens He heeft de partij ondanks alle revolutionaire retoriek van de afgelopen halve eeuw daar tot nu toe helemaal niets aan kunnen veranderen: «De Qing-dynastie probeerde zich eind negentiende eeuw al te moderniseren, maar iedere poging daartoe liep onvermijdelijk vast in de traditie en de geschiedenis. En zelfs Mao met zijn Culturele Revolutie is daar niet in geslaagd. Zodra die was afgelopen was het weer het oude China dat de kop opstak.» Geschiedenis en cultuur zijn in China drijfzand waarin iedere voortgang vanzelf vastloopt.

China wordt traditioneel geregeerd door een versimpelde en verstarde vorm van het toch al rituele confucianisme. De machthebbers pasten de leer voor eigen comfort en veiligheid stevig aan. Zo werden bijvoorbeeld gedeelten van het gedachtegoed van de confucianist Meng Zu (372-289 voor Christus), waarbij grenzen aan de macht worden gesteld, gemakshalve uit de staatsleer gehouden. In die opgekuiste versie waren de keizer en zijn ambtenaren oppermachtig. Hij is de wijze filosofenkoning en de ultieme top van de piramidale opbouw van het land. De heerser en opperpriester over alles onder de zon, of het nu politiek, religieus of cultureel is. Ambtenaren hebben hun eigen vanzelfsprekende plaats binnen die opbouw op grond van hun hooggeachte moraal.

Hiertegen in opstand komen is niet minder dan een misdaad tegen de natuurlijke orde der dingen, iets waar de communistische partij na de machtsovername in 1949 mee te maken kreeg. «Vooral Mao verzette zich aanvankelijk, maar uiteindelijk werd de partij niet anders dan een nieuwe dynastie», zegt Yu Ping, een China-onderzoeker van de rechtenuniversiteit van New York. «China kreeg nieuwe keizers.»

Zo stortte bijvoorbeeld de voormalige partijleider en president Jiang Zemin zich tijdens de frequente watersnoodrampen met overgave op oeroude rituele taken. Als een soort Jezus strekte hij zijn armen uit over het wassende water en riep hemelse genade af over het gemartelde land. Hij was dan misschien officieel een atheïstische communist, maar voor de traditie was hij niet minder dan keizer en hogepriester. «Of hij daar zelf in gelooft zullen we wel nooit te weten komen», zegt schrijver Yu Shicun, «maar als het volk er wat aan heeft, is het doel bereikt.»

Volgens een andere schrijver, Mo Yan, zal ooit duidelijk worden dat het communistische regime niet meer is geweest dan een storm over een grasvlakte. «Indrukwekkend zo lang het duurt, maar uiteindelijk zal blijken dat er helemaal niets is veranderd. Het eeuwige China heeft onder het communisme altijd kunnen voortbestaan.» Daar lijkt ook de moe geregeerde communistische partij al lang van doordrongen te zijn. De woorden «revolutie» en «socialisme» komen in iedere belangrijke speech nog steeds vroom aan de orde, maar het is met een duik in de tradities waarmee partijleider en president Hu Jintao uiteindelijk de geschiedenisboeken wil halen, en wel door middel van zijn nu al befaamde «Harmonieuze Samenleving», een confuciaans poldermodel. Een maatschappij waarin een ieder zijn natuurlijke plaats weet en door de goede zorgen van de rechtvaardige overheid zal worden beschermd tegen corruptie, uitbuiting en conflicten zoals die in de huidige dolgedraaide kapitalistische (onharmonieuze) tijden bestaan. Zónder een onafhankelijk juridisch systeem, welteverstaan. Want de overheid is de natuurlijke en goedwillende heerser. Ondenkbaar dat die door een zelfstandig orgaan gecontroleerd en bijgesteld zou kunnen worden.

Professor Tang Yijie van de Peking Universiteit noemt Hu Jintao’s Harmonieuze Samenleving «geïdealiseerd feodalisme»: «Idealen die geen politieke veranderingen teweegbrengen maar wel door machthebbers kunnen worden gebruikt als window dressing», schrijft hij in een kritisch essay over Hu Jintao’s toekomstvisie. «Het is niet meer dan een fantasie.»

De partij en veel enthousiaste intellectuelen laten zich door deze sobere mening echter niet van de wijs brengen. Ieder jaar wordt de verjaardag van Confucius weer iets feestelijker gevierd en zijn filosofie wordt met de dag relevanter geacht. Zo beargumenteren Jiang Qing, een modieuze denker uit het zuidelijke Shenzhen, en Kang Xiaoguang, een politiek adviseur van de voormalige premier Zhu Rongji, dat niets anders dan de oeroude Chinese filosofie het principe moet zijn voor het leiden van de natie.

Daar zouden internationale mensenrechtenorganisaties niet blij mee moeten zijn, maar Mickey Spiegel van het Amerikaanse Human Rights Watch kijkt er toch opvallend laconiek tegenaan. «Het betekent helaas een toename van rule by law in tegenstelling tot de rule of law waar het uiteindelijk naartoe zou moeten», zegt ze. «Maar dat is even niet anders. De huidige nadruk op rechtvaardig regeren levert in ieder geval wel op dat de lokale overheden door Peking steeds beter in de gaten gehouden worden.»

Daarbij wordt steeds meer gebruik gemaakt van het juridisch systeem. Want hoewel de centrale regering zelf ver boven de wet staat, als wapen om het gedrag van de provinciale en lokale machthebbers in te dammen werkt het uitstekend. «Voor het eerst in de geschiedenis wordt het grote Chinese achterland min of meer onder wettelijk gezag gebracht», zegt Yu Ping van de rechtenuniversiteit van New York. «Dat is heel wat. Tien jaar geleden konden de lokale overheden de wet simpelweg naast zich neerleggen, maar nu staan ze onder gigantische druk.»

De mentaliteitsverandering die dit onder het volk teweegbracht, is duidelijk te merken bij de rechtzoekenden voor het hoogste justitiële petitiekantoor in Peking. Smeekten zij tot voor kort nog gedwee de genade van de machthebbers af, nu schreeuwt meneer Xu in zijn rolstoel behangen met plakkaten dat China een gruwelijke dictatuur is. «De vragenden worden langzamerhand de eisenden», zegt Mickey Spiegel. «En dat is werkelijke vooruitgang.»

Maar hoe dat tot werkelijke democratie kan leiden met een overheid die als vanzelfsprekend boven de wet staat, blijft onduidelijk. Dat is een kwestie van heel lange adem. Yu Ping ziet licht aan het eind van de tunnel. Ook Taiwan en Zuid-Korea zijn confuciaanse samenlevingen. In nauwelijks tien jaar veranderden zij van bijna fascistoïde naties in florerende democratieën. «Lokale verkiezingen en een steeds onafhankelijker rechtssysteem knaagden daar aan de eens onaantastbaar geachte positie van de overheid», zegt hij, «en uiteindelijk zakte het geheel toch nog onverwacht ineen. Op de lange termijn ben ik over China dan ook behoorlijk optimistisch.»

Professor He Weifang van de Peking Universiteit heeft hier wat twijfels over: «Als we nu heel hard ons best doen, laten we dan over twintig jaar maar weer eens praten. Wat er in ieder geval nodig is om democratie te bereiken is een splitsing in de partij. Twee facties met verschillende agenda’s die elkaar openlijk in de haren vliegen. Maar of dat er ooit van gaat komen? Hoe dan ook, dit land zal nooit op de VS of Europa gaan lijken.» l