China’s handelsverdragen

Een Lange Mars

Het is twijfelachtig of China’s handelsverdragen met de VS en de EU bijdragen aan politieke hervormingen.

PEKING 1994 - Warren Christopher heeft nog geen voet aan land gezet of de Chinese politie zet twaalf dissidenten achter slot en grendel. Christopher, op dat moment minister van Buitenlandse Zaken in Bill Clintons eerste regering, is op bezoek om de Chinese mensenrechtensituatie tegen het licht te houden. Deze beoordeling behoort tot het jaarlijkse ritueel om te bepalen of de status ‘meest begunstigde handelsnatie’ voor China vernieuwd kan worden. Ziedend van woede eist Christopher per ultimatum de vrijlating van de twaalf voor hij uberhaupt zijn hotelkamer zal verlaten. Een paar uur voor het verstrijken van dat ultimatum vraagt een journaliste aan een ontspannen Chinese woordvoerder of hij zich geen zorgen maakt om de profijtelijke handelsstatus met de VS te verliezen. De voorlichter lacht om die vraag: «Jullie Amerikanen zijn vreemde types. Jullie doen de dingen op jullie manier en dat doen jullie al tweehonderd jaar. Wij Chinezen doen de dingen op onze manier en dat doen we al vierduizend jaar.» Hoe breng je China op andere gedachten? De westerse wereld heeft het definitief opgegeven om met economische druk de verslechterende Chinese mensenrechtensituatie te willen verbeteren. Drie weken geleden ging het Amerikaanse Congres akkoord met het aangaan van «permanent normale handelsbetrekkingen» met het communistische China. Een historisch besluit, waarmee de democraat Clinton het werk afmaakt dat zijn republikeinse voorganger Richard Nixon begon tijdens zijn roemruchte China-reis in 1972. De jaarlijkse beoordeling van de mensenrechten is nu niet meer vereist waardoor de minister van Buitenlandse Zaken van het machtigste land ter wereld niet meer hoeft te dreigen dat hij op zijn hotelkamer blijft. Een week voor de Amerikaanse beslissing bereikte de Europese Unie eveneens een akkoord met Peking over verregaande vermindering van de handelsbarrières. Met deze akkoorden kent de weg naar het door Peking zo felbegeerde lidmaatschap van de World Trade Organisation (WTO), deze herfst, geen horden meer. Na vierduizend jaar isolement behoort China dan definitief tot de rest van de wereld. In de ogen van de westerse wereld deugt het communistische en repressieve China nog altijd niet. Maar de Verenigde Staten en de Europese Unie zijn van mening dat ge ïntensiveerde handel tot een verspreiding van westerse producten leidt en daarmee tot een opgang van westerse waarden als vrijheid en democratie. In Taiwan en Zuid-Korea leidden economische liberaliseringen ook tot politieke liberaliseringen. Daarnaast, zo verdedigde Clinton zijn wetsvoorstel, vraagt een rijkere middenklasse automatisch om meer zeggenschap waarmee de basis voor democratie is gelegd. Volgens de EU en de VS geven de handelsverdragen de hervormers een steun in de rug ten opzichte van de nog immer machtige conservatieven en vormen de verdragen een consolidatie voor de al in gang gezette hervormingen. Kortom: geen confrontatie of vervreemding, maar handel, samenwerking en een 'constructieve dialoog’ zullen de Chinezen tot andere inzichten brengen. «Misschien werkt het zo, misschien niet. Niemand die het weet», zegt Mike Jendrzejczyk, directeur van de afdeling Azië van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. «Maar vast staat dat we nu geen enkel middel meer hebben om druk uit te oefenen op het regime dat de grootste schender van mensenrechten ter wereld is.» Eigenlijk heeft Jendrzejczyk geen tijd voor een gesprek; sinds de verdragen werden gesloten heeft hij het te druk met lobbyen in Washington. Human Rights Watch is volgens Jendrzejczyk 'zeer bezorgd’ en ook 'zeer kwaad’ op het 'geldbeluste Westen’. Jendrzejczyk: «Wij vinden dat China eerst een goed mensenrechtenbeleid moet voeren, dan pas kunnen de VS en de EU onbelemmerd handel drijven. In 1994 begon Clinton met het ontkoppelen van mensenrechten en handel, en de situatie is er sindsdien bepaald niet beter op geworden. Nu wordt die stap verder doorgetrokken en welke garantie is er dat de Chinezen de mensenrechten nu wel ter harte nemen? Wij vrezen het ergste.» Op zich juicht Jendrzejczyk Chinese toetreding tot de 136 landen tellende WTO toe omdat het China dwingt zich aan internationale regels te houden die ook de omgang met Chinese onderdanen betreffen. «Maar het gaat niet vanzelf», voegt Jendrzejczyk eraan toe. «Je moet ze dwingen.» Naast het verlenen van de permanente normale handelsstatus stemde het Congres in met een commissie die de Chinese mensenrechtensituatie onderzoekt en daarover rapporteert. In ferme taal verwierp China dat idee onmiddellijk, met de verwijzing dat het een arrogante inmenging in de binnenlandse aangelegenheden vormde die een 'gezonde en soepele’ (handels)relatie in de weg zou staan - precies waar het de Verenigde Staten allemaal om begonnen was. Ook Jendrzejczyk moet niets van die commissie hebben. Jendrzejczyk: «Het is een wassen neus. Rapportage is niet genoeg; er moet ook gestemd worden over de rapporten wil het enig politiek effect hebben. Nee, hoe je het ook wendt of keert, we have no stick to beat the beast.» Ondertussen heeft de mensenrechtensituatie in China dit jaar een nieuw dieptepunt bereikt. Deze week verschijnt het Amnesty International Jaarboek 2000, en het oordeel over China is hard: «In 1999 vonden de ernstigste en breedst opgezette strafexpedities plaats tegen vreedzame andersdenkenden in China in de afgelopen tien jaar. De mensenrechtensituatie verslechterde zienderogen.» Dissidenten, vakbondsleiders en aanhangers van religieuze en spirituele groeperingen worden hardhandig onderdrukt. Martelingen en mishandelingen zijn volgens Amnesty 'aan de orde van de dag’ en de Chinese autoriteiten kennen veelal een 'schaamteloze minachting’ voor de wet. De bevolking van de autonome regio’s Tibet en Xinjiang, waar de islamitische Oejgoeren leven, wordt stelselmatig en op grove wijze onderdrukt. In 1999 nam China 1077 van de 1813 wereldwijde executies voor zijn rekening - een cijfer dat is gebaseerd op officiële getallen die volgens experts minstens met een factor drie vermenigvuldigd moeten worden. Eerder dit jaar velde de Human Rights Watch een soortgelijk oordeel als Amnesty. Er zijn ook lichtpunten, zoals het streven naar juridische hervormingen, maar deze worden volgens Human Rights Watch overvleugeld door het «in hoge mate gepolitiseerde rechtssysteem». Niettemin besloten de Europese Unie en de Verenigde Staten hun handelsbetrekkingen steviger dan ooit aan te halen. «Een wijs besluit», stelt Willem van Kemenade, hoogleraar aan de Chinese-European International Business School te Sjanghai en voorheen NRC Handelsblad-correspondent. Op het moment dat Van Kemenade, die al jaren in China woont en werkt, door een krakende en gierende telefoonlijn zijn visie uiteenzet, zit minister Brinkhorst van Landbouw in een vliegtuig - op weg naar China, met een handelsmissie als gezelschap. Van Kemenade gaat Brinkhorst en de dertig Hollandse herenboeren bij aankomst briefen over het hedendaagse China. Van Kemenade: «Zo'n handelsmissie is beter dan alle andere opties. Want hoe meer je de Chinezen onder druk zet, hoe meer ze zullen terugvechten. Dat hebben we nu wel gezien, dacht ik zo. Het zit in hun cultuur, in hun traditie.» Voorstellen die de D66'er Peter Ras onlangs deed op de opiniepagina van de NRC om China «in het gareel» te krijgen door een «EU-ultimatum» te stellen, wijst hij lachend van de hand. Van Kemenade: «Een ultimatum? Man, de Chinezen flikkeren je het raam uit voordat je je zin hebt kunnen afmaken! Een westerse, confronterende inmenging in het Chinese mensenrechtenbeleid heeft averechts gewerkt. Je krijgt er geen dissidenten mee vrij, integendeel.» Maar hoe moet het dan wel? Van Kemenade pleit voor bilaterale commissies waar op discrete wijze gesproken wordt over naleving van bijvoorbeeld het VN-verdrag inzake Politieke en Burgerrechten. China moet dat overigens nog ratificeren, net als de VS die het niet eens getekend hebben vanwege het verbod op de doodstraf. Van Kemenade: «Ik maak me geen illusies dat daarmee het beleid van de afgelopen vierduizend jaar onmiddellijk wijzigt, maar het is zeker beter dan China publiekelijk aan de schandpaal te nagelen.» «Engelse of Chinese thee?» vraagt DuoDuo. Conform het stereotype van de gevluchte dichter en denker woont hij in een schamel flatje in een verre buitenwijk. DuoDuo, pseudoniem van Shizheng Li, verdiende in China zijn geld als journalist. Maar na zijn openlijke kritiek op de slachting op het Tienanmenplein in 1989 werd het hem te heet onder de voeten. Hij vluchtte naar Europa en woont sinds acht jaar in Nederland. DuoDuo, zichtbaar geërgerd: «Het Westen is als een puber: het moet en het zal precies gebeuren zoals jullie het willen en dan ook nog eens nú. Misschien werkt dat voor Kosovo of Irak, maar niet voor China. Jullie Nederlanders zijn open, internationaal, rationeel, praktisch, pragmatisch. Jullie denken snel: het verleden telt niet meer. Maar voor Chinezen leeft het verleden veel langer. Het is voor ons van vitaal belang vast te houden aan onze cultuur, ons verleden en onze traditie. Wij kunnen niet zomaar onze eeuwenoude, diepgewortelde en diepdoorleefde cultuur veranderen omdat jullie dat willen.» Laat één ding duidelijk zijn, stelt DuoDuo, mensenrechten zijn universeel en moeten dus ook voor Chinezen gelden, ongeacht welke eeuwenoude cultuur of welke hedendaagse situatie dan ook. Chinezen willen dat ook, zelfs enkele vooraanstaande leiders. DuoDuo: «Maar ook ik ben veranderd. Toen wij intellectuelen elf jaar geleden op het Tienanmenplein stonden, eisten we per onmiddellijke ingang democratie, vrijheid en openheid. Maar wij zijn wijzer geworden: China heeft tijd nodig. Veel meer tijd.» Want wat DuoDuo in die elf jaar leerde, was dat idealen niet altijd samengaan met de politieke realiteit. «De gewone mensen, voor zover die in China bestaan - want China is vreselijk groot en veelzijdig - haten de communisten vanwege hun onderdrukking. Maar tegelijkertijd wantrouwen ze de democratische bewegingen. Raddraaiers zijn het in hun ogen, onruststokers die alleen maar uit zijn op eigen gewin. De meeste mensen hebben iets meer welvaart dan vroeger en dat laten ze zich niet zomaar afpakken. Daarnaast: China was vierduizend jaar oppermachtig en hoefde met niemand rekening te houden. Honderdvijftig jaar geleden veranderde dat en vormden de Britten en de Japanners een bedreiging. Ook vandaag voelen veel Chinezen zich in zekere zin een kolonie van het veel rijkere Westen. Het communisme, hoewel een Europese uitvinding, gaf China weer een sterke en centraal geleide staat. En hoe groot zijn misdaden ook waren, Mao gaf China weer trots. Ook dat willen de mensen niet opgeven.» Wie dit overgangsproces forceert, zegt DuoDuo, riskeert chaos en (burger)oorlogen. De westerse remedie is dan schadelijker dan de kwaal. Die chaos en zelfs burgeroorlogen zijn niet denkbeeldig. De handelsverdragen en toetreding tot de WTO leiden tot het verdwijnen van de draconische protectionistische maatregelen van China. Door de globale concurrentie zal de toch al niet geringe Chinese werkloosheid schrikbarend toenemen. Sommige analisten (The New York Times) verwachten honderd miljoen rondtrekkende werklozen die op zoek gaan naar werk. Een instabiele situatie. Opstanden worden door vooraanstaande sinologen niet uitgesloten. Neem de landbouw, waarin zo'n zeshonderd miljoen mensen werken. De grote Amerikaanse landbouwbedrijven kunnen veel efficiënter en kwalitatief veel hoogwaardiger graan en rijst produceren dan al die miljoenen kleine Chinese boeren met hun akkertjes en buffels. Zelfs de extra transportkosten wegen niet op tegen de Chinese inefficiæntie. Vele Chinese boeren zullen hun heil elders moeten zoeken. Of neem de auto-industrie. Op de import van buitenlandse auto’s rust momenteel honderd procent importheffingen en die worden krachtens het Amerikaanse handelsakkoord verlaagd naar 25 procent. De Chinese welvaart groeit, en velen willen liever de chiquere buitenlandse auto’s kopen dan de Chinese. Volgens The Washington Post kan slechts een van de 120 Chinese autofabrieken de globale competitie aan: een joint venture met Volkswagen AG. De andere zullen verdwijnen, inclusief de miljoenen arbeidsplaatsen. Naast groeiende werkloosheid zullen ook de arbeidersposities verslechteren. De concurrentieslag met de westerse fabrieken (die veelal veel betere arbeidsomstandigheden bieden dan hun Chinese evenknieën) zal na toetreding tot de WTO over de ruggen van de Chinese werknemers gevoerd worden. Er zijn immers genoeg werklozen die zich zullen aanbieden. Nu al zijn de arbeidsomstandigheden schrijnend. De schoenenindustrie is berucht: werkweken van tachtig uur of meer die doorgebracht worden in kale fabriekshallen doordesemd met lijmdampen zijn geen uitzondering. Tienduizenden jonge werknemers zullen verder moeten leven met door giftige gassen aangetaste hersenen. Op de lange termijn valt te verwachten dat meer en betere arbeidsplaatsen door de ge ïntensiveerde handel geschapen worden - de Amerikaanse vakbonden hadden niet voor niets grote bezwaren tegen de akkoorden - maar de vraag is of de weg naar het beloofde land niet te lang is. Want niet alleen de op drift zijnde werklozen kunnen de machtsbasis van het huidige regime aantasten. Veel staatsbedrijven (Van Kemenade: «Eén grote kleptocratie») zullen het loodje leggen, en de directeuren, lid van de Communistische Partij, zullen niet zonder slag of stoot hun kip met gouden eieren laten slachten. De hervormingsgezinden wacht een flinke strijd met hun door hebzucht gemotiveerde partijgenoten. De beruchte kloof tussen de Chinese kustprovincies en het platteland zal daar ook niet kleiner van worden. De kustprovincies zullen veel eerder en veel meer profiteren van de groei in handel die toetreding tot de WTO met zich meebrengt dan de onderontwikkelde provincies - als zij de kaalslag van de eerste golf van gevolgen al te boven zijn gekomen. Grote migratiegolven met alle daarbij behorende spanningen zijn het gevolg. China wacht dus een turbulent en instabiel decennium. President Jiang Zemin is daardoor meer dan ooit geobsedeerd door «sociale stabiliteit», zoals dat in partijjargon heet. En dat betekent verregaande repressie van alles wat zich niet onder de vleugels van de communistische moederpartij schaart. Peking heeft immers in het verleden bewezen angst en onrust met onderdrukking en geweld te beantwoorden. Recente berichten tonen nu al dat Peking de hakken in het zand zet. Zo meldt de Volkskrant de lancering van twee ideologische campagnes, het opleggen van nieuwe straffen voor de dissidente pers en een aanvulling van de zwarte lijst met intellectuelen die politieke hervormingen nastreven. Voorlopig dragen de handelsverdragen met de VS en de EU allerminst bij aan politieke hervormingen. Toch is Shi Huiye, vice-directeur-generaal van het Internationale Departement van de Chinese Communistische Partij, optimistisch. Shi spreekt vloeiend Nederlands. Hij doet als ambtenaar in de op een na hoogste afdeling van de Chinese ambtelijke hiërarchie vooral onderzoek naar internationale vraagstukken. Shi benadrukt dat hij geen offici æle zegsman is maar eerder adviseur. Shi: «Hervormingen zijn broodnodig in China en de huidige akkoorden zijn juist een steun in de rug voor hervormers. Uiteraard ziet de partijtop heel goed welke gevaren eraan verbonden zijn. Maar dat toch voor verdergaande economische hervormingen wordt gekozen geeft juist aan dat de hervormers stevig in het zadel zitten en veel vertrouwen in de toekomst hebben. Wij zijn al twintig jaar bezig met hervormingen, en echte tegenstanders zijn er niet meer. Stap voor stap zijn wij op deze doorbraak voorbereid en de handelsakkoorden zullen China en de rest van de wereld alleen maar goed doen.» Eén ding steekt Shi: «De ontkoppeling van mensenrechten en handel is nog altijd niet volledig. Want het Westen is hypocriet, en op arrogante en achterbakse wijze proberen jullie de kwestie van de mensenrechten te misbruiken om China economisch klein te houden. Handel: prima. Dialoog: graag. Maar dan wel op een eerlijke manier. Waarom voeren jullie onbekommerd handel met landen waarvan internationale, onafhankelijke mensenrechtenorganisaties zeggen dat de situatie veel slechter is zonder ook maar ë ën woord vuil te maken aan mensenrechten?» Shi windt zich op: «Wat jullie niet willen zien is dat China ook wil werken aan een betere mensenrechtensituatie, maar dan wel op onze manier en in ons tempo. Wat hebben opgelegde hervormingen voor zin als China er nog niet klaar voor is?»