Een lange tocht naar Tipperary

Donal Ryan verbijstert zijn lezers © Anthony Woods

Tot nog toe was Donal Ryan (1976) in zijn romans en verhalen vooral in zijn vaderland gebleven. Zijn voor vele prijzen genomineerde debuut The Spinning Heart (2013) – aanvankelijk door 47 uitgevers afgewezen – liet vanuit meer dan twintig personages zien hoe de financiële crisis na 2008 in het stedelijke en landelijke Ierland had huisgehouden. De county Tipperary in Oost-Ierland is Ryans literaire oerlandschap. Maar in zijn nieuwe roman, Over een vlakke, kalme zee, valt het vreemde buitenland meteen binnen.

‘Farouk’ heet het eerste deel van de roman, die ogenschijnlijk uit drie losse novellen en een zeer verrassend slotakkoord bestaat. Farouk is een Syrische arts met vrouw en kind. De oorlog komt steeds dichterbij en er zit niets anders op dan te vertrekken. Ondanks alle aarzeling en angst wordt het drietal bootvluchteling. Ze betalen veel geld en moeten in het ruim van een niet al te grote boot zitten die de Middellandse Zee op vaart, maar zonder bemanning. Dat die ontbreekt, ontdekken de bedrogen bootvluchtelingen te laat, als er een storm opsteekt, met alle gevolgen van dien: ‘Buitenlandse marineschepen en reddingsboten patrouilleerden dag en nacht om het geweten van regeringen te sussen.’ Farouk spoelt ergens in Europa aan, zijn vrouw en dochtertje verdrinken, maar in het vluchtelingenkamp dringt dat niet echt tot Farouk door. Einde novelle.

Daarna brengt Ryan de lezer in de volgende novelle, ‘Lampy’, naar het platteland rond Limerick. Lampy is ook gestrand, dat wil zeggen, hij zit na zijn middelmatige middelbareschooltijd vast in zijn dorp omdat hij zijn ambities niet kan waarmaken: naar Canada emigreren of Engels of journalistiek studeren. Hij woont bij zijn grootvader en moeder. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Hij verdient wat geld als manusje-van-alles in de plaatselijke zorginstelling, willig instrument van bezuinigers. Als chauffeur van een busje brengt hij oudere, zorgbehoevende bejaarde Ieren naar therapie en elders. Lampy is ook nog eens vastgelopen in de liefde en heeft daarom niet altijd zijn volle aandacht bij zijn werk, zeker niet wanneer het nieuwe Mercedes-busje het op een koude winterdag met gladde weg laat afweten. Einde tweede novelle.

De 21ste-eeuwse Ieren vormen allang geen stenen gooiende ‘naakte bende’ meer

Voordat de lezer zich kan afvragen wat Lampy met Farouk heeft te maken, zit hij al in de derde novelle: ‘John’. Dat verhaal heeft de vorm van een biecht van een oude man in een afgesloten ruimte die vol berouw terugkijkt op zijn leven. Hij was een katholiek opgevoede jongen die zo ongeveer alle tien geboden heeft overtreden. Ook John heeft verlies geleden: zijn lievelingsbroer. Hij verhardt en bedondert later als ‘lobbyist’ nogal wat mensen. Als redder van kinderen komt hij net te laat, in de liefde meent hij op latere leeftijd te slagen, maar de jongere vrouw die hij als getrouwde man meent te kunnen kopen en bezitten accepteert zijn opkoopgedrag niet.

De lezer heeft nu drie novelles van elk zestig pagina’s gelezen en vraagt zich af waarom Donal Ryan Over een vlakke, kalme zee een roman heeft genoemd. De titel is dan pas deels duidelijk. Een klasgenoot van John maakte eens een kort gedicht over de Noormannen dat het waard is om hier in zijn geheel te worden geciteerd: ‘Zij kwamen gepantserd uit het oosten,/ Over een vlakke, kalme zee./ Wij, een naakte bende, gooiden met stenen;/ Zij lachten en slachtten ons af.’

Wat kan dat gedicht betekenen? Farouk kwam ook uit het (Midden-)Oosten, maar hij moest een woeste zee trotseren en verloor zijn gezin. Een bootvluchteling is geen gevaarlijke Viking, integendeel. En de 21ste-eeuwse Ieren, lid van de Europese Unie, vormen allang geen stenen gooiende ‘naakte bende’ meer. Vluchtelingen ondermijnen niet de binnenlandse economie, integendeel. Dat gedicht is een impliciete aankondiging. In het vierde deel van zijn roman, ‘Eilanden’, weet Donal Ryan namelijk de drie losse novelles heel nauw en zeer onverwacht met elkaar te verbinden. In ‘Eilanden’ drijven alle geïsoleerde personages naar elkaar toe, nee, ze botsen op elkaar, aangenaam en onaangenaam. De romanplot blijkt opeens, in één klap – die de lezer hard treft – het hoofdthema. Dat klinkt cryptisch, maar ik kan en mag plot en thema niet nader benoemen. Laat ik ermee volstaan dat Farouk in het slotdeel opduikt als arts die voorlopig werk in en om Limerick heeft gevonden en bevriend raakt met Lampy’s moeder. Verder heeft Ryan doordacht en technisch uitgekookt een beroemde Griekse mythe (ik kan écht niet zeggen welke) half in stelling gebracht om zijn lezers te verbijsteren.

Over een vlakke, kalme zee opent met een verhaal dat Farouk, vlak voor de vlucht van het gezin, aan zijn dochtertje vertelt. De frontlinie komt steeds dichterbij en vertellen blijkt een vorm van overleven. Dat gaat over bomen die met elkaar kunnen praten en schaars voedsel met elkaar delen. Ze hebben als het ware aan één woord per dag genoeg. Goede verstaanders en gewiekste lezers kunnen daar ook op teren. Wie Over een vlakke, kalme zee voor de tweede keer leest, zal merken dat Donal Ryan een schrijver is die perfect past in de rijke Ierse traditie van verhalenvertellers, van James Joyce tot en met Sebastian Barry.