Een lange weg

John Burrow
A History of Histories: Epics, Chronicles, Romances and Inquiries from Herodotus to the Twentieth Century
Penguin, 553 blz., € 42,50

Onlangs werd in de Volkskrant en Opinio een debat gevoerd over de vraag of historici een bijdrage kunnen of zelfs moeten leveren aan de discussie over de nationale identiteit. De journalisten Hans Wansink en Willem Velema – beiden afgestudeerd historicus – verweten de academische historici dat ze het publiek van zich hadden vervreemd doordat ze de vaderlandse geschiedenis hadden verwaarloosd en louter in negatieve termen over het nationale verleden schreven.

Hoewel op zowel hun diagnose als hun remedie het nodige viel af te dingen, hebben ze gelijk dat sommige historici blijk geven van een opmerkelijke smetvrees. In hun streven naar objectiviteit en wetenschappelijke precisie schrijven ze louter nog hoogst specialistische studies, die door hun collega’s alleen worden gewaardeerd als ze zijn geschreven in een kleurloze, gortdroge want ‘wetenschappelijke’ stijl. Op het vertellen van een ‘verhaal’ lijkt wel een taboe te rusten, waardoor het brede publiek zich liever wendt tot ‘vertellers’ als Geert Mak.

In zijn erudiete, prachtig geschreven geschiedenis van de geschiedschrijving maakt John Burrow duidelijk dat geschiedenis vanaf het allereerste begin – Herodotus en Thucydides – gaat om het zoeken naar de waarheid én het vertellen van een verhaal. Wie een verhaal vertelt, wil iets bereiken. Hij wil niet alleen het publiek onderhouden, hij heeft ook een boodschap.

Sinds de komst van het christendom heeft de geschiedschrijving heel vaak een sterk teleologisch karakter gehad: de geschiedenis is het verslag van de tocht die de mensheid aflegt naar een bepaald eindstation. Of dat einddoel nog in de toekomst ligt – de wederkomst van Christus of de komst van de klassenloze samenleving – of reeds bereikt is – de invoering van de parlementaire democratie – maakt niet uit. Alle feiten worden in dat ene keurslijf geperst.

Na verloop van tijd ontstond er echter een tegenbeweging. Tijdens de Renaissance werd er kritisch onderzoek verricht naar literaire bronnen en archeologische vondsten. Ook de technieken die juristen ontwikkelden om uit documenten de waarheid te destilleren, hadden grote invloed op historici. De professionalisering van geschiedenis en het kritisch bronnenonderzoek namen vooral in de negentiende eeuw een hoge vlucht, waarbij historici als Leopold von Ranke en Theodor Mommsen voorop liepen. Hoewel er steeds meer kritiek kwam op teleologische geschiedschrijving, waarbij met name iemand als Jacob Burckhardt een belangrijke rol heeft gespeeld, was geschiedenis nooit ‘waardenvrij’. De spanning tussen kritisch onderzoek en het vertellen van een verhaal met een boodschap zal nooit verdwijnen, en historici zullen altijd gedwongen zijn te zoeken naar de juiste balans.