Paul Cliteur tijdens de eerste plenaire vergadering in de Ridderzaal. 12-05-2020

Spijt van zijn tweet heeft hij niet, blikt rector Carel Stolker terug. Hij zegt vooral te betreuren dat kunsthistoricus Lieke Smits er zo veel hinder van ondervindt. ‘Zij wordt nu gedemoniseerd, kun je bijna zeggen.’ Smits was degene die de ophef rond het antisemitisme bij Forum voor Democratie ook in de Leidse Universiteit aanzwengelde met een tweet aan Stolker waarin ze hem vroeg zich te distantiëren ‘van (de ideeën van) Paul Cliteur’, omdat racisme geen gemeengoed mag zijn aan de universiteit. Een merkwaardige aanloop van het onderzoek naar hoogleraar Paul Cliteur en zijn afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap. Stolker reageerde ook weer op twitter, op 28 november om 15:34. ‘Zeker Lieke, het verwijt van een patroon van antisemitisme rond FvD is uiterst zorgelijk en raakt daarmee ook Paul Cliteur. Antisemitisme en racisme, en ook het niet-afstand nemen, zijn totaal maar dan ook totaal onaanvaardbaar. Wordt snel vervolgd.’

Volgens Stolker was de tweet – Chris van der Heijden sprak in De Groene Amsterdammer schertsend van een trumpie – geen aankondiging van een onderzoek. ‘Dat wisten we toen nog helemaal niet’, vertelt hij een paar dagen voordat hij aftrad als rector. Op 30 november, viel echter op de website van de Universiteit Leiden te lezen dat er een onderzoek kwam naar ‘de gegrondheid van beschuldigingen van antisemitisme’ bij ‘een afdeling van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid’. Stolker, die op 8 februari met pensioen is gegaan, vertelt dat het zijn verantwoordelijkheid als rector is om met de samenleving en academische gemeenschap in verbinding te staan. ‘Dat heb ik acht jaar lang gedaan.’

Paul Cliteur spreekt daarentegen van een ‘trial by twitter en een personeelsbeleid via sociale media’. Volgens hem hoorde Stolker niet een ‘criticus, of misschien moeten we zeggen, lasteraar’ onmiddellijk familiair met de naam ‘Lieke’ aan te spreken. Smits had uitgelegd moeten worden hoe het constitutionele systeem functioneert. ‘Ze had aangifte kunnen doen van een strafbaar feit.’ Het optreden van de rector zou zelfs ongrondwettig zijn. ‘De rector schrijft zelf mee aan het partijprogramma van het CDA en denkt mij te kunnen corrigeren in mijn werk als Eerste Kamerlid voor FVD.’

Van de implosie van Forum voor Democratie, in gang gezet door geluiden van antisemitisme rond Thierry Baudet en de JFVD, ondervond de Universiteit Leiden de gevolgen. Na afloop van de Cleveringarede, genoemd naar de hoogleraar die op 26 november 1940 een beroemde toespraak hield tegen het ontslag van Joodse hoogleraren, stapte het Faculteitsbestuur op de rector af. Ze maakten zich zorgen om uitspraken van Cliteur een dag eerder in Trouw. De kop van het artikel was: ‘Ik ben solidair met Baudet en zijn ideologische lijn’. Men vroeg zich af waarom Cliteur het nodig achtte zijn steun uit te spreken voor zijn voormalig promovendus.

De zaak kwam in een stroomversnelling toen GeenStijl op 28 november een artikel publiceerde met de titel ‘Het onverholen antisemitisme van Thierry Baudet - Een tijdlijn van getuigenissen’. Daarin staan een reeks antisemitische uitspraken die worden toegeschreven aan Baudet. Ook valt te lezen hoe Cliteur een aantal malen niet of halfslachtig zou hebben gereageerd op zorgen geuit door zijn (ex-)promovendi. In een van de mails schreef Yoram Stein naar Cliteur: ‘Ik schrik omdat jij niet schrikt.’

Stolker verantwoordt zijn optreden. Naast ‘signalen van antisemitisme’ rond Cliteur zelf, zou de afdeling ‘er niks mee gedaan’ hebben. ‘Daarmee wordt het een bestuurlijke vraag. Dat wilden we uitgezocht hebben.’ Hij was niet de enige met zorgen. Op 29 november werd door zestien andere hoogleraren aan de Leidse faculteit Rechtsgeleerdheid een open brief gepubliceerd ‘tegen antisemitisme, racisme en discriminatie en het bagatelliseren of normaliseren daarvan’. Het is duidelijk dat de brief (impliciet) gericht was aan Cliteur, die zich ook probeerde aan te melden, maar aanvankelijk zijn naam niet terugvond. Hij vermoedde te zijn ‘gedeplatformed’ maar kreeg te horen dat het te maken had met een ‘technische fout’. Uiteindelijk lukte het om zich aan te melden.

De volgende dag werd bekend gemaakt dat een externe commissie was ingesteld onder leiding van de jurist Geert Corstens, voormalig president van de Hoge Raad, om de aantijgingen te onderzoeken. De commissieleden werden mede geselecteerd op hun onmiddellijke beschikbaarheid. Volgens Stolker om medewerkers van de afdeling zo kort mogelijk onder het vergrootglas te leggen en hij wilde ongetwijfeld zijn opvolger niet opzadelen met een slepende kwestie. In een podcast ter gelegenheid van zijn naderende afscheid sprak Stolker over het nog ‘vastmaken van losse draadjes’.

De commissie heeft 27 (oud-)medewerkers en -promovendi van de afdeling gesproken. Het enige incident met betrekking tot antisemitisme was een herinnering van David Suurland, die aangaf rond 2008 van een student gehoord te hebben dat Baudet eens opmerkte dat ‘de Holocaust nodig was geweest om het christendom in West-Europa te redden’. Suurland bracht het incident niet onder de aandacht van Cliteur of iemand anders van de afdeling. In hun eindoordeel op 28 januari stelde de Commissie vast dat Cliteur ter zake van antisemitisme binnen het verband van de afdeling niets te verwijten viel. Daarenboven oordeelde het dat ten onrechte het aanzien van de Afdeling en daarmee ook dat van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Universiteit Leiden is aangetast.

Wie de reacties op het onderzoek op Twitter leest, ziet hoofdzakelijk twee verschillende. Het eerste kamp eist mea culpa’s van Stolker en Smits. Het tweede kamp spreekt van een ‘foponderzoek’, uitgevoerd voor de bühne.

Vragen blijven onbeantwoord. Zijn ‘signalen’ reden om een onderzoek in te stellen? En werd het principe van academische vrijheid niet geschonden? Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden, gelooft dat de ‘academische vrijheid Stolker zeer ter harte gaat’. En dat principe moet ook ‘zo ruim mogelijk’ gedefinieerd worden. ‘Maar hier lijkt me te snel naar het middel van een onderzoekscommissie gegrepen.’ Otterspeer had gehoopt op op een ‘academische oplossing’: een openbaar congres, door de faculteit georganiseerd. ‘Met een goede moderator was dat een prachtig en zinnig spektakel geweest.’ Het onderzoek an sich roept echter ook vragen op. Waarom werd er gefocust op antisemitisme? En vooral: Waarom is er niet met studenten gepraat?

Een ijzig moment was het. ‘Zei hij dat nou echt?’ was het eerste gevoel dat bij Frederique overheerste na een college van Paul Cliteur op 13 februari 2018 voor het eerstejaars vak Grondslagen van het Recht. The Fall and Rise of Blasphemy Law was het thema die dag, naar een boek van de hoogleraar zelf. Een aantal paradepaardjes van Cliteur passeerden de revue: Gods bevel om Izaäk te offeren, de Rushdie-affaire, de moord op Van Gogh, Charlie Hebdo. Aan het eind van het college kwam Cliteur tot de conclusie dat vrijheid van meningsuiting begrensd wordt door 1) theoterrorisme en 2) politieke correctheid. De tweede vormde de aanleiding voor een dubieuze uitspraak.

Frederique was bekend met de reputatie die haar hoogleraar genoot. Ze vond het ergens ook wel spannend. Hij stelde aanvankelijk niet teleur: hij bracht op een aanstekelijke manier zijn passie voor het recht over. Die dag liep dat beeld toch een smet op. Cliteur begon over de relatie die ras en IQ zouden kunnen hebben. ‘Hij noemde het absurd dat dat niet gezegd mag worden, terwijl dit wetenschap is.’ De lezing wordt door meerdere studenten die gesproken zijn bevestigd. Honderden studenten zaten die dag in de collegezaal. De aanleiding voor de uitspraak was de affaire rond voormalig prominent FVD-lid Yernaz Ramautarsing, die opnieuw in het nieuws was die week. Baudet bestempelde toen namelijk Ramautarsings uitspraken, dat verschillen in IQ tussen volkeren wetenschappelijk bewezen zouden zijn, als ‘niet racistisch’.

Op 9 februari, vier dagen voor Cliteurs uitspraak in de collegezaal, werd Baudet fel aangevallen tijdens een Parool-debat in De Balie vanwege racisme. Baudet verdedigde zich: ‘Dit staat niet ter discussie. Dat verschillende groepen verschillend scoren.’ De wetenschap waaraan de Forum-kring appelleerde – Theo Hiddema deed eerder in een Telegraaf artikel soortgelijke uitspraken – betreft The Bell Curve, een omstreden werk uit 1994 van Harvard-professor Richard Herrnstein en Charles Murray. Daarin wordt gesteld dat zwarte mensen een lager IQ hebben dan witte mensen. De auteurs vermoeden dat genen invloed uitoefenen op IQ. Het boek leidde met name in de VS tot hevige debatten, mede vanwege de omstreden methodologie. Critici stelden onder meer dat (kwaliteit van) onderwijs een belangrijke invloed heeft op IQ. De alt-right beweging verwijst graag naar het werk. The Bell Curve bevat bronvermeldingen van Mankind Quarterly, een ‘white supremacist journal’ waarin nadien figuren als Jared Taylor publiceerden.

Nu, bijna drie jaar na het college, kiest Frederique zorgvuldig haar woorden. Aan de universiteit mag het van haar broeien en schuren. Ze houdt ervan als docenten méér doen dan de vooraf bepaalde vakliteratuur presenteren. ‘Ook om mij verder te laten denken dan waar ik zicht op heb.’ Maar ze vindt dat Cliteur toen te ver was gegaan. Hij had moeten uitleggen wat hij bedoelde, meer context moeten bieden, is de teneur, ook onder andere studenten.

Bij het werkcollege van het vak, gegeven door een andere docent, kaartte Frederique samen met anderen het voorval aan. De docent leek de zaak serieus op te vatten en beloofde er melding van te maken. Maar daarna hoorden de studenten er niks meer van. Geen excuses, Cliteur kwam er niet meer op terug. Van de vakcoördinator hoorden ze evenmin.

Het verbaast haar dan ook niet dat er een onderzoek naar hem en zijn omgeving is verricht. Een gevoel dat bij meer studenten heerst, blijkt uit een rondgang. In de media wordt vaak over de afdeling gesproken als ‘boreale broedplaats’ en ze merken dat er ‘rechtse’ of ‘heel rechtse’ hoogleraren en medewerkers rondlopen. Tegelijkertijd brengt geen enkele student Cliteur in verband met antisemitisme. Studenten spreken vooral van ‘tirades tegen de islam’, en een enkele keer van aanschurken tegen (wetenschappelijk) racistisch denken.

Het incident in de collegezaal is jarenlang op internetforum Reddit te lezen geweest. Op 10 december, midden in het onderzoek, haalt rechtenstudent Maia de Quay met andere bewoordingen het incident opnieuw aan in een column in universiteitsblad Mare. De commissie deed er niets mee, of heeft het niet eens gezien.

Met een joviale glimlach komt Carel Stolker het videogesprek binnen. Iets te laat, hij dacht dat het interview op locatie aan de Universiteit Leiden plaats zou vinden. Hoewel hij vrijwel accentloos praat, onthult een licht rollende Leidse ‘r’ zijn levenslange loyaliteit. Als achtergrond heeft hij een oude prent van het Academiegebouw gekozen. Enthousiast begint hij te vertellen dat daar de grote debatten plaats vonden van de zestiende en zeventiende eeuw. Arminius tegen Gomarus. ‘Leent zich goed voor dit onderwerp!’, verwijst hij naar het thema academische vrijheid.

Tijdens zijn rectoraat is Stolker geprezen als hoeder van het praesidium libertatis. ‘Laat de bliksem inslaan en beheers zijn effecten’, sprak hij ooit. Hij rehabiliteerde Wouter Buikhuisen, de wetenschapper die onderzoek deed naar de biologische factoren van criminaliteit maar te maken kreeg met een hetze en opstapte. Dat uitgerekend hij, in de laatste maanden van zijn rectoraat, het verwijt krijgt de academische vrijheid te beknotten, lijkt een ironische speling van het lot. ‘Maar’, zo legt Stolker uit, ‘ook in Leiden zijn er grenzen aan de academische vrijheid.’

In 2017-2018 werden aan de Leidse Universiteit de grenzen van de academische vrijheid opnieuw in kaart gebracht. Ze kwamen tot drie regels: open debat moet mogelijk zijn, de fysieke veiligheid van mensen gegarandeerd en academische activiteit moet niet in strijd zijn met de wet. Bij de derde voorwaarde schuurde het volgens Stolker. ‘De universiteit werd in verband gebracht met antisemitisme en racisme. Er ontstond een chaotisch moment na de implosie van FvD. Paul had daar een onduidelijke rol in: hij trad terug maar verklaarde zich tegelijkertijd solidair met het gedachtegoed van Forum. Dus vroegen wij ons af: wat is hier precies gebeurd?’

Ook was er een precedent. Na de speech van Baudet bij de winst van de provinciale verkiezingen, waarin hij sprak over ondermijning door universiteiten, tikte Stolker Cliteur al op de vingers. ‘Toen hebben we dat intern opgelost. Een prima gesprek gehad met Paul en de decaan. We hadden dat weer kunnen doen. Of we hadden het kunnen laten gaan, dat was ook een tactiek geweest. Maar op dat moment dachten we er in het college van bestuur en het bestuur van de faculteit anders over.’

De vraag is waarom er niet voor een bredere onderzoeksopdracht is gekozen. De aanpak die Leo Lucassen in zijn column bij RTL Nieuws propageerde: volgens hem was de vraag niet of Cliteur ‘antisemiet is, maar in hoeverre hij antisemitische, islamofobe en xenofobe ideeën actief bevordert’. Die opzet had antwoord kunnen geven op de vraag: hoe ver reikt de academische vrijheid binnen de universiteit en dan met name in de collegezaal? Stolker buigt zijn hoofd iets naar voren, een argwanende frons wordt zichtbaar. ‘Het ging helemaal niet over islamofobie. Het ging over antisemitisme en het niet bestuurlijk reageren daarop. Daarom hebben we ons daartoe beperkt en meer niet.’ Het al dan niet peilen van de meningen van studenten werd volgens Stolker overgelaten aan de commissie. ‘Maar het ging over oud-promovendi, promovendi en medewerkers. Er waren in die hele onderzoeksvraag geen studenten aan de orde.’

Stolker is uit op verzoening. ‘We hadden twijfels en die hebben we uitgezocht. Ik ben blij met de resultaten van het onderzoek. Af en toe moet je als rector ook even de brandblusser zijn. Een soort zeilboot ook, die af en toe naar links en dan weer naar rechts moet hangen. Men vraagt mij: “is praesidium libertatis nog?” Absoluut. Zonder wrijving geen glans. Maar Paul is helemaal mijn man.’

‘Het eerste wat ik deed toen ik zag dat Cliteur mijn scriptiebegeleider zou worden, was een mailtje sturen naar de onderwijsadministratie of ik alsjeblieft iemand anders kon krijgen.’ Het is nu vele jaren later, Khalid weet het nog goed. De Partij voor de Dieren had kort daarvoor een voorstel ingediend om ritueel slachten te verbieden. Khalid, zelf moslim, wilde de juridische wegen verkennen waarop die praktijk mogelijk kon blijven. Had hij geweten dat Cliteur zijn begeleider zou worden, had hij wellicht een andere keuze gemaakt. Religie en het ritueel slachten van dieren, daar heeft zijn professor ook een mening over.

De onderwijsadministratie was onverbiddelijk. ‘Goed dat ik niet wist dat [hoogleraar en islamcriticus] Afshin Ellian de tweede lezer was’, zegt hij nu met een lach. De eerste paar bijeenkomsten met Cliteur en medestudenten die een soortgelijk onderwerp hadden gekozen, vielen niet mee. ‘Als het over de islam ging, ging het al snel over excessen. Vrouwenbesnijdenis. Daar voelde ik me ongemakkelijk bij.’

Even spookte de gedachte door zijn hoofd om niet zijn eigen standpunt in te nemen. Maar dat voelde toch niet goed. Het bleef evenwel een merkwaardig proces. ‘Ik moest zelfs zijn boek over dierenrechten als bron gebruiken. Ik heb zijn standpunt in mijn scriptie onderuit gehaald, terwijl hij mijn begeleider, mijn becijferaar, was.’

Het eindoordeel van Cliteur en Ellian: een 8,5. Met vlag en wimpel geslaagd. Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Yoram Stein promoveerde bij Cliteur op het belang van religie in het denken van Spinoza, een standpunt dat Cliteur allerminst deelt. Volgens studenten biedt Cliteur ruimte voor een open discussie. Daarnaast promoveerden er (ook) wetenschappers met bekroonde kwaliteit bij Cliteur. Bijvoorbeeld Bastiaan Rijpkema, die met zijn proefschrift Weerbare democratie de Prinsjesboekenprijs won. Volgens Rijpkema had hij zich geen betere promotor dan Cliteur kunnen wensen.

‘Ik kwam er tijdens onze gesprekken achter dat hij best oké was’, vervolgt Khalid. ‘Het viel uiteindelijk heel erg mee. Een man die op mij overkomt als moeilijk peilbaar, maar ik heb er respect voor dat hij mijn scriptie neutraal en objectief heeft nagekeken.’ Toch heeft hij er nog altijd moeite mee dat Cliteur, en anderen aan de rechtenfaculteit, ‘hun meningen als feiten presenteren’. ‘De invloed van extreemrechtse ideeën is voelbaar. Als dat gedoceerd wordt aan horden studenten… Dat kan niet de bedoeling zijn.’ Nu het rapport er is, toont hij zich teleurgesteld. ‘Er wordt door Forum, inclusief bepaalde lui verbonden aan de Universiteit Leiden, al jaren van alles en nog wat geroepen over Marokkanen, asielzoekers, moslims en vrouwen, zonder gevolgen. Antisemitisme ligt onder een vergrootglas in Nederland. Ik had een onderzoek met een bredere vraagstelling willen zien.’

‘Dit is het moment waar ik op gewacht heb, waarop ik eindelijk mijn verhaal kan doen’, zegt Paul Cliteur als hij op Zoom verschijnt. Hij oogt wat vermoeid maar dat doet geen recht aan zijn gemoedstoestand. ‘Dat komt door het beeldscherm. Bovendien ben ik al 65. En ik heb me niet gesoigneerd.’ Met gevoel voor relativering vertelt hij dat zijn vrouw hem nog opgedragen had ‘dat ze geen screenshots mogen maken hoor!’ Het was vreemd voor hem om opeens in de beklaagdenbank te zitten en te moeten zwijgen.

Cliteur is de eigenzinnige wetenschapper par excellence, met zijn hoge, deftige stem, elk woord zuiver articulerend. Het type dat even vriendelijk naar je glimlacht nadat hij zegt: ‘Daar klopt niets van.’ Sympathiek, maar ook niet gespeend van enig dédain. Een man die met hetzelfde gemak twee uur lang een rondleiding geeft door zijn wetenschappelijk denken, als in De Dagelijkse Standaard opmerkt: ‘We moeten weer terug naar de klassieke universiteit die de woke gekkies weet te herkennen en op een zijspoor rangeert.’

‘Heel tragisch dat de promovendi de vertrouwensrelatie met hun promotor zo hebben geschonden door hun poging mij moreel te chanteren’, zegt Cliteur. Yoram Stein vroeg hem om de overwinningsspeech van Baudet te bestuderen. ‘Ik zei: wil ik best naar kijken.’ Cliteur maakte een wandeling met Stein maar is niet overtuigd. ‘We lijken soms wel in een kafkaëske situatie beland te zijn geraakt: “Hij zegt dit, die zegt dat.” Stein heeft die vermeende uitspraken van Baudet nooit zelf gehoord.’ Het rapport van de commissie Corstens oordeelt: ‘Uit de gesprekken met Allan/Stein/Suurland/Zee blijkt dat geen van hen zelf is geconfronteerd met antisemitische uitlatingen binnen het verband van de Afdeling.’

Als hij geconfronteerd wordt met het feit dat studenten geschrokken waren van zijn uitspraken over ras en IQ, probeert hij het voorval te relativeren. Later zegt hij: ‘Misschien moet ik toch voorzichtiger zijn.’ En: ‘Vroeger was ik geïnteresseerd in het vraagstuk van bevolkingsgroepen en IQ, maar nu niet meer zo hoor.’ Hij voegt daar aan toe: ‘In beginsel moet je als wetenschapper alles kunnen onderzoeken. Ook IQ-verschillen. Maar ik ben geen racist.’ Van ‘islamkritiek’ wil hij niets weten. ‘Met de islam heb ik geen moeite. Alleen met het islamisme, de politieke stroming, en het jihadisme. Maar het feit dat die studenten wel weer met jou praten over vermeende islamkritiek, en zich niet bij mij melden, is verontrustend.’

Politicoloog Dick Pels zei eens hoe moeilijk het is om met Cliteur te debatteren. Hij zoekt het semantische debat (‘”Signalen” en “beschuldigingen” van antisemitisme. Wat zijn dat?’), leidt het gesprek zelfbewust naar andere denkers en wetenschappers, of definieert zaken met wetenschappelijke precisie (‘Discriminatie? Onderscheid maken? Dat doen we elke dag.’). Maar daarmee laat hij wel boven de markt hangen: is dit de zoektocht naar wetenschappelijke duiding of het ontwijken van politieke smoezeligheid?

Cliteur gelooft nog steeds niet dat Baudet antisemitische uitspraken gedaan heeft. ‘Joost Eerdmans en Nicki Pouw-Verweij zeggen van wel, maar Baudet, Olaf Ephraim en Freek Jansen van niet.’ Het woord ‘boreaal’ zou Baudet van zijn aardrijkskundeleraar hebben. En: ‘Dat Baudet dineerde met Jared Taylor was wellicht een intellectuele exercitie. Kan ontzettend interessant zijn, zoals Aboutaleb met de Hofstadgroep praatte.’ In hun Baudet-biografie stellen Harm Botje en Mischa Cohen dat de bijeenkomst met rassentheoreticus Jared Taylor aanvankelijk bij Cliteur thuis zou plaatsvinden, maar uiteindelijk verplaatst werd naar een Amerikaans hotel. Cliteur ontkent dit.

Over het wezen van de universiteit heeft Cliteur duidelijke opvattingen. Hij vreest Amerikaanse toestanden, zoals de universiteit van Berkeley waar ‘politiek incorrecte denkers als Ann Coulter en Milo Yiannopoulos zomaar “gedeplatformed” worden’ – dat overkwam hem zelf ook in Groningen. Hij bepleit ‘diversiteit van opvattingen’ en hekelt ‘de eenzijdige focus op de progressieve ideologie, antiracisme en multiculturaliteit’. Hij is een voorstander van The Idea of a University waar bestuurders zich realiseren dat zij de hoeder zijn van een groter idee. Bovendien: ‘Academische vrijheid houdt in dat je niet zomaar mensen van antisemitisme of racisme beschuldigt.’

Sommige studenten maken zich zorgen over de reputatie van de studie. Vanuit de universiteit is gecommuniceerd naar de studenten dat het onderwijs aan de afdeling niet ter discussie heeft gestaan. Maar een student geeft aan: ‘Ik ben bang dat mijn masterdiploma minder waard is geworden door deze affaire.’ Ook zijn er onder studenten, naast kritieken, steunbetuigingen te horen aan het adres van Cliteur, als docent en wetenschapper: ‘Het onderwijs is gewoon goed.’

Het rapport merkt op dat veel medewerkers tijdens de gesprekken met de commissie verontwaardigd maar ook verdrietig gereageerd hebben op de instelling daarvan. Ze vrezen dat het onderzoek hun loopbaan kan schaden. Het is de wens van zowel Stolker als Cliteur dat de resultaten en niet de aantijgingen van het onderzoek beklijven. Dat studenten en medewerkers opnieuw het vertrouwen krijgen. Is het dossier daarmee gesloten?

‘Het is soms ingewikkeld om rector te zijn als je echt diversiteit aan opvattingen wil’, antwoordt Stolker. ‘Het laatste wat je wil is pijn en schade bij de academische gemeenschap. Dat dreigde hier te gebeuren, aan beide kanten. De faculteit Rechtsgeleerdheid heeft er nu nog last van en dat moeten we zo snel mogelijk herstellen, met elkaar.’

Cliteur ziet het als zijn opdracht de komende anderhalf jaar om de reputatie van zijn afdeling te verbeteren. Daar gaat hij vol voor. ‘We zijn geen boreale broedplaats. Er is maar één FVD-er op de faculteit, één in “Leiden” en één aan een Nederlandse universiteit, en die heet Cliteur. Kunnen we die diversiteit aan? Of zelfs dat niet?’

Binnenkort verschijnt er een nieuw rapport over academische vrijheid bij de KNAW. Cliteur verwacht ‘Amerikaanse toestanden’. Hij besluit onheilspellend: ‘De Nederlandse universiteiten hebben geen flauw idee wat ons allemaal te wachten staat.’

De Groene Amsterdammer sprak voor dit onderzoek uitvoerig met 17 (ex-)studenten van prof. Encyclopedie van het Recht Paul Cliteur. De namen van de studenten in dit artikel zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.