Second Life

Eén leven is niet genoeg

Second Life is een virtueel alternatief voor onze wereld, en ook een afspiegeling van ons eerste leven. Maar dan zonder rat race.

Ilja Leonard Pfeijffer, dichter/romancier, besloot de proef op de som te nemen. Als schrijver moet hij zich zo nu en dan onderdompelen in het karakter van een ander, fictief, personage. In Second Lifeging hij een stap verder: hij werd daadwerkelijk iemand anders. Maandenlang leefde hij in het digitale lichaam van Lilith Lunardi, een roodharige vamp met een lichaam dat in de werkelijkheid – First Life, noemt Pfeijffer dat – direct uit de klinieken van de dokter Schumachers van deze wereld zou zijn gewandeld. Pfeijffers ervaringen verschenen onlangs in een boekje. Second Life is het virtuele alternatief voor onze aarde. Er zijn steden nagebouwd en kantoorruimtes ontworpen waar de bewoners elkaar kunnen ontmoeten. De bewoners communiceren via chatboxen en kunnen digitaal geld verdienen waarvan ze hebbedingetjes kunnen kopen, van samoeraizwaarden, een populair item, tot lingeriesetjes. Voedsel en woonruimte zijn niet belangrijk; de bewoners (avatars) worden toch niet ziek of hongerig. De gebruiker kan het programma downloaden van de website http://www.secondlife.nl en direct ‘geboren worden’.

Medium verraad 2

De avatar die Pfeijffer – snor, lang haar en een bril – creëert is alles wat hij zelf niet is: een femme fatale. Pfeijffer: ‘Mijn avatar is mooier dan ik ben en bouwvakkers fluiten haar na als zij voorbijloopt. Daar gaat ze. En zelfs de flikken hebben pret als ze sensueel voorbijmarcheert. Ze is fotomodel, geliefd in een oogopslag. Al haar vriendinnen zijn net zo mooi als zij. Ik kan geen genoeg van haar krijgen. In Second Life kan ik geen genoeg van mijzelf krijgen. In First Life heb ik dat gevoel alleen wanneer ik heel veel drink of de illusie heb dat ik heel goed aan het schrijven ben.’

Medium paaldansen 2

Alle avatars die Pfeijffer tegenkomt denken er hetzelfde over. Om de haverklap komen er figuren voorbij die zeggen dat het een paradijs is, ‘de hemel’. Minder duidelijk is waaróm het zo geweldig is. Pfeijffer legt dat niet uit. Oké, het is een perfecte wereld. Iedereen kan er zo mooi uitzien als hij zelf wil, iedereen is gezond, niemand gaat dood, niemand hoeft te werken, je kunt vliegen, teleporteren, de inflatie wordt onder controle gehouden, er is geen misdaad en alles is wel ergens te koop. Adidas heeft winkels in Second Life; persbureau Reuters heeft er een correspondent. Verschillende populaire bands hebben er al digitale optredens gegeven. Zoals Pfeijffer al opmerkt, Second Life is geen game, zoals World of Warcraft dat bijvoorbeeld is. Er is geen specifiek doel dat je moet bereiken, er zijn geen hindernissen die moeten worden overwonnen. Juist hierin schuilt het vrijblijvende. Second Life is een wereld zoals de onze, maar dan waar iedereen gelijk is, zonder rat race.

Maar is het niet de rat race die ons leven spanning geeft? En als iedereen beeldschoon is, betekent dat dan niet tegelijk dat niemand beeldschoon is? Als alles bijzonder is, is niets het. Bovendien is ons First Life al lang sluimerend geïntegreerd in dit digitale paradijs. Omdat het betaalmiddel, de Linden-dollar, verbonden is aan de US-dollar (duizend Linden-dollar is ongeveer vier normale dollar) kan er in Second Life volop geld verdiend worden. Beroemd is het voorbeeld van Anshe Chung, een Chinese vrouw die een paar jaar terug een paar lappen virtuele grond opkocht in Second Life. Doordat de waarde van die grond explosief gestegen is verdient ze nu een paar honderdduizend – échte – dollars per jaar.

Medium linden 20dollars 1

Wat drijft dan al die duizenden mensen om achter hun pc een tweede leven op te bouwen? Seks lijkt een passend antwoord. Het is moeilijk aan het idee te ontsnappen dat Second Life een door digitale hormonen aangedreven bende is. Vrouwelijke avatars werken volgens Pfeijffer allemaal als escort girls of strippers – niet moeilijk voor te stellen aangezien iedere vrouwelijke avatar de meest voluptueuze vormen aan kan nemen. Mannelijke avatars spreken nagenoeg niet met elkaar. Als vrouwen op het strand in minuscule bikini’s rondparaderen – Pfeijffer vermeldt dit herhaaldelijk – worden ze in no time besprongen door soms tientallen avatars met buitenproportioneel grote virtuele erecties.

Pfeijffer beschrijft de daad nergens, maar dat seks omnipresent is, is evident. Hij vertelt: ‘Het standaard Sexgen-bed met vijf voorgeprogrammeerde standjes is gratis, maar het Platinum Package met honderd animaties kost wel twaalfduizend Lindens. Het is een van de meest begeerde objecten in _Second Life.’

Medium huwelijk 20vogue 20foulon

Maar dat het alleen om seks gaat, is te kort door de bocht. Het zit in de menselijke natuur een afdruk van zichzelf te willen achterlaten – zoals het kerven van je naam in een boom – en op internet is dat niet anders. In We Are the Web, een essay van het mediatijdschrift Wired dat inmiddels een zekere cultwaarde heeft gekregen, schreef auteur Kevin Kelly dat het internet zoals het er nu uitziet een beter beeld geeft van het menselijke bestaan ‘dan engelen hebben vanuit de hemel’. De films op YouTube staan gelijk aan de schetsen van holbewoners in hun grotten; Wikipedia is ons ‘collectieve geheugen’.

Medium amsterdam 3

Na de meest gestileerde figuren ontmoet te hebben, komt Pfeijffer ineens een vrouw tegen die in een rolstoel zit. In het echte leven was ze onder een vrachtauto gekomen en verlamd geraakt. Eerst zat haar avatar niet in een stoel: ‘Ik kon dansen en rennen, neuken en dansen. Ik kon dansen. Maar er klopte iets niet. Ik had het idee dat ik in Second Life niet mezelf was.’ Ze is niet de enige. Blijkbaar is er toch een drang om het tweede leven zo veel mogelijk op het eerste te doen lijken. Zo heel af en toe, wanneer je wegdenkt dat het internet vooral porno en reclame is, schuilt er zowaar iets authentieks in.

Ilja Leonard Pfeijffer, Second Life: Verhalen en reportages uit een tweede leven, De Arbeiderspers, 124 blz., € 14,95