Moonlight. Miami, jaren tachtig Film

Een leven zonder buitenwereld

Hoe kan een seksueel geïsoleerde tiener overleven in een masculiene achterbuurt? Moonlight, de film van Barry Jenkins, werd genomineerd voor acht Oscars, waaronder die voor Beste Film.

Het eerste wat we te zien krijgen van Chiron, het hoofdpersonage uit Moonlight, is dat hij wegrent. Op volle kracht, met stappen zo groot als zijn zeven-, achtjarige jongensbenen aan kunnen. Enkele meters achter hem volgen drie leeftijdgenoten, die hem allemaal onder handen willen nemen. Het wordt gezien door de volwassen drugsdealer Juan (een sublieme rol van Mahershala Ali), die we in deze scène aanvankelijk volgen. Hij staat op zijn straathoek, voert een gesprek met een van zijn dealers, maar raakt afgeleid door de langs rennende kinderen. Een scène later duikt hij op bij het crackpand waar die achterna gezeten jongen – Chiron dus, al durft hij zijn naam pas veel later te zeggen – zich heeft opgesloten om te ontkomen aan het pak slaag. Juan neemt hem mee, je zou kunnen zeggen: hij neemt hem onder zijn hoede, al klinkt dat te klef voor de verstilde, indringende band die ze opbouwen in het eerste deel van deze film. Chiron vindt bij Juan in elk geval iets wat hij verder nergens tegenkomt. Een klassieke vaderfiguur. Iemand die hem schone kleren geeft, eten, een douche. Iemand die hem zonder waardeoordeel behandelt. In het vervolg van Moonlight blijkt die waardevrije blik, het door een ander als gelijke gezien worden, een steeds grotere zeldzaamheid in Chirons leven.

Large 1e beeld   moonlight still 002
Alex R. Hibbert als Chiron © Splendid Film

Miami, jaren tachtig. Het decor: leegstaande drugspanden, op elkaar geplempte woonhuizen. Uit openstaande ramen klinkt harde hiphopmuziek, er rijden glimmende wagens rond: dit is een masculien micro-universum, met op straat overal opgepompte dealers, baldadige tieners en fervente drugsgebruikers.

Tot die laatste categorie behoort Chirons moeder: een liefdeloze crackverslaafde zonder uitzicht op een beter leven. Ze laat haar enige zoon – de afwezige vader wordt niet eens in een bijzin genoemd – grotendeels aan zijn lot over, maar die weet zich daar totaal geen raad mee. Zelfs als Chiron met leeftijdgenoten rondrent op een grasveld, en ze hem niet achterna zitten, zondert hij zich af. Ze vragen hem waarom hij zich zo raar gedraagt. Knap hierbij is dat het in het midden blijft of zijn isolement de oorzaak is van het pesten of andersom. Of misschien merken zijn leeftijdgenoten dan al, voor de puberteit begonnen is, dat Chiron ook op een andere manier anders is. Hoe dan ook weet hij niets te zeggen op hun getreiter, en trekt hij zich uiteindelijk maar terug in zijn zoveelste stilte. Het liefst zou hij stilletjes weglopen met zijn enige vriend Kevin, een leeftijdgenoot die hem niet raar aankijkt. Of hij gaat weer naar Juan, aan wiens zijde Chiron eindelijk iets van levenslust en zelfvertrouwen begint te voelen.

Moonlight is opgedeeld in drie delen: als eerste Chirons jeugd, dan zijn (late) puberteit, vervolgens zijn jonge volwassenheid, met steeds een andere acteur als hoofdpersonage. (Die alle drie bijzonder overtuigend spelen en erin slagen Chirons chronische zwijgzaamheid veel onderdrukte woede en wanhoop mee te geven.) Alleen in het eerste deel komt Juan voor. Daarna is hij opeens verdwenen, zonder dat iemand er nog met een woord over rept. Dat is bijzonder effectief gedaan, veel effectiever dan wanneer we Juans einde zouden hebben gezien: elke kijker kan wel raden hoe het met deze behulpzame, kleinschalige drugsdealer is afgelopen. De suggestie van zijn einde maakte op mij diepe indruk, met name de achteloze vanzelfsprekendheid waarmee met zijn wegvallen wordt omgegaan.

Hoewel hij niemand er iets over vertelt, kan zijn omgeving zijn seksuele geaardheid meer en meer aan hem zien...

Wat blijft is, eens te meer, Chirons leegte, die zoals zo veel in Moonlight onuitgesproken blijft, maar die door het wegvallen van zijn enige thuis nog heftiger is dan hiervoor, en in dat tweede deel van de film tot een (fysieke) climax komt.

Die verdeling in delen is ronduit prachtig gedaan, met grote, veelzeggende happen uit Chirons levensloop die het verhaal net een nieuwe richting uit duwen terwijl ze voelbaar bij elkaar horen. Deze opbouw heeft er samen met de ingehouden verteltoon en de scenische kracht van regisseur Barry Jenkins (1979) voor gezorgd dat Moonlight al een Golden Globe won voor het beste drama en getipt wordt als grote kanshebber bij de Academy Awards. Het script, gebaseerd op Tarell Alvin McCraney’s toneelstuk In Moonlight Black Boys Look Blue, zit dan ook bijzonder goed in elkaar: de dialogen zijn sterk, de stiltes nog sterker (bijvoorbeeld Juans gepijnigde blik wanneer Chiron hem vertelt waarom klasgenoten hem toch steeds ‘faggot’ noemen) en de opbouw is bijzonder doelgericht. Aanvankelijk lijkt Moonlight ‘gewoon’ te gaan over een zonderling type in het getto. Maar stukje bij beetje wordt het duidelijker, zeker in dat tweede deel: Chiron is niet zomaar een buitenbeentje in de achterbuurt, hij draagt een geheim met zich mee. En hoewel hij daarover tegen niemand hardop vertelt, kan zijn omgeving zijn seksuele geaardheid meer en meer aan hem zien. Aan zijn te strakke spijkerbroeken, aan zijn wat hoge stem, aan de manier waarop hij naar zijn vriend Kevin kijkt.

Small 2e beeld   moonlight 93010026 st 9 s high
Ashton Sanders als Chiron in Moonlight; © David Bornfriend / Splendid Film

Hoe kun je als op jezelf aangewezen en seksueel geïsoleerde tiener overleven in een masculiene achterbuurt? Daar draait Moonlight om. Niet alleen om het beantwoorden van die vraag, ook om het ontdekken ervan: we zien, aanvankelijk zonder dat hij het zelf door heeft, hoe de magere Chiron begint te worstelen met zijn seksuele geaardheid, vervolgens hoe hij er een draaglijke vorm aan probeert te geven, en uiteindelijk hoe hij in vernederde stilte zint op wraak voor de scheldwoorden en vuisten die almaar harder naar zijn hoofd worden geslingerd en die hij niet kan blijven ontlopen.

... aan zijn te strakke spijker­broeken, aan zijn wat hoge stem, aan de manier waarop hij naar zijn vriend Kevin kijkt

Doorgaans gaat het in films over gettogemeenschappen, al is het verkapt, ook altijd over grote maatschappelijke contrasten, bijvoorbeeld tussen een arme achterbuurt en een welgestelde wijk verderop, tussen wit (veelal politieagenten) en zwart, tussen arm en rijk, of tussen politieke beloftes en grauwe realiteit. In Moonlight speelt die grotere context amper een rol: het is een psychologische film, geen sociologische. Per deel wordt er meer ingezoomd op Chiron, die amper weet lijkt te hebben van de buitenwereld: hij ziet überhaupt geen witte mensen, hij bezoekt nooit andere plaatsen. Nee, dit bestaan is alles wat hij kent, en hij is niet in staat zich eraan te onttrekken. Hoe hard hij ook wegrent, hoezeer hij zich ook afzijdig probeert te houden.

Dat is uiteindelijk het hoofdthema van Moonlight: de onmogelijkheid om het leven werkelijk van koers te doen veranderen. Hij koos niet voor zijn seksuele geaardheid, hij koos niet voor zijn omgeving, en eigenlijk heeft hij nergens invloed op. De vaderfiguur uit het begin? Tja, die verschijnt en verdwijnt zonder dat hij er iets over te zeggen heeft. De verslaving van zijn moeder, die almaar erger wordt? Chiron kan er niets aan doen. Hij kan haar gebruik niet eens bijsturen. En die leeftijdgenoten die maar blijven terugkomen met hun gepest en steeds heftigere aanvallen? Ook daar weet hij niet aan te ontkomen.

Die schijnbare onvermijdelijkheid van de gebeurtenissen geeft Moonlight een niet-opgeklopte intensiteit, een indringende kracht die ik zelden zo natuurlijk en overtuigend in een film heb gezien. Natuurlijk roept een slachtoffer als hoofdpersonage bijna vanzelf sympathie op, en het is dan ook moeilijk om niet met Chiron mee te leven. Maar regisseur Jenkins doet gelukkig geen enkele poging het verhaal of het leed vet aan te zetten of de goedaardigheid van Chiron nog eens te onderstrepen. Nee, eigenlijk is Chiron een nogal onuitgesproken, stil karakter, een jongen die gewoon geen kant op kan. En de voelbare claustrofobie van zijn leven wordt behendig opgevoerd, met steeds hoger oplopende ruzies, met onrustig camerawerk vol lange, bewegende shots vlak voor de gezichten van de personages. Want daar gebeurt het, niet in de buitenwereld of maatschappelijke context, maar in de rimpels op Chirons voorhoofd. In zijn heen en weer schietende blik. In zijn mond die soms wel open gaat maar waar zelden geluid uit komt. Of de blinde paniek in zijn ogen wanneer hij weer wegrent.

Tot hij daar op een dag genoeg van heeft. Zonder te veel te verklappen: aan het einde van deel twee neemt Chiron het heft in eigen hand en slaat terug, eindelijk, voor het eerst en voor het laatst. Een flits later, in deel drie, zien we hem als volwassene. In een meesterlijke, langgerekte scène zitten hij en Kevin, die hij al jaren niet meer heeft gezien, tegenover elkaar: alle kaarten liggen inmiddels op tafel, er hoeft niets meer te worden uitgelegd. Alleen al hoe die twee worstelende, zwijgende twintigers daar zitten, figuren die gewoonlijk in films onzichtbaar blijven, is een reden om deze film beslist te gaan zien. Op een volstrekt natuurlijke manier wordt getoond hoe een verleden in stilte kan doorwerken, kan gaan gisten, broeien, weer opbloeien. En hoe iemand, wat hij ook probeert, altijd weer terugkomt bij wat hij kent, en waar hij vandaan komt.


Moonlight ging in Nederland in première op het International Film Festival Rotterdam en draait nu in de bioscoop. In de nacht van 26 februari worden de Oscarsuitgereikt