Een lintje met een luchtje

Baron Thyssen-Bornemisza wordt straks commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. Wegens het aandeel van zijn bankiersgeslacht in de redding van het Oranje-kapitaal in de Tweede Wereldoorlog? Maar de Thyssens zijn die oorlog zelf begonnen door Hitler te financieren!

Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza de Kaszon op een grote party te zijner ere in Madrid onderscheiden als commandeur in de Orde van Oranje-Nassau. De puissant rijke jet-set- baron, ‘Heini’ voor intimi, krijgt zijn hoge onderscheiding vanwege zijn 'culturele verdiensten’, zo begrijpen we van de woordvoerder van baron Bentinck, onze ambassadeur in Madrid die voor de voordracht tot de benoeming verantwoordelijk is (overigens is een van de zonen van baron Thyssen weer getrouwd met een Bentinck). Geen lintje dus op grond van ’s mans verdiensten op zakelijk gebied, een mogelijkheid die in een berichtje dat NRC Handelsblad eraan wijdde nog werd opengelaten. Dat is al een hele opluchting, want op zakelijk gebied heeft de baron, in de rijke traditie van zijn machtige familie, bepaald geen schone handen.
Niet alleen viel de in 1921 in Den Haag geboren baron in de jaren zeventig bij de Italiaanse politie onder zware verdenking van grootscheepse internationale kunstsmokkel, ook speelde hij al voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog een rol in het ondoorzichtige web van banken en handelsmaatschappijen waarmee de Thyssen-familie fungeerde als een der voornaamste financiele donors van nazi-Duitsland. Een en ander mocht niet verhinderen dat de Thyssens na 1945 hun zakelijke activiteiten betrekkelijk ongestoord konden voortzetten.
Grootvader August Thyssen was de grondlegger van het imperium. Het begon met de produktie van kippengaas, maar breidde zich snel uit tot een imperium van mijnen, hoogovens en staalfabrieken, plus de nodige transport- en toeleveringsbedrijven, rederijen, banken en handelsondernemingen. Na de dood van August Thyssen in 1927 werd het bezit opgedeeld tussen de zonen Fritz en Heinrich. De Duitse bezittingen van de familie waren voor Fritz; de buitenlandse bezittingen, zoals de in Rotterdam gevestigde Bank voor Handel en Scheepvaart, kwamen in handen van Heinrich. Fritz, die met lede ogen aanzag hoe de Fransen in 1922 het Ruhrgebied annexeerden en daardoor zijn staal- en ijzerfabrieken ernstig bedreigd zag, knoopte al vroeg in de jaren twintig contacten aan met Hitlers NSDAP, die hij naar eigen zeggen zag als een 'wegbereider voor de terugkomst van Kaiser Wilhelm II’ uit zijn Doornse ballingschap. In 1931 zou hij toetreden tot de partij.
Broer Heinrich, getrouwd met de Hongaarse barones Margit Bornemisza, had inmiddels de Hongaarse nationaliteit verkregen, en had - via adoptie door zijn schoonvader - tevens diens adellijke titel in de wacht gesleept. In 1918 moest Heinrich senior vluchten voor de communistische troepen van Bela Kun en trok hij met zijn gezin naar Den Haag, waar in 1921 zijn zoon Hans Heinrich werd geboren. Terwijl de familie weer terugging naar het Hongarije van dictator Miklos Horthy, bleef Heini onder de hoede van onder anderen prins Hendrik in Den Haag, omringd door bedienden.
Hans Heinrich doorliep het Duitse gymnasium in Den Haag (waar hij zich naar eigen zeggen van de medeleerlingen onderscheidde door in plaats van het inmiddels verplichte 'Heil Hitler’ 'Heil Horty’ uit te roepen) en werd in 1939 door zijn vader, die ondertussen in Lugano was neergestreken, aangesteld bij de Bank van Handel en Scheepvaart (BHS) aan de Rotterdamse Blaak.
ONDER LEIDING VAN vader Heinrich was de BHS uitgegroeid tot een mondiaal opererende handelsmaatschappij. De BHS verwierf meerderheids- en minderheidsbelangen in tal van ondernemingen, van de Nederlandse Handel Maatschappij - de handelsfirma van het Oranjegeslacht - tot de Union Banking Corporation in New York. Historisch veruit het belangrijkst was echter de rol van de BHS als kredietgever voor Hitler en als directe financier. Dank zij de bekentenissen van de Amerikaanse bankier Sidney Warburg, die in 1933 zijn verhaal openbaar maakte in het in Nederland uitgegeven boek De geldbronnen van het nationaal-socialisme (een boek dat datzelfde jaar uit de handel werd genomen, terwijl later vertaler-samensteller J. G. Schoup zou worden vermoord) zijn daar gegevens over.
In juli 1929 kreeg Warburg - zoon van een van de grootste bankiers van de Verenigde Staten en medefirmant van het bankhuis Kuhn, Loeb & Company - een uitnodiging van president-commissaris Carter van de Guarantee Trust Bank om namens deze bank, plus vijf andere banken (waaronder de BHS), de Koninklijke Shell en het Rockefeller-concern onderhandelingen in gang te zetten met Adolf Hitler. Hitler was immers de coming man van de Duitse politiek en deze zakenmensen zagen hem als de ideale stormram tegen Sovjet-Rusland. Warburg regelde namens dit gezelschap een schenking van tien miljoen dollar aan de NSDAP-kas. In 1931 schonk het gezelschap volgens Warburg vijftien miljoen dollar, een jaar later nog eens zeven miljoen.
Fritz Thyssen was dan ook onaangenaam verrast toen Hitler in 1939 een pact met Stalin sloot. 'Hebben we daarvoor Goering naar de oude Kaiser in Doorn en naar de paus gestuurd’, vroeg hij zich af in een woedende brief aan de Fuhrer, in 1940 opgenomen in zijn boek I Paid Hitler. Dat boek was er vooral op gericht zich ten overstaan van de geallieerden van alle blaam te zuiveren, hoewel Fritz, die na de oorlog de wijk nam naar Argentinie, later weer het auteurschap zou ontkennen. In dat boek herinnerde Thyssen, die in 1939 naar Zwitserland was gevlucht, Hitler aan eerdere toezeggingen om Rusland tot aan de Oeral te 'germaniseren’. 'Mijn geweten is zuiver’, zo schreef hij. 'Ik weet dat ik geen misdaad heb gepleegd. Mijn enige vergissing was om in u te geloven, onze leider, Adolf Hitler, en in de beweging die door u werd geinitieerd.’
In zijn boek stelde Thyssen alles bij elkaar een miljoen mark aan de nazi’s te hebben gedoneerd. 'Mijn donaties zijn altijd erg overschat omdat ik word gezien als de rijkste man van Duitsland’, schreef hij. Andere bronnen stellen dat het om aanzienlijk meer ging. Zo zou Thyssen alleen al in 1932 drie miljoen mark hebben gedoneerd.
NA ZIJN VERTREK naar Zwitserland werden de Duitse bezittingen van Thyssen in handen gesteld van bankier baron Kurt von Schroder van de Keulse Stein Bank, die hartelijk met de SS samenwerkte, maar ondertussen ook uitstekende contacten in Amerika had. Zo was de directeur van de Amerikaanse vestiging van de Schroderbank niemand minder dan Allen Dulles, de latere CIA-directeur, die tijdens de oorlog als officier van de geheime dienst OSS nog geruime tijd in Zwitserland nauwe contacten met de Thyssens onderhield. Schroder was tijdens de oorlog ook gemoeid met de zorg over het door de Oranjes achtergelaten kapitaal in Nederland.
Thyssens aandelen in Duitse staalbedrijven werden als 'communistisch bezit’ verbeurd verklaard en geconfisqueerd door de Pruisische deelstaatsregering onder leiding van Hermann Goering. Niettemin konden de Thyssens na de oorlog via hun uitstekende contacten met collega Schroder weer uiterst gemakkelijk beslag leggen op hun vermogens en goederen. Ze gingen vrijuit omdat ze niet (meer) de Duitse nationaliteit bezaten en dus niet konden worden verplicht tot schadeloosstellingen.
De geallieerde liefde voor de Thyssens ging zelfs zo ver dat de Bank voor Handel en Scheepvaart, die tijdens de bezetting van Nederland met de confiscatie van de door Wilhelmina achtergelaten waardepapieren was gemoeid, een vrijbrief kreeg voor 'Operatie Juliana’. Dat was een geheel clandestiene operatie in het door de Russen bezette gedeelte van Berlijn, waarbij de inhoud van de kluizen van de August Thyssen-bank (waar zich naast de door de BHS geconfisqueerde Oranje-miljoenen ook kapitaal en waardepapieren van de Thyssens bevonden) in augustus 1946 uit Russische handen werd gestolen. De Thyssens verwierven zich door die operatie de warme liefde van het Nederlands koninklijk huis. Prins Bernhard zorgde er dan ook voor dat de Bank voor Handel en Scheepvaart ondanks de kwalijke rol in het verleden ongemoeid werd gelaten - besloten werd dat de BHS een puur Nederlandse bank was, die gewoon verder kon draaien.
ZO WAREN DE Thyssens voorbij goed en fout. De dubieuze ontwikkelingen die het handelsgeslacht in gang had gezet, kwamen de familie financieel gezien alleen maar ten goede. Zo kwam de kapitale kunstcollectie waarmee Heini Thyssen zo'n furore maakte (de grootste prive-kunstcollectie op die van de Britse koningin na) tot stand doordat hij na de oorlog voor een habbekrats allerlei werken van oude meesters kon opkopen. Enkele jaren geleden besloot de baron de drie miljard gulden kostende, meer dan zevenhonderd schilderijen tellende verzameling voor een vriendenprijs te verkopen aan Madrid, waar pal tegenover het Prado en het Casa del Buen Retiro, de permanente expositieruimte van Picasso’s befaamde oorlogsdoek Guernica, een groot Thyssen-museum verrees.
Tot dan toe had de baron zijn geliefde werken van Rembrandt, Van Gogh, Holbein, Rubens, Botticelli, Goya en ga zo maar door vooral opgeslagen in zijn villa in Lugano. Een kapitale gift voor het Spanje van Juan Carlos, die volgens waarnemers voortkomt uit de brandende ambitie van de vijfde echtgenote van de baron, de gewezen Spaanse schoonheidskoningin Carmen 'Tita’ Cervera (voorheen echtgenote van Lex 'Tarzan’ Barker), om zich onsterfelijk voor haar land te maken.
De baron kan het zich permitteren. Terwijl hij heen en weer pendelt tussen zijn huizen in Lugano, Madrid, Barcelona, Marbella, de Costa Brava, Londen, Sankt Moritz, Parijs, Jamaica en New York, doet zijn Thyssen Bornemisza Group (TBG), de opvolger van de Bank voor Handel en Scheepvaart, goede zaken. TBG geldt als een van de grootste investeringsmaatschappijen ter wereld en belegt onder meer in de Nederlandse scheepsbouw, maar ook in Australische schapenfarms, plasticproduktie, oliehandel en glasproduktie. De omzet van de in Curacao geregistreerd staande TBG loopt in de miljarden.
De groten der aarde liggen dan ook aan de voeten van baron Hans Heinrich Thyssen- Bornemisza. Zo trouwde zijn dochter Francesca in 1993 met Karl Habsburg, zoon van Otto, die nog altijd staat te trappelen om te herintreden als keizer van een nieuw heilig Rooms-Duits Rijk. De baron is inmiddels behangen met onderscheidingen en ridderorden van alle mogelijke koningen en koninginnen.
Binnenkort komt daar dus een Nederlandse bij. Wellicht een wat laat bedankje voor het welslagen van 'Operatie Juliana’?