Een lopend vuurtje in Kenia

Nairobi – Uit Christophers ver­sleten radio komt het laatste nieuws in kraakhelder Swahili zijn wereld binnen. De kok uit Machakos gelooft nog steeds dat het terroristen waren. ‘Het kan toch geen toeval zijn dat de brand op de dag af vijftien jaar na de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Nairobi plaatsvond?’

Op Jomo Kenyatta International Airport is een witte tent omgetoverd tot tax-freezone en komt het vluchtverkeer met grote vertragingen weer op gang. Maar de brand die op 7 augustus de internationale aankomsthal van Oost-Afrika’s belangrijkste vliegveld volledig platlegde smeult nog na in gesprekken op straat.

Het regent al dagen theorieën over de oorzaak: Raila Odinga, verliezer van de presidentsverkiezingen, werd kort geleden geweigerd in de viplounge van het vliegveld, klonk het. Wraak zou zijn motief zijn. En: William Ruto, de huidige vice-president, doet er alles aan zijn reis naar het Internationaal Strafhof te ontlopen. Welk excuus is beter dan een afgebrand vliegveld?

Meer speculatie volgde: voordat het vuur geblust was circuleerde op sociale media al een filmpje van leeggehaalde tax-freewinkels, van een week vóór de brand: een dispuut tussen de huurder van de winkels, de beruchte zakenman Kamlesh Pattni en de Kenya Airports Authority zou aanleiding voor brandstichting zijn. ‘Pattni, de hoofdrolspeler in Kenia’s Goldenberg-corruptieschandaal, wederom verdacht’, twitterden kot’s (Kenyans on Twitter). De meest recente theorie leidt nu naar verduistering van verdachte papieren in de immigratiekantoren waar het vuur begon: onder het toeziend oog van Keniaanse ambtenaren zouden daar mensen-, goud- of drugssmokkelpraktijken hebben plaatsgevonden.

Kortom: niemand in Kenia gelooft in een spontane brand. De theorieën zijn uiteenlopend, maar hun gemene deler beklijft: iemand heeft iets te verbergen en die iemand heeft ergens banden met de politiek. Het nieuws over falende brandweerauto’s zonder water en plunderende politieagenten op het vliegveld voedde niet alleen de discussie over de deplorabele staat van nationale rampenplannen. Voor veel Kenianen maakte het overduidelijk dat de regering de aandacht poogt af te leiden van haar eigen deplorabele toestand: achterstand in salarisuitbetaling van haar ambtenaren, de weigering om geld naar de nieuwe counties over te maken, enzovoort.

President Uhuru Kenyatta was er als de kippen bij om ‘diepgravend onderzoek’ te laten verrichten. Zijn tussenstand: terrorisme is uitgesloten, het betrof ‘een klein brandje dat uit de hand gelopen is’. Niemand moet denken dat Kenia in de problemen zit. Ook de media graven maar mondjesmaat naar de ware toedracht.

Het is wellicht een van de oorzaken van de eindeloze speculaties: aan toegang tot valide informatie ontbreekt het Kenia al jaren.