Is de beweging antisemitisch?

Een machtig politiek instrument

Iedereen die fascisme à la Le Pen of wreedheid à la Sharon wil bestrijden, krijgt volgens Naomi Klein vanzelf met de realiteit van antisemitisme te maken. Maar is de antiglobaliseringsbeweging dan antisemitisch? «Nee», zegt zij, want het is heel goed mogelijk tegelijkertijd Israël te bekritiseren en krachtig de opkomst van het antisemitisme af te wijzen.

Uit e-mailberichten wist ik dat er vorig weekend iets gaande was in Washington D.C. Een demonstratie tegen de Wereldbank en het IMF kreeg gezelschap van een anti-oorlogsmars en van een demonstratie tegen de Israëlische bezetting van Palestijns gebied.

Uiteindelijk kwamen alle marsen samen in wat organisatoren omschreven als de grootste Palestijnse solidariteitsdemonstratie in de Amerikaanse geschiedenis; 75.000 mensen volgens politieschattingen. Zondagavond zette ik mijn televisie aan in de hoop een glimp op te vangen van dit historische protest. Ik kreeg iets heel anders te zien: een triomfantelijke Jean-Marie Le Pen vierde zijn nieuw verkregen status van op één na populairste politiek leider in Frankrijk. Sindsdien heb ik me afgevraagd of de nieuwe alliantie die we op straat zagen ook deze laatste bedreiging aankan.

Als criticus van zowel de Israëlische bezetting als van door het bedrijfsleven gedicteerde globalisering, heb ik het idee dat de samensmelting die vorig weekend plaatsvond in Washington veel eerder had moeten komen. Ondanks gemakkelijke etiketten als «antiglobalisering» gingen de aan handel gerelateerde protesten van de afgelopen drie jaar allemaal om zelfbeschikking: het recht van mensen overal ter wereld om te beslissen hoe ze hun maatschappij en economie het best kunnen organiseren. Of dat nu beteken¾ het invoeren van landhervormingen in Brazilië, het produceren van algemeen verkrijgbare aidsmedicijnen in India, of — inderdaad — in opstand komen tegen een bezettingsmacht in Palestina.

Toen honderden antiglobaliseringsactivisten naar Ramallah stroomden om te fungeren als «menselijke schilden» tussen Israëlische tanks en Palestijnen, werd de theorie die zich heeft ontwikkeld rond handelsbijeenkomsten in concrete daden omgezet. Die moedige spirit terugbrengen naar Washington D.C., waar zoveel Midden-Oostenbeleid wordt gemaakt, was de volgende logische stap.

Maar toen ik Le Pen op tv zag stralen, de armen in triomf geheven, stroomde een deel van mijn enthousiasme weg. Er is geen enkel verband tussen Frans fascisme en de «bevrijd Palestina»-demonstranten in Washington (de enige mensen die de aanhangers van Le Pen meer lijken te haten dan joden zijn Arabieren). Toch moest ik wel denken aan alle recente gebeurtenissen waarbij ik aanwezig ben geweest en waar geweld tegen moslims terecht werd veroordeeld, waar Ariel Sharon verdiend werd vervloekt, maar waar geen melding werd gemaakt van aanslagen op joodse synagogen, kerkhoven en buurtcentra. Of van het feit dat ik telkens als ik inlog op nieuwssites van activisten als Indymedia.org, die «open publishing» bedrijven, word geconfronteerd met een reeks joodse samenzweringstheorieën over 11 september en fragmenten uit de Protocollen van de Wijzen van Sion.

De antiglobaliseringsbeweging is niet antisemitisch, ze heeft alleen niet helemaal overzien wat de implicaties zijn van een duik in het Midden-Oosten-conflict.

De meeste mensen van links kiezen een partij, en in het Midden-Oosten, waar de ene partij onder bezetting staat en de andere het Amerikaanse leger achter zich heeft, lijkt de keuze duidelijk. Maar het is heel goed mogelijk tegelijkertijd Israël te bekritiseren en krachtig de opkomst van het antisemitisme af te wijzen.

En het is net zo goed mogelijk om vóór Palestijns zelfbestuur te zijn zonder de simplistische tweedeling «pro-Palestijnen/anti-Israël» aan te nemen, een afspiegeling van de goed-versus-kwaad-vergelijkingen waar president George W. Bush zo van houdt.

Waarom je druk maken over zulke subtiliteiten terwijl in Jenin nog steeds lichamen onder het puin vandaan worden gehaald? Omdat iedereen die fascisme à la Le Pen of wreedheid à la Sharon wil bestrijden, vanzelf te maken heeft met de realiteit van antisemitisme.

De haat jegens joden is een machtig politiek instrument in de handen van zowel rechts in Europa als in Israël. Voor Le Pen is antisemitisme een meevaller, die hem helpt zijn steun op te vijzelen van tien naar zeventien procent in één week.

Voor Ariel Sharon is de angst voor antisemitisme, zowel reëel als imaginair, het wapen. Sharon zegt graag dat hij terroristen bestrijdt om te laten zien dat hij niet bang is. Maar in werkelijkheid wordt zijn beleid gedreven door angst. Zijn grote talent is dat hij ten volle de omvang begrijpt van de joodse vrees voor een nieuwe holocaust. Hij weet hoe hij parallellen moet trekken tussen joodse bezorgdheid over antisemitisme en Amerikaanse angst voor terrorisme.

En hij is er een expert in om het allemaal te gebruiken voor zijn politieke doelen.

De primaire, en bekende, angst waar Sharon op drijft, en die hem in staat stelt alle agressieve daden te presenteren als defensieve daden, is de angst dat de buren van Israël de joden de zee in willen drijven. De secundaire angst die Sharon manipuleert in de angst onder joden in de diaspora dat ze uiteindelijk worden gedwongen veiligheid te zoeken in Israël. Die angst brengt miljoenen joden overal ter wereld, van wie velen Israëls agressie verafschuwen, ertoe hun mond dicht te houden en hun cheques op te sturen, als aanbetaling voor toekomstig asiel.

Het is eenvoudig: hoe banger joden zijn, des te machtiger is Sharon. De regering-Sharon, gekozen op een programma van «vrede door veiligheid», kon nauwelijks haar vreugde verbergen over de opkomst van Le Pen, en riep onmiddellijk Franse joden op hun koffers te pakken en naar het Beloofde Land te komen.

Voor Sharon is de joodse angst een garantie dat zijn macht onweersproken blijft, waardoor hij straffeloos het ondenkbare kan doen: troepen sturen naar het ministerie van Onderwijs van de Palestijnse Autoriteit om dossiers te stelen en vernietigen, kinderen levend te begraven in hun huizen, en ambulances te verhinderen om bij de stervenden te komen.

Joden buiten Israël zitten nu in een steeds vastere wurggreep: de daden van het land dat hun toekomstige veiligheid had horen te verzekeren, zorgen ervoor dat ze op dit moment steeds minder veilig zijn. Sharon vervaagt opzettelijk het onderscheid tussen de termen «jood» en «Israëliër» en beweert dat hij niet vecht voor Israëlisch territorium maar voor het overleven van het joodse volk. En als het antisemitisme groeit — op z’n minst gedeeltelijk — als gevolg van zijn daden, dan is het opnieuw Sharon die in de positie is om de politieke dividenden te incasseren.

En het werkt. De meeste joden zijn zo bang dat ze inmiddels bereid zijn alles te doen om het beleid van Israël te verdedigen. Dus staat er bij mijn buurtsynagoge, waar de bescheiden voorgevel onlangs ernstig werd gehavend door een verdachte brand, op een bord bij de deur niet: «Bedankt voor niets, Sharon.» Nee, er staat: «Steun Israël… Nu meer dan ooit.»

Er is een uitweg. Niets zal het antisemitisme kunnen wegvagen, maar joden binnen en buiten Israël zouden een beetje veiliger kunnen zijn als er een campagne was om onderscheid te maken tussen verscheidene joodse posities en de daden van de staat Israël. Daarbij kan een internationale beweging een cruciale rol spelen. Er worden al allianties gesloten tussen antiglobaliseringsactivisten en Israëlische «refuseniks», soldaten die weigeren hun dienstplicht te vervullen in de bezette gebieden. En de meest indringende beelden van de demonstraties van zaterdag waren die van rabbijnen die naast Palestijnen liepen.

Maar er moet méér worden gedaan. Voor sociale activisten is het makkelijk om zichzelf voor te houden dat, omdat de joden al zulke machtige verdedigers hebben in Washington en Jeruzalem, antisemitisme een gevecht is dat zij niet hoeven te leveren. Dat is een fatale vergissing. Het is juist omdat antisemitisme wordt gebruikt door de Sharon-achtigen dat het gevecht ertegen moet worden teruggevorderd.

Wanneer antisemitisme niet langer wordt behandeld als een joodse zaak, die moet worden aangepakt door Israël en de zionistische lobby, wordt Sharon beroofd van zijn effectiefste wapen in de onverdedigbare en steeds meedogenlozer wordende bezetting. En als een extra bonus: wanneer de haat jegens joden afneemt, zullen de Jean-Marie Le Pen-achtigen daarmee vanzelf onbelangrijker worden.

Vertaling: Rob van Erkelens