Verkeert de moderne man nu in crisis of niet?

Een man, een grot

De kroeg is niet langer hun exclusieve domein, herensociëteiten zijn iets van vroeger en zelfs de sportkantine wordt gemengd. Moderne mannen zijn steeds minder onder elkaar. Of kan een stevige portie ‘bromantiek’ het tij keren?

JOHNNY DEPP HEEFT er een. Batman ook, net als Elvis Presley in zijn tijd. Die van Brad Pitt zou twee ton hebben gekost, maar met wat gereedschap en een bescheiden ruimte in de kelder, op zolder of in de tuin komt een handige man een heel eind. Het belangrijkst zijn de attributen. Gitaren zijn populair, net als sporttrofeeën, Pirelli-kalenders, jukeboxen, een koelkastje en vooral heel veel flatscreens. Hier komt de 21ste-eeuwse man tot rust. Buiten deze vier muren loeren vrouw, kinderen en de boze buitenwereld. Dit is zijn schuilplaats. Dit is de man cave.
A Room of One’s Own heet het essay uit 1929 waarin feministe Virginia Woolf stelde dat een vrouw geld moet hebben en een kamer voor zichzelf. Anno 2009 zijn de rollen omgekeerd. Amerikaanse verkopers signaleren een forse groei in de vraag naar prefab-schuren en -keten. A Room of His Own, een mannengrot, is alles wat ‘hij’ volgens de trendwatchers wil. Liefst voorzien van speciaal bier-absorberend tapijt, een hotdogmachine en een ‘man cave bed’ à vijftigduizend dollar met ingebouwde televisie en wijnkoeler.
De echte doe-het-zelver heeft dat niet nodig. Op internetsites als www.mancavesite.org tonen gewone mannen het resultaat van hun inspanningen: van de met speelgoedautootjes, posters en racebanden verfraaide grot van ‘Max Nagey’ tot de man cave bar van ‘Bill’. Voor wie het niet alleen af kan, biedt de televisieshow Man Caves uitkomst. Elke week helpt het klusprogramma een andere man bij het verwerkelijken van zijn droom. Gewoon, omdat ‘kerels een exclusieve plek in huis nodig hebben om rond te hangen’, aldus de makers.

DE MAN CAVE lijkt een typisch Amerikaanse, door commercie gedreven rage. Maar het idee dat mannen exclusieve schuilplaatsen hebben waar ze zich terugtrekken, is niets nieuws. Door de hele geschiedenis heen hebben mannen zich afgezonderd van vrouwen en kinderen om ‘onder elkaar’ te zijn. De belezen elite ging naar de herensociëteit en de golfclub of zat in de studeerkamer. Andere mannen hadden de kroeg, de kapper en het vissen langs de waterkant. Thuis was er de timmerschuur of modeltreinzolder.
Die overzichtelijke wereld is sinds een aantal decennia in beweging. De voorbeelden liggen voor het oprapen, ook in persoonlijke kring. Van mijn ooms – mannen van tegen de vijftig, zestig jaar – kan ik stuk voor stuk hun ‘mannenplek’ opnoemen. De een bezoekt motorcampings en sleutelt aan zijn tweewieler in de garage, de ander heeft een wekelijkse kaartavond in de kroeg, een derde zingt en drinkt met het mannenkoor.
Maar mijn generatie, van eind-twintigers, begin-dertigers? Sommige vrienden of kennissen vertellen desgevraagd dat ze nog altijd met een vriend naar het voetbalstadion gaan. Ook de band met zijn oefenruimte blijft een populair toevluchtsoord om ‘los te gaan’. Velen hebben op gezette tijden mannenavonden of -weekeinden. En als de nood hoog is, is er altijd nog de auto om je af te zonderen, een stukje te rijden en naar muziek te luisteren. Maar de trend is overduidelijk: het wordt minder. Vriendinnen gaan mee naar de kroeg. Het sporten is steeds vaker gemengd.
Dat betekent niet dat mannenschuilplaatsen geheel verdwijnen. Er ontstaan ook nieuwe, digitale ruimten die grotendeels door mannen bevolkt worden: weblogs, pokersites en sommige games. Het zijn de ontmoetingsplekken buitenshuis die onder druk staan, stelt James B. Twitchell, literatuurprofessor, schrijver van het boek Where Men Hide en tevens de gelukkige eigenaar van een mannengrot, door hem liefkozend zijn ‘hidey-hole’ genoemd. Zo behoorde een eeuw geleden nog één op de drie Amerikaanse mannen tot de een of andere broederorde, zoals de vrijmetselaars. Vijftig jaar terug ontmoetten mannen elkaar bij de kapper. Van beide toevluchtsoorden is weinig over.

IS DAT HET gevolg van de oprukkende feminisering, zoals vaak beweerd wordt? Feit is dat het leven van vrouwen zich sinds hun emancipatie niet meer beperkt tot het huis. Vrouwen gaan niet alleen naar het café, ze worden zelfs lid van Rotary-club of voetbalvereniging.
De opmars van de geëmancipeerde vrouw in de publieke ruimte is desondanks slechts één kant van de medaille. Veel publieke ruimten, van oudsher door mannen beheerst, zijn niet overgenomen door vrouwen, ze zijn domweg verdwenen. In zijn fameuze Bowling Alone heeft politicoloog Robert Putnam beschreven hoe de afgelopen dertig jaar alle sociale verbanden in de westerse wereld, de Verenigde Staten voorop, in verval zijn geraakt. Van vrijwilligerswerk en kroegbezoek tot het gezamenlijke avondeten, het is allemaal minder geworden. De Amerikanen bowlen zelfs alleen in plaats van in clubverband, luidt de treurige boodschap van Putnam. Ander Amerikaans onderzoek laat zien dat ook het aantal vriendschappen snel afneemt. Een op de vier Amerikanen heeft helemaal geen hechte vrienden meer. In plaats daarvan worden de banden met gezin, familie en de directe partner steeds belangrijker.
Dat alles is het gevolg van een dubbele beweging. Mensen individualiseren en trekken zich terug uit de publieke sfeer. Met als gevolg dat kort nadat vrouwen hun intrede hebben gedaan in de openbare ruimte mannen nu de omgekeerde beweging maken. Ze trekken zich terug in de private sfeer. Dat gaat niet zonder conflicten. Hilarisch was het nieuwtje waarmee Yamaha enkele jaren geleden de media haalde. De Japanse multinational ging geluiddichte cabines van 2,5 vierkante meter verkopen voor in de huiskamer. Doelgroep: Japanse huisvrouwen met RHS, Retired Husband Syndrome. Mede door de vergrijzing zouden steeds meer vrouwen knettergek worden van hun gepensioneerde, plotseling thuis zittende en zich overal mee bemoeiende man.
Natuurlijk gaat het verhaal van de individualisering en ‘privatisering’ ook op voor vrouwen. Het verschil is wellicht dat zij er beter mee kunnen omgaan. Vrouwen hebben van oudsher hun leven – noodgedwongen – rond de private sfeer gebouwd. Zij onderhouden hun vriendschappen en contacten door te bellen, kaartjes te sturen en één op één af te spreken.
‘Vrouwen hebben face-to-face, mannen schouder-aan-schouder-vriendschappen’, schrijft Geoffrey Greif, hoogleraar aan de University of Maryland en schrijver van Buddy System: Understanding Male Friendships. Dat is niet ‘van nature’ zo. Nog tot het einde van de negentiende eeuw koesterden mannen volgens Greif uitgesproken emotionele vriendschappen, ‘inclusief brieven aan elkaar waarin ze schrijven niet te kunnen wachten tot ze weer in elkaars armen liggen’. Daarna kwam de angst om als homoseksueel weggezet te worden. Een soort ‘hypermasculiniteit’ – stereotiep taalgebruik, rituelen en ‘mannelijke’ activiteiten – werd ingezet om heteroseksuele vriendschappen van iedere verdenking uit te sluiten.
Sindsdien wil het standaardbeeld dat vrouwen meer met elkaar praten. Mannen zouden daarentegen meer ‘doen’ met vrienden, bij voorkeur buitenshuis. Dat was vroeger makkelijker. Mannen waren gewend elkaar ‘vanzelf’ te ontmoeten, of het nu op de agora was, in het café of in de sociëteit. Met het krimpen van die publieke ruimte gaat dat moeilijker. De oude mannelijke vriendschapscultuur staat onder druk.

HET CLICHÉ WIL dat de moderne man in crisis verkeert. Nu hij niet langer de kostwinner is, verliest hij buitens- en binnenshuis aan gezag. De man is nergens meer goed voor. Zelfs de voortplanting kan het zonder hem af. Zijn antwoord? Ook hier domineren clichés: was het eerst nog de androgyne ‘metroseksueel’ die een nieuwe omgang had gevonden met de vrouwenemancipatie, enkele jaren geleden was er ineens de galante maar stoere ‘überseksueel’. Beiden lijken meer marketingproducten dan realiteit.
Het is de vraag in hoeverre mannen met een crisis kampen. De mannelijke macht in de maatschappij is ongebroken: vrouwen blijven grotendeels uitgesloten van de chefetages, hoogleraarposten en politieke topfuncties. Als er al zoiets bestaat als een crisis van de man, dan speelt die zich privé af. De individualisering en teloorgang van de publieke ruimte treffen hem hard. Zij hebben een einde gemaakt aan de traditionele mannelijke vriendschapscultuur.
Is dat erg? Veel vrouwen zullen in eerste instantie niet malen om het verdwijnen van de hen uitsluitende mannenplekken. De vraag is wat ervoor in de plaats komt. Hechte contacten tussen mannen onderling bieden ook mogelijkheden om open te spreken over gevoelens. Onder elkaar wisselen mannen niet alleen slechte grappen uit, het gaat soms ook over relaties, vaderschap of nog breder, hoe het met het leven staat. Eenzame mannen zijn niet minder seksistisch. Sterker nog, in het conservatieve klimaat van de afgelopen jaren beleven machowaarden en stereotiepe rolpatronen een comeback.
De man cave lijkt daarvan op het eerste gezicht een ultieme consequentie. Verbitterd en verward, afgestoten door de door zijn vrouw tot in de puntjes gedecoreerde en gestylede woonkamer, trekt de man zich terug in zijn grot. Hij graaft zich in achter zijn televisie- of computerscherm, zijn territorium afgebakend door mannelijke symbolen – oorlogstuig, ingelijste football-shirts en autootjes.
Kan het ook anders? Natuurlijk. Grappig genoeg toont dezelfde entertainmentindustrie die de oermannelijke cave cultiveert ook aanzetten tot een vernieuwde, meer individualistische mannelijke vriendschapscultuur. Bromance is de term voor vriendschap tussen bro’s, brothers. Het is de door moeders uit de tweede feministische golf opgevoede generatie mannen die minder moeite heeft zich emotioneel bloot te geven. Anders dan voorheen is hun vriendschap niet alleen een kwestie van doen. De onderlinge band wordt expliciet gemaakt. Ze praten erover en onderhouden actief het contact.
De bromantiek is net als de mandate inmiddels een geliefd onderwerp van tv-series en films als het dit jaar verschenen I Love You, Man. Als we de bladen mogen geloven drinkt Brad Pitt himself niet alleen bier in zijn man cave met collega-vader Matt Damon, hij onderhoudt tegelijkertijd een intense bromance met George Clooney. Hoe troostrijk. Er gloort licht in de eenzame man zijn grot.