Profiel Recep Tayyip Erdogan

Een marathon tot aan de dood

Turkije lijdt zwaar onder de kredietcrisis en kampt met grote werkloosheid. Het kostte de regerende AK-partij stemmen bij de lokale verkiezingen. Maar de EU-kandidaat heeft intussen wel aan een van de EU-criteria voldaan: het leger heeft geen politieke invloed meer. Premier Erdogan kreeg de militairen eronder. Hoe speelde een voetballende, fundamentalistische volksjongen dat in één jaar klaar?

DE TURKEN RIEPEN al sinds hun eerste vrije verkiezingen in 1950 dat Turkije het enige islamitische land is met een echte democratie. De Turkse democratie werd weliswaar om de tien jaar het ziekenhuis in geslagen door militair ingrijpen, maar toch is er altijd sprake geweest van eerlijke verkiezingen. Het Turkse volk heeft na elke onderbreking van het democratische stelsel weer zelf mogen kiezen wie ze aan het hoofd van het land wilden zien. Om de militairen die hun speeltje ‘spannende verkiezingen’ hadden afgepakt te straffen, kozen ze dan altijd voor mannen die het minst populair waren bij de generaals. Zo hebben ze de grootgrondbezitter Adnan Menderes, de herder Süleyman Demirel, de linkse bureaucratenzoon Bülent Ecevit en de geassimileerde Koerd Turgut Özal verkiezingszeges geschonken.
Maar iedereen wist dat dit allemaal poppenkast was en dat de werkelijke bazen de militairen waren. De stichter van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk, had immers voor zijn dood zijn collega-militairen de opdracht gegeven om zijn republiek te beschermen. De generaals, en soms ook de kolonels, hebben deze door de Vader des Vaderlands opgedragen taak decennialang erg graag vervuld. Ze hielden zich meer met de politiek bezig dan met de oorlogskunst en weken geen centimeter van hun vastgeroeste ideeën. Ze bepaalden hoe het volk diende te leven en te denken, hoe dat volk gehersenspoeld moest worden, en deinsden er niet voor terug om met harde hand in te grijpen als er sprake was van een kleine wijziging van deze koers.
De eerste gekozen premier, Adnan Menderes, hingen ze op na de staatsgreep in 1960. Süleyman Demirel en Bülent Ecevit gooiden ze in 1980 in de gevangenis. En over wat er met Turgut Özal gebeurde verschillen de meningen. Sommigen geloven dat hij gewoon een hartaanval kreeg en zo zijn laatste adem uitblies. Anderen, zijn eigen familie inbegrepen, geloven dat hij is vergiftigd. Özal had namelijk vlak voor zijn dood in 1993 aangekondigd de Koerdische kwestie eens grondig aan te willen pakken.
De militaire leiding van het land heeft dus vaak genoeg met voldoende daadkracht laten zien wat voor land Turkije hoorde te zijn. Turkije moest ultranationalistisch zijn, Atatürk moest als Noord-Koreaanse leiders verheerlijkt worden, er mocht geen ruimte zijn voor niet-Turkse elementen, er was dus geen sprake van het erkennen van de Koerdische identiteit en de Koerdische taal. En er waren erg veel privileges voor de militairen.

HET AFGELOPEN JAAR vonden er echter ontwikkelingen plaats die geen mens voor mogelijk heeft gehouden. Turkije heeft kennisgemaakt met het verschijnsel dat generaals gearresteerd werden en gevangenisstraffen kregen. De Turken kwamen erachter dat het beramen van een coup ook in Turkije verboden is. Kolonels werden gearresteerd vanwege hun aandeel in politieke aanslagen. Het Openbaar Ministerie ging het gevecht aan met de onaantastbare ‘diepe staat’, een orgaan dat verantwoordelijk wordt gehouden voor moorden op duizenden, voornamelijk Koerdische burgers. Kranten publiceerden telefoongesprekken van oud-legerleiders die elkaar vertellen hoe ze in het verleden de politiek hebben gemanipuleerd en politieke leiders met dreigtaal hebben ingepakt. Kortom, de verheven militaire bevelhebbers zijn van hun voetstuk gevallen.
Deze stille revolutie is het werk van de huidige premier Recep Tayyip Erdogan. Een man die vanwege zijn islamistische wortels diep wordt gehaat door de seculiere elite. Hij is ook een man die het lot van zijn voorgangers dreigde te delen, die eerst zijn best deed om zijn vijanden te sussen, maar uiteindelijk inzag dat vechten de grootste kans bood om het hoofd boven water te houden.
Gesterkt door het perspectief van de Europese Unie – en de grote steun van de Turken bij de laatste verkiezingen in 2007 – heeft hij anderhalf jaar geleden besloten om terug te vechten, iets wat zijn voorgangers nooit hebben gedurfd. Ze leefden immers in een land waar de eerste gekozen premier van het land, Adnan Menderes, nog niet zo lang geleden met een touw om zijn nek van rechts naar links en van links naar rechts had geschommeld. Voor de veldslag tegen de generaals was iemand nodig die uit de jungle kwam waar straatgevechten alledaagse bezigheden zijn. Nergens in Turkije is een betere jungle te vinden dan in de chaotische, arme wijk Kasimpasa in Istanbul.

RECEP TAYYIP ERDOGAN, geboren in 1954, groeide op in die wijk, in een tijd waarin Menderes volop werkte aan zijn droom om in korte tijd het land te transformeren. Recep Tayyip was de zoon van de bootjesman Reis Kaptan, een immigrant van de kust van de Zwarte Zee. Een strenge man die snel kwaad kon worden en dan niemand spaarde. Alleen voor Recep Tayyip had hij een zwak. Moeder Tenzile wist dat ze Tayyip moest inschakelen wanneer haar man weer eens een woedeaanval had. Ze stuurde de kleine jongen dan naar haar man. Die ging als een poes op de schoot van vaderlief liggen, liet zich aaien en keek erg lief naar de boze man. De boosheid maakte al snel plaats voor zachtmoedigheid. En als het Tayyip zelf was die zich de woede van zijn vader op de hals had gehaald, ging de jongen als laatste redmiddel de schoenen van zijn vader kussen. In dat geval kalmeerde de man en begon zelfs te huilen.
Een andere bekende anekdote over Recep Tayyip Erdogan. Op school werd godsdienstles gegeven. De meester vroeg wie van de klas wist hoe men diende te bidden. De zoon van de vrome Reis Kaptan stak zijn vinger op. ‘Ik kan dat wel’, zei Tayyip. De directeur riep hem bij zich en zei: ‘Kom, laten wij de klas eens voordoen hoe een moslim hoort te bidden.’ Islamieten mogen niet op de grond of op de vloer bidden zonder er iets op te leggen. De meester spreidde een paar kranten op de vloer en wilde neerknielen. Tayyip hield hem tegen en zei: ‘Meester, er zijn foto’s in de kranten. Een moslim mag niet bidden terwijl hij naar afbeeldingen of foto’s kijkt.’
Deze gebeurtenis zou een wending geven aan zijn leven. Na die dag werd hij door zijn schoolgenoten ‘de imam’ genoemd. De directeur was onder de indruk van deze jongen, die zo goed op de hoogte was van de regels van de islam. Hij vond dat hij een imamopleiding moest volgen en stelde dit voor aan de vader van Tayyip. Die voelde zich vereerd. De directeur verzekerde hem dat de imamschool overtuigde moslims maakte van de leerlingen en dat deze leerlingen niet verplicht waren later als imam te werken. Ze konden verder leren voor dokter, architect of wat ze maar wensten.
Tijdens de imamopleiding werden regelmatig bijeenkomsten georganiseerd die ‘Wij, onder ons’ heetten. Leerlingen vermaakten op deze avonden hun ouders met theater en andere voorstellingen. De leerlingen en hun ouders wilden elke keer zien hoe Tayyip met zijn mooie en krachtige stem gedichten voorlas. En telkens als de vaste ster van de avond een gedicht had voorgedragen, daverde de zaal van het applaus. Tayyip was een meester in het ontroeren van grote groepen.
In 1973 deed hij mee aan een wedstrijd voordracht die door de landelijke krant Tercüman was georganiseerd. Hij werd Turks kampioen. Hij bleek ook een groot talent te hebben om mensen toe te spreken. Hij werd lid van een conservatieve, islamistische jongerenorganisatie. Hier zette hij de eerste stappen in de richting van de serieuze politiek.
Behalve voor de activiteiten bij de jongerenorganisatie had Tayyip ook een passie voor voetbal. Het was 1969. De eerste gekozen premier was inmiddels opgehangen. Tayyip werd door het publiek en zijn ploeggenoten met twee namen aangeduid: imam en Beckenbauer. Hij werd voor de voetbalselectie van Istanbul gekozen. Maar om mee te mogen doen moest zijn vader toestemming geven door een verklaring te tekenen. Tayyip wist dat hij dat nooit zou doen. Hij vroeg zijn oom om hulp. Toen die naar Reis Kaptan stapte, brak in huize Erdogan de hel los. Kaptan was woedend omdat Tayyip al die jaren stiekem had gevoetbald. Deelname aan de selectie kon hij vergeten.

DE JAREN NEGENTIG waren aangebroken. De fundamentalistische Necmettin Erbakan richtte een nieuwe partij van de politieke islam op, Refah Partisi, de Partij van de Deugd. Formeel had Erbakan in elke plaats waar een vertegenwoordiging noodzakelijk was handtekeningen van de oprichters nodig, maar het was niet gemakkelijk om mannen te vinden die zich hiervoor wilden opgeven. Een van de mensen die het durfde, was Recep Tayyip Erdogan. De ‘voetballende imam’ had intussen economie gestudeerd aan de Marmara Universiteit in Istanbul en hij had ervaring opgedaan in de jongerenorganisaties van de partij van Erbakan. Erdogan maakte zich warm voor het echte leiderschap. Hij werd een van de medestichters van de organisatie in de deelgemeente Beyoglu in Istanbul en verzamelde meteen zijn jeugdvrienden om zich heen. Hij zei tegen hen dat ze aan het begin stonden van een marathon. ‘Wij zijn geen korteafstandslopers. We gaan een eindeloze marathon lopen. Niet een van 42 kilometer, onze marathon zal pas eindigen als we dood zijn.’ Niet lang daarna zou Erdogan in het bestuur van de partij in Istanbul komen.
Tijdens een van de praatsessies in de wijk Zeytinburnu in Istanbul zei Recep Tayyip: ‘Geliefde broeders, de rechtse ideologie van de nationalisten wordt gevoed door hun uitbuiting van het geloof. En de linkse ideologie buit de gevoelens van de arbeiders uit. Deze mensen komen ’s nachts in dure hotels bij elkaar om samen raki te drinken.’
En op een andere bijeenkomst zei de dertiger: ‘Het minimumloon in Turkije is 29.500 lira, geliefde broeders. Maar ik weet dat rijke mensen 125.000 lira per maand uitgeven aan hun hond. Onze cultuur wordt al meer dan 150 jaar aangevallen. Ze hebben het gemunt op onze waarden en normen. Rechts en links in Turkije zijn dezelfde ideologieën. Ze zijn allebei uit het Westen geïmporteerd. Er is geen verschil tussen die twee. Er is eigenlijk ook geen verschil tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De drijvende krachten achter deze twee machten zijn de joden.’
Erdogan vond dat de partij niet meer de ‘islampartij’ van vroeger moest zijn, maar een islamitische conservatieve partij. Het volk moest gewonnen worden. De partij moest groeien. Alleen dan kon zij macht krijgen. Deze tactiek werkte. Bij elke nieuwe verkiezing won de partij meer stemmen. Tegelijkertijd beklom Erdogan de treden van zijn politieke carrièreladder. Hij had veel over voor deze klim. Hij zei in een interview: ‘Het handen schudden met een vrouw is een moeilijke zaak. We weten dat dat tegen de islamitische regel is. Maar wanneer een vrouw haar hand reikt, moet ik de mijne ook reiken. Anders is ze meteen verloren voor onze zaak. Moge Allah onze zonden vergeven.’
Erdogan werd eerst tot burgemeester van Istanbul gekozen. Een paar jaar later grepen de militairen weer eens in in de politiek van het land. Door hun toedoen werd de fundamentalistische partij waar Erdogan lid van was verboden.
Erdogan richtte in 2001 zijn eigen AK-partij op en won in 2002 de algemene verkiezingen. Het Turkse volk had wel vaker mannen laten winnen die dicht bij het volk stonden. Maar Erdogan was met zijn kortgeknipte snor, zijn hoofddoek dragende vrouw, de manier waarop hij liep, de manier waarop hij praatte en de manier waarop hij ruzie maakte een echte volksman uit Kasimpasa. Een vrome man, een straatvechter, een voetballer. Een man die vanwege het voorlezen van een gedicht vier maanden in de gevangenis had gezeten. De zoon van Reis Kaptan had tijdens een politieke toespraak in de microfoon gebulderd: ‘De minaretten van de moskeeën zullen dienen als onze bajonetten, de bezoekers van de moskeeën zijn als ons leger en de moskeeën zelf als onze kazernes.’

DE LEGERLEIDING, die in de loop van de jaren gewend was geraakt aan politieke leiders die niet voldeden aan het profiel van ‘de door de seculiere elite gewenste partijleider’, en die genoeg manieren wist om af te rekenen met deze mannen, heeft sinds Erdogan in 2002 aan de macht kwam alle trucs uit de kast gehaald om de lange man met de dunne snor uit te schakelen. De legerleiders hanteerden dreigende taal, ze publiceerden verklaringen die een staatsgreep insinueerden, ze brachten miljoenen aanhangers op de been voor ultranationalistische ‘Red de republiek’-demonstraties. Uiteindelijk werd het Constitutionele Hof ingeschakeld om de AK-partij te laten verbieden.
Recep Tayyip Erdogan, die zich tot anderhalf jaar geleden behoorlijk koest wist te houden, sloeg terug met zijn officieren van justitie. In anderhalf jaar tijd is er zoveel uit de doos van Pandora gekomen dat zelfs Turken die geneigd zijn om alle complottheorieën van de wereld te geloven zich verbazen over de verrichtingen van de Turkse ‘diepe staat’. De generaals die nu achter de tralies zitten, hebben zelfs de meest seculiere, republikeinse krant laten bombarderen om onrust en paniek te zaaien in het land. Het doel was om de legerleiding van een voorwendsel te voorzien om de door hen gewenste coup te plegen. Maar wat twaalf jaar geleden nog werkte, lijkt nu geen effect meer te hebben. De wereld is een andere plek geworden. Staatsgrepen zijn niet meer van deze tijd. Bovendien koesteren Turken de wens om ooit EU-lid te worden. En misschien belangrijker dan dat alles: de huidige generaals zien met lede ogen aan hoe hun voorgangers vanwege hun eerdere activiteiten in de gevangenis zitten en niet van hun pensioen kunnen genieten. De generaals willen hun laatste mooie jaren blijkbaar niet in gevaar brengen.
Erdogan zwaait vooralsnog de scepter in het land. Een eng idee voor velen die als een roosje sliepen omdat ze wisten dat het leger toch wel waakte over de seculiere staat van Atatürk. Wat als deze supermachtige Tayyip een islamstaat van Turkije gaat maken en de Europese Unie gebruikt om zijn kwade plannen te verwezenlijken? Is hij nog steeds de fundamentalist van weleer of is hij, zoals hij zelf al jaren zegt, veranderd en milder geworden? Komt in de plaats van het ultranationalisme van de generaals het islam-fascisme, of gaat Turkije nu eens echt het enige democratische land met een islamitische bevolking worden?
De traditie van een legercoup om de tien, elf jaar is in ieder geval passé. Nu is het afwachten wat de eerste niet-militaire baas van Turkije met het land gaat doen.