Seyran Ateş in de Ibn-Rushd-Goethe- moskee, in de documentaire Seyran Ateş: Sex, Revolution and Islam © Foto’s uit de documentaire

Is het toeval of toch een teken? Seyran Ateş houdt het in het midden. Ze noemt het een ‘mooie vertelling van de geschiedenis’. Sinds een paar maanden is haar moskee voor liberaal georiënteerde moslims, de enige van Berlijn, een van de weinige in Europa, in de Martin Luther-zaal van een christelijke gemeenschap ondergebracht.

Expliciet noemt ze Luther als haar voorbeeld in de film Sex, Revolution and Islam van de Turks-Noorse regisseuse Nefise Özkal Lorentzen. Want ook de islam heeft een hervormer van het geloof nodig, vindt Ateş: een Martin Luther – ‘of een Martina Luther’, zoals ze er nog even aan toevoegt. Maar het was pas toen de film in oktober 2020 klaar was dat deze zaal haar werd aangeboden – de afgelopen drie jaar zaten ze in een gebouw anderhalve kilometer verderop.

Ateş (1963) neemt plaats in een oriëntaalse zitbank. Achter haar is de gebedsruimte van de Ibn-Rushd-Goethe-moskee stralend wit en hoog. Het zorgt voor een verrassend gewijde sfeer, in dit gemeenschapsgebouw in het drukke multiculturele stadsdeel Berlijn-Moabit, waarin ook een evangelische crèche en een Koreaanse gemeenschap zijn ondergebracht. Door corona mag er slechts een beperkt aantal gelovigen in, maar dat zegt niets over het succes ervan, zegt Ateş.

Want: ‘Ja, het werkt, het plan is gelukt.’ In 2009 kreeg ze het idee. Ze was uitgenodigd voor de ‘Islamconferentie’ van de Duitse regering, een soort denktank die oplossingen voor de toenemende spanningen rond het thema islam diende te vinden. Maar ze merkte dat daar alleen conservatieve moslimverenigingen waren vertegenwoordigd; het liberale geluid ontbrak. ‘De eerste vraag die voor mij belangrijk was: zijn er moslims die een liberale moskee willen?’ Ja, dat bleek. Na jaren onderhandelen opende de moskee in 2017. En ze kwamen, veel meer dan ze zelf had verwacht, veel meer dan de conservatieve verbanden hadden gezegd dat er zouden zijn – wier inschatting de Duitse politiek had overgenomen.

Kippenvel krijgt ze, opnieuw, als ze over die begintijd spreekt, vertelt Ateş. ‘Er kwamen gelovigen die zich door de moslimgemeenschap onderdrukt voelden. Er kwamen mensen die zich teleurgesteld van de islam hadden afgekeerd omdat die de laatste vijftien jaar alleen nog met terreur en moord in verband werd gebracht. Ze zeiden: “Ik zoek spiritualiteit, maar ik vind die niet in traditionele moskeeën.” Sommigen moesten huilen, omdat ze zo lang niet meer gebeden hadden. Bij ons konden ze bidden en hun spiritualiteit terugvinden.’

De derde groep vormden de ‘vele lgbt-mensen’, zegt Ateş, zelf biseksueel. ‘Die hadden het gevoel dat ze geen religie mogen hebben, net als in het jodendom en christendom het geval is. Ze dachten dat ze iets verkeerds deden, dat ze alleen waren. Maar liefde kan geen zonde zijn, liefde is halal. Voor iedereen is een partner geschapen die bij hem of haar past. Als we hun dat vertellen, dan zeggen de meesten: “Zo heb ik dat ook altijd gevoeld, wat mooi dat jullie ook zo denken.”’

Een toevluchtsoord voor al die liberale moslims wil de Ibn-Rushd-Goethe-moskee zijn, een safe space. Want Ateş strijdt niet ‘tegen de islam, maar tegen patriarchale structuren’, zegt ze. Haar missie: ‘Juist in de 21ste eeuw, waarin de islam steeds meer alleen met terreur wordt geassocieerd, zien wij het als onze taak te laten zien dat de islam met democratie, mensen- en vrouwenrechten te verenigen is.’

Ze heeft zich vaak afgevraagd waarom niet meer moslims duidelijker laten zien dat ze tegen het geweld, tegen de terreur in naam van de islam zijn. Maar ze weet het nu: ‘Miljoenen liberale moslims zijn er in de wereld, maar je hoort ze niet, ze leven teruggetrokken, ze zijn bang.’

Precies dat is het waarom Martin Luther een voorbeeld is – en net zo goed Martin Luther King. ‘Ik ben een overtuigd activist voor de mensenrechten, en ik heb de verhalen van al die bewegingen in de geschiedenis gevolgd. Tegenwoordig vindt men de dingen heel normaal die in 1980 nog onmogelijk leken. Het zijn steeds een paar mensen die opkomen voor hun overtuigingen, zij staan aan het front, maar ze doen dat voor de anderen, die liever achter blijven staan. Als politiek activiste heb ik gezegd: dan moet ik dat doen. Dat is ook mijn werk: als advocate ben ik een spreekbuis.’

Maar vanzelf gaat het niet, die hervorming. Ze wijst naar achter in de zaal. Onopvallend zitten daar een man en een vrouw. Het zijn haar bodyguards. Ze leeft al meer dan tien jaar met persoonsbewaking. De stad Berlijn heeft ze haar toegewezen, toen ze door de eerste moorddreigingen haar werk niet meer kon doen. Na een fatwa vanuit Egypte en een veroordeling vanuit Turkije vanwege de opening van de liberale moskee werd hun aantal vergroot. ‘Zonder deze bescherming, zonder de zekerheid dat de Duitse staat klaar staat als er iets zou gebeuren, zouden we niet meer bestaan. We bestaan alleen omdat de democratische rechtsstaat zegt: “De vrijheid van religie geldt ook voor liberale moslims. We bemoeien ons niet met de inhoud, maar we zeggen dat u ook het recht heeft hier te bestaan.”’

‘We bestaan alleen omdat de Duitse democratische rechtsstaat zegt: “De vrijheid van religie geldt ook voor liberale moslims”’

De bedreigingen door haar tegenstanders verzamelt ze in een grote map. In de documentaire Sex, Revolution and Islam leest ze eruit voor. Seksueel gewelddadig zijn ze meestal, de auteurs ervan noemen haar ‘hoer’, ze dreigen haar met verkrachting. Ook dit laat volgens haar zien hoe centraal seksualiteit staat bij de tegenstand van de conservatieve moslims tegen hervormingen. Uiteindelijk gaat het bij seksualiteit om dat wat er achter zit, zegt Ateş: het gaat om macht, het gaat om de zelfbestemming van het individu, om de vrijheid van de vrouw.

Ateş leerde dit gevecht al als jong meisje kennen. Ze kwam op haar zesde uit Turkije naar West-Berlijn, haar vader was Koerd, haar moeder Turks. Haar broers mochten doen wat ze wilden, zij niet – omdat ze een meisje was werd haar vrijheid drastisch beperkt. Ze was goed op school, maar thuis moest ze het huishouden doen, en ze mocht niet alleen naar buiten. Ze zag dat de Duitse meisjes konden doen wat ze wilden. Ze vroeg: ‘Waarom worden wij anders behandeld?’ De familie zei: je wil toch niet als ‘hoer’ bekend komen te staan? Ze streepte de dagen af tot ze achttien jaar zou worden, maar drie maanden voor het zo ver was vluchtte ze het huis uit. Een paar jaar later werd ze slachtoffer van een aanslag. Tijdens haar studie rechten werkte ze bij een opvanghuis voor vrouwelijke migranten, onder meer als vertaalster. In 1984 kwam een man tijdens een consult het vrouwenhuis binnen en begon te schieten. Haar cliënte Fatma E. stierf, Ateş zelf zweefde in levensgevaar, het duurde zes jaar voor ze van de lichamelijke gevolgen van de aanslag genezen was. Het was een allesbepalende ervaring, ook door de reactie van de Duitse staat, die volgens haar veel te slap was. De politie zei dat het een familielid was geweest, alhoewel later bleek dat het een Turkse nationalist was – hij werd vanwege juridische vormfouten vrijgesproken.

Steun voor haar engagement kreeg ze pas later. In de jaren na 9/11 kwam een kritische omgang met de islam centraal te staan in het debat over de multiculturele samenleving. Ateş stond er middenin. Ze zette zich in voor de strijd tegen eremoorden, dwanghuwelijken, en vóór vrouwen die een eigen leven wilden opbouwen. Ze kreeg eerbetonen en prijzen, onder meer in 2014 het Bundesverdienstkreuz, de hoogste onderscheiding van de Duitse staat.

Maar de tegenbeweging werd ook harder. In 2006 stopte Ateş tijdelijk als advocaat, nadat zijzelf en haar cliënte na een echtscheidingszaak op straat waren aangevallen door de ex-man. In 2009 trok ze zich helemaal uit de openbaarheid terug. Dat jaar had ze het boek De islam heeft een seksuele revolutie nodig gepubliceerd, waarmee ze bij moslima’s een vrijheidsstrijd zoals in de jaren zestig hoopte los te maken. De moordbedreigingen uit islamitische hoek als reactie op het boek werden haar te veel.

Met permanente bewaking keerde ze in 2012 als advocate terug. Sindsdien treedt ze onder andere op als advocate van de stad Berlijn voor de instandhouding van de ‘neutraliteitswet’. In Berlijn geldt dat verantwoordelijken in het onderwijs of de rechtspraak geen zichtbare religieuze uitingen mogen dragen. De bekendste zaak daartegen is aangespannen door een docente met hoofddoek, die vindt dat dat kledingstuk bij haar identiteit als moslima hoort en dus ook in functie moet kunnen worden gedragen.

Seyran Ateş is daarentegen een overtuigd voorstander van de scheiding tussen staat en religie. Ze draagt zelf geen hoofddoek, ook niet nu ze een opleiding tot imam heeft gevolgd en zelf diensten in haar moskee mag leiden. Ze ziet het kledingstuk als een middel tot onderdrukking van vrouwen. ‘Het heeft een negatieve boodschap. Het straalt uit dat het lichaam iets slechts is.’ Maar in 2018 gaf een rechtbank de klaagster gelijk, die ontving daarop schadevergoeding wegens discriminatie, en in september 2020 werd de hoofddoek voor juristen in opleiding in de rechtbank toegestaan.

Het is een ‘politieke uitspraak’, meent Ateş. Wethouder van Justitie Dirk Behrendt (Groenen) spreekt zich immers steeds duidelijker ervoor uit de neutraliteitswet af te schaffen. Volgens Behrendt past de hoofddoek wél bij de zelfbestemming van jonge vrouwen. Veel jonge moslima’s kiezen bewust voor een hoofddoek, en het zou beter voor de emancipatie zijn als ze daar toch mee kunnen werken.

Ateş ziet in de aanval op de neutraliteitswet een gevolg van de naderende verkiezingen in Berlijn en Duitsland in 2021. cdu en spd zijn voor neutraliteit, maar de Groenen en Die Linke kiezen de weg van de identiteitspolitiek, zegt ze. Daarin staat de opvatting centraal dat iedere cultuur haar eigen gebruiken kan behouden, en dat de staat dat ook dient te stimuleren. Ze hebben de media hiervoor op hun hand, meent Ateş, omdat een meerderheid van de Duitse journalisten links-groen stemt. Maar de feiten rond de hoofddoek, zegt ze, die zien ze niet. ‘Ik kom uit een laïcistisch moslimland, het Turkije van vóór Erdogan. In de eerste generatie gastarbeiders droegen weinig vrouwen hoofddoeken, en kinderen al helemaal niet. Als je oude klassenfoto’s ziet in migrantenwijken als Kreuzberg of Neukölln, vind je geen enkele hoofddoek. Ook zwemles was voor moslimmeisjes normaal, ook mijn moeder wilde dat. De enige vraag die toen speelde was of ik een bikini of een badpak wilde aantrekken.’

Dat is nu veranderd, nu zijn er in elke klas meerdere moslimmeisjes die niet meer meedoen met de zwemles, zegt ze. Als gevolg van het multiculturele beleid is volgens haar de ‘islamisering’ toegenomen. Want is de hoofddoek een vrije keuze? Er speelt volgens haar altijd een morele druk vanuit de gemeenschap mee. Want, zegt Ateş, zelf moeder van een dochter: ‘Meisjes vinden hun haren mooi, ze willen hun haren laten zien, niet verbergen.’

Seyran Ateş in Seyran Ateş: Sex, Revolution and Islam © Foto’s uit de documentaire
‘Er zijn zelfs linkse en groene mensen in deze stad die zeggen dat dit een nep-moskee is’

In de documentaire is een van haar diensten in de moskee te zien. Mannen én vrouwen bidden er gezamenlijk bij elkaar, zij aan zij, hoofddoek en geen hoofddoek; men omarmt elkaar na afloop. Ook de naam van de moskee moet harmonie uitstralen: hij is een combinatie van de islamitische geleerde Ibn Ruschd uit de Middeleeuwen – in Europa bekend als Averroes – en de Duitse denker Goethe, die in zijn boek West-östlicher Divan op zoek gaat naar de wederzijdse inspiratie tussen islam en christendom.

Ateş zelf, de voorvechter van de vrijheid, is ondertussen uitgerekend voor een nieuwe generatie progressieve politici een omstreden figuur geworden. Haar activistische houding stuitte ook vroeger al veel progressieven tegen de borst en haar strikte opvatting tegen de hoofddoek werd regelmatig als ‘te ongenuanceerd’ bekritiseerd. Maar inmiddels wordt ze ervan beschuldigd ‘rechts’ te zijn, vertelt ze, ‘een racist of een vijand van de islam’. ‘Er zijn zelfs linkse en groene mensen in deze stad die zeggen dat dit een nep-moskee is. En er zijn lgbt-mensen, die zelf atheïst zijn, die mij nu de islam willen verklaren en de hoofddoek verdedigen.’

En dus zegt Ateş: ‘De links-liberale beweging ervaar ik als een van de gevaarlijkste. Ze bestrijden ons nu net zo hard als de islamisten. We hebben nu drie identitaire fronten waar we ons tegen moeten weren: die van links, die van rechts, en die van de islam. Ik ben zelf vanaf mijn twintigste actief in de linkse beweging, maar hieraan zie ik hoe ziek die is geworden. In hun eigen groep eisen ze meer gelijkwaardigheid tussen de geslachten, maar bij de moslims verdedigen ze de boerka. Ze zeggen voor vrijheid op te komen, maar verdedigen het patriarchaat, dat tegen liberaliteit is.’

De progressieven scharen zich met hun identiteitspolitiek onwetend aan de zijde van de conservatieve moslims, zegt Ateş. ‘Behrendt bekritiseert wel de katholieken, maar niet de moslims, omdat die de onderdrukten zouden zijn. Maar dat die juist de onderdrukkers van de liberale waarden zijn, dat ziet hij niet.’ Deze opvatting van de Duitse Groenen komt volgens haar niet voort uit liefde voor de islam, maar uit de zelfhaat in Duitsland, vanwege het oorlogsverleden. De Deense progressieven doen het bij dit thema beter. ‘De sociaal-democraten keren zich daar tegen racisme van álle kanten, omdat het een probleem van allen is, niet alleen een probleem van witte oude mannen.’

Haar alternatief voor het concept van multiculturalisme is niet assimilatie, zoals van rechterzijde geëist wordt, maar ze hanteert het begrip ‘transcultureel’: een individu kan verschillende culturele achtergronden in zich opnemen en ook uitleven, maar de liberale waarden dienen boven alles te staan. Maar voor liberale moslims, zegt Ateş, zijn de Duitse progressieven bang. ‘Die kunnen niet als knuffeldier fungeren.’

Fel klinken haar woorden, maar ze zegt het haast laconiek. Ze kan zich over de nieuwe politieke omslag niet opwinden, ze moet om de beschuldigingen slechts ‘grinniken’, en ze wacht de ontwikkeling af: ‘Deze tegenstand verandert niets aan de richting die we op gaan. We kunnen nu alleen maar ons werk doen en wachten niet op de steun van de links-liberalen. Het zal hun vanzelf duidelijk worden dat deze opvatting over de hoofddoek niet klopt.’

Voor hervorming moet je geduld hebben, zegt Ateş. ‘Ik denk in termen van dertig jaar. De liberale moslims zijn de links-liberalen ver vooruit. De hervorming van de islam zal verlopen zoals bij alle vredesbewegingen. Hervorming doet pijn, want hoe meer er veranderd moet worden, des te langer duurt het proces, en des te harder is ook de tegenreactie. Maar uiteindelijk willen mensen vrijheid, de mensheid heeft zich altijd naar voren ontwikkeld.’

In haar eigen leven werkte het net zo: tien jaar nadat ze het huis uit was gegaan, hebben haar ouders haar geaccepteerd zoals ze was: ‘Ze hebben zich ook verontschuldigd dat ze me hebben tegengewerkt. En nu woont mijn moeder bij mij.’ In de documentaire zie je hen beiden aan tafel zitten, de moeder geschokt als ze terugdenkt aan de aanslag op haar dochter, de dochter liefdevol troostend.

Ook het verhaal van de neef van Seyran Ateş wordt in de film extra uitgelicht: nadat zijn vader, een conservatief denkende moslim, was overleden, raakte de neef als tiener onder de invloed van extremistische moslims. Hij was onzeker over zichzelf, hij keek tot diep in de nacht YouTube-video’s met hun boodschappen vol haat. Achteraf zegt hij dat hij in die fase ook geweld had kunnen gebruiken. Nu helpt hij zijn tante in de liberale moskee; hij heeft zijn eigen homoseksualiteit leren accepteren, en gelooft dat ook zijn vader dat uiteindelijk zou hebben gedaan.

Op mondiaal niveau ziet Ateş eveneens veranderingen in de richting van meer liberaliteit. In de film zien we haar onder meer in China, waar ze spreekt met jonge lesbische moslima’s, op zoek om hun seksualiteit en hun geloof te kunnen combineren. In diverse islamitische landen groeit ondertussen een nieuwe generatie vrouwen op die naar vrijheid verlangt, zegt ze, en die deelt wél haar overtuiging. En in Wenen, na lang onderhandelen, zijn nu ‘concrete plannen’ om in samenwerking een nieuwe liberale moskee te openen. Dat is de dialectiek van de vooruitgang. ‘Zo gaat het altijd: vijf stappen naar voren, drie terug.’ De hoop verliest ze door de tegenstand daarom niet: ‘Mijn leven was nooit eenvoudig, maar het leven van de profeet was dat ook niet. En van Martin Luther ook niet, of van Martin Luther King.’


Movies that Matter

Filmfestival Movies that Matter vindt online plaats van 16 t/m 25 april. Er is een keuze uit zo’n tachtig films. Kaarten zijn te bestellen via moviesthatmatter.nl. We selecteerden zes tips voor films uit het ruime aanbod.

Op zaterdag 24 april is er een online Groene-dag met twee films, waaronder Sex, Revolution and Islam, die zijn geselecteerd door onze redactie, gevolgd door een gesprek met de filmmakers.