De Duits-Nederlandse band

Een medaille en een doctoraat

De nieuwe rol van Duitsland in Europa heeft voor een sterke politieke toenadering tot Nederland gezorgd. De gedeelde belangen in de eurocrisis zijn groot. De vraag is alleen voor hoe lang.

Een van de eerste foto’s waarop de warme gevoelens goed zichtbaar zijn, is op een regenachtige dag gemaakt in het Kanzleramt in Berlijn. Het is rond zes uur ’s avonds, 20 juni 2012. Angela Merkel en Mark Rutte staan wat afzijdig van hun gevolg voor een groot raam van het Kanzleramt. Een tikkeltje schalks lichten Merkels ogen op, vrijpostig vriendschappelijk spreekt Rutte haar toe, beiden met het wijnglas losjes in de hand.

Twee jaar kennen ze elkaar nu en ze hebben een zekere vertrouwelijkheid ontwikkeld – nadat Rutte eerst Merkels wantrouwen tegenover zijn minderheidsregering met steun van Geert Wilders heeft moeten wegnemen. En als je ooggetuigen als oud-ambassadeur Marnix Krop mag geloven, is die band vanaf die tijd alleen maar sterker geworden: ‘Een combinatie van geestverwantschap, politiek bondgenootschap en, gaandeweg, dat ze elkaar aardig begonnen te vinden.’ Krop ziet er zelfs een nieuwe fase in de Duits-Nederlandse politieke betrekkingen mee verzegeld. Die zijn zelden zo sterk en intensief geweest. Er zijn steeds meer gedeelde belangen in het spel.

Even wennen is het wel. De laatste tien jaar is vaak herhaald dat de politieke verhoudingen heus goed waren, maar in de praktijk waren beide landen elkaar uit het oog verloren. Het nieuwe Duitsland had na 1990 ineens negen buurlanden en de relatie met Polen en Frankrijk was belangrijker. Voor Nederland was de economische relatie met Duitsland wel duidelijk, maar politiek keek het liever de andere kant op en stond het met de rug naar Duitsland.

De vriendschappelijke onverschilligheid veranderde met de eurocrisis. In de afgelopen regeringsperiode van Merkel heeft er in de internationale positie van Duitsland een omslag plaatsgevonden die zelfs door nuchtere analisten ‘historisch’ wordt genoemd. De Duitse politiek had na het einde van de Tweede Wereldoorlog geleerd zich onzichtbaar op te stellen; het land speelde liefst de rol van ‘politieke dwerg’. Door de crisis kon dat niet meer. Duitsland, de voormalige ‘zieke man van Europa’, bleek als enige economisch te groeien. ‘Duitsland moest door zijn economische gewicht voor het eerst zo groot zijn als het eigenlijk is’, aldus Krop.

Vooral de Angelsaksische media hebben zich uitgeput om de onwennigheid van dit nieuwe Duitsland te omschrijven. ‘Europe’s Reluctant Hegemon’, kopte The Economist nog in juni 2013. ‘The Accidental Empire’, zo noemde The Guardian het land in 2012. Duitsland moest ineens de koers van Europa bepalen, maar wist volgens de andere mogendheden niet goed hoe het dat moest doen.

Inderdaad heeft een enigszins consequent beleid lang op zich laten wachten. Pas in de loop van 2011 veranderde Merkel haar afwachtende opstelling. Ze begon haar landgenoten duidelijk te maken dat zonder Europa de Duitse welvaart niet vol te houden zou zijn. Tegelijk beloofde ze financiële ‘strengheid’; Duitsland hoeft heus niet zonder tegenprestaties te betalen voor de Zuid-Europese ‘losbolligheid’.

Door deze nieuwe koers begonnen de relaties binnen Europa te verschuiven. Precies op het moment dat Rutte met een tweede kabinet aan de macht bleek te blijven, verloor Merkel haar oude partner Nicolas Sarkozy. Met de socialistische Franse president François Hollande verliep de relatie allerminst soepel – en Frankrijk zelf kwam in economische problemen terecht. Het logische gevolg: meer toenadering tot Nederland. ‘De nieuwe positie van Duitsland heeft voor een nieuwe positie van zijn bondgenoten gezorgd’, zo omschrijft de Berlijnse politicoloog Herfried Münkler het nieuwe evenwicht. Volgens hem loopt de groeiende betekenis van Duitsland parallel aan een groeiende betekenis van landen als Finland, Oostenrijk en Nederland. Volgens oud-ambassadeur Krop is Nederland in deze periode zelfs ‘het eerste adres’ geworden voor Merkels plannen: ‘Binnen Noord-Europa zijn we de belangrijkste bondgenoot geworden.’

Duitsland kan niet anders. Isolement binnen Europa is de grote angst van het nieuwe Duitsland. Het land zoekt daarom naar een manier om te ‘leiden zonder te domineren’, en dat kan alleen als er bondgenoten worden aangetrokken. Op zijn beurt kijkt de Nederlandse politiek met openlijke bewondering naar de succesvolle Duitse economie – en hoopt de eigen problemen ermee te kunnen oplossen.

Marnix Krop, tot augustus dit jaar ambassadeur in Berlijn, zag de verhoudingen in deze periode zienderogen veranderen. De contacten met ‘de Duitsers’ werden anders, zegt hij; hun optreden werd fermer. ‘Op een gegeven moment zag je dat ze voor zichzelf hebben uitgemaakt: dit willen we.’

Al direct in de lente van 2011 blijkt echter juist die opstelling voor nieuwe problemen te zorgen. In Griekenland wordt steeds feller gedemonstreerd tegen het beleid van Merkel. Er worden nazisnorretjes op haar foto geplakt. De Duitse media schrijven verschrikt dat na jaren van ‘ontspanning’ in het buitenland ‘de slechte Duitser’ weer terug is.

Precies in dezelfde periode gaat in Berlijn boven in de Nederlandse ambassade de deur open. Jan Kees de Jager, dan minister van Financiën voor het cda, komt binnen. Het is 25 mei en hij komt net bij zijn collega Wolfgang Schäuble vandaan, de langst regerende minister van Duitsland en een van de machtigste mannen van Europa, berucht om zijn feitenkennis en zijn woede-uitbarstingen. De Jager glimt een beetje, alsof hij het allemaal wel spannend vindt. In vergelijking met Schäuble is hij een beginneling, maar voor het aanwezige groepje Nederlandse correspondenten zegt hij stoer: Duitsland kan niet zonder de Nederlanders. Volgens hem durven de Duitsers namelijk nog helemaal niet duidelijk te zeggen wat ze eigenlijk willen. Het oorlogsverleden, zegt hij, drukt nog te zwaar. De Nederlanders durven dat volgens hem wel, ze kunnen makkelijker bad cop spelen.

Het klinkt als een boodschap voor de rechtervleugel in Den Haag, maar de daaropvolgende maanden lijken De Jager inderdaad gelijk te geven. Ook na de val van het eerste kabinet-Rutte wordt de samenwerking immers voortgezet. Uit de achterkamertjes van politiek Berlijn duiken steeds vaker Nederlandse politici op, samen met de Finnen.

Een nieuwe Noord-Europese ‘broederschap’ blijkt zich te vormen, verbonden door waarden als discipline en hard werken. Als de laatste hoeders van de strenge financiële moraal, zo presenteren de Nederlandse, Duitse en Finse ministers zich op persconferenties; de laatste landen met aaa-notering.

Concrete bewijzen van de nieuwe broederschap laten niet lang op zich wachten. De opvolger van De Jager, Jeroen Dijsselbloem (pvda), wordt door de zeventien EU-staten gekozen als chef van de eurogroep, het orgaan dat het economische en financiële beleid in de EU controleert. Deze benoeming zou zonder de steun van Schäuble nooit hebben plaatsgevonden. Eind mei 2013 vindt zelfs een ‘Nederlands-Duitse top’ plaats. Rutte en Merkel reizen met hun halve kabinet af naar het Duitse plaatsje Kleve. Rutte krijgt een medaille voor zijn inzet voor Europa, Merkel krijgt een eredoctoraat in Nijmegen. De foto’s van hun innige samenzijn staan op alle nieuwssites.

En dan is het ineens weer stil rond de Duits-Nederlandse betrekkingen. In de Duitse media is het buurland bijna onzichtbaar. Oud-ambassadeur Krop heeft er een verklaring voor: ‘De Duitsers hebben de neiging alles wat er bedacht wordt in Berlijn te centreren.’ Hij zag meerdere voorbeelden voorbij komen. Nederland wilde bijvoorbeeld al snel dat het imf bij de aanpak van de crisis werd betrokken. De Duitse regering verzette zich, maar ineens was dat voorbij. Krop: ‘Merkel kwam in 2010 naar het Catshuis en Balkenende overtuigde haar van de noodzaak er een objectieve buitenstaander bij te betrekken. Pas toen ging ze om. In de Duitse kranten stond dat het aantrekken van het imf een plan van Merkel was. Maar het kwam van Nederland.’

Het belang van Nederland wordt in Duitsland pas duidelijk als het bondgenootschap mis lijkt te gaan, zoals te zien was in de periode dat de euroscepticus Wilders het minderheidskabinet steunde. Merkel zei openlijk dat ze daar ‘niet gelukkig’ mee was, de Duitse media en politici stelden hun Nederlandse collega’s steeds vaker de vraag: ‘Was ist los in Holland?’ Pas met de Nederlandse verkiezingen in 2012 werd de situatie weer gesust. De Duitse kranten schreven dat Nederland was teruggekeerd in het goede – lees: Duitse – kamp.

Dat het Nederlandse Europa-sentiment genuanceerder ligt, doet daarbij niet ter zake; het gaat om de gedeelde belangen. Hoe liefdevol de bijeenkomsten tussen Merkel en Rutte er ook uitzien, de realiteit is nu eenmaal pragmatisch. Dus, wat als de nieuwe Duitse macht ineens lijnrecht tegen de Nederlandse belangen indruist? Duiken dan ook in Nederland ineens protestacties met Hitler-snorretjes op?

Zo’n terugslag moet worden vermeden, vindt Krop: ‘Je mag het in Nederland niet te hard zeggen, maar de Nederlands-Duitse samenwerking leidt vanzelf richting “meer Europa”. Uiteindelijk denken beide landen daar namelijk hetzelfde over; in Nederland is dat praktischer, in Duitsland is er door het verleden een soort Europa-theologie. Maar als Duitsland met een aanbod komt dat het land zich meer wil inbedden, dan moeten we wel een antwoord hebben, want als Duitsland op dit punt drie keer zijn neus stoot, dan zouden ze wel eens veel meer hun eigen gang kunnen gaan.’

En een Duitsland dat over Nederland heen kijkt, zegt hij, is niet in het belang van Nederland – of van Europa. Daarom is inmiddels al weer een volgende fase aangebroken, die van het ‘institutioneel versterken’, zegt hij. Er wordt meer georganiseerd en samengewerkt dan lang gebeurd is. Dat is te zien op het gebied van defensie, energie, buitenlandbeleid – en door symbolische acties zoals op 5 mei 2012 in Breda, toen de Duitse president Joachim Gauck als eerste buitenlander een toespraak hield op Bevrijdingsdag. Het moet er volgens de diplomaat voor zorgen dat de nieuwe band blijft voortbestaan, ‘ook als Merkel of Rutte in politieke zin onder de tram komt’.


Nieuw Duits Europa-beleid?

Op 22 september wordt er een nieuw Duits parlement gekozen. Deze verkiezingen zijn van belang voor de aanpak van de eurocrisis, en dus ook voor Nederland. Maar zal er in het Europese beleid van Duitsland veel veranderen? Volgens de meest recente peilingen heeft Angela Merkel goede kans haar beleid voort te zetten. Haar partij de CDU ligt stabiel rond de veertig procent. Haar uitdager Peer Steinbrück heeft zijn SPD in de peilingen tot nu toe niet hoger dan 25 procent gekregen, al is zijn ster na het Kanzler-duel op tv van afgelopen zondag wel wat gerezen.

Ook als Merkel geen goede coalitiepartner kan vinden, kunnen de kansen van de SPD nog keren. Met een linkse regering van de SPD en de Groenen of een ‘grote coalitie’ van CDU en SPD zou de Europese oriëntatie van Duitsland overigens eerder toenemen. Links staat kritisch tegenover Merkels ‘strenge’ hervormingen in Europa en wil meer geld vrijmaken voor economische groei.