Een meer vol soep

GEORGES PEREC
RUIMTEN RONDOM
Vertaald door Rokus Hofstede
De Arbeiderspers, 159 blz., € 17,50

Georges Perec (1936-1982) werd in Parijs geboren als zoon van Pools-joodse emigranten. Zijn vader nam als vrijwilliger dienst in het Franse leger en sneuvelde in 1940. Georges werd naar het platteland gebracht waar hij overleefde onder de verfranste naam Perec (zijn eigenlijke naam was Peretz). Zijn moeder werd opgepakt en stierf in 1943 in Auschwitz.
Perec probeerde zijn leven lang een plaats voor zichzelf te verwerven. Aan het eind van zijn zojuist vertaalde boek Ruimten rondom (Espèces d’espaces) vertelt hij over zijn verlangen naar een geboorteland, een bakermat, een geboortehuis, de boom die hij had zien groeien en die door zijn vader zou zijn geplant, de zolder van zijn kinderkamer vol met souvenirs.
Maar die plekken bestaan niet. ‘De ruimte is een twijfel: iets wat ik aan een stuk door moet afbakenen en aanwijzen; iets wat nooit van mij is, wat voor mij nooit een gegevenheid is, wat ik moet veroveren.’ Perec begint zijn boekje met de allerkleinste ruimte (zijn bed) en besluit met de allergrootste: de kosmos. Daartussen zitten zijn kamer, zijn appartement, het gebouw, de straat, de buurt, de stad, het platteland, het land, Europa en de wereld.
Ruimtes heb je niet zomaar voorhanden, zegt Perec. Je moet over je aanvankelijke reactie (‘Iedereen weet toch wat een kamer of een straat is’) heen stappen en aan een marsmannetje proberen uit te leggen wat een kamer of een straat is (aangenomen dat marsmannetjes Nederlands of Frans begrijpen).
Stad en land zijn geordend volgens regels waar niemand zich bewust van is. Hoe zouden we ook moeten weten dat de deftige wijken van Parijs zoals Neuilly en Saint-Cloud aan de westkant van de stad liggen, omdat de stank die in vroeger periodes bijna tastbaar moet zijn geweest via de aanlandige wind van west naar oost over de stad trok, reden waarom ook in Londen de deftige wijk in het westen ligt (West-End)? Hoe zouden we moeten weten dat het traject van de buslijnen in Parijs aangegeven wordt door een getal van twee cijfers, waarvan het eerste verwijst naar het startpunt in het centrum en het tweede naar het eindpunt ter hoogte van de boulevard périphérique? Dat alle bussen waarvan het getal begint met een 2 vertrekken van het Gare Saint Lazare en alle bussen die eindigen met een 2 aankomen in het zestiende arrondissement of het Bois de Boulogne?
En dan hebben we het alleen nog over de feitelijke ordening van de ruimte. Daar overheen stapelt Perec denkbeeldige ordeningen van eigen makelij. Zo neemt hij zich voor om Parijs te doorkruisen door uitsluitend gebruik te maken van straten waarvan de naam begint met een C; om een reis te maken langs alle plekken die zich bevinden op 314,60 kilometer van zijn huis; om via geografische coördinaten de plaats van zijn huis te beschrijven. Hij komt uit op 490 noorderbreedte en 2010’14’’4 oosterlengte. Waar bevindt u zich op dit moment, beste lezer?
Perec is geobsedeerd door punten, lijnen, breedtegraden en meridianen waarmee de ruimte in kaart kan worden gebracht en hij houdt nog het meest van de lijnen en punten die hij zelf verzint en die voor de oningewijde voorbijganger onzichtbaar zijn. Zo mag hij graag stilstaan op een bepaald punt vlak voor de Notre Dame in Parijs, dat vroeger gemarkeerd was door een cirkel die nu verdwenen is ten behoeve van een parkeergarage en van waaruit alle afstanden van het Franse wegennet worden berekend.
De lezer van dit buitengewoon leuke boekje krijgt langzamerhand in de gaten dat de ruimte samenvalt met de beschrijving van de ruimte. Elke reiziger trekt zijn eigen spoor door de ruimte zoals elke schrijver zijn spoor trekt over het blad papier. Reizen is schrijven, schrijven is reizen. Perec schrijft volgens regels die voor de lezer niet direct zichtbaar zijn, op dezelfde manier als hij reist volgens regels die hij zelf ontwerpt.
Neem het stukje ‘dorpsutopie’. Perec beschrijft het dorp waar we allemaal naar terugverlangen, maar waar we nooit hebben gewoond en dat ook nooit heeft bestaan. Om duidelijk te maken dat de herinnering aan dit dorp een denkbeeldige herinnering is (oftewel een illusie), gebruikt Perec in elk van de twintig tafereeltjes die samen het dorpsbeeld van onze jeugd vormen de werkwoordsvorm van de conditionnel (‘je serais’, ‘je m’appellerais’), door vertaler Rokus Hofstede treffend weergegeven met de onvoltooid verleden tijd die door kinderen in spelletjes wordt gebruikt – ‘dan was ik Sinterklaas en jij was Zwarte Piet’. Het hoofdstuk ‘wereld’ deelt hij in volgens alle mogelijke varianten van ‘reizen’ om het ongrijpbare begrip ‘wereld’ inhoud te geven. Via deze ordening maakt hij duidelijk dat ‘wereld’ iets is wat al reizend ontstaat.
Het intrigerende is nu dat de zelfopgelegde regels die Perec gebruikt om de ruimte te verkennen overeenkomen met de zelfopgelegde regels die hij gebruikt bij het schrijven van een tekst. De twee vormen van regeldwang corresponderen met elkaar.
Perec schreef hele romans volgens dergelijke regeldwang. Het beroemdste voorbeeld is La disparition, waarin hij geen enkele ‘e’ gebruikte. In een andere roman (Les revenentes) dwingt hij zichzelf tot het gebruik van maar één klinker, de ‘e’. Ik vind dat ongelooflijk knappe huzarenstukjes, maar ze raken me niet echt. Ik ben veel meer gecharmeerd van de schetsjes, kladjes, opzetjes waarin Perec ideeën voor zulke krankzinnige projecten uiteenzet. Ruimten rondom is zo’n tekst.
Ruimten rondom neemt me mee op een reis waarin ik van de ene verrassing in de andere val. Ik spring mee met Perecs gedachtesprongen (is het u wel eens opgevallen dat olifanten meestal kleiner worden getekend dan ze zijn, maar vlooien altijd groter?) en doe mee met zijn vraagspelletjes: hoeveel rundvlees is er nodig om bouillon te maken van het Meer van Genève?