Ofer Kenig over de kansen van Netanyahu

‘Een meesterzet’

Is het een meesterzet of een recept voor ellende? Feit is dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zijn macht heeft vergroot door een nieuwe coalitie te vormen.

Terwijl in de Knesset, het Israëlische parlement, heftige discussies plaatsvonden over vervroegde verkiezingen op 4 september – een jaar eerder dan volgens schema – liepen afgelopen week twee schaduwen de residentie van Israëls premier Benjamin Netanyahu binnen. Later zou duidelijk worden dat Netanyahu, Kadima-oppositieleider Shaul Mofaz en minister Ehud Barak een verbond hadden gesmeed. Samen vormen ze de grootste coalitieregering – 94 van de 120 parlementszetels – sinds 1984.

Netanyahu had juist een week eerder vervroegde verkiezingen aangekondigd omdat hij geen anderhalf jaar van politieke instabiliteit wilde. Nu kon alles anders worden – een samenwerking tussen het centrum-rechtse Kadima en het Likud van Netanyahu – maar daarvoor moesten wel hobbels worden overwonnen. Als oppositieleider had Mofaz Netanyahu een week eerder nog voor leugenaar uitgescholden. nu zou hij vice-premier worden. De partijen moesten het eens worden over de omstreden Tal-wet, die religieuze studenten vrijstelt van dienstplicht. De wet is door het hooggerechtshof ongrondwettelijk verklaard en er moet voor 1 augustus een alternatief komen.

Nadat iedereen overrompeld werd door het nieuwe verbond werd ook de vraag opgeroepen of Israël nog wel regeerbaar is. Met kleinere middenpartijen, groeiende flanken en geen kiesdrempel doen de wisselende coalities aan Nederland denken. Wat zijn de gevolgen voor de Israëlische democratie, voor de relaties met de buurlanden, voor het Israëlisch-Palestijns conflict? Deze en andere vragen krijgt politicoloog en jurist dr. Ofer Kenig, hoofd van het onafhankelijke researchbureau politieke partijen van The Israël Democracy Institute, de laatste dagen aanhoudend op zijn bureau. Kenig onderzoekt politieke ontwikkelingen om uiteindelijk fundamentele veranderingen in de regering, de Knesset en het kiesstelsel te formuleren.

Bent u geschokt door de plotselinge alliantie tussen oppositieleider Shaul Mofaz en premier Benjamin Netanyahu en, zoals de pers het noemt, de gebroken beloften en toezeggingen?

‘De Israëlische media zijn een heilige oorlog begonnen tegen de nieuwe coalitie en vooral tegen de persoon van Mofaz. Ze schreeuwen dat er gebrek aan integriteit is, dat beloften zijn gebroken, maar op de keper beschouwd is dat gewoon politiek. Er zijn in Israëls geschiedenis legio voorbeelden van gebroken beloften. In 1992 beloofde Yitzhak Rabin aan het Israëlische volk dat hij de Golan Hoogvlakte nooit zou teruggeven. Een jaar later ging hij overstag en beloofde hij de Syrische president Assad de teruggave van het gebied. In 2005 stelde Shimon Peres zich kandidaat voor het leiderschap van de linkse Arbeiderspartij. Drie weken later sloot hij zich aan bij de centrumpartij Kadima.

Voordat de nieuwe coalitie werd gesloten klaagden de Israëliërs steen en been over de regering. Er waren toenemende spanningen in het kabinet over diverse kwesties, zoals het invoeren van dienstplicht voor ultraorthodoxe studenten, het afbreken van illegale woningen in de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Omdat de meningsverschillen van de regeringspartners groot waren, werden die kwesties niet opgelost. Er was onenigheid over het kiesstelsel en in de onderhandelingen met de Palestijnen kon Netanyahu binnen zijn eigen kabinet maar niet tot conclusies komen.

Het land is praktisch onregeerbaar geworden. Er zijn vele splinterpartijen ontstaan en de grote regerende partijen – Likud, de Arbeiderspartij – die in het verleden nog op veertig zetels konden rekenen, zijn gereduceerd tot een maximum van 25 tot 30 zetels. Dit betekent dat zij geen meerderheid hebben in coalitieregeringen en gedwongen zijn om de stemmen van de vele kleine coalitiepartners als het ware te kopen. De enige manier om de grote partijen te versterken is de kiesdrempel te verhogen of een kiesdistrictenstelsel in te stellen waarbij één of meer afgevaardigden in een kiesdistrict worden gekozen.

In deze situatie is de nieuwe coalitie misschien een meesterzet van Netanyahu. Door Kadima binnen te brengen en vervolgens te werken aan een fusie tussen Likud en Kadima trekt hij het kabinet onmiddellijk naar het centrum. Bovendien creëert hij een breed draagvlak van 94 Knessetzetels, dat een herziening van het regeringssysteem erdoor kan drukken.’

Mofaz heeft de herziening van het kiesstelsel voor het einde van het jaar tot een van de speerpunten van de coalitieovereenkomst gemaakt. Zal Kadima opstappen als de herziening niet wordt geëffectueerd?

‘Het onderwerp heeft de afgelopen tijd zeker aan belang gewonnen; vooral nu de nieuwste ster aan het politieke firmament, de ex-televisie-presentator en leider van de nieuwe partij Yesh Atid (Er Is Een Toekomst), Jair Lapid, het tot een van de hoofdpunten van zijn verkiezingsprogramma heeft gemaakt. Mofaz heeft zich duidelijk uitgesproken voor het districtenstelsel. Maar er is nog een reden waarom Mofaz de herziening zal willen invoeren. Met een goed functionerend democratisch systeem zal hij veel aan vertrouwen en support winnen. Als Netanyahu en Mofaz deze gouden kans om de politieke nachtmerrie te wijzigen niet grijpen, zullen ze in Israël hun geloofwaardigheid verliezen.’

Doet Mofaz dat nu dan niet? Hij heeft gedurende zijn korte bestaan van 43 dagen als oppositieleider gezworen dat hij de Israëlische burgerprotestacties, die vorig jaar zomer zijn gestart en nu langzaam weer intensiveren, zou leiden. Maar als vice-premier en lid van de regering staat hij tegenover de actievoerders en is hij waarschijnlijk het meest gehate Kamerlid. Zal dat hem niet onder enorme druk zetten?

‘Er zijn vele uitdagingen voor deze coalitie en voor Mofaz in het bijzonder. Het Israëlische burgerprotest voor sociale rechtvaardigheid, dat afgelopen weekend weer de kop op stak, is grimmiger dan de protestacties van vorig jaar en de inzet van het protest is niet slechts de sociale rechtvaardigheid maar ook de kritiek op de regering. Maar de groep demonstraten is nog erg klein en slecht georganiseerd.

Nu Netanyahu de vervroegde verkiezingen heeft uitgesteld tot volgend jaar oktober is de kans dat het sociale burgerprotest zal worden ingezet in de verkiezingen ook veel kleiner. Hij heeft dus tijd gewonnen voor zichzelf en de regering.’

Maar die tijd zal ook aan andere brandende zaken moeten worden besteed. Neem de Tal-wet. In februari werd die wet, die orthodox-joodse studenten vrijstelt van militaire dienst, door de Hoge Raad ongrondwettelijk verklaard. De coalitiepartners moeten voor 1 augustus met een alternatief komen.

‘De meningen in het kabinet zijn verdeeld. De ultraorthodoxe gemeenschap spreekt van een aanval op haar manier van leven. Tegenstanders vinden het oneerlijk dat een aanzienlijk deel van de bevolking wordt vrijgesteld van militaire dienst. Het coalitieverdrag stelt dat als de regering voor die datum geen aanvaardbaar alternatief heeft, Kadima kan opstappen. Verschillende Kadima-leden hebben nu al aangegeven dat als Mofaz zich er niet aan houdt, hij kan rekenen op een revolutie in zijn eigen partij.’

En leidt dat tot een breuk in de regering?

‘Dat is de vraag. Het is bekend dat Netanyahu de religieuze partijen niet tegen de haren in wil strijken omdat hij ze voor de komende verkiezingen misschien weer nodig heeft. Ik schat in dat de religieuze Shas-partij de coalitie vooralsnog niet zal willen verlaten. Het risico bestaat dat de regering een nieuw doch zwak compromis zal voorstellen dat nog voldoende ruimte voor vrijstelling biedt. En dan zit Mofaz klem. Hij heeft in tegenstelling tot de vorige partij­leider van Kadima, Tzipi Livni, niet als voorwaarde gesteld om de religieuze partijen buiten de coalitie te houden.

Als Likud en Kadima daarentegen een voorstel formuleren dat de vrijstelling van religieuzen tot een minimum beperkt, bestaat de kans dat de religieuze Shas uit de regering stapt. Maar dat heeft weinig consequenties voor de regeerbaarheid van de staat, omdat de regering dankzij de nieuwe coalitie nog steeds de meerderheid heeft.’

Schuilt in dat laatste geen gevaar voor de democratie? Betekent het dat Netanyahu zijn beslissingen ongehinderd kan doordrukken?

‘Natuurlijk heeft een regeringscoalitie met 94 leden Netanyahu’s macht aanzienlijk uitgebreid. Het geeft hem de mogelijkheid om mini-­coalities te bouwen zodat hij voldoende steun heeft. Het hangt ervan af wat Netanyahu’s plannen zijn.’

Toch blijft dat gevaar bestaan. Neem de kwestie-Iran. Netanyahu noemt Irans kernenergieprogramma een existentiële dreiging voor Israël. De coalitieregering telt nu drie generaals: de rechtse ‘boogieman’ Moshe Ya’alon, de gematigde Ehud Barak en Shaul Mofaz, die ­uiteindelijk als gewezen militairen de confrontatie als probleemoplossing niet uit de weg zullen gaan. Zal de coalitie een aanval op Iran accorderen?

‘Mofaz is een uitgesproken tegenstander van een eenzijdige aanval op Iran. Minister van Defensie Barak is ook geen voorstander van een open conflict. Dat beiden een militaire achtergrond hebben, betekent niet dat zij slechts in termen van oorlog zouden kunnen denken. Israël heeft in zijn geschiedenis generaals gehad, zoals Rabin, die de grootste vredesactivisten werden. Als vice-premier zal Mofaz nu toetreden tot het kernkabinet met onder anderen de minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman. Zij waren tot nu toe verdeeld over de kwestie-Iran en Mofaz kan de balans dus wijzigen. Al met al reden voor Netanyahu om zich terughoudend op te stellen met betrekking tot Iran.’

Tzipi Livni wilde zich niet bij de regering aansluiten omdat zij vond dat Netanyahu niet genoeg deed om de vrede met de Palestijnen te bevorderen. Maar nu Mofaz Livni heeft opgevolgd en tot de coalitie is toegetreden, heeft Netanyahu direct een brief aan president Abbas gestuurd om hem uit te nodigen voor hernieuwde onderhandelingen. Zal de nieuwe coalitie van invloed zijn op het IsraëlischPalestijnse vredesproces?

‘Netanyahu is een pragmaticus, maar ook een enigma wiens werkelijke prioriteiten, zeker in het Israëlisch-Palestijnse conflict, niet altijd duidelijk zijn. Netanyahu heeft zich meermaals voor een gedemilitariseerde Palestijnse staat binnen de tweestatenoplossing uitgesproken. Maar hij heeft het vraagstuk nooit ter stemming in zijn kabinet gebracht. Mofaz heeft hem er net als Livni van beschuldigd dat hij niet serieus onderhandelde met de Palestijnen. Het kan zijn dat Netanyahu door de samenstelling van zijn kabinet werd gehinderd om de vredesonderhandelingen te bevorderen. Nu Kadima deel is geworden van de coalitie zal Netanyahu waarschijnlijk gemakkelijker concessies kunnen doen aan de Palestijnen, omdat hij met zoveel zetels op een brede meerderheid in het parlement kan rekenen.’