Een mentale gaskamer ‘ben je onschuldig? daar is de martelkamer’

Harry Wu zat bijna twintig jaar in Chinese kampen annex fabrieken. Hij heeft er zijn levensproject van gemaakt om de praktijken aldaar wereldkundig te maken. Hersenspoelen op zijn Chinees: bekennen tot je er zelf in gelooft.
HARRY WU lacht uitbundig, voor het eerst en voor het laatst tijdens het gesprek. Hij vertelt over zijn bezoek aan de Jan-Steententoonstelling. ‘Het is ongelofelijk. Drie eeuwen geleden. Zoveel cultuur. Ik zag op die schilderijen dronken vrouwen. Bij ons was er in die tijd oorlog, honger. Maar hier: dronken vrouwen. Dik. Bij ons waren er misschien dronken mannen. Mannen stonden hier zelfs met drank voor vrouwen klaar. Fantastisch.’

Na dit frivole begin neemt zijn gezicht de trekken aan van het masker dat op elke foto van hem prijkt. Terwijl zijn handen druk gebaren, toont hij zijn emoties met minieme trekjes van zijn oogleden en mondhoeken. We hebben het over de laogai, de Chinese goelagachtige kampen. Sinds zijn vertrek uit China in 1984 heeft Harry Wu zich ingespannen de wereld te wijzen op het bestaan van de kampen. Hij zat er zelf negentien jaar gevangen en ging na zijn vrijlating geregeld terug om nieuw bewijsmateriaal te verzamelen. Tot vorig jaar, toen hij werd gearresteerd door de Chinese autoriteiten en het middelpunt werd van een fikse internationale rel. Zijn eerste boek over de kampen verscheen in 1992. Hij maakt films, organiseert tentoonstellingen, houdt lezingen.
Is het laogai-systeem te begrijpen voor mensen hier in het Westen?
‘Ze kunnen het begrijpen. Misschien is het moeilijk voor mensen in Arabische landen of Afrikaanse landen, maar voor Europeanen en Amerikanen is het erg begrijpelijk. De nazi-kampen, ja.’
Zijn die twee typen kampen vergelijkbaar?
'Natuurlijk. Totalitaire regimes hebben gevangenissen nodig. Dat is een cruciaal instrument. Voor politieke doeleinden. Hitler deed het, Stalin deed het, de Chinese communisten doen het ook. Precies wat in Cambodja gebeurde, de killing fields. Hitler deelde mensen in naar ras, al gingen er natuurlijk ook anti-nazi’s de kampen in. In China hebben ze ook een systeem om in te delen. Niet naar haar- of oogkleur, maar naar afkomst. Ze hebben goede archieven: jouw vader, jouw grootvader is een landeigenaar, een grootgrondbezitter. Dat was zeker zo in de jaren vijftig toen alle vonnissen je naam, leeftijd, adres, beroep en klasse-oorsprong bevatten. Je gaat naar school en wordt geregistreerd, net als ooit de joden. Als jood kon je niet werken als dokter; in China kun je als lid van de bourgeoisie niet naar de universiteit. Je bent bang. Als je lid bent van de bourgeoisie kun je geen lid worden van de partij. Is dat anders? Ja. Maar niet heel anders.’
In nazi-kampen kon je als jood nooit Ariër worden, maar China kent een heropvoedingssysteem.
'Opvoeding? Hitler had de slogan: “Arbeid maakt vrij.” Wij hebben de slogan: “Arbeid maakt een nieuw leven.” Laogai betekent arbeid en hervorming. Hitler was dom, hij had geen ideeën. Hij dwong mensen te werken, om munitie te maken, een weg aan te leggen. Hoe? Met dwang en wapens.
Chinese communisten zijn slimmer. Hun beleid heeft twee pijlers: zware arbeid is de weg, gedachtenhervorming is het doel. Ik ben mentaal vernietigd. Ik ben niet fysiek vernietigd. Ik ben niet naar de gaskamer gegaan. Maar ik draag een gaskamer in mij mee: een mentale gaskamer. Als je mensen fysiek vernietigt, zoals Adolf Hitler deed, krijg je een slechte naam in de geschiedenis. Maar de Chinezen hebben een goede naam.’
Zijn de Chinese kampen anders dan de sovjetkampen?
'De gedwongen arbeidsproduktie in de Sovjetunie was niet zo goed georganiseerd als de Chinese. Elk Chinees kamp is een economische eenheid. Het Chinese gevangenissysteem heeft geen centraal budget. Ze doen alles zelf: bewakersuniformen, gevangenismuren, escortes, alles. In Sjanghai of Peking staan fabrieken, voor stalen pijpen of chemische produkten. Er staat een bord op, de onderneming is geregistreerd. Maar binnen is er een tweede muur: de gevangenis. Veel van de belangrijkste fabrieken in China zijn gevangenkampen. Die zijn nummer één in stalen pijpen, dieselmotoren, rubberen laarzen, thee.
U zei dat er in de laogai geen keuze was tussen je geweten redden en je leven redden.
'Geen keuze. Sommige mensen vragen: “Hoe heb je het overleefd? Je bent zo dapper. Je hebt je verzet.” Dan zeg ik: “Nee, dat is een misverstand.” Als je in het kamp komt, voel je je een heel klein nummertje. En als je zegt dat je onschuldig bent, zeggen ze: “Onschuldig? Heb je een probleem? Je bent zo hiernaast, voor marteling. Beken je misdaad voor het proces.”’
Zonder bekentenis volgt er geen proces?
'Inderdaad. Maar er is geen verzet mogelijk. Als je je verzet, ben je er geweest. De politie heeft bijvoorbeeld een lijst met veertien punten. Je bekentenis moet de gehele lijst omvatten. Het is een heel speciaal systeem: “Jij vertelt het mij.” Als je er slechts dertien opbiecht, ben je niet compleet. Als je zegt dat je klaar bent, zeggen ze: “Klaar? Ik geef je tijd om erover na te denken.” Als je niet meteen praat, als je niet toegeeft dat je een misdadiger bent, weet je niet wat het probleem is. “Jij moet bekennen dat je een misstap hebt begaan, en dan kan ik je helpen. Anders niet. Als je onschuldig bent, heb je geen hulp nodig.” Ze vernietigen je waardigheid, je hersens. Degenen die het fysiek overleefden, willen er niet over praten.
Pas als je veertien punten kloppen, zeggen ze: “Okee, nu de tweede fase.” Het arbeidskamp dus. Maar dat betekent niet dat je bekentenissen stoppen. Elke maand moet je die herhalen. En de politie zegt dan: “Okee, je hebt een basis. Je bent bereid te hervormen. Toon dat door arbeid. Je arbeidsprestatie moet goed zijn. Dan betaal je je schulden terug. Als je niet hard werkt, ben je niet oprecht.” En je kan nooit zeggen: “Het blijkt dat ik toch niet fout zat.” Dan is het: “Wil je je zaak opnieuw beginnen? Stop daarmee, ga naar de isolatiecel.” Je moet de hele tijd bekennen en dat is nog niet genoeg. Elke keer als de regering een nieuw beleid heeft, moet je dat steunen.’
ZAL DIT NIET veranderen nu de Chinese regering meer nationalistisch is geworden?
'Momenteel is de communistische ideologie dood. De politieman gelooft er niet meer in. Het partijlid gelooft er niet meer in. In de kampen is nu veel meer geweld, veel meer martelingen. Daarbij vergeleken stelde martelingen in mijn tijd niet veel voor. Ik hoorde toen nooit over een ontsnapping of een rel. Maar nu: ontsnappingen, rellen, politieagenten die worden gedood. Als je geen gedachtenhervorming hebt, is er geweld.’
Is het niet moeilijk voor u om begrepen te worden over de kampen wanneer u tegelijk vertelt dat u soms liegt?
'Er is niemand die nooit heeft gelogen. Als de politie mij vraagt: “Waar is je dochter? Ik wil haar verkrachten.” Moet ik dan eerlijk zijn? Ik zeg dan: “Prima, prima”, trek mijn pistool en schiet hem neer. Ik lieg tegen hem. Ik heb veel gelogen. Ik loog dat ik een politieman was, terwijl ik een uniform gekocht had. Ik loog dat ik een Amerikaanse zakenman was die produkten wilde kopen. Natuurlijk loog ik in het ziekenhuis toen ik zei dat mijn oom ziek was en een orgaantransplantatie nodig had. De meeste journalisten liegen. De communisten willen dat ik eerlijk ben. Nooit. Zij logen dat het communisme de hemel was. Dat Mao God is. Het is een gevecht. Op leven en dood.’
Denkt u dat in China een omwenteling als in Oost-Europa mogelijk is?
'Kun je een tijger overtuigen vegetariër te worden? Laat me u het Chinese geval vertellen. Het is zo simpel. Communisme betekent twee dingen. In de politiek: dictatuur. In de economie: staatsbezit. Zij zeiden eerst: “De buitenlanders moeten weg.” Nu, sinds de jaren tachtig, zeggen ze: “Welkom terug. Welkom buitenlanders. Welkom investering. Welkom kopers en verkopers.’ Ze liegen tegen je. Ze denken niet anders. De grondwet is er nog steeds. Ze maken zich alleen druk als er een politieke crisis is. Of een boerenopstand. Dan schakelen ze over op matiging. Om te overleven. Ze proberen je wijs te maken dat ze veranderen. En die klootzakken van westerse politici en westerse zakenlui herhalen de Chinese leugen. Zij zeggen: "O, ze veranderen. Er is kapitalisme.” En ik vraag: “Waar?” En zij zeggen: “De vijfsterrenhotels, de wolkenkrabbers, de beurs.” Kent u ook maar een Chinese leider die zegt: “We geven op”? Nooit.’
Dus het kapitalisme houdt nu het communisme overeind?
'Westers geld is als brandstof in een tank. Zonder dat kunnen de Chinezen niets doen.’
U heeft opgeroepen tot een boycot van speelgoed uit China. Waarom eigenlijk geen totale boycot?
'Je kunt nu geen echte sancties opleggen. Veertig procent van de nationale economie is buitenlands. Als je dat stopt: einde. De mensen hebben nu rijst en voedsel, ze maken zich niet druk om de wreedheden. Maar als je geen voedsel hebt, en je werkelijk lijdt, ga je de straat op. Dat betekent dat als je sancties oplegt…
Dat is waarom ik nu het speelgoed heb uitgekozen. Kerstmis komt eraan. Speelgoed staat voor tolerantie, vriendelijkheid. Liefde. Maar ik ben in de kampen geweest waar het werd gemaakt. Ik heb bewijs. Ik heb het terrein gefilmd. Ik heb het speelgoed zelf in handen gekregen. Ze kunnen dat niet ontkennen. Je kunt het bewustzijn van de mensen in het Westen aanspreken. Zeker met Kerstmis, wanneer mensen denken over vriendelijkheid, over geluk.’
Wat denkt u van een boycot van bedrijven die zaken doen in China? Heineken heeft zich uit angst voor een boycot uit Birma teruggetrokken.
'O, ik waardeer Heineken. Ik heb net een artikel geschreven waarin ik Heineken steun. Maar ik kan Heineken niet vragen zich uit China terug te trekken. Ze verliezen te veel. Heineken in Birma stelde niet zo veel voor. Het was gemakkelijk om weg te gaan.’
’s OMS VRAGEN MENSEN mij: “Bent u boos?” Dan zeg ik: “Ja.” Volgens de westerse democratische samenleving zou ik nu kunnen doden en toch onschuldig zijn. Maar ik zal het nooit doen. Ik wil het niet. In 1960 heeft meneer Wang, ik bedoel kameraad Wang, mij bestempeld als contrarevolutionair. Hij besliste, selecteerde me, gaf me een label en haalde de politie erbij om me te arresteren. Twintig jaar later ben ik vrijgelaten. Ik ging terug naar de universiteit. Ik zei tegen mijzelf dat ik daar was gevallen en dat ik daar weer op moest staan. Ik sta nog steeds recht overeind.
Kameraad Wang heeft een grote promotie gemaakt. Hij is nu hoofd van de personeelsafdeling. Ik herkende hem niet, hij herkende mij. Hij zei: “Ik ben kameraad Wang.” Ik heb hem niet op zijn gezicht geslagen. Hij glimlachte erg vriendelijk. “Kom naar mijn bureau. Drink een kop thee. Wat kan ik voor je doen. Ik ben de baas. Geen probleem. Het spijt mij persoonlijk erg. Maar er is nu een beleid dat je toestaat terug te keren.” Het is allemaal beleid. Bevelen gehoorzamen. Dat betekent dat als de partij hem morgen opdraagt te doden, hij mij doodt. Hij is een radertje in de machine. Zal ik uithalen naar het radertje? Nee. Ik wil het systeem weg hebben. Ik wil de machine.’