Vs: Na de zege: de krachten bundelen

Een mentale opkikker voor Amerika

President Donald Trump na zijn toespraak over de ‘gestolen’ verkiezingen in de Brady Press Briefing Room in het Witte Huis, 5 november © Carlos Barria / REUTERS

De verkiezingszege van Joe Biden en Kamala Harris is een opluchting van jewelste voor iedereen die het benauwd had onder Donald Trump. Nu wacht hun de grootste opgave waarvoor het verscheurde land staat: de bestrijding van de ongelijkheid.

Op de site van de NOS stond in de week van de Amerikaanse presidentsverkiezingen een foto van een stemlokaal in Atlanta: vrijwilligers die lange uren maakten om de stemmen te tellen – mondkapjes op, de mouwen opgerold, een hoge stapel stembiljetten voor zich op tafel. Dit waren dus de fraudeurs die met de Democraten samenspanden om Donald Trump zijn presidentschap afhandig te maken.

Althans: in de beeldvorming van Trump zelf. ‘Geheime telkamers, mysterieuze stemmen, illegale stemmen’, zo vatte hij in enkele trefwoorden het complot samen dat zich volgens hem in de Amerikaanse stembureaus voltrok. Op de dag van de verkiezingen, met nog tientallen miljoenen stemmen ongeteld, wist hij al genoeg: hij had gewonnen, verder tellen was niet meer nodig. Dat was ook zijn boodschap aan Joe LaMuraglia, wiens stembiljet was zoekgeraakt in de post. Hij reed met de auto heen en weer tussen Boston en Savannah (Georgia), waar hij als kiezer stond geregistreerd, om zijn stem te redden. Daar had hij die rit van zo’n 3500 mijl wel voor over.

De uitputtende reis die LaMuraglia voor zijn stem ondernam, de vrijwilligers die in de stembureaus hun vingers blauw telden: de geest van publieke betrokkenheid waarin zij handelden steekt nogal af tegen het paranoïde waanbeeld dat hun president schetste van hun inzet. Het is niet verwonderlijk dat een commentator van The New York Times deze zin de sleutelpassage in de overwinningsspeech van Joe Biden vond: ‘Laat de grimmige jaren van demonisering in Amerika hier en nu eindigen.’

In haar toespraak na haar verkiezing als vice-president zei Kamala Harris kortweg: ‘Een democratie is zo sterk als onze bereidwilligheid voor haar te strijden.’ Van die wil heeft Trump nooit iets laten blijken, integendeel. Ook in de weken voor en na de verkiezingsdag maakte hij de democratie verdacht. Hij beweerde bij voorbaat dat Biden alleen kon winnen als de Democraten hun toevlucht zouden nemen tot grootscheepse stemfraude, hij bestempelde het tellen van de stemmen na zijn voorbarige proclamatie van de overwinning als het ‘stelen’ van het presidentschap, hij hitste zijn aanhang op met de kreet ‘Stop the steal’. Van zijn eigen voorspelling van verkiezingsfraude maakte hij zo eigenhandig een selffulfilling prophecy.

Je kunt Trumps gestook een verschijnsel van doorgeschoten polarisatie noemen, en dat is het ook, maar een preciezere duiding is dat hij met zijn permanente kwaadsprekerij de Amerikaanse democratie in een legitimiteitscrisis heeft gestort. Al vanaf het moment dat hij zich in de politiek begaf heeft Trump lak aan de ongeschreven morele regels die tezamen de ‘publieke geest’ van de democratie vormen. Zonder die deugden is democratie niet meer dan een kale procedure voor het toedelen van de kiezersgunst; met die deugden krijgt zij de dimensie van een beschavingsvorm.

Bij een politicus veronderstelt die publieke geest in de eerste plaats het vertrouwen dat de tegenstander evenzeer als hijzelf het goede nastreeft, hoe groot de onderlinge meningsverschillen ook zijn. Trump ondergroef die vertrouwensbasis door hardop, zo bot mogelijk, het tegendeel van het goede te wensen voor iedereen die hem niet aanstond. In de tweede plaats behoort het tot zijn verantwoordelijkheden voor de publieke geest dat een politicus zich committeert aan waarheid en kennis. Trump holde de autoriteit van de waarheid juist uit. Hij loog er kwistig op los, maakte met zijn ‘alternatieve feiten’ eigen brouwsels van de werkelijkheid, trok de integriteit van de waardevrije wetenschap in twijfel en schold op hem onwelgevallige journalisten als ‘vijanden van het volk’.

Tot de ongeschreven morele regels die de democratie schragen behoort in de derde plaats dat machthebbers de instituties eerbiedigen die tegenwicht aan hun macht bieden. Trump kon dat respect niet opbrengen, integendeel. De pers, de rechterlijke macht en het parlement moesten ‘ja’ knikken, en zolang ze zich niet conformeerden aan die ondergeschikte rol waren zij zijn vijand.

Voor de maatschappelijke vrede krijgt de democratie pas echt betekenis als ze functioneert als een systeem van machtsdeling. Trump misbruikte haar juist als methode om zo veel mogelijk macht naar zich toe te trekken. In zijn ogen zijn redelijk debat, samenwerken en compromissen tekenen van zwakte in plaats van democratische verdiensten.

De autoritaire eigenschappen van Trump en zijn woederetoriek zijn kenmerkend voor het populisme. Alles waartegen die woede zich keert is de schuld van een ander, de vijand. In het populisme krijgt die rancune de vorm van wraakzucht en van weerzin tegen complexiteit en de autoriteit van de waarheid. Het eigen wereldbeeld moet ongeschokt blijven door onwelkome kennis, dus onwetendheid komt populistische leiders in hun kraam te pas. Ze weten niet wat ze niet weten en wíllen dat ook niet weten. Vandaar Trumps afkeer van de immunoloog Anthony Fauci, zijn eigen adviseur over infectieziektes, die volgens de president een ‘idioot’ is omdat hij corona als ernstiger dan een griepje beschouwt.

De Amerikaanse droom komt eerder uit in Zweden of Denemarken dan in Amerika zelf

Gezien Trumps populistische eigenschappen is het niet verwonderlijk als bij de beschrijving van zijn bewind zijn Nederlandse geestverwanten Thierry Baudet en Geert Wilders opdoemen. De agressieve stijl van het populisme komt voort uit de ingebakken neiging om tegenstanders te kleineren. Het gelooft niet in redelijkheid of rustig argumenteren: twistzieke vijandigheid is de reactie op tegenwerpingen. Dat verschaft het populisme zijn jargon van strijd, conflict en minachting van de ander. In deze visie op politiek is het compromis een onnodige vertraging van de oplossing. Daarom keren populistische leiders zich tegen elke remmende tegenmacht die tussen hen en de ‘volkswil’ in staat en hebben ze geen boodschap aan wellevendheid jegens andersdenkenden, noch zien ze de meerwaarde van samenwerking met hen in.

Wilders ligt het woord ‘gekkies’ in de mond bestorven als hij het over tegenstanders heeft. Trump heeft een groter reservoir van denigrerende scheldwoorden ingezet. Een kleine greep uit wat hij uitspuwde over mensen die hem niet zinden: ‘crazy’, ‘psycho’, ‘short and fat’, ‘crooked’, ‘totally inept’, ‘a joke’, ‘dumb as a rock’, ‘disgusting’, ‘weak and out of control’, ‘sleazy’, ‘wacky’, ‘totally unhinged’, ‘incompetent’, ‘lightweight’.

David Brooks, commentator bij The New York Times, constateerde dat Trump de bodem onder het fatsoen, the floor of decency, heeft weggeslagen. In zijn handen werd de Amerikaanse democratie eerder een verdelende dan een verzoenende kracht en dreigde zijn land af te glijden naar een pariastatus onder de westerse democratieën. Dat verschaft de beelden van Joe LaMuraglia in zijn auto en van de zwoegende stemmentellers zo’n hoopgevende symboliek: zij laten hun democratie er niet onder krijgen.

Wat is daarvoor nodig? De weg terug naar democratisch fatsoen in de VS begint bij de bestrijding van de ongelijkheid, de bron van het sociale isolement waarin Amerikanen zijn beland.

De politieke hyperpolarisatie en de onmacht om samen te werken, bij de Republikeinen zelfs onwil, weerspiegelen het grote probleem in de VS: de ene helft van het land kan de andere helft steeds minder pruimen. De Verenigde Staten zijn nooit echt een verenigde natie geweest, maar het land is nu wel heel stevig in de greep van het isolationisme: het bewust gezochte isolement van anderen. De VS lijken uiteen te vallen in gescheiden, van elkaar vervreemde werelden, met allengs minder inlevingsvermogen van de ene in de andere.

Als eenkennigheid zich meester maakt van mensen zal het besef van een gedeeld lot uit het collectieve bewustzijn wegzakken. Dat risico is des te groter naarmate meer mensen opgesloten zitten in hun eigen sociale klasse. Dat is in de VS het geval. Met de groeiende ongelijkheid zijn ook de kansen om hogerop op de sociale ladder te komen gedecimeerd. Ooit het land met de grootste sociale dynamiek, verbeeld in de metafoor van de ‘Amerikaanse droom’, is Amerika nu dat met de kleinste. Wie rijk is blijft rijk, wie vast zit in de armoede komt er haast niet uit. Ook spiegelbeeldig is er een relatie tussen de kans om je maatschappelijk te verbeteren en de mate van gelijkheid: de sociale beweeglijkheid is het grootst in het egalitaire Scandinavië. De Amerikaanse droom komt dus eerder uit in Zweden of Denemarken dan in Amerika zelf.

Meer nog dan de harde cijfers gaat het om het gevoel. Volgens opiniepeiler Gallup hebben steeds minder Amerikanen dat typische, optimistische middenklassegevoel, dat idee dat je het op eigen kracht hebt gemaakt en dat verdere vooruitgang je perspectief is. In plaats daarvan rekenen steeds meer Amerikanen zich tot de laagste sociale klassen. Die mensen zien zichzelf niet zelden als de sluitpost van de Amerikaanse samenleving, een zelfbeeld dat gepaard gaat met het gevoel van de maatschappij te zijn uitgesloten.

Biden en Harris doorgronden dit complex van oorzaken van de maatschappelijke en democratische rot in de VS. Dat mag je uit hun campagne, hun overwinningsredes en hun programma opmaken. ‘Wat is de wil van de mensen? Wat is ons mandaat?’ vroeg Biden zich in zijn speech af. Zijn antwoord: ‘De Amerikanen willen van ons dat we de krachten van het fatsoen, van de eerlijkheid, van de wetenschap en van de hoop bundelen, om het virus te beheersen, welvaart op te bouwen, de gezondheidszorg van uw gezin veilig te stellen, raciale gerechtigheid te bereiken en systemisch racisme in dit land uit te bannen.’

Ook uit het programma van de Democraten kun je concluderen dat Biden en Harris de ondermijnende invloed van de ongelijkheid onderkennen. Zij willen een grotere rol voor de overheid inruimen, de belastingen voor de rijken verhogen en voor de andere Amerikanen verlagen, een minimumloon invoeren, de vakbonden meer invloed geven, milieuregels herinvoeren en meer mensen verzekeren tegen ziektekosten.

Los van hun concrete programma is de overwinning van Joe Biden en Kamala Harris voor al die Amerikanen die het benauwd hadden onder Trump een mentale opkikker van jewelste. Kijk naar Van Jones, een zwarte commentator van cnn. Hij hield het niet droog op de dag dat Biden en Harris wonnen, maar belangrijker is wat hij zei om die emoties onder woorden te brengen: ‘Na vanmorgen is het makkelijker om een ouder te zijn. Het is makkelijker om vader te zijn en je kinderen te vertellen dat het ertoe doet karakter te tonen, de waarheid te vertellen en een goed mens te zijn.’