Carlos Slim, El Ingeniero

Een middelgrote economie in z'n eentje

Zijn vermogen stijgt, ondanks de crisis. Carlos Slim Helú is sinds kort de rijkste man op aarde. Eerlijk delen doet hij op zijn eigen manier.

Vorig jaar organiseerde een grote groep Mexicanen een ‘belstaking’. Een dag lang zouden zij hun mobiele telefoons niet gebruiken, niet voor gesprekken en niet voor sms-verkeer. Ze waren boos op het telefoonbedrijf Telcel dat had aangekondigd voortaan ook niet-beantwoorde belpogingen in rekening te zullen brengen. Je belt, je krijgt geen gehoor, je verbreekt de verbinding voor je naar de voicemail wordt doorgestuurd, en toch moet je betalen voor een gesprek. Pure oplichterij, meenden de abonnees die eraan herinnerden dat de belkosten in Mexico toch al veel hoger zijn dan in de meeste andere landen: 'Zo kan ik ook rijk worden.’
Rijk is een flink understatement in deze context. Telcel is eigendom van Carlos Slim Helú, en die Mexicaan is vorige week door het Amerikaanse zakenblad Forbes uitgeroepen tot de rijkste man van de wereld. Slim passeerde in het jaarlijkse klassement Bill Gates en Warren Buffett, met een vermogen van 53.500 miljoen dollar. Gates, al meer dan een decennium de rijkste, blijkt op dit moment een half miljard dollar minder dan Slim te hebben, terwijl Buffett op 47 miljard dollar staat.
Slim verdiende er in 2009 18,5 miljard dollar bij, en dat midden in de ergste economische crisis in een halve eeuw in Mexico. De economie is met 6,5 procent gekrompen, aanzienlijk meer dan de gemiddeld twee procent van de rest van Latijns-Amerika. Volgens de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (bid) zal Mexico ook het laatste land zijn dat uit de recessie komt. Tussen de vijf en zes procent van de bevolking, zo rond de zes miljoen Mexicanen, zijn het afgelopen jaar onder de armoedegrens verdwenen, dat wil zeggen dat ze moeten leven van minder dan vijf dollar per dag. Onder die grens verblijft meer dan de helft van alle 110 miljoen Mexicanen.
Zoals in zoveel dingen loopt Carlos Slim, door zijn medewerkers kortweg 'El Ingeniero’ genoemd, ook op het punt van financieel herstel voorop. In de crisis van 2008 en 2009 kreeg hij zulke harde klappen dat zijn vermogen daalde van zestig naar 35 miljard dollar. Dat geld heeft hij nog niet allemaal terugverdiend, maar hij is een eind op weg. De extra 18,5 miljard die hij er vorig jaar bij verdiende kwam vooral uit zijn América Móvil, het grootste bedrijf op het terrein van mobiele telefonie in Latijns-Amerika, maar ook uit zijn activiteiten in de energiesector, de financiële sector (banken, verzekeringsmaatschappijen) en zijn bouwbedrijven.
Nog even wat cijfers. Het conglomeraat van Carlos Slim is goed voor acht procent van het bruto nationaal product (bnp) van Mexico en vertegenwoordigt vijftig procent van de totale waarde van de beurs van Mexico. Slims vermogen is groter dan het bnp van welk Midden-Amerikaans land ook. Als Slim een land zou zijn, zou hij de zeventigste economie van de wereld zijn, een plaats onder Slovenië en een plaats boven Oman, volgens de ranglijst van het imf.
De economische deskundigen verklaren het feit dat Mexico een land is met miljoenen armen maar tevens met de rijkste man van de wereld uit de combinatie van de extreem slechte verdeling van de rijkdom en het onvermogen of de onwil van de regering om monopolies te bestrijden en om de grootondernemers belasting te laten betalen. 'Het economisch beleid is erop gericht dat er miljoenen armen zijn en dat de monopolies onaangetast blijven’, oordeelt de econoom Julio Bolvitnik van de prestigieuze staatsuniversiteit Colegio de Mexico. 'De groei van Slim bewijst dat het de grote monopolies goed gaat in tijden van crisis. President Calderón klaagt dat de grote bedrijven geen belasting betalen maar hij toont geen enkel initiatief hier iets aan te doen.’
Op de nieuwe miljardairslijst van Forbes figureren behalve Slim nog acht Mexicanen, en met z'n negenen bezitten zij ruim negentig miljard dollar. De twee opvallendste namen delen positie 937 en zijn goed voor een vermogen van een miljard dollar elk. De eerste is de ondernemer Alfredo Harp Helú, een volle neef van Carlos Slim Helú. De tweede is Joaquín Guzmán Loera, bijgenaamd El Chapo, leider van het drugskartel van Sinaloa en de meest gezochte man van Mexico (en de VS). Zoals bekend is de drugshandel de laatste jaren de meest winstgevende economische sector van Mexico.

Carlos Slim Helú (70) is een sobere man met een afkeer van aandacht voor zijn persoon en een voorkeur voor inhoudelijke zaken (en zakelijke inhoud). Zijn grootste uitspatting is zijn buitenproportionele kunstverzameling. Volgens de laatste tellingen bezit hij 79.000 kunstwerken, waaronder een Van Gogh en een Monet, en zoveel beeldhouwwerken van Auguste Rodin dat hij er zijn eigen museum voor heeft geopend.
Geld maken kreeg Carlos Slim met de paplepel ingegoten, en vooral ook geld maken in slechte tijden. Zijn vader, een Libanese immigrant, kocht te hooi en te gras onroerend goed in het centrum van Mexico-Stad vlak na de revolutie van 1910, indachtig het gezegde: 'Wanneer het bloed vloeit moet je kopen.’ Carlos heeft die filosofie gevolgd en is altijd blijven investeren in Mexico, vooral op de momenten dat het slecht ging met zijn land. Hij geniet faam in het ombouwen van bedrijven met problemen tot ware moneymakers.
Op z'n 26ste had Carlos al een privé-vermogen van vierhonderdduizend dollar, dankzij eerste investeringen met familiegeld in een flessenfabriek. In de jaren zestig begon zijn imperium contouren te krijgen rond een bouwbedrijf en een onroerendgoedbedrijf, kernen van het conglomeraat Carso (gevormd door de eerste letters van zijn naam en die van zijn in 1999 overleden vrouw Soumaya). In de jaren tachtig ging Mexico economisch onderuit. Terwijl andere investeerders uitweken naar de VS en Europa bleef Slim geld in eigen land steken, en altijd voor een redelijke prijs. Eerst kocht hij in 1984 Seguros de Mexico voor dertien miljoen dollar en een jaar later de sjiekige restaurant- annex winkelketen Sanborns voor dertig miljoen.
Maar de grote klapper, de opstap naar zijn positie van rijkste man ter wereld, was de aankoop van Telmex in 1990. Carlos Slim is altijd gezegend geweest met belangrijke politieke vrienden, zowel van links als van rechts. Het staatstelefoonbedrijf werd door president Carlos Salinas, een persoonlijke vriend, geprivatiseerd en aan Slim gegund voor de vriendenprijs van 1,7 miljard dollar. De deal staat nog altijd te boek als 'een van de grootste fraudes uit de geschiedenis van Mexico’.
Telmex heeft vandaag de dag negentig procent van de Mexicaanse telefoonmarkt in handen en het filiaal Telcel negentig procent van de mobiele telefonie. Eind 2009 had Telcel 201 miljoen abonnees, en ook nog eens 3,8 miljoen vaste telefoonlijnen in Midden-Amerika en Caribische landen. Het bedrijf is bovendien het hart van de telefoniegigant América Móvil, de vijfde in de wereld en de grootste van Latijns-Amerika. In Mexico alleen al heeft hij zo ongeveer de alleenheerschappij op het gebied van telefoon en internet.
Slim is vaak beschuldigd van monopoliepraktijken, zelfs door organisaties als de Wereldbank, maar heeft dat altijd afgedaan als onzin: 'De internationale organisaties willen dat de bedrijven uit de ontwikkelde landen de markten controleren. Logisch, want ze worden door hen gestuurd. Wie benoemt de president van de Wereldbank? Wanneer hebben we ooit een Mexicaantje gezien als president van de Wereldbank?’
Maar ook met Slims andere activiteiten gaat het voor de wind. Grupo Carso, een van de belangrijkste conglomeraten van Latijns-Amerika, met 69.000 werknemers, meldde onlangs een winst over 2009 van 491 miljoen dollar. In totaal werken 220.000 mensen voor bedrijven van El Ingeniero, terwijl die indirect werkgelegenheid geven aan nog eens een half miljoen anderen.
Stond president Salinas met zijn royale geste aan de basis van het fortuin van Slim, ook andere politieke vrienden, zowel van links als van rechts, koestert hij. Een van zijn belangrijkste adviseurs is de socialistische ex-premier van Spanje, Felipe González. Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 2006 sprak Slim zich openlijk uit voor de linkse kandidaat López Obrador, maar hij ging vervolgens rustig in zee met de rechtse Felipe Calderón toen die na veel gesteggel over vermeende fraude tot winnaar werd uitgeroepen. Sinds het losbarsten van de economische crisis loopt hij echter voorop in zijn kritiek op het beleid van Calderón.
Slim is altijd present wanneer zich hoog bezoek aandient in Mexico. Zo was hij een van de eregasten van de presidenten uit heel Latijns-Amerika toen die vorige maand in Cancún een top hielden. Velen beschouwen hem als de invloedrijkste Latijns-Amerikaan. Volgens een andere lijst van het weekblad Forbes, gepubliceerd in november 2009, is Carlos Slim zelfs de op zes na machtigste man van de wereld, na de Amerikaanse president Obama, de Chinese president Jintao, de Russische premier Poetin, president Bernanke van de Federal Reserve, en het duo Sergei Brin en Larry Page, de oprichters van Google. En uiteraard veel machtiger dan de Mexicaanse president Calderón, die helemaal niet op de lijst voorkwam.
Zijn invloed toont Slim ook in de VS, waar het aantal Mexicanen snel blijft groeien. In februari breidde hij zijn pakket aandelen in The New York Times uit van 6,6 naar 16,3 procent. De investering van ruim honderd miljoen dollar maakte hem de grootste aandeelhouder buiten de familie Ochs-Sulzberger, de historische eigenaren van de krant. Slim had het recht op koop verworven toen hij het krantenbedrijf in 2009 een krediet van 250 miljoen dollar gaf. Het concern liet weten dat ondanks de uitbreiding van zijn aandelenpakket Slim geen deel zal uitmaken van de raad van bestuur. Hij heeft ook geen stemrecht, want het pakket omvat 'gewone’ aandelen die op de beurs worden verhandeld. De laatste weken zijn de geruchten hardnekkig dat Slim een meerderheidsbelang in de krant wil, ook al heeft hij steeds gezegd dat hij om puur financiële redenen investeert in The New York Times en geen enkele belangstelling heeft om er als een soort Murdoch-imitator de baas te worden. Het spreekt vanzelf dat de Mexicanen, die zich zo geminacht voelen door hun noorderburen, apetrots zijn op hun landgenoot, die eerst de redder was en daarna gedeeld eigenaar werd van het vlaggenschip van de Amerikaanse media.
Net als superrijken als Bill Gates en George Soros spendeert Carlos Slim kapitalen aan liefdadigheid. Volgens zijn woordvoerder Arturo Elias Ayub heeft hij via de Stichting Carlos Slim en de Stichting Telmex tien miljard dollar uitgegeven aan sociale, culturele, gezondheidszorg- en scholingsprogramma’s 'waarvan vierhonderdduizend gezinnen hebben geprofiteerd’.
Slim ziet deze activiteiten echter niet als liefdadigheid maar als ontwikkelingshulp. Voor hem gaan zaken doen en charitas hand in hand. De stichting met zijn naam ontfermt zich over het rehabiliteren van de oude binnenstad van Mexico-Stad. Je ziet dat centrum zienderogen opknappen, maar zijn critici zeggen dat hij de binnenstad zo ongeveer geprivatiseerd heeft en spreken van Slim City.
Hoewel hij zoveel miljarden uitdeelt dat ze hem in Mexico koning Midas zijn gaan noemen, meent hij dat 'armoede niet bestreden wordt met charitas. Dat doe je met een betere gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid. Daar probeer ik aan bij te dragen. Net zoals we moeten streven naar het terugdringen van de kindersterfte moeten we het hoge percentage bedrijven dat ten onder gaat, terugdringen. Dat bereik je alleen met het financieren van het midden- en kleinbedrijf.’ De rijkste man van de wereld kan zich heel goed vinden in de filosofie van de voormalige superspeculant George Soros die oproept tot het voeren van een nieuwe sociale, dat wil zeggen linkse politiek wereldwijd.