Protestanten torpedeerden de Colombiaanse vrede

Een middelvinger van de kerk

De evangelische kerken in Colombia bepalen in toenemende mate het dagelijks leven. Met hun steile bijbeluitleg brachten zij het volk in stelling tegen het, inmiddels aangepaste, vredesakkoord.

Medium gettyimages 615200608

Witte duiven fladderen boven de koloniale gebouwen van de Caribische stad Cartagena. Beethoven schalt. ‘Colombianen’, zegt president Juan Manuel Santos. ‘De verschrikkelijke nacht is ten einde.’ Als een overjarige engel is hij van top tot teen in het wit gehuld. ‘Een nieuwe dag met al zijn beloften is begonnen.’ Uit zijn rechterooghoek rolt een traan. Naast hem, een stuk onwenniger in het nieuwe wit, de bolbuikige oppercommandant van de linkse rebellenbeweging farc, Timochenko. Hij plukt aan zijn lange linnen hemd en zet zijn jaren-vijftigbril goed. Dan biedt hij met krachtige stem het volk zijn excuses aan. ‘Het spijt ons oprecht van alle pijn die we hebben veroorzaakt.’ Een staande ovatie volgt.

Na bijna een halve eeuw burgeroorlog plantte de twee jaar eerder verkozen Santos de gestaalde farc-leiders vanuit de bergen over naar een onderhandelingstafel in een grijze buitenwijk van Havanna. Essentiële vragen kwamen aan de orde. Hoe zou Colombia eruit moeten zien? Hoe moeten de zeven miljoen ontheemden terug naar huis en hoe ziet dat huis er dan uit? Wapens, drugshandel en grootgrondbezit waren belangrijke thema’s. Vier jaar praten, ruzie, compromissen, breuken, weer verzoening.

Op 26 september is het eindelijk zo ver. Trompetgeschal. Een minuut stilte voor de kwart miljoen doden. Applaus en witte ballonnen. Ook een witte Ban Ki-moon van de Verenigde Naties en een witte John Kerry van de Verenigde Staten dwarrelen over het podium. Ze benadrukken het belang van het einde van de laatste guerrillaoorlog op het continent. ‘De planeet juicht’, beaamt Santos, ‘omdat er weer één oorlog minder is.’

Terwijl in Colombia de witte mannen met pennen gemaakt van kogels het akkoord tekenen, schrapt in Brussel de EU diezelfde dag nog de farc van de lijst van terroristische organisaties. In Oslo legt het Nobel-comité de laatste hand aan de tekst waarmee het tien dagen later de vredesprijs toekent aan Santos. ‘Voor zijn resolute inspanning’, schrijven de Noren. ‘Maar ook als eerbetoon aan het Colombiaanse volk dat de hoop op vrede niet heeft opgegeven.’

Niemand heeft op dat moment aandacht voor Alvaro Uribe, de ijzervretende ex-president (2002-2010) die uit woede over de vredesonderhandelandelingen een nieuwe rechtse partij uit de grond stampt. Met de geel-blauw-rode Colombiaanse vlag om zijn schouders fulmineert hij drie kilometer verderop tegen het net getekende akkoord. ‘Niets anders dan straffeloosheid voor narcoterroristische criminelen’, zegt hij. Daarmee doelt hij op de vredesrechtbanken naar Zuid-Afrikaans model die in Colombia zullen worden ingesteld. Alle rebellen die geen zware misdaden begingen, mogen volgens het akkoord een alternatieve straf uitzitten op voorwaarde dat ze de waarheid vertellen. Voor Uribe is het onverteerbaar. ‘Het recht van de slachtoffers wordt met voeten getreden’, roept hij. ‘Hun lijden wordt niet erkend.’

Een andere ‘gruwel’ voor de rechtse politicus is dat farc-leiders zich vanaf volgend jaar verkiesbaar mogen stellen. In zowel het Congres als de Senaat krijgt de politieke partij waarin de farc zich zal omvormen vijf gegarandeerde zetels. ‘De sluizen naar een castro-chávistische dictatuur staan open’, brult Uribe. ‘Is dat wat u wilt?’ ‘No, no, no, no’, scanderen de mensen op het plein, zwaaiend met geel-blauw-rode bordjes waarop met dikke zwarte letters ‘No’ staat. ‘Nee tegen straffeloosheid voor terroristen’, ‘Nee tegen criminelen die het land regeren’.

Er zijn ook wat witte bordjes tussen het geel-blauw-rood. Eentje met een getekend mannetje en vrouwtje met een kind tussen hen in: ‘God schiep de man en de vrouw. De rest is dwaasheid’, staat eronder. Op een ander bord staat een lange tekst gestift: ‘Wanneer iemand bij een manspersoon ligt als bij een vrouw, hebben zij een gruweldaad begaan, en zullen beiden ter dood gebracht worden. Hun bloed is op hen.’

De tekst komt uit het bijbelboek Leviticus, waarin God instructies geeft aan Mozes hoe het Israëlische volk zich dient te gedragen in de woestijn. Er staan een hoop handige dingen in voor die tijd. Bijvoorbeeld welke beesten je in de hitte wel en niet moet eten, en wat je moet doen als je schurft of een druiper krijgt. Maar er zijn ook rare instructies. Wie tijdens haar ongesteldheid vrijt moet worden uitgestoten, zou God tegen Mozes hebben gezegd. Wie praat met ‘geesten of schimmen’ moet worden gestenigd. De man die ‘ligt met de slavin van een andere man’ hoeft alleen een geit te offeren. Terwijl op consensueel overspel de doodstraf voor beiden staat. Volgens Leviticus 20:13 heeft God gerept over het ‘liggen bij een manspersoon als bij een vrouw’. Door fundamentalistische christenen wordt dit vers gebruikt als het ultieme bewijs dat de bijbel homoseksualiteit verbiedt. God zelf zette er immers de doodstraf op.

Wat hebben deze teksten te maken met het vredesakkoord tussen regering en farc? De volgende spreker op het plein maakt dat duidelijk. De leider van een evangelische Pinkstergemeente, pastor Arrázola, gaat er meteen vol in: ‘Wee Colombia, dat op het punt staat uitgeleverd te worden aan de duivel’, dondert hij. ‘Wee gij Colombianen, speelbal van de gespleten tong van een regering die God niet boven alles stelt. Wat willen wij? Een vrede in handen van Satan? Een vrede die uit Havanna komt?’

‘No, no, no, no’, scandeert het publiek.

‘Wee gij Colombianen, speelbal van de gespleten tong van een regering die God niet boven alles stelt’

De pastor doet voor hoe de mensen hun handpalmen naar de hemel moeten draaien: ‘Opdat de Heilige Geest in u zal komen en uw stem zal leiden.’ Het publiek waaiert met de armen, ‘Halleluja!’ Eerst fluisterend, dan zalvend en ten slotte brullend zweept Arrázola de mensen op. ‘De anti-Christ is onder ons. Hij is vandaag in de stad. Onze gezinnen zullen vernietigd worden onder zijn dictatuur van de sodomie. Maar standvastig zullen wij staan. Nee, zullen wij zeggen. Satan verdwijn!’ ‘Amen’, galmt het over het plein. ‘Amen, in Gods naam.’

De scène blijkt geen toevallig plukje magisch realisme op deze wolkenloze dag in Cartagena waarop de vredesduiven ten hemel stijgen. Zeven dagen later belandt Colombia in een nachtmerrie. Net als bij de Brexit vindt ook hier in de stemhokjes een stille revolte plaats. Iedereen rekende erop dat het referendum over het vredesverdrag slechts een formaliteit was. De peilingen voorspelden een comfortabele zestig procent ja-stemmen. Die nacht verschijnen de eerste wanhopige berichten op internet: ‘Hoe kan iemand in godschristusnaam tegen vrede stemmen?’ Vrienden zijn verdwaasd, verdoofd, in tranen. ‘Wat is er met mijn land aan de hand?’ Iets meer dan helft van de stemmers (50,24 procent) heeft de kamikazeknop ingedrukt en nee gezegd tegen het vredesakkoord.

‘Het was de goedkoopste en meest effectieve campagne die we ooit hebben gevoerd’, vertelt de coördinator van Uribe’s nee-campagne dagen later. ‘Onze boodschap was verontwaardiging. Strategen uit Midden-Amerika en Brazilië adviseerden ons het vredesakkoord niet te lezen of uit te leggen, maar ons te concentreren op emoties van angst en verbolgenheid. We vroegen om een middelvinger tegen de gevestigde orde.’

Maar verbolgenheid waarover dan? En angst waarvoor precies? De stemanalyses lieten zien dat Uribe ongelijk had met zijn argument van ‘onrecht jegens de slachtoffers’: juist in de arme gebieden waar de oorlog de meeste slachtoffers maakte, stemden de mensen massaal vóór het akkoord. De nee-stemmen kwamen uit de veel veiliger steden en de middenklasse op het platteland. Wat was er aan de hand?

Langzaam dringt het besef door dat de evangelische beweging van Pinksterkerken een doorslaggevende rol heeft gespeeld. De cijfers zijn simpel. Van de twaalf miljoen Colombianen die gingen stemmen, zei iets meer dan de helft nee tegen het vredesakkoord. ‘Vier miljoen van die zes miljoen stemmen komen van ons’, verklaart Hector Pardo, voorzitter van de Raad van Evangelische Kerken in Colombia. Hij geeft openlijk toe dat in bijna alle evangelische kerken de pastors hun schapen rechtstreeks naar de stembus stuurden met de opdracht om nee te stemmen. Waarom? ‘Omdat de kerken de taak hebben de waarden van het koninkrijk Gods op aarde te laten regeren. En in Havanna was God niet bij de dialoog aanwezig.’

Medium anp 47793814

Waar komt dit christelijk fundamentalisme vandaan? En is Colombia niet door en door katholiek, net als de rest van Latijns-Amerika? ‘Ja’, lacht de protestantse Hans Cediel door de telefoon. ‘Té katholiek zelfs tot voor kort.’ De activist van de Colombiaanse mensenrechtenorganisatie Justicia y Vida legt uit dat pas in 1991 de scheiding tussen kerk en staat in de Colombiaanse grondwet werd opgenomen. ‘Tot dan toe was het katholicisme de staatsgodsdienst. Priesters en bisschoppen waren het ultieme morele gezag. Tot in de haarvaten van de maatschappij bepaalden ze het sociale en het privé-leven.’

Met de pas verkregen godsdienstvrijheid marcheerden de Pinksterkerken binnen, de op Amerikaanse leest geschoeide ‘neo-pentecostalen’. Ze pasten helemaal in de nieuwe tijd. Anders dan de katholieke kerk, met haar passief wachten op het hiernamaals, hangen deze kerken een actief geloof aan. Het gaat hier om ‘winnen’ en ‘individueel vooruitkomen’. Als je maar genoeg gelooft en – uiteraard – genoeg afdraagt aan de kerk zal God je aardse problemen oplossen, je een baan bezorgen en rijk maken. Een soort ‘magisch materialisme’ dus, met de kerk als shopping mall waarin gebedsgenezing, duiveluitdrijving en extase te verkrijgen zijn. Ook kunnen er voor veel geld ‘spirituele objecten’, gezegende olie of een geloofsopwekkende spreuk worden aangeschaft.

Cediel noemt het de theologie van de welvaart. ‘Het draait alleen om eigen gewin. In de eerste plaats om dat van de oprichters van die kerken zelf.’ Zo staat de weduwe van de oprichter van de Colombiaanse Iglesia de Dios Ministerial op de _Forbes-_lijst van rijkste kerkleiders op het continent. Mevrouw Piraquive bezit vliegtuigen en villa’s over de hele wereld. Bijeengesprokkeld met het belangrijkste gebod dat voor al deze kerken geldt: een tiende van alles wat de gelovige bezit moet hij ‘afdragen aan God’. Dochter Piraquive is senator voor de politieke arm van de kerk, de Mira-partij, een bondgenoot van de partij van Uribe. Zoon Piraquive was de baas van de beveiliging, in de praktijk de gewapende arm van de kerk. Totdat hij had ‘gelegen met een manspersoon’. Hij werd acuut uit de kerk en de familie gegooid. Intussen kreeg moeder Piraquive het aan de stok met justitie. Ze weigerde een man die in de oorlog een arm had verloren tot pastor te benoemen. ‘Omdat het anti-estethisch is en het mijn gelovigen stoort’, meende Piraquive. ‘In een ander land haalt zo’n gehandicapte misschien zijn recht bij de staat. Maar in mijn tempel gebeurt dat niet. Wij worden bestuurd door de Heilige Geest, en de enige wet die telt is die van God.’ De rechter gaf haar gelijk.

‘De verhouding tussen de Pinksterkerken en de seculiere staat is een slagveld geworden’, vertelt Cediel. ‘Zaken als pluralisme en respect voor de ander zitten niet in het Pinkster-pakket.’ Hij beschrijft de kerken als ‘gesloten autoritaire structuren, waarbij kritisch nadenken onmiddellijk wordt bestempeld als verraad’. Er heerst een diepe minachting voor de democratische rechtsstaat. ‘Ze lijken pas tevreden met een theocratie.’

‘De deur staat open voor de degradatie van ons volk tot zoöfielen, necrofielen, pedofielen, en vele andere filieën’

Zo kropen in mei nog een paar duizend gelovigen op hun knieën over het plein voor het gemeentehuis van Cartagena. ‘De grondwet vraagt om de insluiting van God’, riepen ze. Een rechter had verboden dat sessies van de gemeenteraad worden geopend met gebed. In 2007 hadden evangelische raadsleden het voor elkaar gekregen dat elke ochtend op alle scholen en in alle gemeente-instellingen verplicht werd gebeden. ‘We blijven hier tot God de beslissing van de rechter terugdraait’, zeiden de pastors die het protest organiseerden. ‘Anderen mogen ons hun ongeloof niet opleggen.’ Alsof niet juist het omgekeerde het geval was.

Volgens verschillende experts zijn deze kerken succesvol omdat ze ‘structuur’ bieden en een ‘identiteit’ in een land waar oude zekerheden en verbanden razendsnel wegvallen. Ze leven in een land waar onlangs het homohuwelijk is goedgekeurd en waar op hulp bij euthanasie maximaal nog maar drie jaar staat. De dogmatische leefregels en de strikte bijbeluitleg zouden een ‘harnas vormen tegen de onzekerheden van de geglobaliseerde wereld’. Tegelijk voorzien de kerken met hun indalingen van de Heilige Geest in de diepe behoefte aan magie en mystiek die altijd in de Colombiaanse cultuur aanwezig was.

De fundamentalistische kerken groeien zowel in Colombia als in de rest van Latijns-Amerika. Bij de laatste volkstelling zei twintig procent van de Colombianen evangelisch te zijn. Volgens de kerken zelf is het inmiddels 35 procent. Net zo veel als in buurland Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld. In landen als Guatemala en Honduras is al meer dan helft van de bevolking evangelisch.

‘Onze kinderen worden geïndoctrineerd door de ideologie van de sekse’, preekt pastor Marco Ramírez. Hij zwaait met zijn vinger. ‘Ze ontkennen dat er meisjes en jongetjes zijn!’ ‘Yea’, roepen de gelovigen als in het Britse parlement. De omgeving is spartaans: fel neonlicht, plastic stoeltjes en een simpel altaar met een kruis. Het is begin augustus 2016. In de kerken van Colombia wordt opgeroepen tot een mars. Er staat volgens hen veel op het spel. ‘Een atheo-marxistische dictatuur zal ons overspoelen’, waarschuwt Ramírez. ‘Ze willen alle 46 miljoen Colombianen homoseksualiseren. De deur staat open voor de degradatie van ons volk tot zoöfielen, necrofielen, pedofielen, en vele andere filieën.’

Waar gaat dit over? Het verhaal begint twee jaar geleden, op een middelbare school in Bogotá. Tijdens de gymnastiekles laat de hoogbegaafde zestienjarige Sergio Urrego zijn telefoontje vallen. De sportleraar neemt het in beslag en vindt er tot zijn schrik een foto op van een kus tussen Sergio en zijn vriendje die in dezelfde klas zit. De leraar gaat met de foto naar het schoolbestuur. Sergio, zijn vriend en hun beider ouders worden op het matje geroepen. Dit is het begin van een lange reeks vernederingen en pesterijen. Sergio mag de school niet meer in, tenzij met een attest dat hij ‘onder psychologische controle’ staat. Hij regelt een attest, maar dat wordt door de schoolleiding afgewezen. De ouders van zijn vriend hebben hun zoon van school gehaald en geïsoleerd. Even later dienen ze een aanklacht in: Sergio zou hun zoon ‘seksueel achtervolgd’ hebben. De ouders van Sergio gaan achter hun zoon staan, waarop de school eist dat Sergio’s moeder uit de ouderlijke macht wordt gezet. Uiteindelijk verliest Sergio de strijd. Hij wordt vlak voor zijn eindexamen van school gestuurd.

Op 4 augustus springt hij van het dak van het winkelcentrum tegenover de school. Op zijn bed ligt een bericht aan zijn ouders: ‘Hier schrijft een dode die al lang dood was in gezelschap van imbeciele mannen en vrouwen die deden alsof zij het leven waren’, begint de brief.

De zelfmoord van Sergio zorgt voor een golf van verontwaardiging. Zijn klasgenoten gaan massaal naar de begrafenis en worden door de directrice gestraft. Op school mag er niet over Sergio worden gepraat. De directrice noemt hem een ‘vuile homofiel’, ‘goddeloze atheïst’ en een ‘gevaarlijke anarchist’.

Intussen verschijnt zijn afbeelding op de muren van de school en in de steden. Spandoeken met #IkbenSergio. Op internet delen jongeren een tekst van Sergio’s Facebook: ‘Mijn seksualiteit is niet mijn zonde, maar mijn paradijs.’ Het is de tekst op een schilderij van een beroemde Latijns-Amerikaanse activist voor gelijke seksuele rechten. Na Sergio’s dood maakt de activist ook een schilderij van hem. Ook dat belandt op muren, bordjes en spandoeken.

De ouders van Sergio stappen naar de rechter om de school aan te klagen. Precies een jaar later oordeelt het Constitutioneel Gerechtshof dat de schoolleiding ‘het recht op intimiteit en gelijkheid’ van Sergio had geschonden, en hem de dood had ingedreven. De school moet Sergio postuum voor zijn eindexamen laten slagen. En er moet een gedenkplaat voor hem worden gemetseld, opdat ‘iedereen eraan wordt herinnerend dat scholen niet mogen discrimineren, en tolerantie, respect en pluraliteit moeten onderwijzen’.

Daarnaast krijgt de minister van Onderwijs van de rechter de opdracht om binnen een jaar alle schoolreglementen aan te passen. Het ‘recht op seksuele diversiteit en vrije ontplooiing van de gekozen identiteit van alle leerlingen’ moet in alle statuten komen. Ook moet de minister een nieuw programma van seksuele voorlichting en maatregelen tegen pesten opstellen.

‘Het akkoord is doordesemd van ideologie van het geslacht, die het gezin ondermijnt. Dus verdedigen we onze kinderen’

Augustus dit jaar ontstaat opeens reuring. Op internet circuleren er tekeningen van twee jongens die elkaar zoenen. Op de volgende tekening zit de ene jongen achter de andere. De hand van de achterste jongen zit ergens bij het kruis van de voorste, zedig afgedekt door een laken.

Onmiddellijk gaan de alarmbellen in de Pinksterkerken af. De tekeningen zouden van het ministerie van Onderwijs komen en gebruikt worden in de voorlichting. ‘Pornografie voor onze kinderen!’ brullen de pastors en vervolgens ook de priesters.

Minister Gina Parody van Onderwijs reageert verbaasd. Die plaatjes komen helemaal niet van haar ministerie. Later ontdekt ze dat de tekeningen uit een Belgisch stripblad voor volwassenen komen. Ze zijn verspreid door een evangelisch parlementslid om de boel op te stoken. De beer is nu los. Er verschijnen meer plaatjes. Tekeningen van kinderen met twee vaders of twee moeders. Tekeningen van stoere meisjes en jongetjes met lang haar. Ook deze tekeningen komen niet van de minister, maar van Unicef. De kerken leggen het uit als het ‘bewijs’ dat de minister ‘onze kinderen indoctrineert om geen jongetjes en meisjes te zijn zoals God ze heeft geschapen’. De ‘homoseksuele dictatuur’ is nabij.

Het helpt daarbij niet dat minister Parody al twee jaar een relatie heeft met Santos’ vrouwelijke minister van Handel. Het stel ontvangt doodsbedreigingen. En president Santos wordt een ‘viezerik’ genoemd die zou ‘genieten’ van de lesbiennes in zijn kabinet.

De woede bereikt op 10 augustus een hoogtepunt. Miljoenen gelovigen komen in heel Colombia samen in enorme marsen ‘tegen de ideologie van het geslacht’. De uitdrukking wordt alleen gebruikt door christelijke fundamentalisten, en staat voor hun afgrijzen over alles wat vrije keuze en seksualiteit betreft en niet stereotiep man-vrouw is. De marsen worden gesteund door de aartsconservatieve procureur-generaal van Colombia, Alexandro Ordóñez. Een fundamentalistische katholiek die als student openbare boekverbrandingen organiseerde. Rousseau en de Colombiaanse Nobelprijswinnaar García Márquez gingen in vlammen op omdat hun boeken ‘jongere geesten kunnen opwinden’.

Na de uitspraak van het Constitutioneel Gerechtshof over de zelfmoord van Sergio is het Ordóñez die de aanval inzet. Hij schrijft een dik tegenrapport waarin hij ‘aantoont’ dat de grondwet niet toestaat dat ‘tolerantie en pluriformiteit de basis van schoolreglementen’ kunnen zijn. Alleen een ‘morele en religieuze visie’, waarbij kinderen wordt onderwezen dat ‘de vrouw complementair is aan de man’, kan worden toegestaan. Scholieren die ‘homoseksuele inclinaties’ vertonen, moeten worden aangezet ‘hun geaardheid niet aan te nemen’. Als ze toch homoseksueel gedrag vertonen, moeten ze worden gestraft. Zoals ook ‘kussen en omhelzingen in het algemeen’ op scholen verboden moeten worden. ‘Ouders, en niet de staat, zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen’, is het standpunt van Ordóñez. Hij is de held van de demonstranten. ‘Zie je wel’, zeggen de gelovigen, ‘de hoogste baas van Justitie is het met ons eens.’

Op dat moment betreedt ook ex-president Uribe de arena. Als politieke stem van het grootgrondbezit fulmineerde hij in zijn anti-vredescampagne vooral tegen de ‘marxistische dictaten’ zoals herverdeling van land en rechten voor kleine boeren en indianen. Maar opeens ligt hier een kans. Twee weken voor de mars van de gelovigen kwam in Havanna ‘Communiqué nr. 82’ uit: de bijdrage aan het vredesverdrag van de commissie over geslachtsidentiteit. Zij zetten er dingen in als ‘gelijke kansen voor vrouwen en mensen met een andere seksuele identiteit’ en ‘strijd tegen discriminatie en stigmatisering van vrouwen, homo’s, transseksuelen en transgenders’.

Bingo! Uribe heeft zijn stok om de hond te slaan. Hij reist de marsen af met bevlogen speeches over de fundamentele waarden van het gezin, en ‘Gods plan’ met het kneden van de vrouw uit de rib van Adam. Nu zou het nog maar een kleine stap voor die christenen zijn om het vredesakkoord af te wijzen. In de dagen erna ontvangt Uribe de leiders van minstens twintig evangelische kerken in zijn partijkantoor, die stuk voor stuk naar buiten komen met verklaringen als: ‘Boven alles willen we onze principes verdedigen. Dus stemmen we volgens onze principes’, of: ‘Het akkoord is doordesemd van ideologie van het geslacht, die het gezin ondermijnt. Dus verdedigen we onze kinderen.’ Uribe wordt nog een handje geholpen door de publieke uitspraken van evangelische beroemdheden. Zo twittert voetballer Daniel Torres zijn miljoenen volgers: ‘Alleen Jezus Christus brengt vrede.’


Nieuwe kans

Na het nee van 2 oktober gingen de regering van Juan Manuel Santos en de FARC terug naar de onderhandelingstafel in Cuba. Bij de presentatie van een nieuw, herzien vredesakkoord vorige week zaterdag verklaarde president Santos: ‘We hebben alles geschrapt wat te maken heeft met de zogeheten ideologie van het geslacht. Hoewel zo’n ideologie niet bestaat, staat er nu niets meer in dat zelfs maar de suggestie ervan kan wekken.’ Wel is er een extra toevoeging gekomen: het gezin wordt benoemd als ‘slachtoffer van de oorlog’.

Ex-president Alvaro Uribe heeft zich nog niet uitgesproken over het bijgestelde akkoord. Deze woensdag begint in Colombia het debat in de Kamer. Onduidelijk is nog of die het akkoord zal aannemen, en of er een nieuw referendum komt.


Beeld: (1) ogotá, Colombia, 2 oktober. Nee-stemmers zijn blij met de uitslag van het referendum (Nicolo Filippo Rosso / Bloombers via Getty Images); (2)Bogotá, 2 oktober. Een ja-stemmer reageert op de uitkomst van het referendum (Leonardo Munoz / EFE / ANP)