Onderzoek De megastal als brandbom

Een miljoen beesten voor niets gestorven

Megastallen branden relatief veel vaker af dan gewone stallen. Ruim een miljoen kippen, varkens en koeien stikten of verbrandden de afgelopen jaren en tientallen boerengezinnen bleven getraumatiseerd achter. Wat is er aan de hand?

Lotje van den Dungen, Adrián Estrada, Michelle Salomons, Tan Tunali en Felix Voogt

18 maart 2020

Kalveren blèren benauwd, overal is rook. In blinde paniek rukt boer Albert Bosch aan de hekken in zijn stal. Nog meer rook. De hekken willen niet. Als hij ze open kan gooien kunnen de kalveren naar buiten. Hij ziet niks meer. Ademhalen en helder nadenken: waarom gaan die hekken niet open? Er is meer rook dan vuur. Naar buiten, beseft hij, anders ligt hij daar straks zelf. Er moet een manier zijn om de ruim driehonderd kalveren te bevrijden. Samen met zijn oudste zoon Teun rent de boer buitenom naar de andere kant van de stal. Ze sjorren aan de achterdeur, een zware schuifdeur. Muurvast. Door een kier zien ze een groot kalf liggen dat de deur barricadeert.

Amper tien minuten daarvoor zat veehouder Albert Bosch uit Coevorden nog rustig achter z’n ochtendkoffie. De routine van de dag zou beginnen. Ruwvoer voor de oudere kalveren, melk voor het jonge koppel. Zou dat ene kalf nog ziek zijn? Vandaag komt de veearts voor controle.

Als hij naar buiten stapt, ziet hij zoon Teun verstijfd van de schrik. De voorkant van de stal staat in brand. De trekker, denkt Albert, geen tijd te verliezen. Hij rent ernaartoe, springt in de cabine, draait de sleutel om en rijdt over het veld terug naar de stal. Die schuifdeur, die moet eruit. Misschien heeft het vuur de achterkant van de stal nog niet gehaald. Teun maakt een zware ketting vast aan de deur. Trekker in zijn achteruit en gas geven, nu. Met een laatste ruk valt de grote houten deur naar achteren. Het kalf dat de deur blokkeerde blijft roerloos liggen. Albert tuurt naar binnen om te zien of hij zijn andere dieren naar buiten kan krijgen. Binnen is het zwart en stil. Hij staart naar een muur van rook.

De masterclass onderzoeksjournalistiek

Van september 2019 t/m maart 2020 verdiepte de masterclass onderzoeksjournalistiek van platform Investico zich in branden in de agrarische sector, onder begeleiding van hoofdredacteur Jeroen Trommelen en redacteur Thomas Muntz. Voor dit artikel vroegen zij tientallen boeren naar hun ervaring en spraken met brandonderzoekers, dierenartsen, verzekeraars en andere experts. De masterclass is mede mogelijk gemaakt door een beurs van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

  • Luister naar aflevering 51 van onze Podcast

    Kees van den Bosch spreekt met Michelle Salomons, Felix Voogt en Thomas Muntz

    Nu luisteren

  • Reportage over de makers

    Interview met Lotje van den Dungen en Adrián Estrada

    Nu kijken

In de afgelopen acht jaar kwamen in Nederland een miljoen dieren om bij stalbranden. Vorig jaar alleen al waren dat 175.000 kippen, varkens en runderen. Los van branden zijn er ook verstikkingen. Als in potdichte stallen de ventilatie uitvalt, is zo’n ramp bijna onontkoombaar. Binnen drie snikhete dagen afgelopen zomer vonden er op boerenbedrijven vijf verstikkingen plaats, met nog eens ruim 150.000 dode kippen en varkens tot gevolg. Na deze ‘horrorzomer’ stelde minister van Landbouw Carola Schouten veehouders voor het eerst verplicht om incidenten te melden waarbij in één keer grote aantallen dieren omkomen. Kort daarna kondigde de Onderzoeksraad voor Veiligheid aan te gaan onderzoeken hoe voorkomen kan worden dat er zoveel dieren bij stalbranden om het leven komen. Nooit eerder boog de raad zich over rampen waarin niet mensen maar dieren centraal staan.

Een stalbrand leidt vaak tot grote ophef: dierenactivisten protesteren, media publiceren schokkende beelden en Kamerleden roepen de minister ter verantwoording. Maar deze publieke verontwaardiging waait ook snel weer over en verder dan incidentele aandacht komt het meestal niet. Ondertussen blijft elk jaar een groot aantal boerengezinnen met trauma’s achter en stijgt het aantal dierlijke slachtoffers.

Over de achtergronden van de verwoestende branden is opvallend weinig bekend. Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico vroeg de afgelopen maanden tientallen boeren naar hun ervaringen en sprak met brandonderzoekers, dierenartsen, verzekeraars en andere experts. Daarnaast stelden we een dataset op van alle stalbranden sinds 2012.

Uit ons onderzoek blijkt dat het aantal branden significant toeneemt, ondanks de inzet van een door de overheid ingestelde commissie die dat aantal sinds 2012 juist naar beneden probeert te brengen. Want hoewel het aantal branden in 2019 voor het eerst daalde, waren het er nog steeds bijna twee keer zoveel als in 2012 (41 versus 21). De inmiddels acht jaar durende poging is mislukt, met ingrijpende gevolgen: schadebedragen stijgen en verzekeraars verhogen de premies of trekken zich zelfs volledig terug uit de markt. De schades lopen mede op doordat megastallen, veehouderijen met bijvoorbeeld meer dan 220.000 vleeskuikens of 7500 vleesvarkens, relatief veel vaker branden dan reguliere stallen. Megavarkensstallen werden zelfs zeven keer vaker getroffen door een dodelijke brand dan reguliere stallen. Megakippenstallen brandden ruim twaalf keer vaker af. Grotere stallen, zo blijkt uit ons onderzoek, verhogen de kans op brand. Hoe kan dat? En waarom branden stallen überhaupt steeds vaker af?

De boerderij in Coevorden waarvan de kalverstal op 1 november 2018 in vlammen opgaat, laat zich lezen als een reis door de tijd. Aan de gevel prijkt het jaartal 1884, het jaar waarin de familie Bosch hier begon te boeren. Toen nog een gemengd bedrijf met koeien, varkens, paarden en een paar kippen. In de jaren zestig verrees er tegen de linkerkant van het huis een nieuwe schuur, alleen voor melkkoeien. De beesten groeiden in de dertig jaar daarna behoorlijk: van gemiddeld één meter twintig naar één meter zestig hoog. Ze gaven meer melk, maar pasten zo niet meer op hun oude plek. Twee nieuwe stallen kwamen achter het woonhuis te staan, deze keer met zeshonderd vleeskalveren erin – een gemiddeld bedrijf.

De twintigste eeuw stond in het teken van intensivering en specialisering, maar pas de afgelopen twintig jaar kwam de schaalvergroting echt in een stroomversnelling. Om het inkomen op peil te houden, moesten boeren mee met die trend. In rund- en pluimveehouderijen verdubbelde het aantal dieren per bedrijf. In varkenshouderijen waren er rond het jaar 2000 gemiddeld negenhonderd varkens; nu is dat aantal verdriedubbeld terwijl er drie keer minder varkensboeren zijn.

Koeien groeiden, kippen ploften en ook het varken werd doorgefokt naar nieuwe wensen. Zeugen werden langer en slanker – de consument eet liever mager vlees – en baarden steeds meer biggen. Het aantal tepels per moedervarken kon daarbij niet achterblijven: dertig jaar geleden had een zeug er gemiddeld twaalf, nu zijn dat vaak zestien spenen met uitschieters naar 22.

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek

  • Sinds 2012 stijgt het aantal stalbranden en dierlijke slachtoffers, hoewel een in 2012 ingestelde commissie beloofde deze aantallen naar beneden te brengen.
  • Megastallen branden veel vaker af dan gewone stallen. Ze werden ruim zeven keer vaker getroffen door een dodelijke brand. Bij mega-kippenstallen was dat ruim twaalf keer vaker.
  • Varkens en kippen in een megastal hebben een veel grotere kans om te sterven in een stalbrand dan varkens en kippen in een reguliere stal. Bij varkens is die kans zelfs 22 keer zo groot.
  • Verzekeraars lijden verliezen door de toenemende schades door stalbranden. Ze verhogen de premies of trekken zich zelfs volledig terug uit de markt.
  • Wetten en duidelijke regels voor brandveiligheid in stallen blijven achter bij de toenemende schaalvergroting van de veehouderij.

‘Baby pig, you are not alone’, zingen tientallen dierenactivisten met varkensmaskers op hun hoofd. Ze staan voor een supermarkt bij het Haagse Centraal Station, op veilige afstand van de boeren die net door de hekken om het Malieveld zijn gebroken en nu het gras omploegen met hun ronkende trekkers. Met de kleine tegendemonstratie pleiten de activisten voor dierenrechten en tegen de intensieve veehouderij. ‘De schande van de mens’, staat op een protestbord met een foto van dicht tegen elkaar gedrukte biggetjes in een stal. Boeren hebben bloed aan hun handen, vinden ze.

Veel boeren denken juist andersom. Als we hun vragen naar hun ervaringen met stalbranden, komen sommigen met het gerucht dat dierenactivisten stallen in brand steken. Herman Litjens, beleidsmedewerker van landbouworganisatie lto, kent de geluiden van zijn achterban en doet ze sinds kort niet meer af als flauwekul: ‘Ik ben gaan twijfelen toen er vlak voor een Kamerdebat drie stallen de lucht in gingen. Dat vond ik wel heel erg vreemd. De minister wordt daar natuurlijk zenuwachtig van, dus zulke gebeurtenissen hebben invloed op het debat.’

Bewijs voor dat vermoeden bestaat niet. Bij verdenking van brandstichting doet de politie altijd onderzoek en de afgelopen jaren zijn daarvan slechts enkele gevallen bekend. Daar hadden activisten voor zover bekend niets mee te maken. Vorig jaar stichtte een dronken bezoeker van een schuurfeest in het Groningse Kiel-Windeweer brand waardoor twee stallen met in totaal honderdduizend kuikens afbrandden. In Werkhoven in Utrecht kreeg een boer de afgelopen jaren in korte tijd te maken met een hele serie branden op zijn boerderij. Het Openbaar Ministerie verdenkt de boer zelf van betrokkenheid, maar hij mag het proces in vrijheid afwachten. En twee weken geleden arresteerde de politie een 48-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats op verdenking van brandstichting in een stal in het Limburgse Ospel, waarbij twee jaar geleden 23.000 kippen om het leven kwamen.

Ook activisten strooien desinformatie rond. Op de Wikipedia-pagina over stalbranden staat dat sprinklers, die volgens sommigen stalbranden kunnen bestrijden, in veestallen in Duitsland verplicht zijn. Die informatie deelde Petra Spoor, voormalig voorvrouw van de actiegroep Burning Souls, in een interview met dagblad Tubantia. De actiegroep is inmiddels opgeheven en Spoor is onbereikbaar. Uit navraag bij de agrarische deelstaten in Duitsland blijkt de bewering een verzinsel: net als in Nederland zijn sprinklers in stallen daar niet verplicht.

Boeren en hun vertegenwoordigers wijzen ook andere schuldigen aan, zoals knaagdieren. Ze vreten aan kabels en zouden zo kortsluiting veroorzaken. De regering denkt het stalbrandenprobleem dan ook aan te kunnen pakken met nieuwe afspraken over knaagdierbestrijding en zet dit in 2017 in het regeerakkoord. Maar aantoonbaar bewijs dat ratten en muizen de oorzaak zijn is er volgens de grootste agrarische verzekeraar Achmea (Interpolis) niet. Ook het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen kan geen enkel voorbeeld geven, hoewel het eerder schatte dat knaagdieren voor een kwart van de stalbranden zorgen.

De volgende vermeende boosdoener is de luchtwasser. Die hangt tegenwoordig in talloze stallen om de lucht van ammoniak te zuiveren voordat die de natuur in wordt gespoten. Volgens veel boeren maken deze systemen de stallen brandgevaarlijker. Maar ook die bewering klopt niet, legt onderzoeker van de Wageningen Universiteit Hilko Ellen uit. ‘Het zijn niet de luchtwassers maar de luchtkanalen waardoor de brand zich razendsnel door de hele stal verspreidt. En die luchtkanalen werden al ruim vóór de komst van de luchtwasser gebruikt.’

Wat wel de precieze oorzaak is van stalbranden blijft vaak onduidelijk. Van ruim de helft van de branden in de afgelopen vijf jaar is de oorzaak onbekend, blijkt uit cijfers van de brandweer. Dat is veel vaker dan bijvoorbeeld bij woningbranden, waar gemiddeld iets meer dan twee op de tien brandonderzoeken onopgelost blijven. Onderzoek in uitgebrande veestallen is duur en heeft vaak geen prioriteit van de brandweer. Als de oorzaak wel wordt achterhaald, gaat het meestal om alledaagse factoren zoals las- en slijpwerkzaamheden in de stal, falende elektrische apparaten, hooibroei of blikseminslag. De toename van stalbranden wordt daar echter niet mee verklaard.

Brand in een koeienstal in Werkhoven. Oktober 2018
Koen Laureij / HH

Vanaf zijn erf, in de richting van Coevorden, ziet vrijwillig brandweerman Berjan Rood een enorme rookwolk. Hij zit al in zijn auto voor de pieper afgaat: ‘brand industrie agrarisch’. Op de kazerne verruilt hij zijn boerenoverall voor een brandweerpak en het rode bevelvoerdershesje. Van wie is de boerderij? Zijn er nog dieren binnen? Hoe ziet de stal er van binnen uit? De hoeveelheid rook die hij in de verte zag duidt op een enorme brand. Dat betekent dat meer dan één brandweerploeg ter plaatse moet zijn. Een stoot adrenaline schiet door zijn lijf. Op de portofoon hoort hij flarden van wat de brandweermannen uit Coevorden zeggen. Zij zijn er al.

Dakplaten zijn weggebrand, overal staan mensen, maar de brandweerman ziet als hij komt aanrijden vooral rook. Witte, bruine, zwarte en grijze rook; elk materiaal heeft zijn eigen kleur. Zijn collega’s staan radeloos buiten de stal van boer Albert. Het grote vuur is vanzelf gedoofd, maar binnen zijn nog ruim driehonderd kalveren. De mannen hebben de hekken voor de hokken al weggehaald, maar de dieren zijn stijf van de schrik blijven staan. Weerloos, volledig verbrand.

Andere kalveren liggen bewusteloos en zwart van de as op het voerpad tussen de hokken. Enkele tientallen zijn uit de stal ontsnapt en staan verdwaald in de wei, hun eerste keer buiten. De dieren zijn kaal. In hun grote oren hangen stukjes gesmolten plastic van de gele oormerken. Over hun hele lijf zitten brandwonden van het druppende isolatiemateriaal. De ogen zijn zo opgezwollen dat ze niet meer open kunnen en al het haar, de wimpers en de trilharen in de luchtpijp, is weggeschroeid.

Op het erf haast dierenarts Ben van de Griend zich met een koffertje naar de jonge beesten. Vier schietmaskers, tweehonderd patronen en een paar messen zitten erin. Hij loopt zonder na te denken de stal in, gevolgd door boer Albert. Maar dat is met die rook veel te gevaarlijk, dus de brandweer sleurt de veehouder er onmiddellijk uit. Alleen de dierenarts mag naar binnen, geëscorteerd door twee brandweermannen en een fles ademlucht. De arts voelt een brok in zijn keel, maar slikt ’m weg. Geen tijd voor. Hij moet de dieren zo snel mogelijk uit hun lijden verlossen. Hoe eerder dood, hoe beter.

Dierenarts Mariella Rijnders is haar collega achterna gesneld. Ze zag Ben door de praktijk rennen richting de kluis met schietpatronen, niet met zijn normale kalmte. De twee artsen checken alle driehonderd kalveren, hij binnen in de stal, zij buiten. Met hun vinger drukken ze op de oogbol om te kijken of het oog knippert, dat is de allerlaatste reflex. Bij twijfel beluisteren ze de longen met een phonendoscoop; door de zwellingen van het longweefsel hoor je dan gepiep en gekraak alsof het dier door een rietje ademt. Soms kan een koe er van de buitenkant normaal uitzien, maar als je dan in de luchtpijp knijpt verknispert die als verbrand papier.

Nu is er geen twijfel. Bijna elk kalf dat nog ademt krijgt een metalen pin door zijn schedel, dwars door de frontale kwab. Alsof-ie knock-out wordt geslagen. Het beest zakt door zijn poten. De ene brandweerman vult het schietmasker met een nieuw patroon voor het volgende kalf, terwijl de ander het mes aangeeft. Om zeker te weten dat het kalf niet weer bij bewustzijn komt, snijdt de dierenarts binnen dertig seconden de leerachtige huid van zijn keel door. Het ‘normale’ euthanasiespuitje zou niks uithalen, de verbrande huid is zo stug dat er geen naald meer doorheen komt.

Ondertussen houden brandweerman Berjan en zijn collega’s de dierenartsen goed in de gaten. Is het mes van Mariella nog scherp? Heeft Ben nog genoeg ademlucht in zijn fles? Als hobbyduiker weet Ben dat hij beheerst moet ademen met zo’n bus op zijn rug, maar dat lukt hier niet. Hij ademt in totaal twee flessen leeg. Samen verslijten de artsen vijf messen en gebruiken ze 140 schietpatronen. Dan kijken ze achterom, iets wat ze tot dan toe juist vermeden, en zien ze een lang spoor van dode kalveren.

Elke stalbrand betekent ook een getraumatiseerd boerengezin. Afgelopen maanden zaten we aan verschillende keukentafels waar boeren openhartig vertelden over vuur, paniek en dierenleed. Meestal proberen ze met gevaar voor eigen leven hun dieren nog te redden, waardoor er bij stalbranden vaak ook een ambulance moet komen, vertelt een brandweerman ons. Na de brand breken velen zich het hoofd over wat ze hadden kunnen doen om de ramp te voorkomen. Naar de slacht brengen is anders, zeggen ze. Nu zijn de dieren voor niets gestorven.

De Brabantse varkensboer Gerda zat de ochtend na de brand met al haar werknemers aan de grote tafel in de kantine. Twee stallen, in totaal ter grootte van een voetbalveld, en duizenden varkens gingen die nacht in vlammen op. ‘Ieder personeelslid reageerde anders’, vertelt ze. ‘Sommigen als een vogeltje dat tegen het raam vliegt omdat-ie eruit wil, anderen als een bange hond die onder de bank kruipt.’ Haar drie kinderen gingen in therapie om het te verwerken. Voor zichzelf schakelde ze geen professionele hulp in. Op de herhaalde vraag hoe het met haar zelf gaat, komt geen antwoord. Ze praat eromheen.

Een paar weken na ons bezoek krijgen we een verontrustend telefoontje van Gerda’s man: de afgelopen dagen was ze stiller dan normaal en in de war. ‘Ze slaapt al drie nachten slecht. Vannacht schrok ze wakker omdat ze dacht dat ze brand rook.’ Het gesprek heeft haar teruggebracht naar de traumatische dag die nu alsnog zijn tol eist. Op verzoek blijven Gerda en haar familie anoniem. ‘We willen het gewoon vergeten.’

Varkensstal in Heusden. Oktober 2018
Rob Engelaar / HH

Van buiten zie je het niet, maar in een stal kan vrijwel alles branden. Uitwerpselen van koeien en varkens zakken door de gleuven van de vloer in een betonnen kelder waar ze een ontvlambaar mengsel vormen. In mest zitten meerdere gevaarlijke gassen, waaronder het brandbare methaan. Als mest lang blijft liggen, ontstaat er boven op de natte poep een schuimlaag, als op cappuccino, met explosieve gasbellen.

De stal hangt vol met elektrische apparaten en bedrading. In een kippenstal kunnen twee- tot drieduizend lampen hangen en worden mest en eieren afgevoerd via lopende banden. Varkensstallen hebben automatische voersystemen. Wanden en plafonds zijn afgedekt met isolatiemateriaal dat vaak zeer brandbaar is. De concentratie ammoniak is zo hoog dat het stopcontacten kan wegvreten. En overal hangt ventilatie die de dieren moet voorzien van voldoende zuurstof. Die systemen hebben lange, stoffige schachten en ook in de stal zelf hangt stof dat bijdraagt aan de brandbaarheid. Met één vonkje kan het gedaan zijn. ‘Het is zo’n explosieve verbranding. Ik heb op terreinen gestaan waar je bij wijze van spreken niet meer zag om welke schuur het ging’, zegt brandweerman Evert-Jan van Veldhuizen.

Jurjen Burghgraef, risicodeskundige voor verzekeraars en boeren, treft regelmatig brandgevaarlijke situaties aan. Hij zegt dat veel boeren onvoldoende kennis hebben van alle apparatuur in hun stal. ‘En veel van hen knutselen graag; dat kan een gevaarlijke combinatie zijn.’ Dat zeggen ook andere experts die stallen controleren op brandveiligheid. ‘Als een boer per ongeluk een stukje van een stopcontact afrijdt, doet dat het nog wel, maar het is gevaarlijk omdat er stof of vocht in kan komen. Je moet de boer erop wijzen dat zo’n stopcontact vervangen moet worden’, zegt Erik Dokter van verzekeraar Univé Dichtbij.

Niet alleen de stal, ook de dieren zijn kwetsbaar. Kippen zijn zoals alle vogels extreem gevoelig voor gassen, ze stikken al bij een beetje rook. Negen van de tien kippenstallen zijn bij brand kansloos, volgens brandweerman Van Veldhuizen. Varkens en kalveren overleven een brand nog weleens, maar worden vaak alsnog afgemaakt en naar de kadaververwerking afgevoerd. Van Veldhuizen trof na een stalbrand tientallen op elkaar gestapelde, schreeuwende varkens aan. Ze lagen in de hoeken tegen elkaar aangedrukt en hadden overal brandblaren, maar leefden nog wel. Goed, dacht hij. Toch zijn de meeste uiteindelijk vernietigd. Een dier dat rook heeft ingeademd is niet langer geschikt voor consumptie.

En zelfs als een varken géén rook heeft binnengekregen, wordt het in sommige gevallen vernietigd, legt dierenarts Bulle Koster uit. Het dier onderbrengen bij een andere boer is vaak geen optie. ‘Op zo’n bedrijf komt alleen maar voer en sperma binnen, verder niets.’ Ook het slachthuis wil ze niet hebben, want ‘gestrest vlees wordt niet geslacht’.

In de afgelopen vier jaar gingen ruim twee keer zoveel kippen, varkens én runderen dood bij stalbranden als in dezelfde periode daarvoor. Maar dieren kunnen ook massaal omkomen door andere rampen in een stal. Kippenboer Mari van den Heuvel maakt het mee op een snikhete dag in de zomer van 2019. Zijn wekkerradio, magnetron en oven beginnen te knipperen en op zijn mobiele telefoon verschijnt het alarm dat de stroom is uitgevallen. Zeven keer, voor elk van zijn zeven stallen. Geen stroom betekent geen ventilatie en dat betekent dat zijn kippen geen zuurstof meer krijgen. Buiten is het veertig graden. Hij weet meteen: hier valt niets meer te redden. Op die dag stikken binnen drie kwartier 150.000 kippen door wat achteraf een brand in het transformatorhuisje van de energieleverancier blijkt te zijn – de kippenboer stond machteloos.

Een mega varkensstal is uitgebrand in Erichem. Juli 2017
Flip Franssen / HH

Is er dan niks mogelijk om zulke grote rampen te voorkomen? Oplossingen voor het probleem zijn al sinds 2012 bekend. Dat jaar verscheen er een lijvig rapport van de Wageningen Universiteit. Daarin worden verschillende aanbevelingen gedaan, zoals het verbieden van oude cv-ketels en geisers in stallen en het verplichten van een brandslanghaspel van voldoende lengte. Het rapport moest een speciaal daarvoor aangewezen commissie op weg helpen waarin landbouworganisatie lto, het Verbond van Verzekeraars, de overheid, de Dierenbescherming en Brandweer Nederland plaatsnamen.

Acht jaar geleden stelde deze commissie het doel om het aantal stalbranden binnen vijf jaar ‘fors te verminderen’. Dat sindsdien het aantal branden en dierlijke slachtoffers alleen maar is toegenomen, erkennen de partijen liever niet. Brandweercommandant Roelf Knoop houdt het op ‘een fluctuatie binnen een bepaalde bandbreedte’. ‘Het schommelt wat’, zegt ook Bert van den Berg van de Dierenbescherming. Commissievoorzitter Alfred Jansen van lto beweert zelfs dat het aantal branden daalt. De cijfers geven volgens hem een vertekend beeld omdat de registratie in de beginjaren van de commissie nog niet op orde was. De partijen die verantwoordelijk zijn voor de cijfers spreken dat echter tegen. ‘Het is niet zo dat we nu meer stalbranden zien omdat we er beter op letten’, stelt Ferdinand Soeteman van het Verbond van Verzekeraars.

Met de zeventien aanbevelingen uit het dikke rapport waarmee de commissie begon, is amper iets gebeurd. Slechts een fractie is doorgevoerd, tot teleurstelling van René Hagen van het Instituut Fysieke Veiligheid die aan het rapport heeft meegeschreven. Het ministerie heeft uit de aanbevelingen ‘geshopt’, vindt hij. Alleen een hogere brandklasse voor het isolatiemateriaal en een brandwerende technische ruimte zijn wettelijk verplicht gesteld. ‘Ze hebben twee aanbevelingen overgenomen waarvan ze dachten dat het niet veel pijn zou doen.’ De commissieleden zitten daar volgens hem vooral vanwege hun belangen, niet zozeer vanwege hun deskundigheid. Hij verwacht dan ook niet dat het aantal stalbranden in de toekomst zal afnemen.

Bert van den Berg van de Dierenbescherming, die als eerste alarm sloeg over de stalbranden, heeft vaker overwogen om uit de commissie te stappen, zegt hij. Maar de Dierenbescherming wil liever aan tafel zitten dan vanaf de zijlijn toekijken. Wel heeft hij nog eens gezegd dat er serieus onderzoek gedaan zou moeten worden naar sprinklers en bliksemafleiders. ‘Vooral van de bliksemafleider denk je: hoe moeilijk kan het zijn.’ Beide maatregelen staan overigens niet in het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming zelf. Dat stelt minder brandveiligheidseisen dan de gemiddelde verzekeraar tegenwoordig vaak doet. De criteria worden regelmatig herzien, maar te strenge eisen zouden boeren kunnen afschrikken, zegt hij. Dat het werk van de commissie is mislukt, bestrijdt hij. ‘Het is vaak twee stappen vooruit en één achteruit, maar geleidelijk boek je wel degelijk succes.’ Dat succes blijkt dus niet uit de cijfers, maar Van den Berg heeft daar weinig boodschap aan. ‘Met statistiek moet je altijd oppassen. De maatregelen die we treffen, gaan effect hebben. Bestaande stallen gaan nog jaren mee voor ze vernieuwd of verbouwd worden. Het duurt dus even voordat je dat terugziet in de cijfers.’

Maar ook als het optimisme van de Dierenbescherming uitkomt, verklaart dat niet waarom er tegenwoordig ruim twee keer zoveel dieren omkomen bij stalbranden. En al helemaal niet waarom grote stallen vaker worden getroffen door brand dan reguliere.

Het schemert als brandonderzoeker Erik Overtoom aankomt in Coevorden. De brandweer is al weg, de stal smeult nog na. Kalveren liggen op het voerpad; hun verschroeide huid is matzwart, oogkassen zijn opgezwollen en de kelen doorgesneden. De brandlucht overheerst. Gelukkig kan hij zijn emoties uitzetten bij dit soort rampen. Het is werk.

In de afgelopen 25 jaar als brandonderzoeker heeft hij tientallen stalbranden ontleed. Hij begon al met het uitpluizen van brandoorzaken toen hij nog bij de technische recherche zat. Nu laat hij zich daarvoor inhuren door verzekeraars. Het is het werk dat hij het liefste doet, een soort puzzel. Zijn opdrachtgever had hem die middag gebeld: grote schade.

Hij kijkt naar de plaats delict. De stal is ‘mooi’ uitgebrand: alleen het isolatiemateriaal in het dak is weggesmolten, de rest staat nog. Op de vloer ziet hij een dikke laag as en naar beneden gevallen apparatuur. Hij laat losse bedrading door zijn blote handen gaan op zoek naar parels van gesmolten plastic. Dat zijn aanwijzingen voor kortsluiting. Na een uur tussen de brandresten heeft hij nog niks gevonden dat hem wijzer maakt over de oorzaak.

Overtoom verkleint zijn onderzoeksgebied. Waar is de brand begonnen? De oudste zoon van de boer, die als eerste bij de brand was, wijst hem de voorkant van de stal aan. Er liggen een kalf en wat verbrande pallets. Voorzichtig veegt hij met zijn hand door het puin. Waarom begon de brand hier? Als hij een stuk hout verschuift, ziet hij een gat in de betonnen vloer ter grootte van een vuist. Daar heeft ooit een buis of slang doorheen gezeten. Op de rand van de opening balanceert iets rood-groens, cilindervormig. Tussen duim en wijsvinger raapt hij het op – hij herkent het. Hier moet Teun uitleg over geven. Even later kijkt de boerenzoon naar de restanten van het knalvuurwerk in de hand van de brandonderzoeker.

De landbouwsector en brandexperts zijn ervan overtuigd dat grotere stallen brandveiliger zijn. Uit ons onderzoek blijkt echter het tegenovergestelde: megastallen, de meest intensieve vorm van veehouderij, branden relatief veel vaker af dan reguliere veestallen. Eén op de 32 megastallen voor kippen en varkens brandde de afgelopen drie jaar af, terwijl dat bij reguliere stallen één op de 323 was. Ook de kans dat dieren in een megastal omkwamen was veel groter. Zo zat ruim tweederde van de omgekomen varkens in een megastal, terwijl slechts tien procent van alle varkens in Nederland in zo’n stal wordt gehouden.

Dat verbaast brandexpert René Hagen, die zich namens het Instituut Fysieke Veiligheid al twaalf jaar bezighoudt met stalbranden. ‘Het tegendeel zou logisch zijn: in een grotere stal verwacht je een veiligere bedrijfsvoering.’ Ook Ferdinand Soeteman van het Verbond van Verzekeraars zegt dat de kans op brand in intensieve veehouderijen juist kleiner zou moeten zijn. ‘Daarom stellen verzekeraars strengere voorwaarden aan een grotere stal. Als het daar fout gaat, is het schadebedrag direct veel hoger.’

Landbouworganisatie lto vertrouwt ons onderzoek niet. Ze schrapt zelfs een afgesproken interview als ze de resultaten vooraf te zien krijgt. Die cijfers kunnen niet kloppen, schrijft Alfred Jansen van lto in een reactie. ‘Zelfs als brand vaker voorkomt in megastallen, is een oorzakelijk verband niet aangetoond. En vanwege het zeer kleine aantal branden in verhouding tot het totale aantal stallen, is het niet mogelijk om zulke vergaande uitspraken te doen op een manier die statistisch betrouwbaar is.’

Brandexpert Hagen merkt op dat er inderdaad nog maar weinig megastallen in Nederland zijn, waardoor één brand direct veel invloed op de resultaten heeft. Bovendien is de kans op brand in een grotere stal in beginsel al groter. Maar onze berekening is volgens hem correct en laat zien dat megastallen de afgelopen drie jaar vaker door brand werden getroffen en dat dieren in megastallen vaker omkwamen door brand. Jaap van Os, die bij Wageningen University & Research onderzoek doet naar megastallen, ziet in de resultaten aanleiding om nader onderzoek te doen naar de brandrisico’s van megastallen. Het Verbond van Verzekeraars bevestigt onze berekening: ‘Ondanks het kleine aantal is de uitkomst zo duidelijk dat je die niet zomaar naast je neer kunt leggen.’

Dat het Verbond van Verzekeraars onze cijfers bevestigt is geen toeval. De verzekeringsmaatschappijen zien al jaren een trend waar ze wél naar handelen, maar waar het publiek niet over is ingelicht. De schade door stalbranden loopt op, vooral door branden in steeds grotere en geavanceerde boerderijen. En dat wordt voor de verzekeringsmaatschappijen een probleem. Sommige zeggen polissen op en andere twijfelen of ze nog brandverzekeringen moeten aanbieden in de agrarische sector. ‘Een van de scenario’s die op tafel lagen was om bepaalde risico’s überhaupt niet meer te verzekeren’, zegt Folkert Clemens van Nationale-Nederlanden. Door de toenemende schades van branden in veestallen verloor het bedrijf enkele miljoenen per jaar. Het gevolg: een forse premieverhoging. Intensieve veehouders betalen vanaf dit jaar voor hun opstalverzekering twee keer zoveel.

Ook Univé Dichtbij verhoogde de agrarische brandpremies specifiek voor deze veehouders. De coöperatie die nota bene in 1815 werd opgericht door boeren die zich wilden indekken tegen brand, zegt dat verzekeringen voor veehouderijen nauwelijks nog kostendekkend zijn. Die conclusie trokken de verzekeraars a.s.r. en Aegon al eerder; zij verlieten in de afgelopen jaren de markt. Branchevereniging voor verzekeringsadviseurs Adfiz noemt de varkens- en pluimveehouderij inmiddels ‘praktisch onverzekerbaar’.

Achmea (Interpolis), op afstand marktleider met zo’n zestig procent van de boeren in hun portefeuille, neemt als enige nog grote veehouderijen aan. Ze herkent de problemen van andere maatschappijen niet en ziet geen toename van het aantal stalbranden, noch een relatie met intensivering, laat een woordvoerder weten. Achmea zegt namelijk strengere eisen te stellen en regelmatig elektrakeuringen uit te voeren. Arjan Kamphuis, verzekeringsadviseur voor boeren, trekt in twijfel dat de marktleider niets van de oplopende schades merkt. Daar moet het net als bij andere verzekeraars wel degelijk pijn doen in hun agrarische portefeuille, zegt hij.

Erichem. Juli 2017
Flip Franssen / HH

Maar als stalbranden zo verwoestend zijn en voor zoveel schade zorgen, moet daar toch iets tegen te doen zijn? Bestaan er geen strenge regels voor de bouw van een stal? Op papier wel, maar daar kunnen bouwers en boeren omheen. In de wetgeving zit namelijk een gat. Om brand te beperken, bedachten beleidsmakers dat de ruimtes in een veestal niet groter mogen zijn dan duizend vierkante meter. Deze ruimtes, brandcompartimenten, moeten ervoor zorgen dat een brand niet overslaat en uitmondt in een vuurzee. Later is dat al opgerekt naar 2500 vierkante meter. Maar zelfs dit is geen harde grens. Tien jaar geleden waarschuwde de brandweer in het Noord-Limburgse Venray al dat er ‘met enige vindingrijkheid absurd grote brandcompartimenten gerealiseerd kunnen worden’. Een bovengrens is er nog steeds niet, ondanks een advies van de Wageningen Universiteit om zo’n limiet wel in te stellen. Veestallen kunnen zo groot zijn als een voetbalveld of zelfs nog groter, zolang de boer – of een ingehuurde bouwadviseur – maar aantoont dat de brandveiligheid op een andere manier gecompenseerd wordt. En hóe ze dat doen, mogen ze zelf weten.

Hang een brandmelder op in een varkensstal en je kunt in één klap 1375 vierkante meter groter bouwen. Wie een bliksemafleider op de stal zet en één keer per jaar alle elektra keurt, krijgt er nog eens zevenhonderd vierkante meter bij. Geef je liever geen vijftigduizend euro uit aan een bliksemafleider, dan mag je ook beloven dat je een beetje oppast met lassen, geen sigaret opsteekt in de stal en de boel eens in de zoveel tijd afstoft. Pluspuntje: niemand zal daarna langskomen om dat te controleren.

Veel gemeenten zagen al langer dat de wetgeving tekortschoot en stelden daarom aanvullende eisen aan de bouw van stallen. Maar elk op hun eigen manier, dus dat werd een rommeltje. Sinds twee jaar bestaat er een nieuwe, maar niet verplichte landelijke richtlijn om die gemeentelijke verschillen te overbruggen en de brandveiligheid in grote veestallen te verbeteren. Maar het probleem blijft nog altijd hetzelfde: met een paar maatregelen win je honderden vierkante meters en kun je een enorme stal bouwen. Als er in zo’n groot compartiment brand uitbreekt, gaan heel veel dieren tegelijkertijd dood. Dat weet ook brandweerman Evert-Jan van Veldhuizen. ‘Als je het mij als boerenzoon vraagt, dan vind ik dat je die nieuwe richtlijn eigenlijk niet moet accepteren.’

Als Teun die ochtend de stal in loopt begint zijn hond te blaffen, vertelt hij tegen de brandonderzoeker. Er zit een rat onder een houten pallet in de hoek. De boerderij ligt aan het kanaal in Coevorden, dus is het niet de vraag óf ze last krijgen van ongedierte maar wanneer. Die rat moet weg voordat hij zich gaat nestelen. Uit de zak van zijn overall haalt Teun een astronaut. Met zulke rotjes verjagen hij en zijn zus weleens kraaien uit het veld. Meer voor de lol dan voor het resultaat; na de knal vliegen de beesten toch altijd weer terug.

Hij steekt het rotje aan en gooit het naar de pallet in de hoek. Als hij die rat laat schrikken, kan de hond hem pakken. Hoeft die vandaag ook geen brokken meer. Pang! Op de rand van de mestput. En dan de vlammen. Zo snel als hij kan rent hij naar de brandblusser. Binnen dertig seconden is hij weer terug, maar blussen heeft geen zin meer: de vlammen hebben het dak al bereikt en het isolatiemateriaal begint te roken.

Vader Albert zit in de woonkamer als hij Teuns bekentenis hoort. Hij wist van niks. Zijn zoon was wel erg stil en afwezig vandaag, maar daar had hij vanwege de hectiek geen aandacht aan kunnen besteden. Had hij dat wel moeten doen? Wat een vreselijk moeilijke dag moet Teun hebben gehad. Hij sluit hem in zijn armen. ‘Ik ben zo blij dat hij het me heeft verteld’, zegt de boer. ‘Anders had hij het opgekropt; zo zijn wij namelijk. Dan was hij er misschien aan onderdoor gegaan. Nu is het hoge woord eruit. We hoeven ons nergens voor te schamen. Het is erg genoeg dat het is gebeurd. Dat rotje had hij niet moeten gooien, kun je achteraf zeggen. Maar achteraf kijk je een koe in de kont.’

Stallen worden steeds groter, met meer techniek, meer lampen en meer beesten boven diepere mestputten. Het zijn bommen die met één vonkje kunnen afgaan, iets wat zowel boeren als beleidsmakers zich niet lijken te realiseren. Terwijl milieueisen voor de steeds intensievere veehouderij zich opstapelen, blijven wetten voor brandveiligheid achter. Er zijn veel regels voor buiten, maar amper voor binnen in de stal. Preventie heeft lage prioriteit. Een bliksemafleider is duur en een brandveilig geproduceerd stukje vlees levert niet meer geld op. De gevolgen zijn echter groot. Verzekeraars lijden verliezen, boeren blijven getraumatiseerd achter en dieren stikken in de rook. Dikke rapporten, talloze aanbevelingen, terugkerende Kamervragen en grote publieke verontwaardiging hebben vrijwel niets opgeleverd.

Brandweercommandant Knoop van de preventiecommissie vraagt zich inmiddels hardop af of het nog een technisch vraagstuk is. ‘Natuurlijk wil ik het aantal branden terugdringen, maar ik denk dat de middelen daartoe heel beperkt zijn.’ Stalbranden zijn volgens hem vooral een politiek debat. ‘Vinden we het acceptabel dat er honderdduizend kippen in een stal worden gehouden en kunnen we dan ook accepteren dat al die dieren in het geval van brand omkomen?’

Ondertussen is de veehouderij nog lang niet klaar met haar groeispurt. In een recente toekomstvisie voorziet de Rabobank dat het aantal varkens per bedrijf in de komende tien jaar nog eens zal verdriedubbelen. Dat is nu al te zien: bij de provincie Gelderland liggen de herbouwplannen ter goedkeuring voor een stal van twee verdiepingen. De oorspronkelijke ‘varkensflat’ van de omstreden veehouder Straathof brandde in 2017 af waarbij meer dan twintigduizend dieren omkwamen. Nog nooit gingen er zoveel varkens dood bij één brand. De nieuwe aanvraag gaat over zesduizend extra dierplaatsen. Ook in de buurt van Venlo bouwen een varkenshouder en een kippenboer aan twee meerlaagse stallen, elk met een capaciteit van maar liefst zes megastallen. Een van deze stallen heeft er zelfs een slachterij bij. Op de website van de Houbensteyn Groep staat omschreven wat dit inhoudt: ‘een duurzame kringloop’.

De boerderij in Coevorden draait weer
Reyer Boxem

Als je het erf van de kalverhouderij in Coevorden nu oploopt, hoor je de jonge beesten gemoedelijk loeien in hun stal. Het is de eerste groep kalveren sinds de brand een dik jaar geleden. Ze moeten altijd even wennen op een nieuwe plek en laten dat luidruchtig horen, zegt Teun. Als vroeger in de zomer zijn slaapkamerraam openstond, werd hij er soms wakker van. Nu luistert hij tevreden naar het geloei. ‘Ik ben blij dat ze er weer zijn.’

De getroffen stal is volledig afgebroken. Naast het huis staan de bouwmaterialen klaar voor een nieuwe. Brandveilig isolatiemateriaal kostte enkele duizenden euro’s extra, maar dat nam Albert graag voor lief. De verzekering dekte bovendien de schade: er was geen sprake van grove nalatigheid maar van een menselijke fout zonder opzet. Over een tijdje, als ze hopelijk weer op volle toeren draaien, overwegen ze verder te gaan uitbreiden: van zeshonderd naar achthonderd kalveren. Daarom komt er alvast een luchtwasser te hangen in de nieuwe stal. ‘Gelukkig krijgen we daar een beetje subsidie voor.’

Dit is een onderzoek van de Investico masterclass

Van september 2019 t/m maart 2020 verdiepte de masterclass onderzoeksjournalistiek van platform Investico zich in branden in de agrarische sector, onder begeleiding van hoofdredacteur Jeroen Trommelen en redacteur Thomas Muntz. Voor dit artikel vroegen zij tientallen boeren naar hun ervaring en spraken met brandonderzoekers, dierenartsen, verzekeraars en andere experts.

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Meer over de masterclass