Het is een klein artikel dat half februari verschijnt in het Belgische lokale nieuwsblad Het Belang van Limburg. ‘2,2 miljoen liter rode diesel ontkleurd in Ham: tachtig miljoen euro geëist’. In het dorpje Ham werden twee mannen ‘op heterdaad betrapt’ bij het ontkleuren van rode diesel. Deze brandstof is veel goedkoper door een lager accijnstarief en wordt daarom gemarkeerd met een rode kleurstof. Mede omdat dit zo fraudegevoelig is wordt de rode diesel in Nederland sinds 2013 niet meer verkocht aan de pomp. In België kan dat nog wel.

Frauderen met diesel kan zeer lucratief zijn. Bij de inval in Ham in juni vorig jaar denkt de Belgische belastingdienst voldoende bewijs te hebben vergaard om bijna dertig miljoen euro aan ontdoken belasting terug te vorderen. Met de boete erbij kan het volgens de lokale krant oplopen tot ruim tachtig miljoen euro.

Het onderzoek van de Belgische Federale Overheidsdienst Financiën (FOD) leidt ook naar een ‘bedenkelijke’ vennootschap in een ander klein Belgisch dorpje: Tielt, zo’n dertig kilometer onder Gent. Het blijkt een pompstation, waar in de tanks dezelfde ontkleurde brandstof wordt aangetroffen als in Ham, bevestigt de advocaat van de FOD. Het pompstation wordt opeenvolgend bestierd door twee Nederlanders, volgens het Belgische handelsregister de Turks-Nederlandse Serdar Ç. en Orhan G. Samen met de vader van Orhan, Nihat G., blijken zij de afgelopen jaren door heel België een schimmig bedrijfsnetwerk te hebben opgezet.

‘Wij richten ons elke keer heel erg op de kilo’s en de kerels’, zei burgemeester Halsema afgelopen september over de aanpak van georganiseerde criminaliteit, doelend op cocaïne en criminele kopstukken. ‘Terwijl we de hele organisatie moeten hebben.’ Dat is geen nieuw idee. Al in 1996 adviseerde de Commissie-Van Traa over de IRT-affaire om meer in te zetten op de opsporing van georganiseerde misdaad. Burgemeesters uit Brabant, de provincie waar de criminaliteit misschien wel het weligst tiert, richtten in 2010 een eigen, ambitieuze taskforce op tegen georganiseerde criminaliteit. Maar met de moord op advocaat Derk Wiersum in 2019 concludeerde toenmalig minister van Justitie Ferd Grapperhaus: ‘We hebben de georganiseerde misdaad in Nederland laten woekeren.’

Platform Investico ging samen met het Algemeen Dagblad mede voor De Groene Amsterdammer in openbare bronnen de sporen na van één vermeende criminele organisatie. Het netwerk begint in drie jaar tijd zestien bedrijven, waaronder vier pompstations in België, zo blijkt uit ons onderzoek. Zelfstandige tankstations op het Vlaamse platteland zijn volgens experts een ‘uitstervende’ markt, niemand kan een goede reden geven waarom Nederlandse ondernemers in deze business zouden stappen. In ieder geval één van de tankstations is volgens de Belgische opsporingsdiensten betrokken bij een fraudezaak van tientallen miljoenen euro’s.

Ogenschijnlijk gaat het om een victimless crime: een beetje sjoemelen met olie in het Belgische buitengebied. Maar als we aan de losse draadjes van het netwerk trekken, ontvouwt zich een uiterst lucratieve strategie om in korte tijd mogelijk miljoenen euro’s te verdienen. Bestuurders van kleine Belgische gemeenten kunnen nauwelijks iets tegen de bendes beginnen, vertelt een oud-burgemeester die eerder met dieselfraudeurs te maken had.

Opsporingsinstanties in Nederland kennen het criminele netwerk wel, maar de vorm van fraude niet. Voor Belgische instanties geldt het omgekeerde. Maar Nederland en België kennen geen gezamenlijke opsporingsagenda of structurele samenwerking. Als de politie een nieuwe activiteit van een crimineel netwerk al op het spoor komt, is het vaak toevallig, als bijvangst bij een andere zaak en wordt de vondst gearchiveerd als ‘restinformatie’. Volgens experts is dit tekenend voor Nederlandse opsporingsdiensten, die kampen met een gebrek aan strategisch inzicht in hoe netwerken aan te pakken. Zo konden de vermeende pompstationcriminelen gemakkelijk opnieuw onder de radar duiken en jarenlang in alle rust hun imperium uitbreiden.

De Nederlanders van het tankstation in Tielt hebben nog drie andere benzinepompen in verschillende delen van Vlaanderen, volgens het handelsregister allen overgenomen tussen 2018 en 2021. In Tielt is nog een holding gevestigd, opgericht door Nihat G. in 2020. Ook in Amsterdam richtte hij een holding met dezelfde naam op, gevestigd pal tegenover het politiebureau Burgwallen, hartje Amsterdam.

In het imposante lichtblauwe pand is een makelaarskantoor gevestigd, eigendom van een vastgoedondernemer die de afgelopen jaren niet alleen tal van boetes en bestuurlijke maatregelen verzamelde, maar ook begin deze eeuw samen met zijn broers terechtstond voor witwassen van crimineel geld en onderwereldbankieren. Bij de Kamer van Koophandel staat op dit adres een ratjetoe aan bedrijven geregistreerd. Daaronder zijn vier financiële ondernemingen van Nihat G., waarvan er een op basis van de naam iets lijkt te doen met olie.

Vanuit Tielt ontvouwt zich een web aan ondernemingen: een ict-bedrijf, overgenomen van een Belg met een woonadres ‘naast de Koreaanse ambassade in Kameroen’, volgens de akte in het handelsregister, en een makelaarskantoor dat is overgenomen van een Belg met een woonadres op een resort op het Venezolaanse Isla de Margarita. Ook zijn er nog vijf makelaarskantoren die ‘handelen in vastgoed’, een groentewinkel in het Antwerpse Hoboken en vier holdings. In totaal richt het Nederlandse netwerk in drie jaar tijd zestien bedrijven in België en vier in Nederland op.

Met de bestuurders van de bedrijven – zonder uitzondering familieleden en een handjevol kennissen van G. en Ç. – is iets vreemds aan de hand: ze wisselen elkaar heel regelmatig af. Iedere paar maanden wordt er volgens het Belgische handelsregister ergens iemand ontslagen en treedt er een ander uit het netwerk in dienst. Ook de locatie van de bedrijven verandert geregeld. Van de opgerichte makelaarskantoren is geen spoor van activiteit te vinden, niet eens een website.

Criminoloog Edward van der Torre leggen we het bedrijvennetwerk geanonimiseerd voor. Hij ziet meerdere rode vlaggen: ‘Veel bestuurswisselingen, allerlei familieleden, in korte tijd veel bedrijfjes oprichten: als ik een bedrijfsanalyse maak, zijn dat zogezegd wel strafpunten. Het zegt op zichzelf nog niks, maar het geeft de gemeente of politie wel aanleiding om vragen te stellen.’

Een anonieme politiebron laat ons weten dat zowel leden van de familie Ç. als de betrokken familie G. al jaren bij de politie in beeld zijn. Een van de zoons van de familie G. is in België vorig jaar veroordeeld tot een gevangenisstraf vanwege een drugsdelict. Hij werd de afgelopen jaren ook in Nederland aangehouden voor zware mishandeling en wapenbezit. In de afgelopen vijftien jaar was Serkan Ç., de broer van Serdar die ook in twee bedrijven bestuurder was, betrokken bij drugsproductie, opzetheling, diefstal, wapenbezit en mishandeling, zo blijkt uit politiedocumentatie. Een Utrechtse bron uit het criminele circuit kent de familie Ç. als een familie die ‘groot in de hokken’ zaten: wietplantages.

In 2018 begint de Utrechtse politie, opgeschrikt door de onverwachte omvang van het Taghi-imperium, de ‘criminele familie-aanpak’. Met deze aanpak wil de politie beter zicht krijgen op criminele organisaties in Midden-Nederland. Voor dat doel zijn verschillende teams opgetuigd die de ‘voedingsbodem voor georganiseerde criminaliteit’ moeten weghalen. Volgens het bijbehorende politieplan ‘Wie praat, die gaat’ zijn netwerken flexibeler geworden in wie ze inzetten. Criminele groepen gaan op zoek naar de persoon die het meest geschikt is voor een klus, bijvoorbeeld wie nog het minst bij de politie in beeld is. Bijvoorbeeld familieleden, volgens het politieplan. Het in kaart brengen van de netwerken en hun activiteiten moet zorgen voor beter ingrijpen. Toch moet de politie vaststellen dat ‘geldstromen naar het buitenland’ en ‘witwassen’ nog blinde vlekken zijn.

Dankzij ‘de familie-aanpak’ werden 85 criminele netwerken in verband gebracht met internationale drugshandel, liquidaties, witwassen, afpersing en intimidatie. De familie Ç. is een van die 85 families, vertelt een andere politiebron die anoniem wil blijven. Heeft een van de teams of taskforces ervoor gezorgd dat de familie Ç. in beeld bleef terwijl ze de grens overstaken? ‘Overal was rook, maar wel oude rook’, zegt de bron. Volgens de bron heeft de Utrechtse familie veel geld, waarvan er al zoveel witgewassen is dat de politie er eigenlijk niets meer aan kan doen. ‘Die Belgische tankstations zagen we ook, maar vielen buiten de scope van Utrecht. Dat is als “restinformatie” blijven liggen. De Belgische politie is daarover niet geïnformeerd.’

Leden van de familie G. wilden niet reageren. De leden van de familie Ç. waren na herhaaldelijke pogingen niet bereikbaar voor commentaar. De lokale politiediensten in de dorpen waar de tankstations staan willen niet op onze vragen over de activiteiten van het netwerk ingaan. De woordvoerder in Tielt laat weten dat tankstations niet hun ‘core business’ zijn. De FOD komt na talloze interviewverzoeken met een korte schriftelijke reactie op de vraag of er nog meer ontkleuringszaken zijn geweest: ‘Ja, maar daar kunnen wij geen uitspraken over doen.’

In Belgisch Limburg zijn frauderende criminele netwerken niets nieuws, toont een andere – voor zover we konden aantonen ongerelateerde – zaak. In 2019 worden veertien verdachten gearresteerd voor grootschalige accijnsfraude met ontkleurde rode diesel. De spil in de ‘bende dieselfraudeurs’ zouden twee broers uit Genk zijn. Opmerkelijk, want twee jaar eerder werden ze ook al veroordeeld voor het grootschalig ontkleuren van rode diesel.

‘Als de milieu-inspecteur met zijn testapparatuur aankwam bij het tankstation werden er door de eigenaren stapels briefgeld in zijn kruiwagen gegooid. Daar maakte hij melding van bij de politie en keerde dan maar weer om. Hij kwam nooit aan testen toe’, vertelt Benny Spreeuwers , oud-burgemeester van het Belgisch-Limburgse Opglabbeek. Hij tilt zijn dunne bril op en wrijft zuchtend in zijn ogen. Hij heeft ons meegenomen naar een verlaten loods op een kaal stuk industrieterrein, waar hij in zachte Vlaamse tongval vertelt over de zaak die hem als burgemeester ruim twintig jaar bezighield. ‘De opsporingsdiensten hadden ook schrik om er wat aan te doen.’

Sinds het begin van zijn burgemeesterschap was het industrieterrein het decor van schimmige handel. Spreeuwers wijst naar de loods. ‘Hier stonden de illegale ontkleuringsinstallatie en de pomp. Via radiosystemen zochten ze contact met Turkse vrachtwagenchauffeurs om ze met de belofte van douchefaciliteiten en barbecuefeestjes hierheen te lokken. Al die wagens gooiden daar hun tank vol. Op een gegeven moment stond er permanente file met Turkse vrachtwagens op het hele industrieterrein.’

Spreeuwers, die als burgemeester regelmatig stampij maakte over de illegale praktijken, ondervond aan den lijve wat er gebeurt als er zulke hoge bedragen op het spel staan. ‘Je begint niet zomaar iets tegen deze figuren, dat is gewoon maffia.’ Toen hij op een avond op weg naar huis was, na een controle bij het illegale tankstation, werd hij door een van de ‘pomphouders’ bijna van de weg gereden. Zijn vierjarige zoontje zat achter in de auto. Een andere keer volgde iemand uit het netwerk hem naar huis. ‘Zo, nu weten we ook waar je woont’, zei de man in de auto.

Podcast Investico

In twee nieuwe afleveringen van Speurwerk vertellen Romy en Marieke hoe zij, samen met Yelle van het AD, de sporen van een crimineel netwerk over de grens naar België volgen. Ze ontdekken dat de organisatie zestien bedrijven opricht, waaronder vier pompstations in België, in slechts drie jaar tijd. Investico zoekt uit wat er achter het spinnenweb aan bedrijven schuilgaat. Luister hier deel 1 En deel 2

Jaren later, in november 2017, wordt een 34-jarige Turks-Belgische man aangehouden. Hij wordt er samen met zijn broer van verdacht het illegale ontkleuringsstation in Opglabbeek bestierd te hebben: de geschatte winst was vijftigduizend euro per dag. De broers werden samen met de andere betrokkenen veroordeeld tot een paar jaar cel en monsterboetes van in totaal ruim 130 miljoen euro, volgens verslaggeving van Het Belang van Limburg. De broer was op dat moment al voortvluchtig: een maand daarvoor moest hij in het Duitse Regensburg voorkomen voor een zaak waarbij 147 kilo heroïne werd gevonden. Hij stuurde zijn kat naar het proces. Vier maanden later werd zijn Rolls Royce op de grens van Bulgarije en Turkije tegengehouden; de man zelf was nog steeds spoorloos.

‘Wij stonden als kleine gemeente redelijk machteloos’, vertelt Spreeuwers. ‘We hebben hier een kleine lokale politiedienst en één milieuambtenaar.’ De broers konden zo jaren hun gang gaan, tot het grote politiekorps van het nabijgelegen Genk een actie op touw zette.

‘Van oudsher zijn er behoorlijk nauwe banden tussen Nederlandse en Belgische criminele netwerken’, reageert hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg Toine Spapens als we hem onze casus geanonimiseerd voorleggen. Daarbij bewegen criminelen soepel over grenzen, tussen ‘branches’ en landen. Voor de politie geldt dat allerminst. Spapens zag in zijn onderzoek bijvoorbeeld hoe criminele groepen hun drugslabs om de drie maanden verplaatsen: ‘Ze begonnen in Nederland, tegen de tijd dat daar een onderzoek werd opgestart staken ze vijftien kilometer de grens over en gingen daar verder. Drie maanden later, als de Belgische politie ze op het spoor was, verhuisden ze weer terug naar Nederland. Ze werden pas gepakt toen ze in Duitsland chemicaliën haalden.’ Spapens wijst op dat ene grote, terugkerende probleem: ‘Wat vaak roet in het eten gooide in samenwerkingen met België was dat in Nederland geen mensen beschikbaar konden worden gesteld.’ Het capaciteitsgebrek speelt volgens hem vooral bij de recherche: ‘Er is jarenlang vooral veel aandacht geweest voor meer wijkagenten en blauw op straat. De recherche is vrij stiefmoederlijk behandeld.’

Volgens de hoogleraar is er geen sprake van een gezamenlijke opsporingsagenda van Nederland en België. Dat bevestigt het grensteam van de politie Zeeland-West-Brabant. ‘Je kunt niet zomaar bij elkaar in de systemen kijken. Wil je iets van elkaar weten, dan dien je een rechtshulpverzoek in het andere land in. De vraag kunnen wij niet altijd aan: België heeft er momenteel zo’n 3500 bij ons uitstaan, wij bij hen maar achthonderd’, zegt Toine Timmerman, operationeel specialist bij het grensteam.

Hoe criminele groepen de keuze maken in welke branche ze stappen, is vaak een kwestie van toeval of opportunisme, zegt hoogleraar Spapens: ‘Ze zitten bijvoorbeeld samen in de bajes, de een zegt: we hebben iets leuks bedacht, de Nederlander heeft nog een zak geld liggen vanuit de wietcriminaliteit en wil wel investeren. Je hebt criminele managers die voor diversificatie gaan en elke gelegenheid om geld te verdienen pakken. Zo zie je criminelen in de meest gekke dingen stappen.’

‘Maar’, zegt criminoloog Edward van der Torre, ‘voor politie en justitie zijn dat vaak onbekende, complexe werelden. Ideaal crimineel terrein dus.’ Daarnaast: als de politie signalen ontvangt over dit soort nieuwe ‘ondernemingen’ wordt er vaak niks mee gedaan. Signalen die de politie bijvoorbeeld bij telefoontaps of achtervolgingen krijgt over criminele activiteiten die buiten het lopende onderzoek vallen, worden meestal gearchiveerd als ‘restinformatie’, zegt Van der Torre. Precies zoals de politie Utrecht deed.

Voor dieper onderzoek is vaak geen ruimte en niet voldoende kennis. ‘Iemand heeft ooit bedacht dat uniformdragers generalist moeten zijn’, weet Spapens. Dat betekent dat elke agent in een basisteam om de vier jaar een nieuwe functie krijgt. Het resulteert erin dat niemand lang bij dossiers betrokken blijft, en dus kennis opbouwt over een netwerk. ‘Pure kapitaalvernietiging.’ Bovendien kan de politie informatie uit het verleden maar beperkt inzien. ‘Na vijf jaar zijn dossiers niet meer voor iedereen binnen de politie toegankelijk. Dat is vrij dodelijk.’

Italië, dat al decennia worstelt met de bestrijding van de maffia, heeft een juridische manier gevonden om onderzoek naar criminele netwerken makkelijker te maken, vertelt hij. De Italiaanse wet stelt het strafbaar om lid te zijn van een criminele organisatie. Een aanwijzing dat iemand onderdeel is van bijvoorbeeld een maffiaclan maakt het mogelijk om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Dat geldt ook voor dienstverleners uit de bovenwereld: notarissen en makelaars die criminelen helpen zijn ook strafbaar. Ook in Amerika werd met een vergelijkbare wet de top van de Amerikaanse georganiseerde misdaad ontmanteld. ‘In Nederland hebben we zo’n wetsartikel ook’, vertelt Spapens, ‘maar bij ons wordt het alleen boven op een andere aanklacht gebruikt, voor strafverzwaring.’ Niet voor opsporing of onderzoek dus.

Hoe het volgen van een crimineel netwerk kan leiden tot het oprollen van een grote criminele organisatie laat de Italiaanse operatie Petrol Maffia zien. In 2019 is zangeres Anna Bettozzi, weduwe van een oliemagnaat, in haar Rolls Royce onderweg naar het filmfestival van Cannes wanneer ze door de politie van de weg wordt gehaald. Ze vinden driehonderdduizend euro aan contanten in de bolide van Bettozzi en later nog eens 1,4 miljoen aan contanten in haar hotelkamer in Milaan, zo meldt The Guardian destijds.

In operatie Petrol Maffia, waaraan meer dan duizend politieagenten meewerkten, wordt een grootschalige internationale oliefraude van onder andere maffiaclans Gomorra en ’Ndrangheta blootgelegd. De clans importeerden illegale olie en verkochten die bij kleine pompstations. Er werd 173 miljoen euro aan opbrengst uit illegale brandstoffenhandel en belastingontduiking witgewassen. Ook hier ging het om miljoenenfraude, en natuurlijk wederom om een victimless crime. Maar het onderzoek resulteerde wel in de arrestatie van meer dan driehonderd mensen, allemaal betrokken bij de maffia.

Anna Sergi, hoogleraar criminologie aan de universiteit van Essex, wijst erop dat de Nederlandse politie niet alleen kampt met praktische beperkingen en een capaciteitstekort, maar de beschikbare capaciteit ook niet strategisch inzet. De Italiaanse hoogleraar deed een vergelijkende studie naar de rol van de italiaanse maffia in zeven verschillende Europese landen. Daarbij nam ze ook de manier waarop verschillende overheden de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit aangaan onder de loep. In Nederland, zegt ze, ontbreekt een strategische opsporingsbenadering van criminele netwerken. ‘Nederland is een klein land, België ook. Dat zijn geen zelfstandige criminele markten.’ Criminele groeperingen zijn daardoor zelden actief in één type misdaad of op één plek, zegt ze.

‘In Nederland is er een sterke focus op de delicten die men het meest schadelijk vindt: drugs, en vooral cocaïne. Dat is een kortzichtige manier om te kijken naar georganiseerde misdaad.’ Daarmee is Nederland volgens Sergi te veel gericht op snelle resultaten. ‘Om criminele structuren aan te kunnen pakken, moet je er juist voor zorgen dat verschillende delicten onder de paraplu van je onderzoek vallen. Drugs, maar ook smokkel en fraude.’ Anders, zegt ze, krijg je het netwerk en de relaties met andere netwerken nooit goed in beeld, en loop je steeds achter de feiten aan.

‘Als je echt netwerken wil verstoren, is dat vooral een kwestie van politieke wil’, zegt Anna Sergi. ‘Je hebt niet alleen geld en meer mensen nodig, maar ook betere toegang tot informatie. In Italië staat bijvoorbeeld alle informatie over iedereen die ooit bij een maffiagroep betrokken is geweest in één database. Het kan niet zo zijn dat je iets onderzoekt voor een lopend onderzoek, en het daarna vergeet.’ Precies wat in Nederland wel gebeurt.

Dat het Nederlandse opsporingssysteem alle activiteiten van netwerken niet goed in kaart krijgt, beaamt criminoloog Van der Torre. Nu ontstaan zaken vooral uit wat politie en justitie kent in plaats van wíe ze kennen. ‘Een belangrijke onderzoeksmethode voor het WODC, het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid, is het analyseren van strafrechtelijke dossiers. Dan mis je nieuwe ontwikkelingen. Als ik moet wachten op genoeg dossiers over brandstoffraude zitten die criminelen al lang ergens anders.’

De namen van de anonieme (politie)bronnen zijn bij de redactie bekend