Een misjpoge van formaat

Driehonderd historici hebben Jacques Pressers Ondergang verkozen tot het beste boek over de oorlog, wat een tegelijkertijd sympathieke als opmerkelijke uitspraak is, want onomstreden is zijn magnus opum niet. W. F. Hermans vond het boek te particulier. De Tijd vond het te weinig objectief, maar slaagde er niet in uit te leggen hoe je objectief tegen een wolkenkrabberhoge berg lijken kunt aankijken. Loe de Jong vond er ‘gerede tekorten’ aan kleven, al beschouwde hij het tegelijkertijd als ‘s schrijvers 'orgineelste en zuiverste’ werk, een oordeel waarin iedereen met hart in zijn lichaam, zich zal kunnen vinden. Waarom zou een met hartebloed geschreven historische kroniek geen feilen mogen vertonen?

Met des te grotere belangstelling las ik het vraaggesprek met De Jong in het meinummer van het Historisch Tijdschrift, waarin deze onthulde dat zijn Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie nog een moment heeft overwogen niet Presser, maar diens collega-historicus Jaap Meijer de opdracht te gunnen de geschiedenis der joden in Wereldoorlog II te laten schrijven. Dat had tot een ongetwijfeld niet minder particuliere proeve van geschiedschrijving geleid, want Pressers relaas moge zijn getekend door zijn in Auschwitz vermoorde vrouw, Meijer had op zijn beurt met zijn familie in Bergen-Belsen gezeten, hetgeen de ‘objectiviteit’ van zijn beschouwing wellicht ook niet ten goede was gekomen. Een 'objectiviteit’ waaraan ik zelf, in tegenstelling tot De Tijd zaliger nagedachtenis, trouwens geen enkele behoefte heb.
Jaap Meijer was in de jaren zestig een der vroegste critici van Pressers Ondergang. Hij vond het een 'journalistiek relaas van afschuwelijke feiten’, een oordeel dat wellicht door kinnesinne werd ingegeven, want zijn huisvriend Presser was inmiddels beroemd, terwijl Meijer tot een voetnoot in de biografie van zijn stormachtige zoontje Ischa dreigde te verschrompelen. Totdat twee jaar na het overlijden van Meijer sr. en in de week van het overlijden van Meijer jr. het boekje van Igor Cornelissen over de 'joodse dwarsligger’ Jaap Meijer verscheen, een liefdevol portret van een uitgesproken wietkoker die met al zijn gekkigheid en preoccupaties een grappige, warme man en een geleerde van formaat moet zijn geweest.
Het beeld is door Meijer jr., die zo zijn eigen jeugdtrauma’s met zich meetorste, driftig vertekend in zijn Brief aan mijn moeder, die eigenlijk een Brief aan mijn vader was. Totdat beide oude mensen stierven, vader en moeder, om vervolgens door hun Ischa te worden herdacht in een serie Parool-artikelen die tot de beste en aangrijpendste van zijn toch al indrukwekkende oeuvre behoren. Om uiteindelijk zelf, tot ons aller schrik en droevenis… Ik overzie hun aller intellectuele en emotionele erfenis, die van vader, moeder en zoon, en constateer: Werkelijk, het was een misjpoge van formaat.