Menno Hurenkamp

Een mislukte commissie

De parlementaire onderzoekscommissie integratiebeleid gaat vermoedelijk mislukken. Dat had niet gehoeven. Maar hoog van de toren blazen dat de onderste steen boven moet terwijl je naar een speld in een hooiberg zoekt, reduceert de kans dat je tot breed gedragen conclusies komt. Het begin van het werk van de parlementaire onderzoekscommissie naar het integratiebeleid was daarom al desastreus. Kamerlid Ali Lazrak ontdekte een complot van wetenschappers en adviseurs achter het Nederlandse integratiebeleid. Die zouden in stilte samenspannen om minderheden op te sluiten in hun eigen achterlijkheid. Het is oude kritiek, die voortvloeit uit de veronderstelling van Ali Lazraks Socialistische Partij dat het integratiebeleid mislukt is.

Dat vertrekpunt is meteen de tweede reden waarom de commissie een gedoemde taak heeft. Op een paar vage woordvoerders en the odd LPF-politicus na vind je niemand die stelt dat het in Nederland slechter wonen is voor migranten dan in Duitsland, Engeland of Frankrijk, laat staan iemand die dat beargumenteert. Dat bleek al toen oud-politici als Hans Dijkstal voor de commissie vertelden hoe tevreden ze waren. De criticasters hebben dan ook een mager repertoire. Ze zijn boos op allerlei ontwikkelingen; van stekende Antillianen tot flippende imams, maar weten daar geen samenhang in te schetsen. Omdat de meeste media het gevoel hebben dat ze post-Fortuyn hun eigen voorheen politiek correcte straatje moeten schoon vegen, krijgt de boosheid zoveel ruimte dat het volume van de klacht de inhoud wordt. Multiculti-waakhond Sylvain Ephimenco mopperde een hele pagina in Trouw vol op allerlei slechts — zonder één praktische uitwerking van zijn eigen opvattingen. In een lofzang op abstracte republikeinse beginselen noemde hij de dramatische misstanden in de buitenwijken van de Franse republiek niet. Het Journaal van acht uur bracht een reportage over die ene Parijse buitenwijk waar men wél zeer effectief werkte met migranten. Zonder te melden dat dit nu de methoden waren die al jaren in elke Nederlandse herstructureringswijk worden ingezet — met zoals bekend wisselend succes, maar zonder doden.

Over die methoden horen we de komende weken ongetwijfeld veel slechts. Maar door het hoge retorische gehalte van de kritiek is er geen bedding om iets zinnigs te doen met een analyse van de fouten. De agenda van de onderzoekscommissie is in handen van praatjesmakers, niet van parlementariërs en onderzoekers. Dat moet integratieminister Verdonk zich gerealiseerd hebben toen ze in het regeerakkoord alvast «brak» met het oude beleid. Nog voordat Ali Lazrak toesloeg gunde de regering deze commissie al geen rol. Overigens is die breuk richting «hard beleid» buitengewoon cosmetisch.

Wie een echte ombuiging in het beleid wil kijkt naar traditionele immigratielanden. Daar is de boodschap aan nieuwkomers: red je zelf. En niet zoals hier: doe zoals wij. «Red je zelf» hoeft niet te betekenen dat je migranten in de rotzooi laat zakken, maar dat je ze de ruimte gunt zichzelf te bewijzen. (Dat staat nota bene dicht bij wat deze regering in de rest van de maatschappij wil.) Je sluit de boeven op, biedt de vrouwen die van hun vervelende man af willen een helpende hand, zorgt dat de scholen werken en de werkgevers niet discrimineren. Verder niks. Eenmaal zover kun je de Nederlandse jihad rustig de jihad laten.