HF: ‘Die ersten Menschen’

Een modern gezin

Die ersten Menschen. Onder tafel Leigh Melrose als Kaijn, op tafel Annette Dasch als Chawa © Ruth Walz

Kain en Abel zijn in de opera Die ersten Menschen van de Duitse componist Rudi Stephan niet zomaar twee jaloerse broers. Ze staan in deze opera voor twee tegenovergestelde filosofische werelden. Kain (hier gespeld als Kaijn) gelooft niet in God, hij heeft voldoende aan de natuur, hij is een hartstochtelijk natuurmens, op zoek naar een wilde vrouw, die hij nu alleen kan vinden in zijn moeder Eva (hier: Chawa). Zijn broer Chabel (Abel) heeft die God zelf verzonnen en reikt naar de sterren. Hij is een etherische, aseksuele figuur, die juist daardoor de verboden liefde van zijn moeder opwekt.

In de uitvoering van regisseur Calixto Bieito ligt de nadruk niet op incestueuze relaties (die nogal vanzelfsprekend zijn in elk scheppingsverhaal, er zijn immers geen andere mensen voorradig), maar op het veel interessantere debat tussen natuur en godsdienst. Daarmee is de eerste volwaardige opera-uitvoering van dno na anderhalf jaar coronastilte, tegelijk de opening van het Holland Festival, een grootse verrassing. Er is niet gekozen voor een geheide publiekstrekker, maar voor een onbekend meesterwerk.

Rudi Stephan (1887-1915) was in 1914 toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak pas 27 jaar en een veelbelovende jonge componist van enige orkestwerken. Zijn opera over de vier eerste mensen was net klaar en zou in 1915 in première gaan. Maar Stephan was bereid dienst te nemen voor zijn land en sneuvelde al na tien dagen in Rusland. In 1920 werd zijn opera postuum opgevoerd, enigszins bekort en misschien wat gekuist door zijn vriend Karl Holl.

Die ersten Menschen is gebaseerd op het controversiële toneelstuk uit 1908 van filosoof en schrijver Otto Borngräber (1874-1916). Het veroorzaakte groot schandaal, ik denk om de verkeerde reden. Niet vanwege het spinozistische gedachtegoed, maar vanwege het incest-thema. De opera is in Nederland nog nooit gespeeld, hij is na de Tweede Wereldoorlog maar één keer geënsceneerd opgevoerd, in Duitsland. Dirigent François-Xavier Roth ziet het nu als een wereldpremière van een honderd jaar oude opera en hoopt het een nieuw leven te geven. Dat zou heel goed kunnen.

Regisseur Bieito heeft de naam graag schandalen te veroorzaken, maar hij heeft zich hier ingehouden. Hij toont aanvankelijk een modern gezin, in avondkleding gezeten aan een lange tafel met een berg bloemen en wellustig fruit in een beweegbaar huisje van doorzichtig tentdoek (decor: Rebecca Ringst). Bij de dood van Abel zie je uiteindelijk vooral een kluwen mensen worstelen.

Op de achtergrond zit het voltallige Concertgebouworkest, blij weer voluit te kunnen spelen. Het is overweldigende muziek, niet direct modern, maar klinkend als een hoogtepunt van de Romantiek, à la Mahler. Er zijn indrukwekkende videoprojecties van Sarah Derendinger, fraai eigentijdse kostuums van Ingo Krügler, maar vooral vier weergaloze zangers. De Britse bariton Leigh Melrose is een hartstochtelijke en kwaadaardige Kaijn. De Amerikaanse tenor John Osborn een soms bijna te geëxalteerde Chabel. De Amerikaanse bas Kyle Ketelsen een uitgebluste Adahm die voor alle geweld en hartstocht wegkruipt achter zijn laptop. En vooral de Duitse sopraan Annette Dasch als een vorstelijke Chawa (Eva), vol leven, ook al ziet zij de dood om zich heen.


T/m 23 juni in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, dno.nl. Vanaf 25 juni beschikbaar via ARTE Concert en dno.nl. hollandfestival.nl