Profiel van Andrew Sullivan

Een moderne Montaigne

De blog van Andrew Sullivan doet denken aan een knipselmap, waarin de auteur hardop zijn gedachten formuleert. Toch is zijn Daily Dish al jaren een van de belangrijkste blogs over het publieke debat in Amerika.

HET IS EEN EENVOUDIG CONCEPT: onder de naam ‘The Sartorialist’ loopt de Amerikaanse fotograaf Scott Schuman over straat, en wanneer hij toevallig iemand tegenkomt die er modieus en origineel uitziet, maakt hij vlug een foto. Die foto zet hij op zijn blog, thesartorialist.blogspot, en dat is dat. Zijn posts van 6 augustus zijn een paar foto’s: één van een man in een getailleerde, marineblauwe blazer met een roze pochet, wit shirt, witte das, strakke korte witte broek en grauwe All Stars-gympies; en één van een hoogbejaarde vrouw, zilver haar, zwarte catsuit, witte oberhandschoentjes, een geblokt shawltje en bijpassende wandelstok.
Als fotograaf voor het chique tijdschriftenhuis Condé Nast – Vogue, Vanity Fair, GQ – zijn de modieuze circuits Schumans habitat, veel foto’s zijn gemaakt na afloop of voor aanvang van modeshows. Het is absoluut geen variant op ‘what not to wear’. Slechts een enkele keer schrijft Schuman er iets bij, meestal een welwillende vraag: mooi hè, wat vindt u ervan?
Veel simpeler dan dit kan bijna niet, en juist hiermee heeft Schuman een van de meest gelauwerde – en op het moment zelfs gehypete – blogs van de laatste jaren gemaakt. Hij heeft tienduizenden bezoekers per week en wordt gezien als een van de meest invloedrijke mensen in de modewereld. Het is inmiddels een eer om toevallig in het voorbijgaan door Schuman gekiekt te worden.
Het is geen toeval dat blogs als The Sartorialist beloond worden met duizenden bezoekers, zal Andrew Sullivan vinden. Sinds hij in 2000 zijn eigen blog begon, The Daily Dish, is Sullivan herhaaldelijk uitgeroepen tot de belangrijkste blogger in de VS, verschijnt hij op allerhande lijstjes van invloedrijkste personen in de media en schuift hij bij de meest uiteenlopende tv-programma’s aan tafel. Dat is een opvallende positie, want volgens Sullivan is de ideale blogger juist iemand die geen autoriteit wil zijn die zijn opinie oplegt aan zijn lezers. Hij moet een portal-functie vertegenwoordigen. Hij moet zijn lezers uitdagen na te denken.

WAAR DE MEESTE SUCCESVOLLE bloggers één onderwerp hebben – mode zoals Schuman, roddels zoals Perez Hilton, politiek zoals Matt Drudge van The Drudge Report – is Sullivan een van de weinigen die het hele nieuwsspectrum overziet: sociale onderwerpen, zorg, economie, media, Irak, Iran, Afghanistan. Sinds Sullivan in 2000 als experiment de reguliere journalistiek verruilde voor een blog heeft hij volgers – al noemt hij ze zelf liever ‘meelezers’, of zelfs ‘vrienden’. Hij begon te bloggen gelieerd aan Time Magazine en toen hij in 2007 naar The Atlantic Monthly verhuisde nam hij zijn tienduizend bezoekers per dag mee.
Natuurlijk moet meteen gezegd worden dat Sullivan niet de eerste de beste was die een blog begon. In de jaren negentig maakte hij als hoofdredacteur naam bij The New Republic, een van de betere politiek-culturele weekbladen in de VS. Hij is geboren in Engeland, in 1963, in een rooms-katholiek gezin. Na zijn studie aan Oxford, waar hij het tot voorzitter van de prestigieuze Oxford Union debatclub schopte, promoveerde hij aan de John F. Kennedy School of Government aan Harvard. Hij bleef in Amerika plakken en werd halverwege de jaren tachtig redacteur bij The New Republic en in 1991, op zijn 28ste, hoofdredacteur. Hoewel The New Republic altijd een eigenzinnige, centrum-linkse inslag had, maakte het blad onder Sullivan een behoorlijke, conservatieve zwaai. In de Clinton-jaren was het erg kritisch over het Witte Huis en door sommigen werden de felle stukken gezien als de doodsteek voor met name de Health Care-agenda, geleid door first lady Hillary. Sullivans meest opzienbarende actie was wellicht het uitnodigen van Charles Murray, de auteur van het controversiële The Bell Curve, om een essay te schrijven waarin hij dieper kon ingaan op de vraag waarom blanken genetisch bepaald intelligenter zijn dan zwarten (dat was deels de these van The Bell Curve). Waar veel andere politiek correcte bladen niet bij Murray in de buurt durfden te komen, gaf Sullivan hem tienduizend woorden de ruimte.
In het politieke veld bestrijkt Sullivan alle uitersten. Hij is een libertair conservatief: de overheid moet de burger zo veel mogelijk met rust laten, financieel en sociaal. Hij is tegen progressieve belastingschijven, voor privatisering van zorg en sociale zekerheden, voor een sterk leger en hij heeft een hawkish kijk op het gebied van buitenlands beleid. Dat klinkt erg Republikeins. Maar tegelijk is hij tegen de doodstraf, vindt hij abortus moeilijk maar acceptabel en is hij een uitgesproken voorstander van het homohuwelijk. Toen hij in 1996 als hoofdredacteur aftrad om meer freelance te kunnen schrijven, wijdde hij er verscheidene boeken aan.
Zelf is Sullivan homo, en van het type waar godvrezende Texaanse huismoeders doodsbang voor zijn: een ‘bear’, een potige vent, mét designbril en een handlebar moustache. Dit rijmt niet met zijn katholieke geloof, dat hij nog steeds praktiseert, maar dat weerhield hem er niet van om in 2007 in Massachusetts, (een van de weinige staten waar dit mag) te trouwen met zijn vriend. In 2003 testte hij positief op hiv.

HET PUNT IS DAT dit er allemaal niet toe doet. En dat maakt de Daily Dish zo interessant om bij te houden. Sullivan gebruikt zijn blog niet om patriarchaal zijn lezertjes te vertellen wat Goed en Fout is en hen te overtuigen van zijn gelijk; het is veel meer een poging om het publieke debat in de VS in kaart te brengen, door lezers te wijzen op de interessante artikelen die overal verschijnen. Natuurlijk gebruikt Sullivan opmerkelijke foto’s die hij tegenkomt en post hij dagelijks de grappigste en domste oneliners, maar het meest doet de Daily Dish nog denken aan een knipselmap. De posts zijn veelal korte, aandacht trekkende citaten uit alle mogelijke media – Sullivan doet niet eens heel veel meer dan de citaten voorzien van een context en een paar kanttekeningen; uiteindelijk laat hij veel aan de interpretatie van zijn lezer over.
Een mooie testcase waren de verkiezingsrellen in Iran. Sullivan maakte overuren, met aanzienlijk meer posts per dag, uit uiteenlopende media, van lange, kritische essays tot Twitter uit Iran. Zonder ooit ontzettend expliciet te worden, toonde hij de explosiviteit van de situatie en liet hij zien waarom Obama’s gedrag het juiste was: hij maakte kalm zijn opvattingen duidelijk, zonder borstkloppende retoriek waardoor de moellah’s hem de rol van buitenstaande agitator konden toedichten.
Deze rol van doorgeefluik van informatie en opinies is precies de rol die Sullivan de ideale blogger toedicht. Vorig jaar betoogde hij in een essay in The Atlantic Monthly, met enig gevoel voor pretentie getiteld Why I Blog (een referentie aan het bekende Why I Write van George Orwell) dat de opkomst van de blogger geen toevallige samenloop van omstandigheden is, veroorzaakt door technologische vooruitgang. Het is de natuurlijke evolutie van de journalist. Volgens Sullivan is de ‘quintessential blogger avant la lettre’ Montaigne (1533-1592); zijn beroemde essais verschenen in drie grote verzamelde edities, elke langer en complexer dan de vorige. Als overtuigd scepticus voorzag Montaigne elke heruitgave van zijn essays van nieuwe kanttekeningen, verbeteringen, up to date informatie, ‘waardoor ze een driedimensionaal karakter’ kregen. In de betere moderne vertalingen is elk essay geannoteerd, zin voor zin, alinea na alinea, en voorzien van de letters A, B en C, voor elk van de drie verzamelingen – zodat Montaigne’s lezers konden zien hoe zijn schrijven zich ontwikkelde, zijn perspectief verschoof, hoe hij van gedachten veranderde.
Het is, zegt Sullivan, de manier om de autoriteit van het geschreven woord ter sprake te stellen. Het laat de schrijver zien als iemand wiens waarheid niet zo zwart-wit is als de inkt en het papier waarop de tekst gedrukt is. Na Montaigne deed Blaise Pascal dat in zijn Pensées: meanderende, incomplete, zoekende argumenten en observaties, waarin hij zijn lezer aanmoedigt om met hem mee te denken.
In het tijdperk van de massamedia werd dat meedenken steeds minder gewild. Schrijvers en verslaggevers kregen steeds grotere autoriteit; lezers dienden hen maar te vertrouwen – en daar ging het de laatste decennia mis, zegt Sullivan. Kranten en televisiestations raakten steeds meer gelieerd aan politieke partijen en kregen er een handje van nieuwsfeiten steeds meer naar hun eigen straatje te vertalen – met de aanloop naar de Irak-oorlog als dieptepunt. Daarnaast waren er een paar breed uitgemeten zaken van plagiaat en fraude – ook bij Sullivans vertrouwde stek The New Republic. De jonge sterverslaggever Philip Glass bleek vrijwel al zijn artikelen verzonnen te hebben en criticus Lee Siegel raakte in opspraak toen bleek dat hij zich op internet onder een schuilnaam mengde in forumdiscussies rond zijn eigen artikelen.
En dat was precies het moment dat de blogger zijn intrede deed. Voor de lezer die de kranten- en tv-verslaggevers niet meer vertrouwde had de blogger slechts één uitvinding nodig: de hyperlink. Met één klik kon hij zijn lezer doorverwijzen naar de plaats waar hij zijn feiten vandaan haalt en deze ter controle geven. Je kunt bijna zeggen dat Sullivan op die manier met zijn lezers (driehonderdduizend per maand) een vertrouwensband heeft opgebouwd. Sullivan: ‘Bloggen is alsof je je eigen schrijven loslaat. Sta het toe een tijdje rond te zweven in de ether, en laat kritische lezers, zoals Montaigne deed, je helpen jouw “relatieve waarheid” te verbeteren.’

DE WAARHEID. Het blijft een groot woord. Naar eigen zeggen ging Sullivan, toen hij besloot de papieren journalistiek in te ruilen voor de digitale, advies vragen bij Matt Drudge, de man achter de belangrijke politieke blog The Drudge Report. De sleutel tot het begrijpen van een goede blog, zei Drudge, is beseffen dat het geen publicatie is, maar een uitzending. Hoe de lezers daarop reageren bepaalt hoe je volgende uitzending eruitziet. Ook zei Drudge: een blog is als een haai – als hij niet beweegt gaat hij dood.
Ook daarom is The Daily Dish een van de belangrijkste nieuwsbronnen: de lezers bepalen niet alleen mede de koers die Sullivan vaart, ze houden hem ook actief. Het is een van de zeldzame media waar niet de reaguurders de toon bepalen, maar de meedenkers. Op zijn beurt trekt Sullivan de lezer zijn wereld van het publieke debat in. In een tijd waar de consument steeds minder tijd en moeite wil uittrekken voor nieuws en opinie is dat een groot goed.