Opheffer

Een moedig mens

Mijn oude moeder kon zich nog herinneren hoe zijn gedragen stem ieder commentaar afrondde met: ‘Waarde luisteraars, ik dank u voor uw aandacht.’

Voskuil – de man van het Socialistisch commentaar, dat elke zaterdagavond van negen tot kwart over negen werd uitgezonden. Een praatje van een kwartier lang! In de oude archieven van de Vara kunnen we vinden dat het werd uitgezonden vanuit RK3.

Voskuil. Om precies te zijn K. Voskuil. Met de K van Klaas.

De lezers van Het Vrije Volk wisten dat hij de hoofdredacteur was.

Hij was bij de Vara-luisteraars zeer populair; zijn radiopraatje, in een tijd dat de televisie nog in een experimenteel stadium verkeerde, werd twintig jaar lang elke week uitgezonden.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe hij, Klaas, de boeken van zijn zoon Han had gevonden. En, wat ik me ook afvroeg, of Klaas en Han op elkaar leken.

Op woensdag 11 mei 1966 hield Klaas Voskuil zijn laatste Vara-praatje. Hij werd op die bijzondere dag ingeleid door Vara-voorzitter J. Broeksz.

Omdat het radio was, vond Broeksz het nodig een fysieke schets te geven van de man die de waarde luisteraars twintig jaar lang hadden aangehoord: ‘Hij is niet groot en robuust, maar wat aan de kleine kant en verre van dik. Zijn uiterlijke verschijning is niet het imposante.’ De stem werd beschreven als ‘diep en welluidend’. Broeksz: ‘Die hem niet kent en slechts zijn stem hoort is geneigd zich een geheel andere voorstelling van hem te maken dan met de werkelijkheid overeenstemt.’

Klaas Voskuil bleek een man met een intense politieke belangstelling. Hij stond bij de luisteraars bekend als een uitstekend kenner van de politieke inzichten van Willem Drees, met wie hij lang had samengewerkt. Zijn commentaren werden als ‘rustig’ omschreven en Broeksz besloot zijn afscheidsrede voor Klaas dan ook met: ‘Dat je je socialistisch commentaar zoveel jaar lang op voortreffelijke wijze hebt verzorgd, komt omdat je een diep overtuigd socialist bent, maar tegelijkertijd een bindende figuur. Je stootte andersdenkenden nooit af, beleerde hen niet, maar zij wisten dat je duidelijk uitsprak wat je hart en verstand je ingaf.’ Op 22 januari 1975 stierf Klaas Voskuil in Naarden in het huis van zijn zoon. (Een andere zoon. Niet J.J. Voskuil.)

In deel 4 van Het Bureau beschrijft zoon Han de periode 1975-1979. De periode waarin mijnheer Beerta, de oprichter van het instituut, op sterven ligt na een hersenbloeding. Nog één keer komt Maarten Koning terug op zijn vader. Hij vertelt: ‘Toen ik naar huis liep na de begrafenis van mijn vader en toen ik net gehoord had dat Beerta een hersenbloeding had gehad, toen was het plotseling alsof ik uit de stad in de polder kwam en overal de hemel zag (…) Het gevoel alleen te zijn in een enorme ruimte.’ En dan even later: ‘(…) ik voel helemaal geen wrok tegen mijn vader. Ik vond hem zelfs heel aardig die laatste weken, heel moedig ook, of moedig… waardig is misschien een beter woord. Ik voel ook geen verdriet, eerder tevredenheid dat alles zo ordelijk verlopen was, dat hij dood was gegaan zoals een mens dood hoort te gaan.’

Ikzelf heb J.J. Voskuil een van de beste Nederlandse schrijvers gevonden. Voor mij was hij veel groter dan Mulisch of Hermans. Dat kwam vooral door de manier waarop hij – door alle Bureaus heen – over zijn vader schreef.

Han Voskuil heeft net als Hugo Claus euthanasie laten plegen.

Een moedig mens – en wat een allemachtig groot schrijver.