Een moedwillige warwinkel

De jury - Barber van de Pol, Marc Reugebrink, Xandra Schutte en Jacq Vogelaar - koos dit keer Gepaard met verstand van Carlo Emilio Gadda tot Groene-boek van de maand. Op de pagina hiernaast worden de overige drie mededingers besproken.

GADDA (1893-1973) was 38 toen in 1931 zijn eerste boek verscheen, de bundel verhalen La madonna dei filosofi. Daarvoor had hij gedurende tien jaar in verscheidene Europese en Zuid-Amerikaanse landen het beroep van elektrotechnisch ingenieur uitgeoefend. Terug in Italië besloot hij plotseling filosofie te gaan studeren, maar een proefschrift over de kennistheorie van Leibniz brak hij af - zijn aantekeningen zouden in 1974 worden uitgegeven - en hij wijdde zich voortaan geheel aan de literatuur. Niettemin zou hij zich altijd meer filosoof dan letterkundige voelen. Misschien heeft het daarmee te maken gehad dat hij vrijwel geen enkel groter werk ooit heeft afgemaakt; vermoedelijk heeft dat behalve disciplinaire ook inhoudelijke redenen gehad; bovendien ontbrak hem z'n leven lang het geld om zich langdurig op één werk te concentreren. Niettemin heeft hij veel geschreven, veel herschreven ook, een warrig geheel omdat verhalen in allerlei versies in verschillende uitgaven terechtkwamen.
Het enige boek dat tot dusver van hem vertaald was, in 1964 naar aanleiding van een Europese prijs, is La cognizione del dolore, uitgegeven als De ervaring van het verdriet. Ervaring is echter iets heel anders is dan kennis, een woord dat directer bij de filosofische interesse van Gadda aansloot. De vertaler Frans Denissen kondigt in zijn voorwoord bij de verhalenbundel Gepaard met verstand aan dat Athenaeum Gadda’s grote roman uit 1957, Quer pasticciaccio brutto de Via Merulana, in voorbereiding heeft onder de titel Die kloterige klerezooi in de Via Merulana. Ogenschijnlijk is het een wat dikke detectiveroman, er treedt inderdaad een (eveneens wat dikke) detective in op die een diefstal en een roofmoord moet oplossen. Daarvoor volgt hij de sporen in het goedburgerlijke milieu tot in de Romeinse onderwereld en beide gevallen worden één grote warboel, onder meer doordat de inspecteur in zijn eigen wijdlopigheid verstrikt raakt. De roman eindigt met het tegendeel van een ontknoping; Gadda schijnt ooit gezegd te hebben dat hij met schrijven ophield toen de speurder doorhad wie het gedaan had. Daar waren al honderden pagina’s mee gemoeid.
ZOALS TE DOEN gebruikelijk wanneer het om een schrijver gaat die wat goochelt met taal en dergelijke is ook Gadda met Joyce vergeleken. Met hem heeft hij vrijwel niks gemeen, eerder lijkt hij op iemand als Nabokov, even virtuoos in het draaien van stilistische krullen en het spelen met genres, even hooghartig en al evenzeer geneigd de lezer te provoceren of hem een rad voor ogen te draaien; maar even serieus onder alle sarcasme en giebelegein. Mag ik daarom de uitgever verzoeken die roman niet zoals aangekondigd met Die kloterige klerezooi te laten vertalen, dat is misleidend geschetter. Pasticciaccio heeft met verwarring vandoen, er lopen zaken in het honderd, dingen raken verward omdat de werkelijkheid nu eenmaal een macaroni-achtige kluwen wordt als je aan een draadje trekt, het zaakje valt in de pastei; bovendien schreef Gadda zoals bijna altijd een pastiche: verschillende ingrediënten worden vermengd tot één smaak, die van de pastei. Gadda is een kameleontisch auteur: ernst en ironie zijn allebei tegelijk in het spel, en hij kon serieus over eten schrijven en grappen maken over de agonie van de bourgeoisie.
De zojuist vertaalde verhalenbundel Gepaard met verstand laat voldoende aspecten van Gadda zien om als eerste kennismaking te kunnen dienen. De Nederlandse titel is een vondst; letterlijk heette de bundel - die in de loop van de tijd nogal van samenstelling veranderde - zoiets als ‘Geleide verbindingen’. Het is de titel van het titelverhaal, waarin een steenrijke man omdat hij zelf kinderloos is, probeert het familiekapitaal bij elkaar te houden door een achterneef te koppelen aan een verweduwde nicht van zijn overleden vrouw. 'Gepaard’ heeft verscheidene betekenissen in het Nederlands en 'met verstand’ wordt daardoor ook mooi dubbelzinnig. Overbodig te vermelden dat de poging van de rijke dwingeland op een janboel uitloopt, of zoals de commentator het formuleert: 'De samenloop van een aantal feiten doet via een combinatorisch proces andere feiten rijpen, waarvan we de som beschouwen als een logisch uitvloeisel van de eerste. Die som geven we de naam lotsbestemming of fatum (en niet factum)…’ Gadda’s plan om de koppelingen over een serie generaties te volgen, bleef beperkt tot één ronde.
GADDA GAAT UIT van een onderscheid tussen wanorde die vanzelf ontstaat, door onzorgvuldigheid of samenloop van omstandigheden, én wanorde die gezaaid wordt, het resultaat van opzet. Intrige is daarvoor het woord dat ook in literaire zin letterlijk van toepassing is. Zo wordt in het korte misdaadverhaal 'De ekster’, dat zich zoals vaker bij Gadda afspeelt in een goedburgerlijk milieu, van een mevrouw gezegd dat in haar ogen 'het leven gewoon bestond uit het aanhoudend bedenken van opwindende strategieën’. Gadda zelf gaat in zijn verhalen de wanorde welgemoed te lijf, maar als dat binnen de kortste keren door alle uitweidingen, omschrijvingen, explicaties en terugblikken een nogal ingewikkelde warwinkel oplevert, is het een belangrijk verschil dat dit geen chaos is die iemand overkomt maar een die weloverwogen is uitgelokt - al was het maar om te bewijzen dat het niet zo eenvoudig is om oorzaak en gevolg van iets vast te stellen.
Op dit punt lijkt het werk van Gadda één groot commentaar op Leibniz, of het is een pastiche van diens poging om de geschiedenis te schrijven van het huis Braunschweig. Daarvoor was volgens Leibniz eerst nodig dat hij de geschiedenis van heel Duitsland reconstrueerde, zelfs die van het hele Westerse Rijk. Daarvoor moest hij weer de oorsprong van de diverse volkeren, hun namen en talen traceren, en kwam hij uit bij de bijbelse volksverhuizingen en nog verder bij Genesis - in de zeventiende eeuw was het niet ongebruikelijk dat men voor een regionale geschiedenis bij Adam begon. Achter elke reden schuilt een andere beweegreden, in het meervoud bovendien - dat is ongeveer de idee die Gadda’s zigzaggende, meer terugwaartse en zijwaartse dan voortgaande schrijfbeweging bepaalt.
Waartoe dat leidt is in het klein te zien in het verhaal 'De brand in de Keplerstraat’. Het verhaal begint aldus: 'Over de brand op nummer 14 deden de gekste verhalen de ronde.’ Die verhalen laat Gadda te raden over, hij houdt zich liever aan de zekerheid dat zich in werkelijkheid binnen de kortste tijd onnoemelijk veel details met elkaar kunnen vermengen: 'Maar zeker is dat zelfs Zijne Excellentie Filippo Tommaso Marinetti niet had kunnen simultaneren wat het vuur in drie minuten voor elkaar kreeg in het loeiende krot:’. Volgt na de dubbele punt een cavalcade van personen die overhaast het pand verlaten. De grap is dat Gadda, hoeveel haast ook geboden is, alle tijd neemt om op details in te zoomen die pagina’s in beslag nemen. Hoe groter de hekseketel, hoe trager de uitweidingen. Een meisje zit in een kinderstoel vastgebonden, Gadda vertelt wat er op haar slabbetje staat, waar de papegaai vandaan komt die door de kamer vliegt, enzovoort. 'Maar dit alles terzijde’, staat er dan na weer een uitstapje van bijna drie pagina’s, en je vraagt je af hoe de schrijver zich eruit zal redden. Dat gaat uiteindelijk zo, wanneer 'het geval van ridder Carlo Garbagnati, de oud-Garibaldi-strijder van de vijfde verdieping’ verhaald gaat worden: hij werd gered maar de ziekenwagen moest bij het hospitaal, omdat het hart van de patriot het inmiddels had begeven, meteen door naar het mortuarium, 'aan het eind van de universitaire wijk achter de nieuwe Technische Hogeschool, in de… nee, niet de Via Botticceli, verder nog, veel verder! In de Via Giuseppi Trotti, juist ja, maar ook nog voorbij Via Celoria, en Via Mangiagalli, en voorbij Via Polli, Via Giacinto Gallina, verder nog dan de Pier Gaetano Ceradini, en dan de Pier Paolo Motta, tot Joost mag weten waar.’ Zo eindigt het verhaal, of liever: daar breekt het af, omdat het vooruit of achteruit of opzij eindeloos door had kunnen gaan. Ademloos heeft de lezer het nakijken.