Mary McCarthy

Een moeilijke vrouw

Over de schrijfster Mary McCarthy zijn sinds haar dood in 1989 al drie biografieën verschenen. Wat is haar geheim?

Frances Kiernan, Seeing Mary Plain: A Life of Mary McCarthy

Uitg. W.W. Norton & Company, 845 blz., ca. ƒ75,-

Alleen al de heerlijk banale titel van haar biografie, Seeing Mary Plain, neemt me in voor biografe Frances Kiernan. Op ondubbelzinnige wijze neemt zij hiermee een voorschot op de nieuwsgierigheid van lezers naar Mary McCarthy. Dezelfde nieuwsgierigheid die de biografe moet hebben gedreven om zich negen jaar lang te verdiepen in de handel en wandel van iemand die zijzelf niet bij leven heeft gekend, maar die zij ooit een sigaret zag roken in het damestoilet op de 24ste verdieping van de wolkenkrabber waarin The New Yorker zetelt.

McCarthy was weliswaar niet zo groot als ze had gedacht, schrijft Kiernan in haar voorwoord, maar desalniettemin was ze in haar ogen «ontzagwekkend». Hetgeen natuur lijk alles te maken had met de reputatie van McCarthy midden jaren zeventig, die gebaseerd was op haar scherpe pen en tong. Later begreep Kiernan pas dat er ook nog een minder angstaanjagende McCarthy moet hebben bestaan en had ze er spijt van dat ze die dag simpelweg haar handen had gewassen en het toilet had verlaten in plaats van de rokende McCarthy bij het open raam te hebben aangesproken. Maar wie weet had Kiernan dan voorgoed de onbevangenheid verloren die ten grondslag moet hebben gelegen aan het schrijven van deze biografie. In vergelijking met de twee eerdere biografieën over McCarthy blinkt Seeing Mary Plain uit in onverschrokkenheid.

Het lijkt op het eerste gezicht verwonderlijk dat er sinds haar dood in 1989 al drie omvangrijke biografieën zijn verschenen over de schrijfster Mary McCarthy. Te meer daar haar werk niet boven aan de lijst van eeuwige bestsellers staat. Sterker nog, toen zij in augustus 1984 werd vereerd met de prestigieuze prijs voor kunstenaars van de MacDowell Colony en er in dat kader een interview werd geregeld met The New York Times, had de dienstdoende verslaggever nog een hoop huiswerk te doen. «Voor mijn generatie», vertelde hij aan Kiernan, «was het enige waarmee McCarthy bekend was haar juridische gevecht met toneelschrijfster Lillian Hellman. Okee, enkele vrouwen die ik kende, hadden haar ontdekt via Herinneringen aan mijn roomse jeugd.» Reeds achter in de boekenkast verdwenen waren blijkbaar haar satirische romans waarvan The Group (1963) een wereldwijde bestseller werd, haar verslaggeving van de oorlog in Vietnam (1967), haar stedenportretten van Venetië en Florence (1956 en 1959), haar verslaggeving van het Watergate-proces (1974) en de vijf bundelingen van haar tegendraadse essays over toneel en literatuur.

Grappig genoeg koestert McCarthy zelf blijkens de dankrede die ze uitspreekt op die warme augustusdag niet veel meer illusies over wat haar leven heeft betekend en hoe ze de eeuwigheid zal ingaan. «Op z'n best heb ik sommige lezers plezier verschaft met m'n werk», concludeert ze mild, nadat ze zonder gêne heeft toegegeven ooit gedacht te hebben de wereld met haar werk te kunnen veranderen. Berustend moet ze op haar 72ste concluderen: «We all live our lives more or less in vain.»

Tekenend voor de onorthodoxe opzet van de biografie is dat deze begint met de gebeurtenissen rond de uitreiking van de MacDowell Colony-prijs in 1984. De lezer wordt direct vergast op alle grootse en minder grootse beslommeringen van een schrijfster op leeftijd die net te horen heeft gekregen dat de hersenoperatie die ze onlangs heeft ondergaan, geslaagd is en dat haar aartsvijand Lillian Hellman is overleden zodat de dreiging van de schadeclaim van 2,25 miljoen dollar wegens smaad, uit de wereld is. Met behulp van citaten uit brieven en excerpten uit gesprekken met vrienden en ooggetuigen slaagt Kiernan er binnen enkele bladzijden in iemand voor het geestesoog te toveren die leeft als was ze een romanpersonage. Je ziet haar voor je, met een gek ge haakt mutsje op het hoofd, licht wankelend ter been, maar nooit te beroerd om Hellman nog eens een flinke trap na te geven, op een even belachelijke als heroïsche manier zich vastbijtend in haar ergernissen over creditcards, keukenmachines en andere moderne «verworvenheden», en op een logeeradres zodanig gebruik makend van het bad dat de hele boel overstroomt, er vervolgens stilletjes tussenuit knijpend en aldus een gigantische lekkage veroorzakend.

Willen we dit allemaal weten? Ja, wél van iemand als Mary McCarthy die een veelbewogen leven leidde, op alle mogelijke manieren reflecteerde op zichzelf en haar tijd, even hard bemind als gehaat werd, een aantal romans naliet die het herlezen waard blijven, en bij wie leven en werk onlosmakelijk met elkaar waren verbonden.

De eerste biografie over haar, Mary McCarthy: A Life van Carol Gelderman (1988), was gebaseerd op die verbondenheid en ordende keurig het leven van McCarthy aan de hand van haar werk. Het leverde een informatieve biografie op waarin voor het eerst de contouren van een rijk leven zichtbaar werden, maar waarin de hoofdpersoon ook een tamelijk flat character bleef. Geïnspireerd door deze biografie portretteerde ik haar elf jaar geleden argeloos bewonderend als een nieuwsgierige, hartstochtelijke, betrokken en moedige vrouw, al kan daarbij ter verzachting worden aangevoerd dat dit gebeurde binnen het ootmoedige kader van een necrologie.

Daarna kwam Carol Brightman met Writing Dangerously: Mary McCarthy and Her World (1992). Brightman legde meer nog dan Gelderman de nadruk op de politieke en intellectuele activiteiten van McCarthy en hoe die voortsproten uit het tijdperk waarin zij actief was. Ook een degelijk product van noeste arbeid, al betrapte ik mezelf erop voor al veel plezier aan de uitgebreide fotokaternen te beleven. Onder andere staat er een mooie foto in van queen Mary, ingeklemd tussen haar Nederlandse adepten Cees Noote boom en Hans van Mierlo (Van Mierlo tegen Kiernan: «Ze was een moeilijke vrouw»), gezeten op de publieke tribune van de Tweede Kamer, ter voorbereiding op een volgende roman die zich in Nederland moest gaan afspelen (Kannibalen en zendelingen, 1979).

Voor Gelderman en Brightman geldt dat ze overduidelijk onder Mary’s spell waren. Ze kenden haar allebei al lang en met beide projecten stemde het biografisch object van harte in. Wat zou McCarthy hebben gevonden van Kiernans verslaglegging van haar levensfeiten, die een wonder van analytisch vermogen en compositorisch vernuft genoemd kan worden, maar ook een triomf van roddel en achterklap? Het zou voor haar pleiten als ze erom zou kunnen lachen, zoals ik vaak bij het lezen van deze biografie heb moeten lachen, maar of ze enige mate van zelfrelativering in huis had… Behalve moedig, hartstochtelijk et cetera was McCarthy immers ook verbeten, blind, leugenachtig en egocentrisch, leek ze kortom wel menselijk, zo werd mij duidelijk uit Seeing Mary Plain. Bijna hilarisch is bijvoorbeeld het inkijkje dat Kiernan biedt in McCarthy’s gedragingen bij de begrafenis van Hannah Arendt met wie ze haar halve leven bevriend was en die ze ook postuum schaamteloos voor zichzelf opeiste. (Vier jaar geleden verscheen het fantastische Between Friends, de correspondentie tussen Arendt en McCarthy.)

Naarmate ik vorderde in dit kloeke boekwerk begon de vraag zich steeds meer op te dringen: wat is haar geheim? En dan doel ik niet op het geheim van de beschrevene, maar op dat van de beschrijver. Om daarachter te komen heb ik een paar keer de drie biogra fie en naast elkaar gelegd en de verschillende interpretaties van dezelfde feiten met elkaar vergeleken. Neem haar (tweede) huwelijk met schrijver/criticus/beest Edmund Wilson in de jaren dertig. McCarthy’s eigen Intellectual Memoirs: New York 1936-1938, postuum verschenen in 1992, heeft vooral het kenmerk van een rechtvaardiging achteraf voor het feit dat ze haar geliefde van dat moment, Partisan Review-medewerker Philip Rahv met wie ze ogenschijnlijk al langdurig gelukkig samenwoonde, op barbaarse wijze bedroog. En voor wíe nu helemaal, lijkt ze zichzelf achteraf vooral af te vragen in haar memoires. Brightman gooit het op de plotselinge dood van haar grootvader, baken van haar jeugd; Gelderman maakt er liever zo min mogelijk woorden aan vuil. Kiernan daarentegen wijdt een apart hoofdstuk aan de figuur Wilson, voert diverse vrienden en familieleden op als getuigen van hun huwelijksleven, citeert rijkelijk uit wederzijdse brieven en Wilsons dagboeken, en maakt langzaam maar zeker duidelijk hoe zwaar bijvoorbeeld de factor seks woog in deze ogenschijnlijke folie à deux en hoezeer misschien Mary zelf de grote agressor was in dit huishouden.

Misschien, want helemaal zeker weet Kiernan het ook niet. Ik denk dat ik niet eerder een biografie heb gelezen die tegelijkertijd zo volledig en zo open is. Aanvankelijk moest ik erg wennen aan de manier waarop Kiernan haar materiaal presenteert. Op het eerste gezicht ziet het eruit als een aaneenschakeling van vrij lange citaten, zonder dat er enig onderscheid is aangebracht tussen fragmenten uit verhalen, romans, brieven, dagboeken, memoires of interviews. Pas na een paar hoofdstukken was ik gewend aan de ongebruikelijke bladspiegel die al dat citeren met zich meebrengt en kreeg ik oog voor de soepele, terloopse wijze waarop Kiernan soms conflicterende gegevens in een zinvol verband bijeenbrengt. Zij doet het volle leven van haar object recht door ook de tegenstemmen aan het woord te laten, en dat werkt wonderwel; je zoeft door een tumultueus leven heen alsof je in een achtbaan zit. De grote, niet te onderschatten mechanismen des levens, twijfel, toeval en tegenstrijdigheid krijgen de plaats die ze toekomen in de reconstructie van een leven. McCarthy wordt gerelativeerd zonder dat ze wordt ontmanteld of gekleineerd.

Opnieuw ben ik McCarthy’s debuutroman, The Company She Keeps (1942), gaan lezen om weer in de ban te raken van de gees tige manier waarop ze haar personage afwisselend vanuit het zij-, ik- of jij-perspectief benadert. Want, licht ze in haar voorwoord toe: het is niet uit te maken welke van deze persoonlijkheden «de echte» is. Kiernan hield een soortgelijk scherp oog voor de verschillende versies van het «echte» zelf van McCarthy, waarmee ze de biografie schreef die een moeilijke vrouw waardig is.