Onderzoek: Coronakredieten voor het MKB

‘Een molensteen om mijn nek’

De soepele kredieten die het midden- en kleinbedrijf na de lockdown werden beloofd, blijken in de praktijk een lege huls. Het kabinet wist dat de regeling niet zou werken. Ondernemers blijven teleurgesteld achter. ‘Er was gezegd dat banken nu heel coulant waren.’

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

De kermisattracties van de familie Eckelboom zijn gesloten terwijl dit hun hoogseizoen zou moeten zijn, 16 juni © Robin van Lonkhuijsen

Uitbater Ron de Wit (61) van Grand Café Alba’s aan het Vlaardingse havenfront had het mooi voor elkaar, dacht hij. Vorig jaar begon hij zijn nieuwste zaak, mooi gelegen met een terras aan het water, zeven dagen per week open en op zondag live muziek. Toen half maart de lockdown werd afgekondigd, was hij nog vol goede moed. ‘De regering zei “we gaan iedereen helpen”, dus mij ook, dacht ik.’ Hij doet een beroep op overheidssteun voor zijn loonkosten en vaste lasten en vraagt een noodkrediet aan bij de gemeente.

Anderhalve maand later blijkt die compensatie neer te komen op 65 procent van de werkelijke personeelskosten. De vierduizend euro compensatie voor vaste lasten en een voorschot van een magere duizend euro van de gemeente zijn nauwelijks genoeg voor een halve maand huur. ‘Die duizend euro heb ik maar gebruikt om boodschappen te doen.’

Met overheidssteun alleen gaat hij het niet redden, beseft De Wit, dus gaat hij naar de bank. ‘Iedereen dacht: dit is heel even een dingetje. Maximaal twee maanden, met een kleine lening kan ik het overbruggen.’ De drie weken daarop blijft het echter stil; dan volgt de afwijzing. De ondernemer komt niet in aanmerking omdat hij geen lopend krediet heeft, krijgt hij te horen. Voor zijn bank is hij een ‘nieuwe klant’, ook al bankiert hij er al jaren.

Als hij later de bank nog eens belt, blijkt het ook problematisch dat hij het afgelopen jaar geen winst heeft gemaakt. ‘Natuurlijk niet! Ik heb een beginnend bedrijf, het eerste jaar boek je verlies, dat is toch logisch?’ De voorzichtige opening van de horeca, begin deze maand, brengt geen verlichting. De dertigduizend euro huurachterstand is dan al niet meer in te halen. Op 9 juni vraagt Grand Café Alba’s het faillissement aan. ‘Het zou mijn pensioen worden, maar het wordt een molensteen om mijn nek.’

Terwijl grote bedrijven miljarden aan staatssteun krijgen, komt het midden- en kleinbedrijf er in het begin van de coronacrisis karig van af. klm krijgt minimaal twee miljard en ook scheepsbouwer Royal IHC, dat al voor de crisis in de problemen zat, krijgt volop extra steun. Maar veel horecabedrijven krijgen in de praktijk maar zestig tot zeventig procent van hun loonkosten vergoed, in plaats van de negentig procent die werd beloofd. Kleine ondernemers moeten het verder doen met uitstel van belastingen en van aflossing voor hun eventuele kredieten bij de bank. Afhankelijk van de sector krijgen ze de eerste drie maanden ook nog een tegemoetkoming van vierduizend euro.

Ondernemers die daar niet genoeg aan hadden, konden zich volgens het kabinet bij hun bank melden voor een ‘coronakrediet’ met staatsgarantie. Maar heel weinig bedrijven profiteerden daarvan. Van de bijna vierhonderdduizend bedrijven met tussen de twee en vijftig medewerkers die Nederland telt, belden naar schatting tienduizenden de bank. Maar een paar duizend kregen een noodkrediet. Waar grotere bedrijven in totaal elf miljard kregen uitgeleend, moeten de kleine bedrijven het doen met in totaal 650 miljoen euro. Omdat de staat alleen hoeft bij te springen als bedrijven hun lening niet kunnen afbetalen, is het verwachte ‘schadebedrag’ slechts 203 miljoen.

Het kabinet wist van begin af aan dat de regeling voor kleine bedrijven niet zou werken, blijkt uit een reconstructie door platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer. Al bij het optuigen van de garantieregeling waarschuwden bankiers het ministerie van Economische Zaken en Klimaat daarvoor. Niettemin noemde minister Eric Wiebes de regeling bij de start ‘een erkende toegangspoort naar kredieten’ voor bedrijven in door corona getroffen sectoren zoals de horeca en detailhandel.

Begin deze maand startte eindelijk een regeling die wel speciaal op kleine kredieten is gericht. Maar veel schade is dan al aangericht. Hoewel het aantal faillissementen nog meevalt, keren veel ondernemers zichzelf geen loon meer uit en doen ze geen investeringen meer. Een op de vijf vreest de komende maanden alsnog een faillissement.

In landen als Duitsland en Zwitserland konden kleine ondernemers wél direct aanspraak maken op ruime kredieten met volledige staatsgarantie. Maar het kabinet, met het ministerie van Financiën voorop, wilde per se dat de banken de kredietbeoordeling op zich zouden nemen. De bank moest van het kabinet daarom ook risico dragen, dus bleef de staatsgarantie beperkt. Dat de regeling een flop werd, bleef onder de radar.

‘Liquiditeit, liquiditeit, liquiditeit. In elke crisis is geld in kas in eerste instantie het grote vraagstuk’, zegt Thomas Grosfeld, beleidssecretaris van bedrijvenkoepel vno-ncw, aan de telefoon. Na koortsachtig overleg besluiten het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de banken en ondernemersverenigingen vno-ncw, MKB-Nederland en Ondernemend NL half maart om de al bestaande Borgstelling MKB-kredieten (bmkb) te verruimen. Met deze noodkredieten kunnen bedrijven de lockdown overbruggen.

De bmkb-regeling bestaat al twintig jaar en is bedoeld om ‘in de kern gezonde’ mkb-bedrijven te helpen aan een lening bij de bank. Normaal staat het rijk garant voor ongeveer de helft van de lening, met corona wordt dat uitgebreid naar ongeveer twee derde.

Grote bedrijven kregen elf miljard uit­geleend, kleine bedrijven slechts 650 miljoen

Minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken prijzen de coronakredieten bij de lancering aan als panacee voor bedrijven die geraakt worden door het coronavirus, zoals de evenementenbranche, de horeca, het toerisme en de detailhandel. Bedrijven kunnen ‘tegen aantrekkelijke voorwaarden geld krijgen om de moeilijke tijd die eraan komt te overbruggen’, zegt Keijzer.

Ook bankbestuurders wekken in de media hoge verwachtingen. ‘Banken zijn naar mijn oordeel nu een deel van de oplossing, en niet langer een deel van het probleem’, zegt ceo van ABN Amro Kees van Dijkhuizen tegen de NRC. Zijn collega Wiebe Draijer van de Rabobank noemt de banken ‘hét kanaal’ om het geld snel te krijgen waar het nodig is. In persberichten geeft de Nederlandse Vereniging van Banken hoog op over de miljarden waarmee ze ondernemend Nederland tegemoet komt.

Wat in dit media-offensief ondersneeuwt, is dat de bmkb-regeling mislukt. Na drie maanden crisis hebben slechts ongeveer 3750 bedrijven een bmkb-lening gekregen, voor in totaal 650 miljoen euro. ‘De regeling is fors tegengevallen’, zegt Leendert-Jan Visser van ondernemersclub MKB-Nederland. Ook een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken moet toegeven dat ‘iedereen wel kan zien dat het niet om heel spectaculaire aantallen gaat’.

Hoeveel bedrijven de bmkb-lening níet krijgen, weet de bankenvereniging niet. Wie in een vroeg stadium afhaakt wordt niet als aanvrager geregistreerd. Toch sprak alleen Rabobank eind maart al van dertienduizend verzoeken om een noodkrediet. Belangenclub MKB-Nederland schat dat zich op dat moment al minstens dertigduizend mkb’ers bij de banken hebben gemeld. Volgens enquêtes van Ondernemend NL (onl) krijgt slechts één op de acht aanvragers de lening. Het aantal aanvragen vlakt daarna snel af. Ook het mondjesmaat versoepelen van de voorwaarden van de bmkb-regeling doet het aantal verstrekte kredieten nauwelijks stijgen. Gedesillusioneerde ondernemers lijken het niet eens meer te willen proberen. Zo vreest driekwart van de deelnemers aan de onl-enquêtes liquiditeitsproblemen, maar denkt minder dan een vijfde daarvoor bij de bank terecht te kunnen.

De kleinste bedrijven komen er het meest bekaaid van af. En zij profiteren ook nauwelijks van het uitstel van aflossing op bestaande leningen, omdat ze vaak juist geen lopende leningen hebben. Bovendien geldt dat uitstel voorlopig maar voor zes maanden, terwijl een bmkb-lening in vier jaar mag worden terugbetaald.

In het centrum van Amsterdam, 6 april © Peter Boer / De Beeldunie

Karin van Kooten is een van de ondernemers die geen bmkb-lening krijgt. Ze is eigenaar van danssportcentrum Dans Hotspot, met vestigingen in Wormerveer en Zaandam. Van Kooten en haar docenten verzorgen sinds 2012 lessen in partnerdans voor inmiddels zo’n driehonderd leerlingen. Corona legt die lessen abrupt stil. ‘We moesten een nieuwe stijl bedenken: dansen op twee meter afstand.’ Ondertussen lopen de kosten door: de huur, gemeentelijke heffingen, afbetaling van de prachtige houten dansvloer.

Ze meldt zich na de lockdown bij haar bank. ‘Er was gezegd dat banken nu heel coulant waren’, vertelt ze monter. ‘Dat ze ruimte hadden gekregen van de overheid, een soort borgregeling. Dan moet dat voor mij ook kunnen, dacht ik.’ Dat valt tegen. ‘Ik had geen lopend krediet en had een periode met achterstanden gehad. Dus kwam er geen hulp.’

Ook de Vlaardingse cafébaas Ron de Wit had nog geen schuld bij de bank, waardoor de bank niet kon beoordelen of hij wel schuld aankon. Dat is een structureel probleem. De tijd dat de bakker op de hoek voor een lening bij de bank terecht kan, ligt lang achter ons. Nederland bungelt onderaan in de eurozone als het aankomt op bancaire financiering van het bedrijfsleven, stelde het Centraal Planbureau vorig jaar vast. Dat geldt nog sterker voor het kleinbedrijf: van hun aanvragen wordt 25 procent minder toegekend dan in de ons omringende landen. En dat terwijl het Nederlandse mkb volgens het planbureau relatief gezond en winstgevend is.

De Nederlandse banken hebben simpelweg niet meer het benodigde personeel en de kennis om de noodleningen te beoordelen. ‘Naar buiten toe zeggen banken altijd dat ze op het mkb gericht zijn’, schampert Mirjam Bink van Ondernemend NL. ‘Nu ook weer. Maar aan de achterkant zijn ze daar helemaal niet op ingesteld.’ Zelfs aan bedrijven die de bank al wel goed kent, worden hoge eisen gesteld, alsof corona niet bestaat. ‘Het was eigenlijk geen crisisregeling’, zegt directeur Leendert-Jan Visser van MKB-Nederland. ‘De beoordeling door de banken bleek niet anders dan normaal.’

Een lening blijft namelijk een lening. ‘Het feit dat de overheid voor 67 procent garant staat, neemt niet weg dat het uiteindelijk wel terugbetaald moet worden’, benadrukt een beleidsmedewerker van de Nederlandse Vereniging van Banken. De banken moeten controleren of de onderneming ‘in de kern gezond is’ en ‘continuïteitsperspectief’ heeft. Ze eisen een liquiditeitsprognose, maar in corona-omstandigheden is die vrijwel onmogelijk te maken.

‘Banken zeggen altijd dat ze op het MKB gericht zijn, maar ze zijn daar geheel niet op ingesteld’

Zo maakte de coronaregeling de kleine kredieten eerder minder aantrekkelijk dan meer. ‘De bmkb-regeling is een enorme administratieve rompslomp’, verzucht Lex van Teeffelen, lector aan de Hogeschool Utrecht en specialist op het gebied van ondernemingsfinanciering. En dat treft juist ondernemers die een bescheiden krediet vragen, omdat de kosten voor het verstrekken van de lening dan te hoog zijn, zegt Patty Zuidhoek, directeur zakelijk van Triodos Bank. ‘Je kunt als bank niet rendabel de werkwijze van grote bedrijven voor deze sector kopiëren.’ Om dan toch uit de kosten te komen, zou de bank rentes moeten rekenen die de ondernemer niet kan dragen.

Het Centraal Planbureau vond in een studie naar de ‘gewone’ bmkb-regeling uit 2015 al ‘dat grotere mkb-bedrijven er relatief meer gebruik van maken’. Ook Economische Zaken kon niet vaststellen of de regeling überhaupt wel effect heeft op de beslissing van de bank om een lening te verstrekken. Volgens Lodewijk van der Vegt van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de uitvoeringsorganisatie van Economische Zaken, heeft zijn organisatie hard gewerkt om de regeling zo soepel mogelijk te laten verlopen. ‘Er is een speciaal webportal voor de banken en we hebben werkafspraken gemaakt over snel toetsen.’ Hij denkt dat de banken vooral niet toegerust waren op ‘tien keer zoveel klanten als normaal’. Maar hij zegt ook onomwonden: ‘De bmkb-regeling is niet het geëigende instrument voor zulk soort kleine kredietverstrekkingen. We weten dat de banken hem zelden inzetten voor kleine kredieten.’

Kleine ondernemers zijn dus massaal lekker gemaakt met een lening waarvoor ze helemaal niet in aanmerking kwamen. Volgens insiders had het ministerie dat niet alleen móeten weten toen ze de noodregeling instelde – het wist het ook. ‘Ik heb meteen aan het begin al tegen het ministerie gezegd: dit gaat niet werken voor kleine ondernemers’, zegt Patty Zuidhoek van Triodos. Toen minister Wiebes trots over een toegangspoort naar krediet sprak, wist hij al dat die potdicht zou blijven voor kleine bedrijven.

Het ministerie is de bedoeling van de regeling inmiddels aan het bijkleuren. Waar het bij de lancering over de bmkb-regeling sprak als ‘essentieel voor de liquiditeit van kleine ondernemers’, is de reactie nu dat die slechts was bedoeld ‘om de kredietverlening op gang te houden.’ Op de vraag of de regeling aan de verwachtingen heeft voldaan, komt geen antwoord. Economische Zaken benadrukt dat het ‘ook direct de kleine ondernemer op het netvlies had, getuige bijvoorbeeld de togs-regeling’. Dat is de vierduizend euro waar Ron de Wit nog geen halve maand huur van kon betalen.

Hoe anders deden ze het in het land van de 121 banken. In Zwitserland werd eind maart direct twintig miljard Zwitserse frank (zo’n achttien miljard euro) vrijgemaakt, speciaal voor het mkb. Een week later was daarvan al vijftien miljard uitgedeeld aan 76.000 bedrijven, gemiddeld twee ton per bedrijf, renteloos, met honderd procent staatsgarantie. Zo konden de banken duizenden aanvragen per dag geautomatiseerd afhandelen.

Duitsland koos voor een vergelijkbare aanpak. Al op 6 april schakelt het land over op Schnell-Krediten, met honderd procent staatsgarantie en bovendien een looptijd van maar liefst tien jaar, zodat bedrijven alle tijd hebben om de lening terug te betalen. Volgens de Duitse minister van Financiën Olaf Scholz helpt volledige staatsgarantie bedrijven om snel geld te krijgen, ‘omdat beoordeling door de bank niet nodig is’.

Ondernemersclubs MKB-Nederland, onl en zelfs het grote vno-ncw roepen vanaf begin april wekenlang om Schnell-Krediten. Tevergeefs: met name het ministerie van Financiën blijft zich er fel tegen verzetten. Het wil per se ‘dat de kredietverstrekker een goede risicobeoordeling uitvoert’, zegt een woordvoerder, ‘zodat er geen kredieten worden verstrekt aan bedrijven die dat niet kunnen dragen’. Maar de dure risicobeoordeling door de banken maakt de leningen juist extra ondraaglijk. ‘De banken hebben het apparaat om een risicobeoordeling op grote schaal en tijdig uit te voeren’, houdt het ministerie vol, zelfs nadat dit evident niet is gebeurd.

Staatssecretaris Mona Keijzer wijst er in een antwoord op Kamervragen op dat de overheid geen grotere rol kán spelen omdat de benodigde publieke infrastructuur daarvoor mist. Daar heeft ze een punt. De Duitse garantie wordt afgegeven door de Kreditanstalt für Wiederaufbau, een herstelbank die na de oorlog is opgericht als onderdeel van het Marshallplan. Dat is nog steeds een echte ontwikkelingsbank voor het mkb, volledig in handen van de overheid. ‘Vroeger had je hier de nibc, de Nationale Investeringsbank, ook een herstelbank van na de oorlog’, zegt Thomas Grosfeld van vno-ncw. ‘Wij hebben meermaals bepleit hier ook weer zoiets op te zetten.’ De nibc is namelijk decennia geleden van de hand gedaan – geprivatiseerd nog voordat dat zo heette – en is inmiddels eigendom van de Amerikaanse private equity-groep J.C. Flowers.

Een concurrerend bankenlandschap als in Zwitserland hebben we hier ook al niet. ing, ABN Amro en Rabobank beheersen met z’n drieën bijna de complete markt. Als de overheid het Nederlandse mkb wil helpen, is ze daarvoor dus vrijwel volledig afhankelijk van het oligopolie van ABN Amro, Rabobank en ing.

Dat blijkt opnieuw bij de nieuwe Kleine Kredieten Corona-regeling die eind mei van start ging. Na lang aandringen van MKB-Nederland en Ondernemend NL kunnen bedrijven nu tot vijftigduizend euro lenen met 95 procent , maar weer via de bank. Lector Lex van Teeffelen is er niet gerust op. ‘Mijn grootste zorg is dat het mkb dadelijk weer helemaal afhankelijk wordt van de bank. Als de staatsgarantie afloopt zal die weer nieuwe leningen weigeren.’

Karin van Kooten van dansschool Hotspot twijfelt of ze zich gaat aanmelden voor het nieuwe noodkrediet. Een ding weet ze zeker. ‘Ik laat dit danscentrum niet stuk gaan door overheden of banken die dingen toezeggen maar ze niet doen.’


Dit onderzoek is tot stand gekomen met steun van het [Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten](fondsbjp.nl).