Grootse installatie van Tacita Dean in Londen

Een monument voor de film

FILM is bedoeld als een ode aan álle op celluloid vastgelegde beelden die straks niet meer gemaakt kunnen worden. Het analoge beeld is veel indringender dan de uit pixels opgebouwde digitale beelden.

‘FILM is de waarheid, 24 beelden per seconde’, volgens filmer Jean-Luc Godard, en dat is zelden mooier verbeeld dan in FILM van Tacita Dean. Het werk vult sinds vorige week de grote Turbine Hal van Tate Modern in Londen, en zal daar te zien blijven tot half maart volgend jaar. Velen vergaapten zich meteen al het eerste weekend aan op het eerste gezicht overbekende beelden: stromende bergbeken, wuivend riet, een roze bloemetje, een zonsondergang boven zee, paddenstoelen, een krekel en een slak. Maar wat doet die roltrap erbij, en die gebeeldhouwde fontein? Die gloeilamp en die kroonluchter? En al die kleurige bollen, eieren en zeepbellen in rood, geel en blauw? FILM is een puzzel van elf minuten, waarvan het raadsel alleen maar groter wordt als je er langer naar kijkt.












Het is voor de twaalfde keer dat een kunstenaar is uitgenodigd om een werk te maken voor de imponerend grote entreeruimte van de Tate. Louise Bourgeois, Olafur Eliasson, Ai Weiwei - allemaal maakten ze grootse installaties die deze immense ruimte transformeerden, van een spin tot honderd miljoen porseleinen zonnebloempitten. De genereuze ondersteuning van Unilever maakt dat ieder jaar weer mogelijk. Maar het is de eerste keer dat hier een film te zien is, een échte film, van celluloid, die ook écht geprojecteerd wordt. Alleen gebeurt dat ditmaal niet op een breed bioscoopdoek, maar met een kwartslag gedraaide projector op een dertig meter hoge zuil die achter aan de Turbine Hal van de Tate staat opgesteld. Bovendien zijn de perforaties aan weerszijden van de filmstrook meegefilmd, net zoals enkele overgangen, wat laat zien dat het exclusieve filmmateriaal hier de hoofdrol speelt, en niet de gefilmde afbeeldingen alleen. De perspectiefwisseling draagt daaraan bij.
Waarom is het zo bijzonder dat dit werk op dit moment in een van de belangrijkste musea ter wereld te zien is? Voor Dean was het een statement, omdat celluloidfilm in snel tempo aan het verdwijnen is als 'drager’ van beelden. Digitaal beeld is de standaard geworden, zowel in fotografie als in film, zeker nu iedereen voortdurend fotografeert en filmt met smartphones. Celluloidfilms worden steeds minder gebruikt, laboratoria die ze ontwikkelen sluiten in hoog tempo. Het was een wrang toeval dat Deans eigen laboratorium in Londen in februari abrupt stopte met het ontwikkelen van 16mm celluloidfilm. Voor veel kunstenaars, en dus ook voor Tacita Dean, is die overgang naar digitale media problematisch omdat ze juist met de bijzondere kwaliteiten van analoge media werken.
Tacita Dean maakt in haar werk veel gebruik van film, voornamelijk in een breedte van 16mm - een formaat dat vanwege zijn relatief lage kosten vroeger veel werd gebruikt door onafhankelijke avant-gardefilmers en documentairemakers. Voor deze gelegenheid koos ze echter voor het speelfilmformaat van 35mm. FILM, in kapitaal, is dan ook bedoeld als een ode aan álle op celluloid vastgelegde beelden die straks niet meer gemaakt kunnen worden. Iedereen die digitale en analoge beelden naast elkaar ziet, merkt dat het analoge beeld veel indringender is dan de uit pixels opgebouwde vlakken van digitale beelden, zeker als ze worden uitvergroot. De klassieke filmprojectie, in het donker met licht flikkerend beeld, draagt bij aan die intense ervaring. Dat films uit 24 beelden per seconde bestaan, is de uitkomst van decennialange filmexperimenten rond de vorige eeuwwisseling, toen door biologen werd ontdekt dat alleen op die snelheid een vloeiende beweging voor het menselijk oog ontstaat. Op dat moment kan dat oog de zwarte balkjes namelijk net niet meer waarnemen die in filmmateriaal van celluloid de afzonderlijke beelden van elkaar scheidt. De filmprojector, die de film met kleine rukjes via de perforaties door de projector trekt, vervolmaakt de illusie. Daarvoor is het wel nodig dat de omgeving van het beeld compleet donker is. Ook dat onderscheidt de analoge ervaring van de digitale wereld.
FILM wordt gepresenteerd als een 'loop’, een continu zich herhalende reeks beelden, van elf minuten, zonder geluid. Toch valt er wel een begin en eind in te ontdekken. Het geeft de sublieme ervaring van het enorme, licht flikkerende beeld een extra dimensie. Dan blijkt ook dat Dean juist in dit monumentale werk, met die allesomvattende titel FILM, niet alleen regelmatig verwijst naar haar eigen oeuvre, maar naar de hele filmgeschiedenis. Ze gaat terug naar de jaren twintig, toen het kijken naar film nog een nieuwe ervaring was. Er werd volop mee geëxperimenteerd door beeldend kunstenaars, dichters, musici, componisten, choreografen én wetenschappers die filmische uitstapjes maakten, van biologen tot wiskundigen.
Net als bij de vroege fotografie was de natuur een onuitputtelijke bron van inspiratie. Bloemen, bomen, zonsondergangen, een rivier, de zee, dieren, insecten: niets was te min om vastgelegd te worden. Van dichtbij bekeken, en uitvergroot, werd alles bijzonder. De film voegde daar beweging aan toe. Wind en water, wolken en schaduwen bleken, verfilmd en uitvergroot, tot wonderlijke ervaringen te leiden. Dat gold ook voor gefilmde vervoermiddelen als treinen en apparaten die bewogen door elektriciteit, zoals de roltrap. Door eindeloos te kijken naar al deze bewegingen, en in de stroom van beelden een betekenis te zoeken, doet de toeschouwer als vanzelf een verhaal ontstaan dat hij of zij zelf maakt. In de filmtheorie zou later beweerd worden dat een toeschouwer door de positie van de filmprojector, achter zijn hoofd, zichzelf in elk leeg landschap of decor kan verplaatsen, en er daarom geen verbeeldingen van personages, geen fictie nodig is. Die verstoren de illusie van almacht in deze verbeelde wereld alleen maar.

IN FILM zien we dan ook geen personen, maar uitsluitend twee maal een oog: dat van Tacita Dean zelf en van haar jonge zoon Rufus. Onherroepelijk verwijzen die ogen naar een van de beroemdste ogen uit de filmgeschiedenis: het vrouwenoog waarmee de film Un chien andalou (1929) van Luis Buñuel begint. Dat oog, waarvan het lijkt dat het in het beeld erop wordt doorgesneden (wat in werkelijkheid met een dood koeienoog gebeurde), is het symbool geworden voor de stroom betekenissen die ieder filmbeeld afzonderlijk op kan roepen. Het werd ook synoniem met de scandaleuze surrealistische, vaak erotische, droomverhalen van Buñuel en Dalí, die hier voor de gelegenheid samenwerkten. Dat soort surrealisme streeft Dean niet na. We zien geen mensen in de beelden die het oog zien.
Toeschouwers moeten het doen met de montage van Tacita Dean, die de beeldenreeks daarna stuurt. Het kenmerk van celluloidfilm is dat je erin kunt snijden, ter hoogte van de zwarte balkjes, en de beelden in elke gewenste volgorde met tape aan elkaar kunt plakken. En alhoewel het tijdrovend is: celluloid kan ook ingekleurd of bekrast worden. Dat maakt van film een heel ambachtelijk product, waardoor het vooral in de begintijd, maar ook in de jaren vijftig en zestig, voor kunstenaars zo aantrekkelijk werd. Door steeds nieuwe beeldcombinaties zijn oneindig veel betekenissen te maken, ritmes te arrangeren, en kan het besef van tijd verdwijnen. Beelden die korter dan een seconde duren, die bestaan uit een enkel beeld en die dus nauwelijks kunnen worden opgemerkt, zorgen ook nog voor een hallucinerende suspense. Subliminaal heten ze, en de vroege reclamefilm maakte er gebruik van, tot het verboden werd. Tacita Dean geeft ook die een plaats in FILM.
Zo wordt FILM vooral een verbeelding van het verglijden van tijd door de reflectie van licht op stromend water, golven en een lege horizon. Dean brengt daarbij hommages: aan de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader bijvoorbeeld, die het ultieme kunstwerk maakte door zelf op zee, achter de horizon, te verdwijnen, maar ook aan Michael Snow, die met een eindeloze zoom op een foto van een golf in de film Wavelength de grenzen van de particuliere verbeelding tot het uiterste verkende, ook al opgeroepen door uitzicht op zee. Dat Tacita Dean zich daarnaast verwant voelt met cineasten als Chantal Akerman en Marguerite Duras, en in het bijzonder met hun trage films Jeanne Dielman en India Song, krijgt eveneens in FILM een plaats. Een gloeilamp (die door Jeanne Dielman steeds aan en uit geknipt wordt) en een kroonluchter (het enige luxe-item in de inrichting van het landhuis uit India Song, waarmee de Europees-bourgeoise context wordt gesuggereerd) volstaan.
Maar wat doen die rode, blauwe en gele stippen dan op al deze beelden, steeds drie in totaal? Laten ze zien wat het verschil is tussen de waarheid, 24 beelden per seconde, en de fictie van de abstracte kunst? Want die stippen met primaire kleuren verdelen de beelden daarna in vlakken. En ook die vlakken kunnen ingekleurd worden. Mondriaan, de filmliefhebber, staat om de hoek van FILM. Dean toont in FILM de overgang van realisme naar abstractie, onder meer door te laten zien dat die abstractie vaak een relatie heeft met in geometrische vormen gevangen natuur - nooit beter te verbeelden dan met een blauwe lucht, een blauwe zee en een gele zon daartussen.
FILM verwijst uiteindelijk naar de actualiteit van de beeldende kunst. Bewegend beeld krijgt daarin tegenwoordig steeds vaker een dominante plaats. Toch is de aandacht voor film, en zijn rijke geschiedenis die zich vooral buiten de beeldende kunst heeft afgespeeld, in musea minimaal. Een interessante uitzondering daarop vormde de grote tentoonstelling Le mouvement des images in het Centre Pompidou in 2006. De presentatie van FILM valt samen met de komst van Chris Dercon (Boymans, Rotterdam; Haus der Kunst, München) als nieuwe directeur van Tate Modern - een gebeurtenis van formaat. Dercon heeft al eerder laten zien dat zijn brede belangstelling (voor film en architectuur) aansluit bij de tijdgeest. Dat belooft veel voor de toekomst. En voor het aanhoudend massale bezoek aan de Tate. Want zo'n dertig meter hoge beeldzuil, zo'n monument voor de film, in een omgeving die lijkt op een kathedraal waar een sublieme lichtstraal door een gebrandschilderd raam naar binnen valt, is nooit te vangen in het smalle kader van smartphones en iPads. Tacita Deans FILM moet je persoonlijk in Londen ondergaan - zittend, liggend - ergens tussen projector en beeld.


Tacita Dean, FILM. Tate Modern Londen, tot 11 maart