Een mooi chaosscenario voor de thuiszorg

Vier maanden meende minister Borst van Volksgezondheid in maart nodig te hebben om de chaos op haar departement en in de thuiszorg de baas te worden. In juli meldde ze al dat het iets langer duurde en vorige week konden we uit de berichtgeving over het al dan niet beperken van de intensieve thuiszorg tot maximaal drie uur opmaken dat de puinhoop nog lang niet is opgeruimd.

De verwarring begon vorig najaar, toen in Den Haag werd besloten om in de thuiszorg een onderscheid te maken tussen huishoudelijke hulp en lichamelijke verzorging. Na 1 januari zou de lichamelijke zorg uit het reguliere AWBZ-budget van de thuiszorginstellingen moeten worden betaald, maar onduidelijk bleef wie de huishoudelijke hulp voor zijn rekening zou nemen. De zorgverzekeraars voelden daar niets voor. De onduidelijkheid werd op de werkvloer bovendien nog eens versterkt doordat daar ‘de knip’ tussen deze twee vormen van verzorging moeilijk te maken was.
In maart barstte de bom. Omdat de thuiszorginstellingen geen geld kregen van de zorgverzekeraars, dreigden mensen thuis van elementaire hulp verstoken te blijven. Daarbij kwam dat ook het systeem van eigen bijdragen in de thuiszorg op een totale chaos was uitgelopen. De ambtenaren op het ministerie wisten zelf niet meer waar ze mee bezig waren. Na een stevige aanvaring met de Kamer beloofde Borst beterschap binnen vier maanden.
In mei werd in het torentje een verregaand besluit genomen: de 'knip’-maatregelen werden teruggedraaid en de marktwerking in de thuiszorg werd tot 2001 bevroren - het meest antipaarse besluit van dit kabinet ooit. Niks geen vrijethuiszorgmarkt: thuiszorginstellingen zouden voortaan verplicht worden het hele thuiszorgpakket aan te bieden en niet slechts de krenten uit de pap.
Maar overheidsregulering veronderstelt een helder idee over wat de overheid wil. Dat is een minder sterk paars punt, zeker bij de politieke en ambtelijke leiding van het ministerie van Volksgezondheid. Het gevolg is dat ze speelbal van omstandigheden zijn geworden. Als instellingen klagen dat ze te weinig tijd hebben om een compleet thuiszorgpakket te ontwikkelen, krijgen ze na de eerste de beste lobby een jaar uitstel. Als de rekenmeesters klagen dat de thuiszorg geen openeindfinanciering mag worden, bouwen ambtenaren weer een subsidieregeling die ze juist zouden afschaffen. Als patiënten zich misdeeld voelen, wordt er snel een potje opengetrokken. Zo blijft de chaos op de loer liggen.
Iedereen weet dat. Toch zal dit chaosscenario ook de komende vier jaar de thuiszorg blijven beheersen. De vraag naar thuiszorg stijgt immers door de vergrijzing veel sneller dan de beschikbare financiën, zelfs als deze de komende regeerperiode toenemen. Dus zullen er steeds opnieuw pogingen worden ondernomen om te 'knippen’ in het thuiszorgpakket. Dat is het spel, zo wordt het al jaren gespeeld. Daarom moet de viermaandentermijn van Borst een moment van verstandsverbijstering zijn geweest, waar ze vermoedelijk het liefst zo weinig mogelijk aan herinnerd wil worden.