Een mooie man

Ooit probeerde Naema Tahir, soeverein, glorieus, Jeroen Pauw te verleiden met haar voorleeskunst. Nu zat ze aan tafel bij hem en Paul Witteman, een stuk minder zelfbewust, ingesnoerd naast een man die de geur van zijn vroegere rivaal in de neusgaten had, getuige de aanblik die hij bood. Er is iets met mooie vrouwen en lelijke mannen. Mooie vrouwen hebben lelijke mannen, maar mooie mannen hebben nooit lelijke vrouwen. Is het de perversie van de natuur? Heeft het allemaal weer met het behoud van de soort te maken?
Een mooie man heb je nooit alleen, placht mijn moeder te zeggen.
En een mooie vrouw dan?
Die moet van nature trouw zijn, anders weet ze niet zeker van welke signatuur het sperma is dat haar entert. Of zoiets.
Pas had ik een interessant gesprek met een mooie vrouw. Romig en dampend, een op uitbreken staande hinde gelijk. Niet zo vreemd dus dat haar baas haar vroeg hem te vergezellen naar een bedrijfsuitje, of eigenlijk iets prestigieuzer dan dat. Een branchefestijn, of hoe noemen ze dat in Hilversum. Hij zat zelf zonder vrouw - even (bazen zitten nooit lang zonder vrouw, dit is deel van de kwestie) - en had haar uitverkoren om met hem de rode loper te betreden. Wat stond het prijsdier te doen?
Mocht u zich ondertussen afvragen, mooi, lelijk, bestaat zoiets, is het niet allemaal relatief, gaat het niet om het innerlijk, om blijdschap met jezelve en dat dan uitstralen?
Nee.
Er bestaat een categorie objectief mooi en objectief lelijk. En verder is alles een kwestie van wennen. Als je iets maar lang genoeg om je heen hebt, zie je het mooie ervan in, ook van vermoeide Belgische postpaarden.
Mooie vrouwen, lelijke mannen. Ze bestaan. Ik denk altijd van mezelf dat ik een specifieke smaak heb, maar keer op keer blijkt: op het gebied van mooi en lelijk niet. Ik dacht laatst toen ik - wederom - naar Pauw & Witteman keek geheel uit mezelf: wat een mooie man. Om de volgende dag in de krant te lezen dat dat nu de ijdeltuit Keje Molenaar was, geliefd bij de vrouwtjes.
Overigens zijn mooie vrouwen vaak ook onuitstaanbaar. Noem mij de eerste mooie vrouw die níet irritant is, überzelfbewust, geen aanstelster. Ik ken er eentje en ze heet Paola. Ze is rechter te Utrecht. Ik heb er acht jaar over gedaan om me niet door haar Monica Bellucci-achtige schoonheid te laten afschrikken, haar dikke zwarte haar, haar strakke eyeliner, haar messcherpe hakken. Pas toen onze kinderen afscheid namen van de basisschool raakten we met elkaar in gesprek. Ze bleek niet alleen beeldschoon, maar ook nog eens geestig, intelligent, lief. Wat een belachelijke barrière kan knapheid zijn die niet wordt verdoezeld, maar benadrukt. Ze vertelde me eens over haar zus, de echte blikvanger van de familie volgens haar, waarop ik alleen maar oprecht kon zeggen: ‘Ik kan me níet voorstellen dat iemand mooier is dan jij.’ Tranen sprongen in haar amandelvormige ogen.
Terug naar de dampende hinde. Die onmiddellijk wist wat haar te doen stond. Want we hadden het hier wel over de baas. Niet te beroerd voor keiharde maatregelen en schofferend gedrag jegens zijn ondergeschikten. En dus voelde ze zich allereerst gevleid door zijn invitatie. Ze trok haar mooiste jurk aan, haar glanzendste kousen, haar hoogste hakken, en vergezelde hem naar het feest. De ene na de andere foto werd van hen gemaakt. Die foto’s verschenen vervolgens in diverse bladen. Zij zo onaantastbaar mooi, hij zo… dankbaar. Zo blij, met een lach van vlezig oor tot vlezig oor, met die trophy wife aan zijn zijde.
Bestaat er ook zoiets als een trophy man? Keje Molenaar kun je dus kennelijk beter niet meenemen. Op mijn type branchefestijn kun je het best aan de zijde van Tom Lanoye binnenkomen. Maar die is homo.
Vervolgens kwamen de geruchten in de wereld. Zij zou hem niet zomaar hebben vergezeld voor een avond, ze zou iets met hem 'hebben’.
Met haar grote mooievrouwenogen keek ze me aan. Haar mooie lichte vrouwenstem sloeg ervan over. 'Hoe kúnnen mensen dat denken?’
Ik haalde mijn schouders erover op. 'Ach nou ja.’
'Maar ik ben getrouwd!’ kreet ze.
Wederom mijn reactie: 'Ach nou ja.’
Niet bedoeld om de huwelijkse staat te bagatelliseren, maar gewoon. Niet iedereen kan van kilometers afstand ruiken dat je getrouwd bent. En bovendien: daar kom je nú mee. Misschien dat ik zoiets aan het mompelen was, toen zij met het ultieme argument voor de dag kwam.
'Maar hij is lelijk!’
Ik geef toe dat ik hier even stil van was. Dat ík in die termen dacht, allá. Maar zij?
'Kijk’, zei ze, niet eens vertrouwelijk, maar ronduit. 'Ik beschouw mezelf als een mooie vrouw.’
Toevallig had ik haar man niet lang daarvoor een keer ontmoet.
Ik lees de laatste tijd voor het slapen gaan verhalen van James Salter. Hij was drie zinnen geleden gestopt met dit verhaal.