Reactie op Thomas Vaessens

Een moord op de literatuur

Op zich vind ik het heel lovenswaardig als hoogleraren uit hun toren klimmen en zich mengen in het literaire debat. Geert Buelens’ boek over de poëzie van de Eerste Wereldoorlog is een schitterende poging de neerslag en interpretatie van de historische werkelijkheid in literatuur voor ons in kaart te brengen. Kunst gaat mijns inziens altijd over de werkelijkheid, waar zou ze anders over moeten gaan? Zelfs Science Fiction gaat nog over de werkelijkheid, dat wil zeggen schetsen een beeld van wat wij nu denken dat de toekomst ons brengen zal. Hoogleraren die de betrokkenheid op de werkelijkheid in kunst tonen en deze vervolgens bij een breed publiek onder de aandacht brengen verdienen dan ook waardering en lof. Hun analyses staan naast de meer tekstimmanente interpretaties, die even nodig en noodzakelijk zijn; tezamen antwoorden zij op de vragen die de literatuur ons stelt. Vragen over hoe het met ons gesteld is, waar het met ons heen moet, hoe wij over tal van zaken denken.
Het wordt echter ronduit teleurstellend als een hoogleraar neerlandistiek onder het mom van ‘engagement’ van literatuur plotsklaps journalistiek wil maken. Kijk, de krant lezen we elke dag. Daar, en in tal van andere media, vinden wij onmiddellijke antwoorden op sociale, economische en politieke vragen. De literatuur daarentegen is juist niet het medium van de kant en klare feiten en antwoorden. Zij creëert een intermezzo op de tijd, om van daaruit op andere wijze naar de werkelijkheid te kunnen kijken.
Ik vind de hele discussie over engagement die Vaessens in zijn boek aansnijdt, getuigen van een hoge mate van naïviteit en vooral van onkunde inzake de literatuur. Het vernieuwende van literatuur zit hem niet in een journalistieke benadering van de werkelijkheid, dus niet in een expliciete benoeming van de problemen uit die werkelijkheid, maar zit louter en alleen in de specifieke 'omgang’ met die werkelijkheid. Vaessens wil feitelijk niet anders dan de literatuur terugbrengen en ten onder laten gaan in het circus van meningen dat we elke dag op tv, radio en internet lezen en horen. Vaessens pleegt met andere woorden een moord op de literatuur. Dat mag natuurlijk, de argumenten zouden tot op zekere hoogte een debat kunnen aanzwengelen over de functie van kunst, zoals die elke eeuw een paar keer gevoerd wordt, het is alleen uitermate schrijnend dat hij dat uit hoofde van een functie hoogleraar Nederlandse letterkunde doet.
Wat betreft de uitoefening van dit ambt van hoogleraar zou ik ten slotte nog willen opmerken dat deze andere functies, zoals bijvoorbeeld een lidmaatschap aan een jury zeker niet in de weg staan, als de hoogleraar in kwestie tenminste in staat is het jurylidmaatschap te onderscheiden van de promotie van zijn laatste pennenvrucht. Helaas is ook dat niet het geval voor Thomas Vaessens, en dat maakt de zaak nog kwalijker. Zoals door iedereen is vast te stellen, is de tekst van het Libris juryrapport een samenvatting van zijn eigen boekje.