Amanda Kluveld over dierenrechten

Een mug is geen olifant

In haar boek Mensendier stelt cultuurhistorica Amanda Kluveld dat het beeld van de mens als ultieme schuldige, tegenover het dier als ultieme onschuldige, misleidend is. De verhouding is niet zo zwart-wit als radicale dierenactivisten doen geloven.

VORIGE WEEK werd bekend dat de Universiteit van Wageningen zich bedreigd voelt door radicale dierenactivisten van het Animal Liberation Front (ALF). Na een serie intimiderende acties werd de universiteit nu een bom in het vooruitzicht gesteld als er niet wordt gestopt met het gebruik van dieren voor wetenschappelijke doeleinden. Een week eerder werden door het Dierenbevrijdingsfront (DBF), de Nederlandse afdeling van het ALF, 2500 nertsen vrijgelaten in het Zeeuwse Stavenisse. Radicaal dierenactivisme is een groeiend probleem voor de Nederlandse overheid, en dat zal ook de reden zijn dat minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken dierenbeschermingsorganisaties een contract wil laten ondertekenen waarin ze geweld ondubbelzinnig veroordelen.
Het voorstel past in de lijn van een steeds hardere aanpak en veroordeling van radicaal dierenactivisme door de overheid. In 2004 publiceert de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) de nota Dierenrechtenactivisme in Nederland: tussen vreedzaam en vlammend protest, waarin voor het eerst een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen vreedzaam en radicaal dierenactivisme. De AIVD constateert in dat rapport dat ‘een kleine kern van radicale dierenrechtenactivisten met tegen mensen gericht geweld gevaarlijk opschuift naar de grens van wat moet worden beschouwd als terrorisme’. In 2007 verschijnt er opnieuw een AIVD-nota over dierenrechtenactivisme in Nederland, nu met de ondertitel Springplank voor Europa. De bevindingen richten zich ditmaal op de kleine kern van radicale activisten, die in Nederland werken onder namen als Respect voor Dieren (RvD) en Anti Dierproeven Coalitie (ADC), maar die in nauw contact staan met het internationale ALF. De AIVD constateert een toename van intimidatie van mensen die werkzaam zijn in de vleesindustrie en voor wetenschappelijke centra waar gebruik wordt gemaakt van dierproeven. Deze intimidatie komt voor in de vorm van verbale bedreiging, vernieling van eigendommen en zogenaamde home visits.

AMANDA KLUVELD, historica en docent aan de Universiteit van Amsterdam, besteedt in haar recent verschenen boek Mensendier ruim aandacht aan het radicale dierenactivisme. Het boek is een cultuurhistorische analyse van de verandering in de verhouding tussen mens en dier sinds de Verlichting, maar Kluveld neemt ook een duidelijk standpunt in tegen dierenrechtenextremisme: ‘Het is een vorm van terrorisme. Als brandstichting en bedreiging het afblazen van een project als Science Link in Venray tot gevolg heeft, ondermijnt dit de rechtsstaat enorm.’
De reden dat Kluveld Mensendier schreef en in dit boek zo nadrukkelijk stelling neemt, is dat het debat over dierenleed en dierenrechten volgens haar op de verkeerde manier wordt gevoerd: ‘Er wordt door dierenactivisten gedaan alsof hun standpunten buitengewoon rationeel zijn, maar het is volgens mij pure emotie. Dat is gevaarlijk, want als het mensen lukt om te doen alsof bepaalde vergelijkingen rationeel zijn, terwijl er diepe emotionele veronderstellingen aan ten grondslag liggen, kan dat vreemde gevolgen hebben.’
Dit komt volgens haar niet alleen naar voren in de acties van radicale dierenactivisten, maar ook in reclamecampagnes van PETA, de grootste dierenbeschermingsorganisatie van de wereld. Deze organisatie probeerde in het verleden met de slogan ‘Holocaust on your plate’ nadrukkelijk op de emotie te spelen.
‘Ik vind de vergelijking tussen de dierenindustrie en de holocaust onfris’, zegt Kluveld: ‘Zeker omdat joden nu door PETA worden aangesproken op hun leed en hen wordt verweten dat ze zelf nazi’s zijn als ze hier niets aan doen. Het probleem is dat dit morele superioriteitsgevoel van dierenbeschermers een volledig verkeerd effect heeft. Er werken genoeg redelijke mensen in de vleesindustrie, maar door ze collectief af te schilderen als nazi’s die achtervolgd moeten worden tot aan de poorten van de hel bereik je natuurlijk je doel niet. Het zou best wel eens kunnen dat redelijke mensen binnen deze industrie een minder genuanceerde toon gaan aanslaan en zich defensiever zullen opstellen.’
Dit collectiviteitsdenken wordt minister Ter Horst nu verweten ten aanzien van de dierenbeschermers.
‘Ja, en dat is ook terecht. Door dierenbeschermers een akte van trouw te laten ondertekenen maak je ze bij voorbaat verdacht en draai je de bewijslast om. Maar ik vind het in de eerste plaats een zwaktebod en een teken van wanhoop. Uit onderzoek van de AIVD is gebleken dat het heel moeilijk uit te vinden is wie de extremisten zijn die de aanslagen plegen. Het lukt ze blijkbaar niet goed om te infiltreren in deze organisaties en zicht te krijgen op wat er precies gaat gebeuren.’
Is dat een zwaktebod? Het Animal Liberation Front en soortgelijke bewegingen hebben geen vaste organisatie of bestuur, dus het is lastig daar te infiltreren.
‘Dat is waar. Je kunt niet naar hun hoofdbureau toe, of de directeur aanspreken. Het zijn autonome groeperingen die uit naam van de ALF handelen. Daar staat wel tegenover dat ik als student redelijk makkelijk met dit soort mensen in aanraking kon komen. Ik snap eigenlijk niet waarom dit de AIVD niet lukt. Zeker als het zo is dat de meeste organisaties vanuit Nederland opereren, zoals de AIVD zelf heeft onderzocht. Daarnaast denk ik niet dat je op deze manier de radicalen eruit gaat pikken, terwijl ik ook betwijfel of de dierenbeschermingsorganisaties het contract zullen ondertekenen.’

EEN DEEL van het probleem van radicaal dierenactivisme hangt samen met het succes van de intimidatiestrategie van de activisten. Zo slaagde de Britse actiegroep Stop Huntingdon Animal Cruelty (SHAC) erin het bedrijf Huntingdon Life Sciences (HLS) aan de rand van de afgrond te brengen. Amanda Kluveld beschrijft in haar boek hoe het publiceren van een lijst van investeerders en aandeelhouders van HLS – waar gebruik wordt gemaakt van dieren voor het testen van zowel cosmetica als medicijnen – ervoor zorgde dat het aandeel HLS kelderde van driehonderd pond in de jaren negentig naar drie pence in 2001. In Nederland waren activisten met soortgelijke intimidatietechnieken succesvol tegen de initiatiefnemers van Science Link, een beoogd bedrijventerrein in Venray, dat uiteindelijk werd afgeblazen.
‘Ik kan niet ontkennen dat het radicalisme op die manier effectief is’, zegt Kluveld. ‘Maar we hebben het wel over terrorisme. De cirkelredenering die Bernd Timmerman (historicus, socioloog en lid van de Partij voor de Dieren – tdb) laatst in Trouw gebruikte om activisten van terrorisme vrij te pleiten, vind ik kwalijk. Hij zegt: dierenactivisten zijn geen terroristen, want als dieren beter behandeld worden, dan zouden activisten niet zo gewelddadig zijn. De ultieme legitimering waar dergelijke redeneringen op stoelen is dat iedereen die in de dierenindustrie werkt een monster is en dat het dus begrijpelijk is als mensen intimidatie en geweld gebruiken. Op deze manier bereik je geen cultuuromslag. Alleen maar meer mensen zullen zich van de dierenactivisten afwenden, en volkomen terecht.’

IN HAAR BOEK schrijft Kluveld: ‘Discussies over dieren zijn mensendiscussies. Geen dier doet eraan mee.’ Volgens haar is een antropocentrische blik de enige manier waarop wij, mensendieren, het dier kunnen bekijken. Dat is ook waarom ze ingaat tegen Peter Singer, de Australische filosoof en grondlegger van het concept ‘dierenbevrijding’. Volgens hem mogen dieren op geen enkele manier door mensen worden gebruikt en in het verlengde daarvan pleit hij voor dierenrechten.
Waarom bent u tegen dierenrechten?
Amanda Kluveld: ‘Ik vind rechten iets voor mensen en dat zeg ik niet om flauw te zijn. Peter Singer maakt ten onrechte de vergelijking tussen dierenrechten en rechten voor vrouwen, zwarten en homoseksuelen. Natuurlijk is het zo dat deze groepen op een bepaald moment in de geschiedenis niet voor vol werden aangezien, maar het waren natuurlijk wel gewoon mensen en dat worden dieren nooit. Ik denk dat het helemaal niet vreemd is dat de mens vanuit zichzelf redeneert en zichzelf als uitgangspunt neemt. De mens gaat die superieure positie toch niet opgeven. Je zou er juist de verantwoordelijkheid aan vast moeten knopen dat wij vanuit die verheven positie ook de plicht hebben het hier op aarde goed te regelen. Anders toon je je eigen superioriteit niet aan. Mensendier is dus ook een pleidooi tegen allerlei stromingen die dit gedachtegoed willen opgeven.’
Singer is ook de popularisator van het begrip ‘speciecisme’, discriminatie op basis van soort. Bestaat dat?
‘Omdat veel mensen het een zinnige term vinden bestaat het. Maar ik wil er ook meteen bij zeggen dat “speciecisme” niet erg is. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik voor een vlieg zou kiezen in plaats van voor een mens. En tussen dieren discrimineer je ook. Mensen die zeggen dat het leven van een mens en dat van een dier hen om het even zijn, geloof ik niet en ik wijs deze manier van denken ook af.’
Associëren mensen dierenactivisme ten onrechte met links?
‘Radicaal dierenactivisme is een vorm van fundamentalisme en dat trekt mensen van beide kanten aan. Dat zie je overigens ook bij de gematigde dierenbeschermers. In de negentiende eeuw waren daar ook mensen met een orthodox protestantse achtergrond bij betrokken. En in de jaren dertig sloten Mussert en Rost van Tonningen zich aan bij de antivivisectiebeweging. Maar we moeten niet vergeten dat het grootste deel van de mensen die zich met dit vraagstuk hebben beziggehouden redelijke, vrijzinnige mensen zijn. Vergeet ook niet dat de eerste dierenbeschermingswet in Nederland door liberalen is ingevoerd.’
Is er al veel kritiek op het boek gekomen vanuit de Dierenbescherming, waar u sinds 2006 lid bent van de raad van toezicht?
‘Ik heb tot nu toe het idee dat mensen wel begrijpen wat ik met dit boek heb willen zeggen. Dat de verhouding tussen mens en dier niet zo zwart-wit is. Het beeld van de mens als ultieme schuldige, tegenover het dier als ultieme onschuldige, is misleidend. De “apartheid” tussen mens en dier gaat mij te ver en dat is waar sommige activisten naar streven. Toen ik een tijd geleden kritisch was op de Partij voor de Dieren is daar bij de Dierenbescherming ook wel kritiek op gekomen, maar uiteindelijk kon ik zeggen: hé, wij zijn toch niet de Partij voor de Dieren? Dat werd geaccepteerd, dus ik verwacht dat we hier ook wel weer uitkomen.’

DAT ANTWOORD krijgt een andere lading als twee dagen na het gesprek duidelijk wordt dat Amanda Kluveld is afgetreden als lid van de raad van toezicht van de Dierenbescherming. De grote weerstand die de inhoud van haar boek en haar uitlatingen in de pers binnen de Dierenbescherming teweeg hebben gebracht, is de reden van haar aftreden, zegt Kluveld: ‘Er werd mij door de voorzitter verteld dat dit “een probleem” zou worden en er stond al een vergadering gepland over mijn uitspraken. Ik ben niet gedwongen af te treden, maar dit was vermoedelijk wel gebeurd als ik het zelf niet zou hebben gedaan. Ik wil de vereniging niet schaden, want de Dierenbescherming doet goed werk. Als vrijwilligers ongelukkig worden van mijn aanwezigheid en mijn denkbeelden niet begrijpen, zal ik degene moeten zijn die opstapt.’

Amanda Kluveld, Mensendier: Verbonden sinds de zesde dag. Cultuurgeschiedenis van een wonderlijke relatie. De Arbeiderspers, 220 blz., € 16,95