Philip Glass Festival in Groningen

Een muzikaal raadsel vol tegenstellingen

Prachtig verzorgde publiciteit. Maximale afwisseling in het gebodene. Uitverkochte zalen en voortreffelijk spelende en zingende executanten. Een qua leeftijd zeer gemêleerd publiek, dat doodstil luisterde en stormachtig applaudisseerde. Allemaal elementen waarop een hedendaags kunstenaar jaloers zou kunnen zijn. Een week lang niet afnemende belangstelling. Zoiets kan men verwachten bij een groot popfestival met beroemde sterren.

Glass’ traditioneel klassiek harmonisch idioom, zijn instrumentatie, het klakkeloos overnemen van traditionele vormen: dit alles is alleen maar te duiden vanuit een muziekhistorisch perspectief. Wat was het en wat werd het bij deze Amerikaan? Is dit de muziek van de toekomst, met het daarbij horende publiek? Is de muziek van Glass een vingerwijzing voor hedendaagse componisten om hun goeddoortimmerde compositiestijlen achter zich te laten en vaarwel te zeggen aan hún benadering van enkele eeuwen europese muziek?

De muziekgeschiedenis wordt bij Glass herschreven. Chromatiek ontbreekt. Het lijkt alsof muzikaal gesproken alles opnieuw begint met kaal te noemen oermateriaal: tertsen en kwinten, die in beweging worden gebracht door geringe metrische golfjes. Zo ontstaat een muzikale zee ‘ín oneindige deining’; ‘minimal music’, die zeer onbescheiden ‘maximaal’ veel tijd opeist. Dit geldt zeker voor zijn eerste composities en ook die van zijn middenperiode. John Cage, die Glass’ muziek in die tijd goed kende, vertelde mij dat Glass volgens hem zijn materiaal (melodie, harmonie) kritiekloos gebruikt. ‘That makes it so boring’. Dissonanten zijn taboe. Voor de traditioneel geschoolde luisteraar zijn er hier maar twee mogelijkheden: wegglijden in een slaperige toestand op deze door niets gestoorde klankenstroom. Of weggaan op zoek naar boeiender vertier. Is het de bedoeling van de boeddhistische Glass, dat wij het Nirwana binnenvaren ver van onze werkelijke wereld vol van gruwelijke strijd en tegenstellingen? Muziek als ‘drug’?

Na de Tweede Wereldoorlog schreef Aldous Huxley ‘Brave New World Revisited’, een vervolg op zijn beroemde bestseller. Hij laat zien hoe de mensheid met steeds geraffineerdere middelen beheerst en gemanipuleerd kan worden. Volgens hem kan men ook met culturele middelen gedrogeerd worden: even weg van de wereld. Zou hij aan Glass gedacht hebben?

De Verlichtings-componist Beethoven wilde volgens eigen zeggen met zijn muziek ‘Vuur uit de geesten van de mensen slaan’. Het festival eindigde met twee composities, twee Nederlandse premières, weliswaar in Glass’ bekende idioom, die een ander en gelukkig ‘vuriger’ beeld van Glass gaven. Vol vitaliteit, afwisseling èn kleurrijk! Het Noord Nederlands Orkest onder leiding van de in dansante rythmen bewegende dirigent Michel Tabachnik, zelf een belangrijk componist, voerden eerst met maximale inzet de 8e Symfonie uit 2005 uit met evidente reminiscenties aan Sibelius en daarna de zeer spannende Concerto Fantasy voor twee paukenisten en orkest uit 2000. De twee virtuoze spelers boden een schitteren kijk- en luisterspel.

Het Festival eindigde met een dansfestijn: ‘Glass danst’. Dat zou bij Boulez of Stockhausen ondenkbaar zijn.

Uitzending door NPS op 7 November a.s. van de 8e Symfonie en het Paukenconcert