Klassiek

Een muzikale orkaan

KLASSIEK Michel Tabachnik

Een pianist die bijna onafgebroken als in een wilde toccata fanatiek in een bijna permanent fortissimo op de toetsen slaat, een orkest dat in woedend klinkende explosies niet onderdoet voor de solist: dat is de verbijsterende indruk van de eerste uitvoering in Groningen van het Concerto pour piano et orchestre de chambre van de in Nederland vooral als dirigent bekende componist Michel Tabachnik. Het wordt tijd dat wij in Nederland meer composities van hem horen.
Het werk is opgedragen aan Pierre Boulez als ‘bewijs van dankbaarheid’. Tabachnik heeft als componist veel aan Boulez te danken, die hem lange tijd met adviezen ondersteunde. Toen hij Boulez vroeg wat hij zou moeten doen om te gaan componeren, zei deze: ‘Veel muziek analyseren, en bovenal het hele oeuvre van Anton Webern.’ Van de extreme verfijning van Webern, die wel ‘de meester van het pianissimo’ werd genoemd, is weliswaar in dit zeer luide pianoconcert niets te merken, maar Weberns gevoel voor proporties bezit Tabachnik zeker.
Invloeden zijn er zonder twijfel: Xenakis, maar vooral Varèse. In diens geest bedient Tabachnik zijn luisteraars. Niet met verfijnde orkestratie, maar met brutaal opgestapelde akkoorden en clusters, als blokken van ijzer en staal. Als men het Italiaanse woord ‘grosso’ vertaalt met ‘overdreven, grof en ruw’, dan zou men hier terecht kunnen spreken van een concerto grosso. Het akoestisch resultaat doet zeker denken aan deze barokvorm. Ook daar is het solospelende instrument nauw verweven met alle andere spelers; het is de totaliteit die uiteindelijk overheerst.
De uitspraak van Schönberg: ‘Kunst komt niet van kunnen, maar van moeten’, geldt zeker voor Tabachnik. Hij werkt vanuit een innerlijke opdracht. De componist vertelt dat hij in zijn dromen klanken hoort en kleuren ziet en dat hij dat op papier probeert te zetten. Hij componeert met de ogen van een beeldend kunstenaar. Daarom is bij dit concert zeker een associatie gepermitteerd met het beroemde werk van Barnett Newman: Who Is Afraid of Red, Yellow and Blue III, dat goed als visuele verduidelijking kan dienen. Bij Tabachnik is sprake van speciaal gekleurde blokken. Nuances daarin komen tot stand door ternauwernood waar te nemen kleine veranderingen in de instrumentatie. Zoals Newman zijn rode vlak met zeer kleine penseelstreekjes verlevendigt en het globaal gezien één rood vlak lijkt, zo werkt ook Tabachnik in deze compositie.
De drive is in dit concert alles bepalend. Buiten adem bereikten wij samen met de meesterlijk spelende solist Ralph van Raat de eindstreep.

Tabachnik dirigeert het Noord-Nederlands orkest (Varèse, Ionisation en Amériques, Brahms, Ein Deutsches Requiem) op 24-26 mei in Leeuwarden, Groningen en Drachten