Een naam die vrijheid geeft

Mensen doen in essentie wat kwantumdeeltjes doen. Ze zijn niet vast te leggen. Pas als we naar ze kijken, ze willen meten, nemen ze een vorm aan. Zoals een mens een nieuwe naam kan aantrekken.

Het kwam door die paar woorden op Instagram, woorden van Raven van Dorst. ‘Ik wil’, stond er, ‘een naam die mij de vrijheid geeft om te zweven tussen links, rechts, boven en onder.’ En nu klinkt dit misschien wat vergezocht, maar ik had net een boek over kwantummechanica gelezen, Helgoland van Carlo Rovelli, dus vanuit dat perspectief is het volstrekt logisch dat ik, min of meer juichend vanaf de bank, dacht: ja! Dat is precies wat kwantumdeeltjes doen!

Voorheen stond Raven bekend als Ryanne (een geweldige televisiepresentator) en Elle Bandita (een al even geweldige rockster), en ging die door het leven als vrouw. Totdat Raven een paar jaar geleden openbaarde geboren te zijn als hermafrodiet, met zowel vrouwelijke als mannelijke lichamelijke kenmerken. Als baby was echter voor de meisjesvariant gekozen, waarna een arts de benodigde aanpassingen maakte. ‘Normaliseren’ werd dat destijds nog genoemd, schrijft Raven. Om te vervolgen: ‘Bij deze wil ik mezelf on-normaliseren.’ Want die arts had van dit lichaam af moeten blijven.

Vandaar dus een nieuwe naam, een nieuwe aanspreekvorm (geen vrouwelijke meer maar ‘Die / Hun / Kijk maar’), en daarmee ook een nieuwe ruimte van zijn: ‘Buiten het binaire systeem waar het gros van de maatschappij mee is ingericht.’ Om zo te kunnen zweven.

Links, rechts, boven en onder, in de kwantummechanica is dat wat deeltjes zijn, wat ze doen. In deze wereld, die van de ondeelbare kwants waaruit alles is opgebouwd, kunnen deeltjes tegelijkertijd links- en rechtsom draaien, tegelijkertijd omhoog en omlaag gaan, zowel hier zijn als daar, en zowel daar als hier. En kan Schrödingers kat inderdaad zowel dood als levend zijn. Niemand begrijpt hoe het mogelijk is, de kwantummechanica gaat tegen elke logica in, niets is hier normaal, maar ondertussen, schrijft Rovelli, is ze de beste beschrijving van de werkelijkheid die we ooit hebben gehad. Ze verklaart wat we eerder niet konden verklaren, ze is het kloppende hart van de hedendaagse wetenschap. ‘En toch blijft ze voor ons een groot mysterie’, aldus Rovelli.

Maar misschien is het mooiste nog wel dit: dat alles verandert als iemand naar de deeltjes kijkt (oftewel: ze meet). Dan krijgen de deeltjes opeens wel een vaste vorm. Draaien ze enkel nog links- of rechtsom, zijn ze boven of onder, hier of daar. Pas dan wordt de wereld, als het ware, binair.

Hou je blik open, laat me zijn hoe ik geboren ben, voordat de wereld ertussen kwam

In de kwantummechanica is daarom lang gedacht dat het onze eigen ogen waren die de wereld materialiseerden. ‘Denkt u echt dat de maan alleen bestaat als u ernaar kijkt?’ vroeg Albert Einstein halverwege de vorige eeuw aan de jonge natuurkundige Abraham Pais. Ja, dat was inderdaad wat Pais dacht. Als niemand naar de maan zou kijken, zou er geen maan zijn. En als niemand het hoort, valt er ook geen boom. De hel, dat is de ander, schreef Sartre, de ander die je vangt in zijn blik.

Gelukkig bleek het uiteindelijk toch net even anders te liggen, legt Rovelli uit. Wij, de mens, staan immers niet buiten de natuur en objecten manifesteren zich zodoende niet aan ons, maar aan elkaar. Álles verandert als het met elkaar in aanraking komt. Als zich op de plek van onze meetinstrumenten een citroen had bevonden, zouden de deeltjes ook reageren. Onze blik doet er niet toe, het gaat om de interactie, om de aanraking, in deze wereld staat niets of niemand los van elkaar, een steen is geen steen zonder het grasveld waar hij op ligt, de wind die erlangs waait en het schaap dat er even aan snuffelt. Dát is wat kwantummechanica uiteindelijk bleek aan te tonen.

Objecten hebben geen intrinsieke, vaste eigenschappen, schrijft Rovelli. Ze zijn slechts een verzameling interacties met andere objecten, elk ding is alleen de manier waarop het op iets anders inwerkt. ‘Er zijn geen eigenschappen buiten de interacties om’, aldus Rovelli. De werkelijkheid bestaat uit een netwerk van relaties. ‘Daarbuiten is niets.’

Het is maar een theorie, zoals alle wetenschap maar een theorie is, een afgeleide van de werkelijkheid. En dan is de kwantummechanica, de theorie van het allerkleinste, ook nog eens onverenigbaar met de theorie van het allergrootste, die van de zwaartekracht. Maar soms is het gewoon te verleidelijk om bepaalde inzichten níet toe te passen. Marxisten wisten het tenslotte al lang: verander de relaties, de economische relaties, en je verandert de mens. Zelfs Margaret Thatcher wist het nota bene: ‘Economics are the method: the object is to change the soul’, zei ze (hetgeen we met het neoliberalisme hebben geweten).

Maar ik dwaal af, economie heeft er bij Raven natuurlijk niets mee te maken. Hier is gewoon iemand die zegt: hou je blik open, pin me niet vast, laat me zijn hoe ik geboren ben, voordat de wereld ertussen kwam. In dit geval was het een arts die letterlijk ingreep, maar ook voor de rest van ons geldt dat het de wereld is die met haar vastgelegde patronen, relaties, ideologie, grotendeels bepaalt wie we zijn, wie we worden en hoeveel vrijheid we in dat proces krijgen.

‘Het draait om maatschappelijk opgelegde genderrollen en schoonheidsidealen, die persoonlijke groei en gelijkwaardigheid belemmeren’, schrijft Raven. ‘Fuck dat.’ Het draait om de maatschappelijk opgelegde rollen in het algemeen, zou ik willen toevoegen, welk label je ook neemt: fuck dat. In essentie zijn we allemaal een kwantumdeeltje.