Brusseprijs

Een Nederlands fenomeen

Een danceavond in de jaren negentig in Amsterdam. Inmiddels is xtc in Nederland volledig ingeburgerd © Clemens Rikken / ANP

Je handen beginnen te tintelen en je krijgt een wat apart gevoel in je buik, alsof je ook misselijk kan worden. Niet veel later vind je iedereen lief en begin je over gevoelens te praten die je normaal voor jezelf houdt. En weer even later sta je bij een mainstage te dansen, uitbundiger dan je doorgaans doet. Ja, nee, echt, zeg je tegen iedereen met wie je in gesprek raakt, het klinkt misschien wat gek, maar jullie moeten elkaar echt vaker zien.

Dit is in het kort hoe de meeste xtc-gebruikers in Nederland het nu beleven: ze gaan eens per jaar (of iets vaker) naar een festival of een rave en nemen daar een pil. Voor de vorm wordt die pil net voor de ingang nog in een sok of onderbroek verstopt, maar niemand kijkt ervan op dat er op dancefeesten op grote schaal pillen worden geslikt.

Meer dan een miljoen Nederlanders hebben weleens xtc gebruikt en 150.000 daarvan gaven bij een onderzoek in 2019 aan dat die maand nog te hebben gedaan. De roep om legalisatie steekt soms de kop op, net als die om hardere maatregelen tegen de enorme productie waarmee Nederland wereldwijd marktleider is. Xtc is, kortom, een drug die volledig is ingeburgerd in Nederland, en hoe dat zo is gekomen beschrijven Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd in XTC: Een biografie.

Ook het testen van pillen is typisch iets voor ons land

De lezer wordt het boek in getrokken aan de hand van de Pendelaar, de bijnaam van een Nederlander die als aanhanger van de Indiase goeroe Bhagwan voor het eerst in aanraking komt met xtc – om vervolgens als eerste man ooit in Frankrijk te worden gepakt voor de smokkel van de pillen. Het zijn dit soort verhalen die het boek kleuren; over de feesten in de Roxy in Amsterdam, avonturiers die met een boot vol pillen naar Ibiza varen, nachtbrakers als Ted Langenbach en Joost van Bellen die aan het woord komen. Of neem August de Loor, die eind jaren tachtig niet alleen voorlichting geeft over het veilig gebruiken van xtc, maar dan ook al begint met het testen van pillen. Een Nederlands fenomeen dat veel ellende heeft voorkomen.

Het getuigt van eigenzinnigheid dat de auteurs xtc als cultureel fenomeen beschrijven, een keuze die erg goed uitpakt en het een origineel boek maakt. De criminele zaken die ermee gemoeid zijn worden miniem beschreven, en dan vooral ingekaderd, bijvoorbeeld in de repressie onder de kabinetten-Balkenende, die vooral averechts heeft gewerkt: de productie nam juist toe en bracht met zich mee dat er in de natuur veel drugsafval werd gedumpt, met alle gevolgen van dien. De namen van Ton van Dalen en Ronald van Essen, die samen met ‘Dokter xtc’ Danny Leclère eind jaren tachtig en begin jaren negentig op grote schaal pillen konden maken en naar verluidt meer dan tweehonderd miljoen gulden winst maakten, worden slechts zijdelings genoemd. Dat is ook een boeiende geschiedenis, al was het maar omdat die door allerlei conflicten nog steeds actueel is, maar niet voor dit boek. Natuurlijk gaat het ook over de miljarden die worden verdiend met in Nederland geproduceerde pillen. Over de effecten op de gezondheid (tabak, alcohol en slaappillen zijn een stuk gevaarlijker). En over wie er vooral baat heeft bij het illegaal houden van xtc-pillen.

Maar in plaats van het heel uitgebreid te hebben over de handel en productie door de georganiseerde misdaad gaat het over de opkomst van de gabbers en de grote dancescene in Nederland, samen met xtc een van onze belangrijkste exportproducten. Over het gekke Nederlandse gedoogbeleid. Over Duncan Stutterheim, die merkt dat house, zoals de stroming dan heet, een slecht imago heeft door de beelden die zijn blijven hangen uit de jaren negentig: van gabbers op housefeesten met ogen zo groot als schotels en wier kaken alle kanten op bewegen. De voormalig ID&T-topman bedenkt een nieuwe naam voor de subcultuur die zijn feesten de wereld doen overgaan: dance. Er worden nog steeds veel pillen geslikt, maar het werkt wonderwel om de zweem van excessief gebruik weg te nemen.

Wat goed werkt in het boek is dat vaak tussen de regels door, en soms wat explicieter, antwoorden worden gegeven op de vraag wat het over onze volksaard zegt dat we een verboden middel kunnen laten testen voor gebruik, we het kennelijk nodig hebben om in een bepaalde roes te komen en de dansvloer op te gaan, en het bezit van één of twee pillen niet bijzonder strafbaar is. Ook wordt (niet heel expliciet) de vraag over legalisering opgeworpen, maar een pleidooi of een aanklacht wordt het nooit. Het blijft gelukkig een biografie van een typisch Nederlands fenomeen.

Minder goed werkt het als de schrijvers je meevoeren naar bijvoorbeeld Volendam en door middel van grote gebeurtenissen die in het collectieve geheugen staan gegrift (de cafébrand en de vuurwerkramp) een soort nationale geschiedenis synchroon laten lopen met de opkomst van xtc. Ze hebben het niet nodig om via dat soort gebeurtenissen ons collectieve geheugen aan te spreken. De kracht van het boek zit juist in het feit dat ze allerlei kleine gebeurtenissen als bouwstenen inzetten om een groter verhaal over Nederland te vertellen.