Een nieuw begin

Wat hebben de Weggeefwinkel, het metamodernisme en Rotterdam Vakmanstad met elkaar gemeen? Ze figureren alle drie in het abecedarium dat filosoof Joke J. Hermsen presenteert als afsluiting van haar nieuwe essaybundel Kairos: Een nieuwe bevlogenheid.

Medium hermsenkairos omslag

Het abecedarium is een staalkaart van praktische initiatieven die een ‘nieuwe bevlogenheid’ of een nieuwe tijd aankondigen. Dat is zo optimistisch bedoeld als het klinkt, tégen cynisme en nihilisme. De drie gekozen motto’s getuigen ook van hoop – het thema dat in Hermsens vorige essaybundel Stil de tijd (2009) een grote rol speelde in de gedaante van Ernst Bloch. In Kairos is Hannah Arendt, die tegenwoordig ruim in de belangstelling staat, de grote ster – misschien nog groter dan Kairos zelf.

Kairos is de jongste zoon van Zeus, ook wel ‘de god van het geschikte moment’. Het moment waarop creativiteit wordt aangewakkerd, die vernieuwing mogelijk maakt. Oftewel: een tijd van bevlogenheid. Om die nieuwe bevlogenheid te bereiken zijn, zoals in Stil de tijd al duidelijk werd, rust, aandacht en zelfreflectie nodig, met andere woorden: een smartphone die uit staat.

Het pleidooi voor een langzame toekomst, zoals de ondertitel van Stil de tijd nog luidde, is in Kairos een pleidooi voor een nieuw begin. Aangewakkerd door een andere omgang met de tijd, die zowel bevlogen en enthousiast is als rustig en bezinnend. Hermsen trakteert ons op een lange lijst schrijvers en denkers die de kairotische tijd op een of andere manier bespreken, een lijst die makkelijk verder aan te vullen is – de surrealisten spraken van het momênt suprème, wanneer de surrealiteit de realiteit doorboort en ongekende inzichten biedt, Sartre schrijft in Het zijn en het niet over ‘het moment’ waarop de vrijheid zich manifesteert, of denk aan Kierkegaard en zijn beschrijving van het steeds hernomen begin. Het is filosofie, niet zum Tode maar voor het leven (niet heideggeren, zoals Hermsen schrijft, maar, kunnen we toevoegen: liever arendten). Zo’n filosofie kunnen we tegenwoordig wel gebruiken, stelt ze.

Waarom zou het kairotische moment, het nieuwe begin, per se een goed begin zijn?

Hermsen ziet een welkome herleving van Kairos, niet alleen in de filosofie, maar ook in organisaties en maatschappelijke trends, die wijst op een behoefte aan stilstand in de tijd, om daarmee de status-quo juist in beweging te brengen. De urgentie wordt met al deze voorbeelden en namen duidelijk, maar aan de andere kant brengt Hermsen wel erg veel onder deze ene noemer samen, tot haar veelbesproken aanklacht tegen de iPad-scholen van Maurice de Hond aan toe. Wat heeft dat nog met die Griekse god van doen?

Het is een vraag die zich bij deze essays, zo expliciet in een overkoepelend verband samengebracht, steeds meer opdringt: waarom hebben we juist nu Kairos nodig? Van welk heersend paradigma moeten we verlost worden? Goede vraag. ‘We zijn op zoek naar nieuwe vormen van samenleven en naar nieuwe, harmoniserende verhoudingen teneinde de wereld bewoonbaar en de aarde leefbaar te houden. We leven in tijden van individualisering en van technologische en digitale transformatie, wat om nieuwe interventies en overdenkingen vraagt.’ Tja, dat klinkt niet heel urgent. Was dat dertig, veertig jaar geleden ook niet zo? Zijn ‘we’ echt op zoek naar verbinding? En wie zijn die ‘we’ dan wel?

Medium hh 19790872

De tijd lijkt misschien steeds sneller te gaan en we kunnen het gevoel hebben dat de technologie ons beheerst, in plaats van andersom. Hermsen zet in het inleidende essay sterk in op de vraag hoe een goede verhouding ten opzichte van het digitale domein eruit kan zien, maar werkt dat vervolgens niet uit. (In haar woorden: ‘Internet mag op het eerste gezicht onschuldig lijken, maar ondertussen zet het de hele wereld op z’n kop.’) Er zit een knop op je telefoon en ga eens weg van het scherm, is de simpele boodschap. Het pleidooi van Hermsen voor ‘Hannah Arendt-scholen’ ligt in deze lijn. Een ‘vertellende docent’ zou de lesstof moeten overdragen, in plaats van een digitaal scherm met een coach ernaast. Een zinnig betoog, maar het verband met de sterke literair-filosofische essays blijft in het luchtledige hangen.

Hermsen laveert zo tussen inzichtelijke analyses van filosofen als Hannah Arendt, romans als De Toverberg van Thomas Mann en Virginia Woolfs Mrs. Dalloway en het voetvolk dat dagelijks werkt in onderwijs en het bedrijfsleven. Haar beschrijving van Arendts ‘tweede geboorte’, de (goddelijke) inspiratie van de Grieken en de affirmatieve filosofie van Nietzsche zijn mooi, en inspirerend. Iedereen moet lezen ter zelfkennis en creativiteit, stelt ze, en ja, dat is een mooi ideaal, maar De Toverberg? De oude Grieken? De kloof lijkt te groot – de hoge toppen van enerzijds De Toverberg en anderzijds de docent die in verhalen kennis uitstort over de leerling, zijn niet overtuigend aan elkaar verbonden. Haar optimisme is aanstekelijk, maar de maatschappelijk georiënteerde stukken worden niet genoeg onderbouwd met feiten en cijfers (in de filosofische en literaire essays minder gemist). Waarom zou het kairotische moment, het nieuwe begin, per se een goed begin zijn? Zal zich niet de afgrond van de wanhoop openbaren, zoals de man van Hannah Arendt, Günther Stern, vreest in de fictieve dialoog tussen die twee die Hermsen optekent? Wat iets anders is dan bij enthousiasme meteen te denken aan ‘nazi-bijeenkomsten in Neurenberg en galmende arbeiderskoren in Noord-Korea’, wat Maarten Doorman in de Volkskrant schreef. Dat is een moedwillig geslagen kloof die niet te overbruggen valt.

Goed onderwijs moet vooral ook aandacht schenken aan taal. Een nieuwe tijd kan niet zonder uitdrukking in een nieuwe taal, schrijft Hermsen. Juist daarom is het jammer dat zij, naast filosoof ook literair auteur, lijdt onder wat ik een ‘gezellige stijl’ zou willen noemen. Kairos ‘blijft de gemoederen bezighouden’, maakt ‘een heuse comeback’, terwijl de kunststroming The New Sincerity ‘zichzelf een hart onder de riem steekt’. In alle rust zou daar wel wat aandachtigers van te maken zijn.


Joke J. Hermsen - Kairos: Een nieuwe bevlogenheid. De Arbeiderspers, 272 blz., € 19,95

Beeld: Wat heeft iPad met die Griekse god van doen? (Bert Verhoeff/HH).