De Europese politiek van Angela Merkel

Een nieuw begin

Wil Angela Merkel met haar nieuwe regering een sterke Duits-Franse as in Europa? Ze is daar niet zo uitgesproken in als Emmanuel Macron. De Duitsers zijn behoorlijk kritisch, dus die moet ze ook zien te overtuigen.

Berlijn, 7 februari. Angela Merkel tijdens een persconferentie vlak nadat de CDU en de SPD een akkoord sloten © Tobias SCHWARZ / AFP / ANP

‘De wereld wacht niet op ons.’ Dat was de meest geciteerde zin uit Angela Merkels nieuwjaarstoespraak van dit jaar tot de Duitse kiezers. Maar allemaal, de wereld en de kiezers, moesten ze toen nog behoorlijk lang wachten. Pas half maart, krap zes maanden na de Bondsdagverkiezingen van september 2017, heeft Duitsland weer een regering. En de Groko, de grote coalitie van cdu/csu en spd, zal het nu moeten waarmaken.

De grote vraag is welke rol de vierde regering-Merkel zal willen spelen in de Europese politiek. Is de bondskanselier in de tijd die haar nog rest als regeringsleider van zins om samen met de Franse president Emmanuel Macron een as Berlijn-Parijs te smeden? En ontstaat er dan een soort broederstrijd tussen de kleinere lidstaten? En zal Nederland voorop gaan in de opstand van de kleine maar o zo belangrijke eurolanden? Er zijn redenen om dat te denken.

De drieregelige titel van de coalitieovereenkomst, oftewel het huwelijkscontract tussen Angela Merkel, Martin Schulz en Horst Seehofer, zegt al veel over de uitgangspunten van de Duitse politiek voor de komende jaren. ‘Een nieuw begin voor Europa’, is de eerste regel. Pas daarna komen: ‘Een nieuwe dynamiek voor Duitsland’ en ten slotte: ‘Een nieuwe verbondenheid voor ons land’. Alles moet nieuw zijn – of in elk geval nieuw lijken.

Bovendien is in Duitsland een pro-Europa-politiek niet direct het thema waarop je verkiezingen kunt winnen. Wie dat met name moest leren was de diep gevallen lijsttrekker van de sociaal-democraten Martin Schulz. De kiezers bleven koud onder zijn offensief uitgedragen geloof in Europa en zijn onbetwiste EU-deskundigheid. Bij de verkiezingen kwam de spd op 20,5 procent, vijf procent minder dan in 2013. Daar tegenover won de rechtspopulistische anti-Europa-partij Alternative für Deutschland, de AfD, 12,9 procent van de stemmen; een half miljoen van haar bijna zes miljoen stemmen kwamen deze keer van mensen die eerder op de spd hadden gestemd.

Dat lukte de Alternative für Deutschland ondanks de nadrukkelijke anti-AfD-stemmingmakerij in de verkiezingsstrijd van de jonge burgerbeweging ‘Pulse of Europe’. Maar dat initiatief van jonge Bildungsbürger wist het grote kiezerspubliek niet te bereiken. Het was misschien ook niet slim dat ‘Pulse of Europe’ haar boodschap liever in het Engels dan in het Duits verspreidde, want daardoor werden minder hoogopgeleide, bildungsferne, kiezers eerder afgeschrikt. De alleenstaande moeder in Berlijn of de bijstandsgerechtigde in Essen ziet alleen maar dat ze nauwelijks rondkomen van hun geld. En de AfD legt vervolgens graag aan ze uit waar alle miljarden volgens haar naartoe zijn gegaan: naar de immigranten en naar de eurocraten in Brussel.

De Duitsers hebben sowieso al een afstandelijke relatie met de Europese Unie: Brussel moet regelen wat er geregeld moet worden, en verder de mensen met rust laten. Wat veel belangrijker is, zijn kwesties die spelen in eigen land. In een tijd dat in Duitsland gepensioneerden en immigranten vechten om de gratis levensmiddelen van de voedselbanken en vanwege de demografische crisis scholen gesloten en treinlijnen opgeheven worden, zijn de mensen niet heel erg te spreken over een mega-instituut als de Europese Unie. Exportland Duitsland profiteert in ruime mate van Europa, maar dat is geen prominent onderwerp in het publieke debat – dat is eerder het verhaal vol zelfmedelijden over Duitsland als ‘betaalkampioen van Europa’.

De scepsis jegens de Europese Unie is onverminderd groot. Uit een recent onderzoek van de EU-commissie blijkt dat 51 procent van de ondervraagden niet tevreden is over de Europese politiek van Duitsland. Slechts 31 procent kon zich min of meer vinden in de ingeslagen koers. Het grootste probleem voor die mensen is de toestroom van vluchtelingen uit crisisgebieden naar Europa. Maar ergerlijk genoeg beantwoordde veertig procent van de respondenten de gevoelsvraag met ‘ja’. Zij zeiden tegen de ondervragers dat de Europese Unie ‘een zeer positief of ruim positief gevoel’ bij hen opriep.

Hoe zit het dan werkelijk? Het klopt dat binnen de Duitse bevolking de EU-scepsis toeneemt, inderdaad. Toch ontstond er nadat de Britten in de zomer van 2016 hadden besloten tot een Brexit onder de burgers een nieuwe kijk op het belang van deze gemeenschap. De mensen hebben de vrijheid om te werken en te leren, voor zichzelf en voor hun kinderen. En heel veel mensen waren er trots op dat in een tijd van onrustige buitenlandpolitiek voor de vijfde keer het Duitse paspoort werd uitgeroepen tot het meest waardevolle reisdocument van de wereld. Maar dat heeft geen stand gehouden tot na de verkiezingen voor de Bondsdag. Integendeel, met haar Europa-vijandige campagne, met het narratief van de Duitse kiezer die het luie zuiden en het goede leven voor immigranten financiert, heeft de AfD veel stemmen binnengehaald.

In de Bondsdag genieten de nieuwe AfD-Bondsdagleden zichtbaar van hun positie: de 82 mannen en tien vrouwen vallen op tijdens de debatten met hun hoongelach en hun provocerende interrupties. Zij hebben goed begrepen hoe ze de boel kunnen opstoken met het abstracte thema politiek- en democratievijandigheid. Tijdens een debat over Europa eind februari zette fractievoorzitter Alice Weidel direct en snoeihard de aanval in op Angela Merkel. Wat de bondskanselier, zo zei Weidel, onder Europa-politiek verstond, was alleen maar ‘meer geld en meer verlies van soevereiniteit’. In het coalitieakkoord zou iedereen kunnen lezen hoe de ‘belangen van de Duitse belastingbetaler’ verwaarloosd worden. ‘Zij kunnen namelijk slechts het geld van andere mensen uitgeven.’ Verregaand feitenvrije anti-Europa-propaganda – de AfD weet hoe ze de kiezers op hun gevoel moet aanspreken.

Tegenover de aanvallen van rechts zouden veel mensen graag zien dat Merkel eens met de vuist op tafel zou slaan

De bondskanselier zat ondertussen in haar donkerrode jasje op de regeringsbank, keek omlaag en bestudeerde uiterlijk onaangedaan een paar dossiers. Het is haar strategie om de politieke tegenstander niet belangrijker te maken dan hij of zij is. Zo houdt ze het al jaren vol, ook als bijvoorbeeld Sahra Wagenknecht, de fractieleider van Die Linke, haar vanaf het spreekgestoelte aanvalt. In de Bondsdag zit de nieuwe AfD-fractie uiterst rechts, en dus maar een paar meter van de stoel van de bondskanselier vandaan. De rechtspopulisten barstten uit in hartstochtelijk applaus voor Alice Weidel, maar de regeringsleidster deed alsof ze op dat moment belangrijkere dingen te doen had.

In de toespraak die ze eerder had gehouden was weer eens duidelijk geworden waar een van Angela Merkels grootste zwakheden ligt. Ze is dan wel een slimme en strategisch handelende politica, maar niet echt een begenadigd spreker. In ruim twaalf jaar als regeringsleidster is Merkel er niet in geslaagd haar overtuigingen en beslissingen goed te communiceren. Ze regeerde altijd zonder verdere toelichting.

En de kiezers waren daar ook tevreden mee, zolang alles op binnenlands gebied zonder haperingen verliep. Maar nu er honderdduizenden vluchtelingen in het land zijn en de populisten in het parlement zitten, wordt die strategie steeds meer een probleem. Merkel wil niet naar het steeds lager wordende niveau van rechts afdalen. Maar tegenover de verbale hoogstandjes van de AfD-fractie wordt dat meer en meer gezien als een zwakte van de regeringsleidster.

Merkel zou het motto van Michelle Obama van de Amerikaanse verkiezingsstrijd kunnen volgen – ‘When they go low we go high’ – maar in plaats daarvan reageert ze gewoon helemaal niet. Tegenover de scherpe, deels ondergrondse aanvallen van rechts zouden veel mensen graag zien dat Angela Merkel eens met de vuist op tafel zou slaan en op eloquente wijze de parlementaire democratie zou verdedigen. Maar dat doet ze niet. Dat moeten anderen voor haar opknappen.

Onlangs was er een debat, door de AfD aangevraagd, over een ‘boerkaverbod’ in de openbare ruimte, en toen was het de pas 25 jaar oude cdu-afgevaardigde Philipp Amthor die de rechtspopulisten op hun nummer zette. De AfD had haar huiswerk niet gemaakt en niet eens een wetsontwerp uitgewerkt. Amthor, net nieuw in het parlement, leerde de voltallige AfD-fractie een lesje over waar het onderscheid ligt tussen grondwettelijk verzekerde vrijheid van geloof en de mogelijkheden van de rechtsstaat tegen de politieke islam. ‘Wanneer u daar opereert, dan moet u ook de instrumenten kennen waarmee u dat doet’, wierp Amthor de AfD tegen. Tegenover de retorische razernij van het cdu-parlementslid was de rechtspopulisten het lachen vergaan. De Duitse publieke opinie gloeide van opwinding.

Zoiets zouden veel mensen graag zien van de Duitse bondskanselier: heldere mededelingen, puntige antwoorden. Maar die zullen er ook in haar vierde ambtstermijn waarschijnlijk niet komen. De spreekstijl die de 63-jarige Merkel hanteert is altijd op feiten gebaseerd en retorisch verregaand saai. En goed, ze kan soms ook grappig zijn, in kleine kring. Maar haar regeringsverklaring over het thema Europa – het was de eerste toespraak na vijf maanden en daarmee de eerste directe confrontatie met de AfD – zat weer eens barstensvol afgesleten en afgezaagde kreten. Zoals altijd speelde er iets een ‘beslissende rol’, zoals altijd ging het om ‘oriëntering’ en ‘goed nabuurschap’. Dat kwam niet in de buurt van iets dat bij de luisteraars een of andere vorm van belangstelling, laat staan enthousiasme, voor Europese politiek losmaakt.

Maar aan de gortdroge retoriek van Angela Merkel zal nooit meer iets veranderen. En zelfs wanneer ze in het verleden wel eens probeerde zich vlotjes uit te spreken ging dat meer dan eens mis. Haar wereldwijd beroemde zin ‘wir schaffen das’ van 31 augustus 2015 werd geïnterpreteerd als een soort pragmatisme van een puinruimster. Toen ze twee weken daarna over toenemende buitenlanderhaat zei dat wanneer men zich in Duitsland weer moest schamen voor zijn gastvrijheid ‘dann ist das nicht mein Land’, toen schuimbekten conservatieve commentatoren. Distantieerde de bondskanselier zich nu van haar eigen mensen?

Merkel trok daar haar conclusies uit. Toen tijdens haar verkiezingscampagne afgelopen zomer woedende oostelijke Duitsers ‘Merkel moet weg’ brulden, negeerde ze die schreeuwlelijken. Dat zwijgen werd rond de verkiezingen uitgelegd als arrogantie of als redeneerzwakte. Hoe zij het ook doet, het lijkt altijd verkeerd te zijn.

Maar goed. Nu is ze nog een keer bondskanselier van de bondsrepubliek Duitsland. De lange tijd van de omtrekkende bewegingen is voorbij, nu moet er echt geregeerd worden. Merkels openingszet was naar Parijs gaan, naar Emmanuel Macron.

Toen ze daar was aangekomen, zorgden president Macron en zijzelf eerst voor mooie plaatjes in het Elysée-paleis. ‘Beste Angela, u weet hoezeer ik me verheug op onze gezamenlijke arbeid’, zei Macron – en de beste Angela knikte verontschuldigend. Toch remde ze de beste Emmanuel eerst een beetje af. Ze had het over een ‘kentering’, terwijl Macron uitdrukkelijk een ‘heroprichting’ van Europa wenst. Dat is een fundamenteel verschil. De nieuwe Duitse regering is dan misschien laat van start gegaan – ze heeft blijkbaar nog niet echt veel haast. De afgelopen maanden van Duitse binnenlandse politiek waren voor Angela Merkel een oefening in nederigheid.


Anja Maier (52) is parlementair verslaggever van de Tageszeitung in Berlijn. Ze richt zich met name op de bondskanselier en de conservatieven van CDU en CSU